Blog

01 feb / Wat gebeurt er na de euforie?

Dit artikel verscheen gisteren (31 januari) in NRC Next en NRC Handelsblad.

Afgelopen dinsdag, op de ‘Dag van Woede’, begonnen de massademonstraties in Egypte. Voor het eerst sinds 1981, toen de Egyptische President Hosni Mubarak aan de macht kwam, doorbraken burgers de barrière van angst en passiviteit.

Als Egyptisch-Nederlandse zijn mijn hoofd en hart nu bij Egypte, waar mensen voor het eerst sinds 1952 weer voor hun vrijheid strijden. Dag en nacht zit ik gekluisterd aan de livestreams van BBC Arabic; Al-Jazeera English en Al-Jazeera Arabic. De tv staat op CNN. Ik bezoek de sites van Arabische kranten; volg Twitter. Ik zie beelden van woedende maar ook enthousiaste jongeren en families; zie hoe hoe in Cairo zowel aanhangers van de Moslimbroederschap als mensen uit alle lagen van de samenleving, van boeren tot kantoorklerken, om verandering roepen. En ik maak mij zorgen over mijn Egyptische familieleden en mijn vader (die op dit moment in Cairo is). Dinsdag en woensdag kon ik nog mailen en facebooken met mijn familie. Maar al snel was ik tot de telefoon veroordeeld, omdat de websites werden geblokkeerd en omdat sinds vrijdagochtend het hele internet plat ligt. Het zijn rare telefoongesprekken: mijn familie is bloednerveus en er bestaan sterke aanwijzingen dat de gesprekken worden afgeluisterd. Het mobiele netwerk ligt (grotendeels) plat, om te voorkomen dat demonstranten elkaar kunnen bereiken. Vrijdag was mijn familie nagenoeg onbereikbaar. Sinds zaterdag kan mijn vader wel weer sms’jes ontvangen, maar niet versturen.

Maar ik maak mij ook zorgen over de stabiliteit van Egypte. Wat begon als een schreeuw om brood en banen, is veranderd in een protest tegen de Egyptische autoriteiten, de corruptie, het gebrek aan vrijheid. Maar dit verzet wijst niet op een democratische revolutie. Binnen het volksprotest verschuilen zich politieke groeperingen, waaronder de islamisten van de Moslimbroederschap en andere radicale facties met banden in de hele regio (waaronder met organisaties als Hamas). Mensen uit deze groepen geven de demonstraties een grillig karakter; steken ministeries en partijbureaus in brand; zoeken actief de confrontatie met de politie en veiligheidstroepen. Zij willen geen democratisch Egypte, maar een islamitisch Egypte.

De meeste Egyptenaren willen niets liever dan verandering. Maar wat voor verandering? Niemand weet wie Mubarak zou moeten opvolgen. Egypte heeft geen sterk maatschappelijk middenveld. Er zijn geen goed georganiseerde partijen. De partijen die nog bestaan (zoals de Wafd-partij), zijn besmeurd door schandalen en corruptie. De Nationaal Democratische Partij (NDP) is door Mubarak verzwakt en uitgekleed. Als Mubarak verdwijnt, verdwijnt waarschijnlijk ook de NDP.

De revolutie in Egypte is een revolutie zonder leider en zonder plan. Weliswaar is iemand als Mohammed El-Baradei bij de demonstraties betrokken – Nobelprijswinnaar en voormalig hoofd van het International Atoomgemeenschap (IAEA) – maar hij is voor veel Egyptenaren teveel een buitenstaander, die te lang in het Westen heeft gewoond. En zelfs al zou hij de leiding nemen, dan nog ontbreekt in Egypte de juiste basis voor echte democratische hervorming. Er bestaat geen democratische of politieke cultuur; er zijn geen sterke maatschappelijke organisaties (behalve islamitische); geen sterke belangengroepen of vrije media. Egypte kent geen georganiseerde rechtstaat. En er is niemand in het land die wat voorstelt, zonder bevriend te zijn geweest met het regime. Als er nu direct verkiezingen komen, verwacht ik een grote winst voor de enige goed georganiseerde groep: de Moslimbroederschap.

De dagen van Mubarak zijn geteld. Zijn zoon en tot voor kort nog gedoodverfde opvolger Gamel Mubarak, zal hem niet meer op kunnen volgen. Het land lijkt te vervallen in chaos. Met afgrijzen zag ik de beschadigde kunstschatten in het Cairo Museum (het grootste faraonische museum ter wereld). Kort en klein geslagen door losgelaten gevangenen en dieven. Door heel Cairo razen bewapende bendes die plunderen, die mensen intimideren en winkels in brand steken. De politie heeft zich uit heel Cairo teruggetrokken, terwijl het leger een wat ambivalente positie inneemt. Zaterdag leek zij partij te kiezen voor de demonstranten, maar zondag intimideerde ze de tienduizenden demonstranten op het Tahrir-plein (Plein van de Vrijheid) met zeer laag overvliegende straaljagers. Ondertussen stijgt het dodental. Gruwelijke beelden van overvolle mortuaria met zwaar verminkte lijken druppelen langzaam binnen.

Al dagenlang word ik gefeliciteerd met de revolutie. Maar ik huil, ik huil om de doden en ik huil om mijn land. Ik ben trots op die demonstranten; hun eisen zijn eerlijk en terecht. Maar zonder visie en leiderschap leidt deze revolutie slechts tot chaos. Het enige waarop Egypte nu kan hopen is dat het leger snel de controle overneemt en een interim-regering instelt; of dat Mubarak uit eigen beweging aftreedt en vicepresident Soleiman interim-president wordt – tot er vrije verkiezingen komen. Dan zal de grondwet gewijzigd moeten worden, want onder de huidige wet zijn de meeste groepen en partijen niet verkiesbaar. Ik hoop dat er snel een leider opstaat die deze broodnodige hervormingen doorvoert; en dat de seculiere oppositie zich in een brede volkspartij zal verenigen als tegenwicht voor de Moslimbroederschap. Voor echte democratie heeft het land nog veel tijd nodig.

Monique Samuel (1989) is Egyptisch-Nederlandse, schrijver en politicoloog. Ze studeert International Relations and Diplomacy aan de Universiteit Leiden

Geef een reactie

X