Blog

21 aug / Wat het Offerfeest mij leert over mijn eigen hart

De klanken van het Maghreb-gebed zijn net verstomd terwijl ik mij bij het vroege ochtendlicht met mijn koffer door de nauwe straatjes van de volkswijk Mouassine in de oude medina van Marrakech manoeuvreer. Een katje schiet tussen min benen door. Een kip kakelt achter een muurtje. Dan het brommende geluid van een oude motor. Het gemekker van een schaap. Een vader en zijn zoon trekken respectievelijk aan de kop en hals van het onwillige dier. Offerfeest. Ik kijk naar de oude man met zijn grijze baard en zijn zoon, die ergens begin twintig moet zijn, en denk aan Abraham en Isaak (Ishaq). Of Ibrahim en Ismaïl, het is maar welk heilig boek je leest. Een steek trekt door mijn borst. Flashbacks aan een tijd toen ik nog islamitische partners had en toch geen van de religieuze feesten met hen kon vieren omdat ik als christen angstvallig voor pappa en mamma geheim werd gehouden. In mijn eentje maar een lamshotelletje bakte terwijl vrouwlief bij haar ouders op de bank braaf de vrome dochter speelde en met licht afgrijzen dat taaie schapenvlees at. Maar ik denk ook aan iets anders, de waarde van juist dit verhaal, dat door de jaren heen zoveel betekenis voor mij kreeg, zo werkelijk én echt werd, dat ik het bijna ieder dag opnieuw leef.

Veel ongelovige Nederlanders vinden dat hele offerverhaal maar een gruwelijk legende (let wel: de zoveelste die Gods wreedheid zou bewijzen). En huiveren hardop bij de massale (halal!) slachtpartij van schapen die vandaag en morgen overal in de wereld plaatsvindt ter ere van dat ene grote offer van Abraham (althans het bijna volbrengen daarvan, namelijk het net niet-doden van zijn eigen zoon, laten we voor nu even buiten discussie laten of het nu Isaak of Ismaïl was) dat voor veel niet al te ijverige moslims overigens vooral aanleiding is voor een mooi intiem familiefeest en nog weinig met het oorspronkelijke verhaal van doen heeft. In Nederlandse literatuur zijn er vele verwijzingen naar die vreselijke God en die slechte vader van een Abraham te vinden. De religieuze legende is aan romanciers als ’t Hart en Siebelink goed besteed, zullen we maar zeggen.

“Veel ongelovige Nederlanders vinden dat hele offerverhaal maar een gruwelijk legende (let wel: de zoveelste die Gods wreedheid zou bewijzen).”

Eerlijk toegegeven; als kind vond ik dit specifieke Bijbelverhaal een beetje eng. Een leven lang wachten Abraham en zijn vrouw op een kind. Ze worden zelfs zo wanhopig dat Sarah uiteindelijk haar eigen man aanmoedigt om eens wat nachtjes met haar Egyptische slavin Hagar te spenderen. Abraham zegt geen “nee” tegen het voorstel (had ik ook niet gedaan). Hagar wordt zwanger en krijgt een zoon; Ismaïl. Maar Hager goes diva terwijl Sarah groen en geel ziet van jaloezie. Wat volgt is niet alleen een soapserie à la desperate housewives in one tent maar ook een tot de dag van vandaag voortslepende rivaliteit tussen de twee zonen – Ismaïl en de later toch geboren Isaak – grootvaders van respectievelijk Joden en Arabieren, of joden en christenen enerzijds en moslims anderzijds. Zelfs bij dit verhaal blijkt de broedervete groot. Want eindelijk dan, als alle hoop verloren lijkt, Abraham de honderd is gepasseerd en Sarah allang en breed onvruchtbaar is, krijgt hij zijn beloofde zoon: Isaak. En dan vraagt God hem juist die zoon te offeren? Of was het nu toch Ismaïl zoals moslims met klem zullen beweren? 

“Wat volgt is een soapserie à la desperate housewives in one tent.”

In mijn oude kinderbijbel met kunstige inktschetsen stond een beangstigende afbeelding van een baardige en langharige Abraham die met een verscheurde blik in de ogen zijn dolk hoog in de lucht houdt, klaar om het hart van zijn zoon, vastgebonden op een steen, te doorboren. Maar daar is dan een engel die Abraham belet zijn zoon te offeren. In een struik vindt Abraham een een ram, op een hoogte overigens (als je desbetreffende berg Moria kent) waar volgens sommige theologen natuurlijk gezien geen rammen voorkomen. Door God met vooruitziende blik omhoog geleid, als welwillend offer. Vervolgens zegt de engel namens God: ‘Ik zweer bij mijzelf – spreekt de Heer. Omdat je dit hebt gedaan, omdat je mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, zal ik je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit nemen. En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Want jij hebt naar mij geluisterd!’ (Genesis 22: 16-18).

