Blog

25 jan / Wanpraktijken

Dakar – In de auto met drie pasverworven “neven” en hun vriend. De muziek dreunt uit de spakers. Er wordt gerookt en gelachen. Wie niet beter weet zou denken dat het een uitje van vijf vrienden betreft. Maar we rijden niet zomaar al een uur door Dakar. We zijn op weg naar het familiehuis van een tiener die de telefoon van een van de moeders gestolen heeft. Op het moment dat we de straten inrijden, wordt de sfeer ernstig. Capuchons worden omgedaan. Grimmige gezichten opgezet. De schouders breed gemaakt. Daar gaan ze dan, terwijl ik in de auto achterblijf en toekijk hoe ze bij een wit-gekalkt huis aanbellen. Na een tijdje gaat de deur open. De oudste voert het woord. De anderen vormen een dreigend cordon achter hem. De dief in kwestie blijkt echter gevlucht. Lachend stappen de mannen even later de auto in. “Ze zijn doodsbang!” roept de één tevreden. “Dit vergeten ze nooit meer!” zegt een ander.

Een dag later ben ik zelf het slachtoffer van telefoondiefstal. Op de grote markt van Kolaban in Dakar word ik rond het middaguur door vijf mannen omsingeld, van alle kanten bestaat en van m’n telefoon en een deel van het losse briefgeld in m’n zak beroofd. M’n paspoort en volledige portemonnee had ik voor de zekerheid al in m’n kamer gelaten.

De vingervlugge diefstal van m’n gloednieuwe telefoon, de aangifte voor de reisverzekering een ander. Drie dagen lang bezoek ik de een na de andere politiepost. “Kom over een uur maar terug.” “Morgen.” “Je moet terug naar de post waar je aangifte hebt gedaan.” “Deze zaak behoort aan een ander district.” En zo gaan de constant geïmproviseerde excuses maar door. Ik word samen met m’n gastheer, een Malinese-Afro-Amerikaan uitgelachen, weggejaagd en zelfs uitgescholden. “Wie gaat er dan ook naar Kolaban?’ is de universele reactie die we in ieder aftands politiekantoor krijgen. Het zijn grimmige, troosteloze plekken. Mitrailleurs staan vrij tegen de muur. Uitgehongerde gevangen kijken hopeloos uit de krappe cellen, terwijl ze de besmeurde tralies vasthouden. Voor een van de posten staat een wankel tafeltje met daarop een houten bak vol identiteitskaarten van taxi-chauffeurs. Daarnaast de rij van de eigenaren in kwestie die voor een bedrag van respectievelijk 3000 tot 5000 Sefa (zo’n 4,5 tot 7.5 Euro) hun kaart weer terug mogen kopen. Het is een goede business.
Officieel bestaat er een aangifteformulier dat aan een loket kan worden gekocht. Maar dat wordt ontkend. In plaats daarvan stelt een vrouw in burgerkleding een onleesbaar handgeschreven brief op. Gewoon op een wit A4’tje. Tegen betaling natuurlijk. 1000 Seifa of 1,5 Euro.En daar komt het probleem: voor mijn reisverzekering heb ik een stempel nodig. Er is geen beginnen aan. Terwijl ik door besmeurde gangen loop en of afgebladderde deuren klop, hij ik toe hoe administratief personeel slapend over tafels hangt, agenten in gelikte uniformen als kleine dictators de boel besturen en slachtoffers van diefstal of erger wanhopig rondlopen. Of de persoon in kwestie nu beroofd is of verkracht, de antwoorden zijn altijd hetzelfde. “Wat deed je daar dan?” “Waarom liet je de deur open?” “Waar was je man, broer, neef?”  En vooral: “Wat doe je hier?”

Tenslotte besluit ik het met een Senegalese vriendin nog een keer te proberen. We zoeken een post aan het einde van de straat. Op het moment dat we binnenlopen duikt net het hoofd van een gevangene vanachter de balie op. Om onduidelijke reden zit hij niet vast in een cel, maar wordt hij als een hond aan de grond gehouden naast de commandant. Onmiddellijk begint de agent te razen en met zijn gummiknuppel en blote hand op de man in te slaan. “Niet kijken,” fluistert de vriendin snel. “Anders krijgen we problemen.” Het regent doffe klappen. Een secretaris schrijft onverstoorbaar door in een groot schrift. Voor onze vraag is geen tijd.
Met een politie die niet alleen door en door corrupt is en buitengewoon gewelddadig, maar ook nog eens weigert iedere verantwoordelijkheid te nemen is het begrijpelijk dat mob justice in Senegal aan de orde van de dag is. Mensen gaan er zelf op uit op zoek naar de dader en intimideren hem en z’n familie, of nemen op anderszins wraak. De telefoon van de moeder wordt enkele dagen later door een doodsbange tiener teruggebracht. De inhoud is gewist, maar het toestel werkt nog. De mijne is nooit teruggevonden en een stempel op de kopie van het handgeschreven A4’tje heb ik nog steeds niet.

Geef een reactie

X