Blog

19 sep / Wereldwijken, of: hoe de hedendaagse mens de architectuur overnam

Naar architectuur kijken through queer’s eyes. Dat is dus naar imposante hopen steen, staal en beton kijken door…. mijn ogen. Veel “queerer” dan ik kan het toch niet worden, zou je denken. Een vrouwelijke man, geen mannelijke vrouw, zichzelf krampachtig bevrijdend van de triviale dagelijkse binairiteiten (en banaliteiten, dat ook). Queer. Het blijft een gek woord. Bedoeld als scheldwoord ooit. De flikker van de Engelse taal. Tegenwoordig een geuzenterm voor één-ieder die zich niet aan een bepaalde gender-definiëring wil onderwerpen. Man en vrouw – of geen van beide, dus.

Als je naar architectuur kijkt vanuit het perspectief van de queer, wat zie je dan? Gebouwen in de vorm van de  fallus van een grote witte onbesneden man? Duik je het prive-archief in van een homoseksuele architect? Ga je op zoek naar vrouwelijke vormen zonder korset?

Het blijft een veilige opdracht zo. Riekend naar seksueel exotisme. Maar roept het daadwerkelijk vragen op over architectuur en design anno vandaag? Ik betwijfel het.
Voor mij staat queer en het hele arconymen-alfabet van LHBTQAT2TI en God mag weten wat nog meer voor diversiteit. Een door de Schepper zelf-gecreëerde ode aan Zijn eigen eindeloze creativiteit.

Als we queer dus nu eens niet langer uitleggen als afwijking van de norm maar als een uiting van dynamische creatieve fluïditeit, kunnen we veel interessantere vragen over hedendaagse ontwerpen stellen.
Feit is namelijk, dames en heren (en iedereen die daar tussenin zit), dat de Nederlandse architectuur weliswaar vooraanstaand maar weinig vooruitstrevend is. Al eeuwenlang gedomineerd door witte heteroseksuele mannen, wier gedachtegoed en zelfingenomenheid weinig geprikkeld wordt. We kopiëren de meesters van vroeger. Stampen vinex-wijken uit de grond die weinig onder doen voor de Amsterdamse grachten. Bouwen een volgend Batavia-stad. Dat vindt de gewone mens mooi. Semi-oud. Wel statig wonen, maar dan met weinig onderhoud.

Ik hoef geen homo-vriendelijke gebouwen. Design waar alleen lesbiennes van zouden houden.

Als ik naar de publieke ruimte kijk, van straten tot pleinen, van parken tot wijken, is mijn conclusie: mooi, maar braaf. Veilig. Vertrouwd. Verzorgd. Vormloos. Vriendelijk. Maar vooral één-dimensionaal. Ruimtes worden functioneel ingedeeld, naar de functies die de witte hetero-man ervan verwacht (of wat zijn vrouw hem influistert). Dus donkere wc’s voor heren en lichtere wc’s voor de dames. Nette wandjes tussen vieze pisbakken. Kleed-kamers in respectievelijk donkerblauw of rood. Roze is dan weer uit de boze.

Al die clichématige gender-opsplitsing is een hel voor een queer als ik. Altijd weer die verstoorde, zo niet ronduit vijandige blik. Staan voor het urinoir is geen optie voor de meeste trams-mannen. Dus worden we onder begeleiding van de meest doodstille blikken naar de enige gesloten wc verbannen. Geef me dan liever maar het vrolijke gekeuvel van het vrouwentoilette, al willen ze daar ook verstoord opkijken.

Hierbij dus gelijk mijn eerste voorstel: laten we een eind maken aan het smerige, discriminerende urinoir. De introductie van separatie gender-vrije toiletten wordt de eerste stap uit de heteroseksuele comfort-zone (en homoseksuele droom misschien). Zo kunnen mannen hun vaderlijke plichten niet meer ontlopen. Hoeven transgenders en queers niet meer nerveus een wc in te lopen. En wordt er gelijk rekening gehouden met de gebruiker met religieuze bezwaren die niet voor een gedeelde spiegel kan staan, om haar hoofddoek te vrijwaren van losse haren. Kledingwinkels ingedeeld naar kleur en stijl, in plaats van man en vrouw. Licht, openheid, wat mannen willen is wat vrouwen doen, weg met al dat beton en staal, kantoren die van tien kilometer als zodanig herkenbaar zijn, appartementen alleen voor een wit top-segment, meer speelsheid, kleur, zogeheten “vrouwelijke” elementen, wat we noemen; bloemen en groen.

Ook met het oog op diversiteit, want voor mij is queer meer dan seksuele verscheidenheid: verstelbare keukenblokjes zodat Anne en Aisha beiden op de juiste hoogte kunnen koken, of Arno en Ahmed om eens met de tijd mee te gaan. Meer gelijkvloerse gebouwen en schuine hellingen voor de groeiende groepen die niet langer kunnen lopen, in plaats van zoveel aandacht te besteden aan wie mogelijk wil roken. Veel glas en licht voor slechtzienden zoals ik, of een ieder die graag zovele mogelijk natuurlijk daglicht vangt in dit vitamine-D arme land.

Wat door velen wordt gehaat is wat ik het meest aan Nederland liefheb: de eindeloze veelkleurige diversiteit van de straat. De hele wereld in één hand, alle volken in één land.
Die rijkdom moeten we omarmen, onderdeel maken van ons collectieve DNA. Als ik ons land mocht schetsen, de tekentafel van onze steden mocht overzien, is dit wat ik zou doen: wijken bouwen met gebouwen uit Amsterdam tot Khartoum. De kleuren van Mali integreren, met de baksteenbouw van vroegere statige heren. Een molen hier, een minaret daar. Venetiaanse bogen, afgewisseld met Thaise paalconstructies. Moorse mozaïeken en Spaanse tegelwanden. Subtiele elementen uit alle volken en landen. Niet in kitscherige stereotypen van Las Vegas of Disneyland, maar tientallen kleine details, vormen en materialen, zodat ieder gebouw even divers wordt als de bewoners van Nederland.

 

Deze tekst schreef ik in opdracht van het Nieuwe Instituut in Rotterdam, ter aanleiding van de avond “through queer eyes”. Waarin de vraag gesteld werd: Is there such a thing as ‘queer space’ and can it be designed? During this evening the Archive of Dutch architects and urban planners is being viewed through queer eyes.

1 Comment
  • Jeroen

    Hallo Mounir,
    Kom eens kijken in de wijk kattebroek in Amersfoort.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X