En zo werd Abraham dus inderdaad de stamvader van vele volken al was hij oud en had hij twee onderling twistende zonen.

En zo werd Abraham dus inderdaad de stamvader van vele volken al was hij oud en had hij twee onderling twistende zonen. Sterker nog, Avraham, Abraham of Ibrahim werd in letterlijke en overdrachtelijke zin de aartsvader van alle grote monotheïstische godsdiensten. Zijn graf bevindt zich in een moskee in Al-Khalil of Hebron op de Westelijke Jordaanoever in Palestina. De moskee wordt door een dikke muur in tweeën gesplitst. De ene helft is tot synagoge gewijd, het andere deel is nog steeds een islamitisch gebedshuis. Beide delen zijn ook weer in vrouwen en mannendelen gesplitst. Er zijn gescheiden ingangen voor Joden en moslims, streng gemonitord door zwaarbepakte soldaten. Muren, muren, hekken, tralies. Op een pad, opnieuw gescheiden door een muur, staat met bordjes aangegeven waar respectievelijk de Arabieren en de Israeli’s worden geacht zich voor t te bewegen. Er is maar een plek waar de blikken elkaar kruisen: bij de door tralies omgeven tombe. Op grote afstand kijken de zonen en dochters van Abraham door smalle tralies naar het mausoleum van hun grote aartsvader, angstvallig de blik van de verre familie aan de overkant van het garf mijdend. Ik had in 2011 het grote voorrecht en de verbijsterende vloek om aan beide religieuze zijden het heiligdom te mogen betreden en zachte tranen te laten: niet om Abraham en zijn graf, maar om zijn kinderen en hun lot vandaag de dag.

Maar terug naar dat offer. In vroegere tijden was bloed het teken van een verbond of contract dat God met zijn volgelingen sloot. Zo bestond Gods eerste verbond met de mens, uit de besnijdenis van Abraham en zijn zonen. Later draagt God Mozes en zijn volk op zich na hun uittocht uit Egypte opnieuw te besnijden (het vroegere gebruik was in Egypte verloren geraakt) en zich daarmee als volk apart te zetten van de omringende volken. Maar er kwam bij meer zaken bloed kijken. Generatie op generatie bouwden gelovigen altaren voor God om daar offers te brengen ter boetedoening van begane fouten en uit dankbaarheid voor dat wat God hen gegeven had. Een deel van de oogst en de beste schapen, lammeren, duiven en koeien werden aan God geofferd, denk hierbij ook aan het verhaal van nog twee rivaliserende broers: Kaïn en Abel. Zelfs het breken van het vrouwelijke maagdenvlies zou echter als een teken van een verbond kunnen worden beschouwd. Het bloeden van de vrouw tijdens de eenwording met haar geliefde zou symbool staan voor een heilige verbintenis. (Voor alle feministen die nu boos waren: dit is een theologische illustratie, geen persoonlijk denkbeeld). En zo zien we deze symboliek overal in de heilige schrift terug. Het offeren van dieren eindigt pas met de vernieling van de Joodse tempel door de Romeinen en de introductie van het christendom ter vervanging van de Griekse en Romeinse tempelcultuur waarin ook al druk geofferd werd. Door een beroep te doen op het onschuldig bloed van één man – Jezus Christus – die stierf voor de zonden van allen, vond de mens vergeving. Omdat geen imperfect menselijk offer groot genoeg zou zijn de heiligheid van God te naderen, kwam hij zelf naar de aarde toe.

Christenen zien in het verhaal van Abraham en het bijna-offer van zijn zoon dan ook een voorafspiegeling van God die zijn eigen zoon, Jezus, offert als boetedoening voor de mensheid.

Christenen zien in het verhaal van Abraham en het bijna-offer van zijn zoon dan ook een voorafspiegeling van God die zijn eigen zoon, Jezus, offert als boetedoening voor de mensheid. Christus is dat ram, het onschuldige schaap, dat daar in de struiken zit. Overigens kan het hele Oude Testament gelezen worden als een grote voorafspiegeling op de dood en opstanding van Christus. Zo werd Jezus door zijn eigen broeders verstoten, zoals Jozef (Yousef) door zijn eigen broers in de put wordt gegooid. Zou het splitsen van de Rode Zee waarin het volk van Israël de uittocht uit Egypte vindt symbool staan voor de doop. Lag Jezus drie dagen in het graf, zoals Jona (Younes) drie dagen doorbracht in de buik van de (wal)vis. En ga zo maar door.

