Blog

12 apr / World Exposed – Een olievat als plantenbak

World Exposed – Een olievat als plantenbak

Een aantal jaren geleden was ik met m´n ouders op een korte vakantie in Kreta. We hadden een appartementje op nog geen 100 meter van het strand en genoten elk dag van de warme mei-zon en het heldere water van de Middellandse Zee. Ons huisje stond direct aan de hoofdstraat van een heel gemoedelijk toeristendorpje met restaurantjes, souvenirshops, hotels en cafés. Elke avond was het er druk en gezellig. We aten gegrilde gyros en tzatziki en dansten de Sirtaki. ‘Dit is het leven,’ verzuchtten we. ‘Schattige orthodoxe kerkjes, heerlijk eten, prachtig klimaat, mooie muziek… hier blijven we.’

Natuurlijk deden we meer dan alleen maar bruinbakken op het strand (op een gegeven moment voelde ik me haast een gyrosreepje). M’n ouders huurden een auto en we tuften over het eiland. We reden over smalle bergweggetjes met wilde berggeiten en gemzen, passeerden minuscule dorpjes en bezochten het Moorse fort van Rethymmo. Het begon ons op te vallen dat de meeste mensen toch wat armer waren dan we in eerste instantie hadden verwacht. Terwijl we over het eiland reden we naast ezelskarren met half vergroeide boertjes op de bok en toen we in een dorpje stopten, stapten we uit midden in een primitieve slachtpartij. Toch leek het ons nog steeds prima. Oké, je bent wat armer, maar dan heb je ook wat. Daarbij, wat heb je nou nodig als je elke dag verse olijven en fetakaas kan eten?

Maar dat beeld veranderde toen we contact kregen met de hardwerkkende Grieken in onze straat. In de horlogewinkel werkte Agatha, een jonge vrouw van begin dertig. In het nabijgelegen hotel werkte Petros, haar broer. We raakten met ze aan de praat en ontdekten dat ze hun familie al in geen tijden hadden gezien. Dat ze op Kreta geld verdienden en amper tot geen tijd hadden om naar het Griekse vasteland te gaan om hun ouders op te zoeken. Ze werkten 14 uur per dag (vaak ook langer), van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, heel laat. Op zondagochtend gingen ze naar de Kerkdienst en daarna hadden ze een uitgebreide lunch. Maar aan het eind van de middag gingen ze weer aan de slag. Eigenlijk werkten ze dus 6,5 dag per week. De verloofde van Agatha werkte ergens anders, op een ander eiland. Ook in de toeristenbranche. Ze zag hem dus heel weinig.
Het bleek een bekend verhaal in die toeristenstadjes. Grieken uit het hele land trekken naar de eilanden om dag en nacht te werken voor een schamel loon en onderdak. Zonder familie, vrienden of kennissen, werken ze zich kapot om de rijke Noord-Europanen een heerlijke vakantie te bezorgen.

Een vakantie die ze ons wel gunden, want wat waren ze hartelijk en gastvrij! Er ging geen dag voorbij dat ze niet breed lachend naar ons zwaaiden en ons wenkten om leuke vakantietips te geven of ons op een extra portie verse tzatziki te trakteren.
Op een avond dwaalden we door het stadje, dat niet veel meer bleek voor te stellen dan die ene toeristische hoofdstraat.
‘Maar waar wonen ze dan?’ vroegen we ons af.

We liepen nog wat verder, de velden in, tot we bij een wijkje van betonnen huisjes kwamen. Er lagen autobanden en oud schroot. We liepen door en kwamen in wat wel een spookstadje leek. Betonnen krotjes, ongeverfd en van grof cement opgemetseld, stonden kriskras door elkaar. De daken waren van roestige stalen platen. Je zag dat de mensen er nog wel iets van hadden geprobeerd te maken. Geelzwarte olievaten werden gebruikt als plantenbak. Maar verder was het ongezellig, kaal en leeg.

