Blog

06 dec / Wachten op een doorbraak van de gendernorm (m/v/x/nvt)

Er lijkt een ware hype te zijn ontstaan rond de transgender. Tegelijkertijd tonen de media en de samenleving steeds sterkere genderstereotypen. En de taal is ook niet klaar voor een derde geslacht.

door Mounir Samuel in de Groene Amsterdammer. 

Van hij is een zij  van KRO-NCRV, naar transmodellen in de Linda Man, Love me Gender bij de EO, de documentaire Transit Cuba van BNN-VARA, Louisa & Rosanna, onze transgender liefde op het “vrouwenkanaal” TLC tot een transmodel voor Nike en een stroom aan krantenartikelen in de landelijke pers: er lijkt geen ontkomen aan het grote T-woord. Trans is the new gay à la autumn is the new spring.

De opkomst van de transgender-persoon in de media werd ingeluid door de zeer publieke transitie van de Amerikaanse televisiepersoonlijkheid en ex-atleet Bruce naar Caitlyn Jenner, die in april 2015 haar naams- en genderverandering publiekelijk bekendmaakte. De ophef die rond zijn persoon, en het fenomeen ‘transgender’ ontstond, waaide snel over naar Europa en veroverde ook hier in Nederland de media. Het bekende programma Hij is een zij, gepresenteerd door Arie Boomsma, was al een tijdje op de buis te zien en Maxime Februari gaat nu toch echt al een aantal jaar als zodanig door het leven, maar de huidige mediahype en commerciële rage met trans-modellen en een groeiend aantal BT’ers (Bekende Transgenders) neemt sinds een jaar pas een vogelvlucht. Na een internationale golf van zogeheten ‘homohuwelijken’, lijkt de westerse wereld klaar vooreen nieuw ‘emancipatiepunt’. Of zijn het misschien vooral de media die op zoek zijn naar een nieuwe kwetsbare minderheid om haar lens op te te richten? Wie de grote hoeveelheid programma’s ziet zou toch het laatste denken.

Wat de hele stroom aan programma’s, artikelen, interviews en documentaires gemeen hebben is een ongekende obsessie met de vondelingen van het lichaam. Hij is een zij, heeft daarin de trend gezet. Veilig aan de hand genomen door Arie Boomsma volgt de kijker de levens van verschillende transgenders en hun medische proces. Hormonen. Borstoperaties. Borstvergrotingen. Geslachtsoperaties. Logopedie voor de dames. Er wordt veel in en rond het VUmc en het Gronings Medisch Centrum gefilmd. De arts legt uit hoe de procedure werkt. De deelnemers in kwestie delen hun angst en spanning voor de volgende stap. De overkoepelende boodschap lijkt vooral deze: hij is eigenlijk geboren als een meisje, maar dankzij de geweldige professionaliteit van het VUmc en de steun van liefdevolle ouders, begripvolle vrienden en solidaire klasgenoten is hij nu helemaal man. Wat is de wetenschap toch knap en wat zijn we als samenleving toch ver!

Het programma hielp wellicht het fenomeen van de transgender als zodanig meer bekendheid te geven, maar deed ook precies dat: het maakte van transgenders een interessant fenomeen. Een biologisch fout die door hormoonbehandelingen en medisch ingrijpen kan worden gecorrigeerd die de kijkers vanaf een comfortabele afstand op de buis kunnen volgen, zonder zichzelf op hun eigen opvattingen te hoeven bevragen. Vragen over genderrollen en de maatschappelijke opvattingen over wat dan ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ zou zijn worden niet gesteld en komen zeker in het programma hij is een zij niet aan bod.

Tevens blijft de vraag achterwege naar welk beeld deze transmannen en -vrouwen eigenlijk worden gemodelleerd. De jongens willen paintballen, de vrouwen kopen onder groot enthousiasme van Arie Boomsma voor het eerst een avondjurk of lingeriesetje. De box van de ene gender, wordt simpelweg ingeruild voor de ander. Puzzel opgelost. Verwarring weggenomen. Klaar. We kunnen allemaal weer ademhalen. Het is even wennen, dat van ‘hij’ naar ‘zij’, maar als het  slopende medische traject achter de rug is en de persoon in kwestie er vrij goed ‘gelukt’ uitziet, is het probleem weer opgelost.

