Blog

25 dec / Welke woorden leven wij?

De kerststal toont een wat bevreemdende aanblik dit jaar. Ongemakkelijk staan de Bijbelse figuren op anderhalve meter afstand van elkaar. Jezus ligt eenzaam in zijn kribbe, mondkapje en al. Zijn geboortesetting is al duizenden jaren niet bijzonder hygiënisch, maar corona maakt van het kindeke een gevaarlijke besmettingsbron. De herders houden angstig afstand. De schapen hebben ze voor de zekerheid maar op het veld gelaten. De wijzen houden ook verstek. Er geldt een inreisverbod voor kamelen. Daarbij wil niemand wat weten van ook maar iets dat uit het oosten komt.
Kerst anno corona. Wat een jaar. Vol onbegrijpelijk termen als “het nieuwe normaal” en “social distancing”. De wereld is in de ban van een onzichtbaar virus. Meerdere virussen eigenlijk. Want even vervaarlijk als covid-19 is het virus van racisme, uitsluiting, vreemdelingenhaat, repressie van seksuele minderheden, transfobie, de angst feitelijk voor alles en iedereen die anders is. Het is dat laatste virus dat ervoor zorgt dat we steeds verder uit elkaar komen te staan. De anderhalve meter allang tot diepe onderlinge kloven is uitgegroeid. Wat dat betreft maakt het coronavirus de sociale afstand slechts pijnlijk voelbaar die al jaren gaande was.

Te midden van dat alles is daar dan het Kerstfeest. De komst van het licht te midden van de aardse duisternis. Maar weinigen moeten nog wat weten van God in menselijke vorm. Het hogere, het universum, willen we nog wel kennen. Op veilige afstand. Geen kans op besmettingsgevaar. Want een God die zich echt met je leven moeit? Die een open hart verlangt? Open longen om Haar goddelijke adem in te blazen? Dat komt veel te dichtbij.

En toch is dat het verhaal van Kerst. Gods eigen zoon, tastbaar, zichtbaar, voelbaar, op onveilige afstand. Hij komt in je huis, is een tafelgast, wandelt met je op, draagt je zorgen en lasten, angstvallig verborgen en weggefilterd op instagram.

In de befaamde openingspassage van het evangelie volgens Johannes staat hierover: “Het woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader” (1 Joh.: 14).

Vergeet het universum. Hier is de maker van het universum, het licht voorbij de zon, maan en sterren, de oerkracht, nederig en klein die ons uitdaagt om net als Hij het levende woord te zijn. 

In een jaar waarin de kerken letterlijk dicht moesten blijven, worden we meer dan ooit uitgedaagd de kerk buiten het gebouw te zijn. Als gemeente van Christus midden in de samenleving te staan. Zingeving en antwoorden aan te dragen in een tijd van onrust, chaos en grote vragen.
Te getuigen van een levende God, die iedere afstand en eenzaamheid overbrugt. Die zegt: ‘Anderhalve meter? Ik ben nabij. Ik ben de heler van de ziel, de geneesheer van het hart, ik bevrijd je van ieder virus, nu ga en toon mijn liefde en licht in een zieke en verdeelde maatschappij.’

Jezus, het woord, werd mens en wandelde onder ons. Wij hebben Zijn woord en worden Gods kinderen onder de mensen genoemd. Welke woord leven wij? Waar is onze uitgestrekte hand die er niet voor terugdeinst de melaatse aan te raken? Laten wij de (vluchteling)kinderen tot ons komen? Overbruggen wij de maatschappelijke grenzen door met de Samaritanen van deze tijd in gesprek te gaan? Tonen wij een Gods onvoorwaardelijke, inclusieve liefde die iedere angst uitsluit, want zoals Johannes in zijn eerste brief schrijft “volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden” (1 Joh. 4: 18). Laat ons dan onbevreesd liefhebben en de vele fysieke en sociale afstanden overbruggen die van onze samenleving zo’n splijtzwam hebben gemaakt. Laat ons juist nu, met het feest van licht, ons eraan te herinneren dat voorbij de kerstboom en een gehavende kerststal, dit het ware evangelie is: het goede nieuws van het woord dat leven werd en naar ons toekwam, zodat ook wij het woord mogen leven. 

Mounir Samuel (1989) is politicoloog, journalist voor de Groene Amsterdammer en auteur van elf boeken, waaronder “God is groot: eten, bidden en beminnen met moslims” (Uitgeverij Jurgen Maas) en zijn meest recente werk dat dit najaar verscheen “Noodzakelijke gesprekken: reflecties op een nieuwe wereld” (Uitgeverij Jurgen Maas). 

Geef een reactie