‘Dus zo wonen al die seizoenarbeiders dus,’ concludeerden wij. Het was arm. Echt arm. We keken ontsteld rond. Toen kwam er een Griek aan die zichtbaar geschrokken was. ‘Ga weg, ga weg,’ gebaarde hij ons. Blijkbaar was deze buurt niet voor toeristenogen bestemd. Die moesten gewoon in die leuke vrolijke hoofdstraat blijven en genieten van zon, zee en strand.
Dit beeld van Griekenland wordt niet getoond in de media. De werkloosheid in de winter en het kapotwerken in de zomer. De zevendaagse werkweken en de lange hete werkdagen, krijgen we niet te zien.

‘Oh ik kijk zo uit naar m’n pensioen,’ verzuchtte Agatha op een dag. Begrijpelijk, negen maanden werkte ze zich kapot en in de andere drie maanden probeerde ze alternatief werk te vinden. Geef haar eens ongelijk.

Anders dan de media en politici ons soms proberen te doen geloven is Europa niet hetzelfde. Er is nog steeds een enorme kloof tussen Noord en Zuid. Die kloof valt alleen met begrip te overbruggen, niet met Noord-Westerse arrogantie. Wanbestuur dient altijd aan de kaak te worden gesteld, maar vergeet niet dat we allemaal mensen zijn. De een eet Goudse kaas, de andere feta, maar aan het eind van de dag zijn we allemaal mensen. Mensen die werken voor een beter bestaan… Mensen die werken in de hoop eens van al dat werk verlost te zijn.

Slavery exists. It is black in the South, and white in the North.
Andrew Johnson

We, who have so much, must do more to help those in need. And most of all, we must live simply, so that others may simply live.
Ed. Begley Jr.

Onder de kop World Exposed verschijnt elke werkdag een nieuwe column over (onderbelicht) internationaal nieuws, dat vanuit een tegendraads daglicht wordt benaderd. De columns verschijnen nu nog op deze blog, maar het is de bedoeling om binnena fzienbare tijd een losse website te lanceren en een groep jonge getalenteerde schrijvers en denkers te vinden. Nederland is toe aan een nieuwe generatie opiniemakers. Suggesties? Mail en denk mee!


3 Comments
  • Jan Hamer

    Ja, schijn bedriegt. Ik heb op Samos ook een oude baas gesproken die een pensioen had van 250 gulden per jaar. Dat is beslist geen vetpot, een geluk voor hem, zijn huisje was van hem.
    Als toerist krijg je inderdaad de armoe van een land niet te zien als het om de reisbureaus gaat, daar wordt je met bussen alleen maar langs de pitoreske plekjes gevoerd. Maar als je de moeite neemt op eigen houtje de binnenlanden in te trekken krijg je de waarheid meer onder ogen. Zo ben ik eens een keer met mijn vrouw in het toenmalige Joegoslavië met een trein het binnenland in gegaan en kwam daar tegen dat mensen in krotten wonen waar ik zelfs nog geen kippen in zou onderbrengen.

    Beantwoorden
  • Roland

    @Jan Hamer ,Volgens mij is het mensen hun huizen “krotten” noemen waar je nog geen kip in zou huisvesten, een typisch voorbeeld van “Noord Europese” arrogantie.
    Misschien zijn die “krotten” wel een stuk verstandiger dan een Nederlands huis met een veel te hoge hypotheek om vervolgens 40 jaar krom te liggen om het af te lossen omdat de huizenmarkt in elkaar in gestort.Misschien zijn onze pensioenen wel waardeloos en zouden we beter net als in Azië gewoon bij familie moeten intrekken op onze oude dag.
    Misschien scheelt dat qua kosten en is het ook een stuk humaner en prettiger dan langzaam anoniem weg kwijnen in een bejaarden tehuis waar volstrekt vreemden om de week je kont komen wassen.De Grieken zijn nog niet zo gek beetje werken, beetje rusten,krotje, olijfjes,middelandse zee, zon lekker languit.

    Beantwoorden
  • Jantine

    Ongelijkheid aantreffen wanneer je het niet verwacht, zoals hier op vakantie in Griekenland, schrijnt. De knuppel in het welbekende hoenderhok gooien via deze blog is dan ook zowel wenselijk prijzenswaardig. Wellicht is het nu tijd om na te denken over praktische oplossingen voor de mis(vers)standen zoals beschreven op deze site?

    Beantwoorden

Geef een reactie

X