Dat veel mensen zich niet thuis voelen in hun gender, of vooral genderrol, en eerder een maatschappelijke dan fysieke transitie ambiëren lijkt onbespreekbaar. Voor hen ligt het probleem niet bij hun eigen biologische geslacht, maar bij het externe geslacht dat de samenleving een persoon in één oogopslag toebedeelt, met alle behorende verwachtingen en eisen van dien. Maar dit is niet het onderwerp van de collectieve transfascinatie. Die gaat immers over de transitie van de participant, niet van de kijker. Gender queers? Wat zijn dat? Een derde geslacht? Het moet vooral niet te moeilijk worden.

Ik ben onbedoeld en ongewild onderdeel van een hype. Misschien zelfs de belichaming daarvan. Keer op keer zie ik mijn naam weer in de landelijke kranten opduiken in lange uiteenzettingen en analyses over de ‘opkomst van de transgender’. Sinds mijn bekendmaking op 5 juni vorig jaar van mijn naamsverandering en wens voortaan als ‘hij’ te worden aangesproken, voer ik de transgender-lijstjes met stip aan. Transgender is niet alleen mijn ogenschijnlijke identiteit, maar zelfs mijn nieuwe functiebeschrijving. In het Radio 1-programma De dagwacht, waar ik aanschuif om te spreken over ‘succes en schrijverschap’, word ik aangekondigd als Mounir Samuel: transgender. Het verdere interview gaat over hormonen en biologische veranderingen. ‘Mounir Samuel is in transitie en hij valt nog steeds op vrouwen’, kopt Trouw in de lead bij een interview over mijn roman.

Ik definieer mijzelf helemaal niet als transgender. Ik kwam niet uit ‘de kast’ als de volgende transman, maar als mezelf. Mounir. Gender queer. Een vrouwelijke man, geen mannelijke vrouw. Dat gaat voorbij mannelijk feminisme; al ben ik dat ook, een overtuigde mannelijke feminist. Sterker nog, ik word het steeds meer nu de vastomlijnde genderverhoudingen en genderrollen steeds pijnlijker voelbaar worden. Hoe is het mogelijk dat mannen nu wel luid kunnen lachen om de grappen die ik twee jaar geleden ook al maakte? Mijn vroegere ‘feilheid’ nu gezonde ‘ambitie’ heet? Ik geen ‘bitch’ ben, maar gewoon een ‘leuke gozer’? Althans dit geldt voor degenen die daadwerkelijk mijn gender erkennen, voor de meesten blijf ik, zelfs nu ik vol in transitie ben, nog steeds een vrouw.

Taal blijft een groot obstakel, zo bleek opnieuw bij een uitzending over gender-neutraal opvoeden van Jacobine op Zondag. Niet alleen ben ik iets wat in de Nederlandse taal niet eens bestaat. Bij gebrek aan de juiste woorden lukte het de tafelgasten niet tot de inhoud van het gesprek te komen. In plaats van een inhoudelijke discussie over hoe meisjes en jongens al vanaf vroege leeftijd volgens uitgesproken gender-stereotiepe opvattingen worden opgevoed, verwaterde het gesprek al snel in een transgenderdebat, met als slotconclusie de vertrouwde gezwollen woorden van Dick Schwaab dat ‘het catastrofaal moest zijn voor een meisje om in het verkeerde lichaam te zijn geboren’. Persoonlijk heb ik echter niet het gevoel in het verkeerde lichaam, als wel in de verkeerde tijd te zijn geboren en: de verkeerde samenleving misschien. Kende de Native-Americans immers al het concept van double-spirited, en werkt in Thailand the ladyboy vanzelfsprekend als politieman of hotelmanager, in Nederland moet je als man vooral geen mascara gebruiken of als vrouw het haar millimeteren en dan nog knap willen worden bevonden.