Maar ik vind in het verhaal van Abraham nog een andere, zeer hedendaagse betekenis. Na jarenlange hardnekkige twijfel en halsstarrige rebellie bereikte mijn leven in 2015 zo’n totaal dieptepunt, dat ik mijn weg terug naar de kerk zocht. Mijn relatie met mijn Egyptisch-Nederlandse partner destijds had een volgende dramatische climax bereikt en ik wist niet wat ik moest doen.

Ergens knaagde een stem dat God zich van mij had afgekeerd, zoals boze christelijke tongen beweerden, omdat ik met een moslima was.

Ergens knaagde een stem dat God zich van mij had afgekeerd, zoals boze christelijke tongen beweerden, omdat ik met een moslima was. “Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen,” zo echode het welbekende Nederlandse spreekwoord in mijn oren. Ten einde raad begaf ik me midden op een doordeweekse dag naar de grote Sint Nicolaaskerk recht tegenover Amsterdam Centraal, om een kaarsje op te steken en dan eindelijk toch op de knieën te gaan. Toen ik de kerk inliep was er echter een Spaanstalige viering aan de gang. En wat las de priester voor? Het verhaal over het offer van Abraham en de strijd tussen Ismaïl en Isaak (of wellicht vooral tussen hun moeders). Vervolgnes volgde een half uur lange preek van vrij protestantse proporties (voor wat normaliter een vrij korte katholieke mis mag heten) die ik wonderlijk genoeg van begin tot eind perfect verstond. Even flitste door mijn hoofd dat dit wellicht Gods antwoord was: dat ik als spiritueel kind van Isaak niet met een nakomeling van Ismaïl zou mogen zijn (waar mijn bloedlijn als Egyptische christen nu echt dichterbij ligt is natuurlijk nog maar de vraag) maar toen was daar opeens een andere, veel diepere, realisatie.

Even flitste door mijn hoofd dat dit wellicht Gods antwoord was: dat ik als spiritueel kind van Isaak niet met een nakomeling van Ismaïl zou mogen zijn (waar mijn bloedlijn als Egyptische christen nu echt dichterbij ligt is natuurlijk nog maar de vraag) maar toen was daar opeens een andere, veel diepere, realisatie.

Abraham wachtte zijn leven lang op een kind. In zijn wanhoop haalde hij zichzelf (en de mensheid) zelfs de grootste rampspoed op zijn hals, zo graag wilde hij een zoon. Uiteindelijk kreeg hij er twee. En welke hij nu bijna offerde, is eigenlijk niet relevant. Het gaat om de toets, de test van het hart. Abraham ontleende zijn hele identiteit aan zijn kind. Zelfs zijn naam werd veranderd van Abram naar Abraham dat “vader van vele volkeren” zou beteken. De wens om een zoon was zijn alles. Met het offer was het alsof God hem vroeg: waar ligt je hart nu echt Abraham? Ben je bereid je externe identiteiten af te leggen om je ware identiteit in mij te vinden, in het vertrouwen dat ik voorzie? Dat ik altijd al voorzien heb? Het is mooi om in dat licht het Bijbelse verhaal wat verder terug te lezen. Terwijl Abraham met zijn zoon naar de berg onderweg is, vraagt Isaak hem: “We hebben vuur en hout, maar waar is het lam voor het offer?” (Genesis 22: 7). Waarop Abraham antwoordt met: “God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen” (Genesis 22; 8). 

Na de Spaanse mis liep een non die uit Venezuela afkomstig was op mij af. Zonder dat ik ook maar iets gezegd of gevraagd had zei ze: “Geef je hart aan Hem, God heeft al in het antwoord voorzien.” 

Ik verliet die dag als herboren de kerk.   

In de maanden daarop kwam ik het verhaal van Isaak en Ismaïl overal tegen. Mensen spraken me aan en vroegen mij: “Hé jij heet toch Mounir Ismaïl?” Ik kon de Bijbel niet openslaan of kwam op dat verhaal in Genesis 22 terecht. Kon geen kerkdienst bezoeken of ja hoor, er werd opeens gepreekt over het offer van Abraham (daar waar het toch niet de meest gangbare preekstof is). En zo begon ik mijn hart te toesten. Waar ontleende ik mijn identiteit aan? Wat was nu echt het centrum van mijn bestaan? Had ik de liefde voor een vrouw groter gemaakt dan mijn liefde voor God zelf? Klampte ik mij vast een de bevestiging van mensen, in plaats van mij bevestigd te weten in Gods eeuwige liefde? Meer dan een jaar lang worstelde ik met het offerverhaal van Abraham. Al die tijd lukte het mij niet mijn diepste wens – namelijk om met deze ene vrouw te zijn – op te geven, in het vertrouwen dat mijn hart misschien zou breken, maar zeker niet dood zou bloeden. Derde ik mijn liefde los te laten in de wetenschap dat God nooit toe zou staan dat mijn diepste zielenwens om een metgezel en levenspartner te hebben, daadwerkelijk met een dolk doorboord zou worden? Het antwoord op mijn vele vragen bleek inderdaad al uitgesproken. Het bleek niet zij te zijn… Maar de liefde vertrok niet met haar afscheid. Die groeide slechts. Achteraf bezien had ik mijn hart liever veel eerder aan God teruggegeven. Hoe pijnlijk en eng ook.

En nu is het dus Offerfeest. Vandaag in Nederland. Morgen in Marokko, Egypte en vele andere landen. Ik deel deze persoonlijke en tegelijk vrij theologische uiteenzetting omdat het verhaal van Abraham en zijn offer ons juist nu ontzettend veel te leren heeft. In deze tijden van grillige identiteitspolitiek zouden wij er allemaal goed aan doen ons hart eens heel goed te toetsen en ons af te vragen waaruit wij eigenlijk onze naam, status, karakter en zijn ontlenen. Bouwen wij op Gods liefde die in ons is, de creatie van ons echtste, diepste zijn, of hangen we ons “zijn” aan uiterlijke kenmerken en zogeheten verlengstukken van onszelf op? Onze partner? Onze kinderen? Baan en status? Kleur en afkomst? Zelfs overreligiositeit verwordt  steeds vaker tot identiteit op zich. We zouden onze samenleving een grote dienst bewijzen vandaag collectief onze krampachtige, één-dimensionale identiteiten, op te offeren om zo ruimte te creëren van een ontmoeting van hart tot hart.

Zoals Abrahams hedendaagse achterkleinkinderen nog telkens over de liefde van hun grootvader bekvechten, toont ons slechts dat wij nog steeds wanhopig ons hart in eigen bewaring houden. Blijkbaar is ons geloof – anders dan dat van Abraham – te klein om erop te vertrouwen dat God al in het offer heeft voorzien. Een offer dat groot genoeg is voor ons allemaal: moslims, christenen, joden en anders nog. Het was nooit Gods bedoeling Ismaïl of Isaak te doden, nochtans om Abrahams hart te breken. Hij bracht hen juist de bevrijdende wetenschap niet afhankelijk te zijn van iets dat buiten henzelf lag. Zo toonde God zich groot genoeg voor ons allen, zodat wij in elkaar geliefde broers en zussen van zijn creatie mogen zien.

Eid mubarak. Gezegend offerfeest allemaal.  

 

Net verschenen: God is groot: eten, bidden en beminnen met moslims (Uitgeverij Jurgen Maas) 
IN DIT BOEK VERKENT MOUNIR SAMUEL DE ROL VAN DE ISLAM IN NEDERLAND EN DE DAGELIJKSE GELOOFSBELEVING VAN ISLAMITISCHE JONGEREN. HIJ DUIKT IN DE VELE DUBBELLEVENS VAN JONGE MOSLIMS, SPREEKT MET AFVALLIGEN EN BEKEERLINGEN EN ONTMOET POLDERJIHADISTEN EN FEMINISTEN. IN HOEVERRE KAN EEN BELIJDEND CHRISTEN DE ISLAMITISCHE GELOOFSCULTUUR OMARMEN? VRAAGT HIJ ZICH HARDOP AF, KAN DE NEDERLANDSE SAMENLEVING DE ISLAMITISCHE CULTUUR EEN PLEK GEVEN IN DE MAATSCHAPPIJ, EN HOE GAAT DE RELIGIEUZE GEMEENSCHAP IN NEDERLAND OM MET PRANGENDE MAATSCHAPPELIJKE THEMA’S, ZOALS GENDERROLLEN, HOMOSEKSUALITEIT, RELIGIEUS FANATISME EN INTERRELIGIEUZE RELATIES? EEN AANTAL VAN DE HIER BOVENGENOEMDE VROUWEN KOMEN IN Dit BOEK UITGEBREID AAN HET WOORD.

KLIK HIER OM DOOR TE BLADEREN.

 

1 Reactie
  • c. Ale

    ik heb een gedicht geplaatst op gedichten.nl het heet:’Hou van mij zoals ik ben’ onder de naam C. Ale en gaat ook hierover. Ik had het al eerder gemaakt voordat ik jouw artikelen had gelezen. Ongelooflijk wat een dapper persoon ben jij, ik hoop dat je veel liefde zult tegenkomen in je leven..

    Beantwoorden

Geef een reactie

X