Het ontbreekt de Nederlandse taal nog steeds aan een non-binair voornaamwoord, dus een derde woord als alternatief voor ‘hij’ of ‘zij’. Voor Transgender Netwerk Nederland reden om afgelopen mei de ‘verkiezing van het non-binaire voornaamwoord’ uit te schrijven. Winnaar werd ‘hen’ of ‘die’. in plaats van ‘hij’ en ‘zij’. ’Hen’ komt naast ‘hem’ en ‘haar’ te staan en ‘hun’ zou als bezittelijk voornaamwoorden ‘zijn’ of ‘haar’ aanduiden. In het dagelijkse gebruik zou dit dan als volgt klinken: ‘Ik hou van Renée, die is schrijver. Ik ken hen van hun signeersessie.’  Hardop uitgesproken voelt deze zin misschien wat gekunsteld. Het spreektalige ongemak zegt wellicht meer over een gebrek aan acceptatie en gewenning.

Het probleem van het gebrek aan een non-binair derde voornaamwoord blijkt goed bij Facebook. Kan de Amerikaan uit 71 gender-oriëntaties kiezen: op de Nederlandse versie van Facebook zijn er twee ‘man’ en ‘vrouw’. Sinds een tijdje kun je ook kiezen uit ‘aangepast” en daar zelf een gender-oriëntatie neerzetten. Een lijstje bestaat er echter niet, want het breekt de Nederlandse taal aan woorden voor mensen als ik. En kan op de Engelstalige versie van Facebook gekozen worden uit het voornaamwoord ‘he’, ‘she’ and ‘thy’, op mijn Facebook heb ik slechts keuze uit ‘hij’, ‘zij’ en het ongemakkelijke ‘hij/zij’ bij gebrek aan derde alternatief.

In Zweden experimenteren ze ondertussen ruimschoots met het geslachts-neutrale persoonlijk voornaamwoord hen. Verschillende Zweedse scholen zijn afgelopen jaar begonnen met het introduceren van genderneutraal onderwijs, waarbij leerlingen met een onzijdig voornaamwoord worden aangesproken en zogenaamd jongens- en meisjes-speelgoed is vervangen voor algemeen educatief vermaak. Ook de kinderboeken zijn daar vervangen, niet langer red de prins de prinses, zijn de jongens piraten en meisjes de grote trofee, maar zijn de karakters genderloos. In het geval van duidelijke mannelijke en vrouwelijke karakters, zijn de meisjes net zo slim, snel, avontuurlijk en goede voetballers als de jongens in het verhaal.

Nederland lijkt nog lang niet klaar voor een derde geslacht, doorbraak van de gender-stereotypen of een hogere mate van gender-fluïditeit. De politiek neemt daarin weinig een voortrekkersrol. Terwijl de Nederlandse regering vluchtelingen dwingt een verklaring te tekenen waarin ze onder andere homoseksualiteit moeten accepteren en weigering of ‘overtreding’ van een dergelijk contract resulteert in een boete tot 1250 euro, keldert de positie van Nederland op de Rainbow List van het ILGA Europa (International Lesbian, Gay, Bisexual, Trans and Intersex Association). Bij het jaarlijkse onderzoek van deze LHBT-alliantie wordt gekeken naar een wijde range van indicatoren zoals politieke en economische gelijkheid, familierecht, hate  speech, gendererkenning, vrijheid van meningsuiting en (roze) asielrechten.

Was Nederland ooit koploper met openstelling van het burgerlijk huwelijk voor echtparen van hetzelfde geslacht, nu staat het op de elfde plaats (in 2015 nog zevende) als het om LHBT-vriendelijke wetgeving in Europa gaat. Koploper is Malta, gevolgd door België, het Verenigd Koninkrijk en Portugal. Een typisch geval van de wet van de remmende voorsprong. De overtuiging dat we als samenleving zo tolerant zijn en onze wetgeving prima voor elkaar hebben, leidt tot zelfingenomenheid en verslapping. De winst is toch al behaald? Het homohuwelijk doorgevoerd? Ondertussen wordt het mannelijke homoseksuele echtparen in Nederland, mede door het verbod op draagmoederschap, vrijwel onmogelijk gemaakt om kinderen te krijgen, heeft een transgender een verklaring van een psycholoog nodig om zijn geslacht te kunnen veranderen, die bevestigd dat hij aan ‘genderdysforie’ als psychische afwijking lijdt en is er geen enkele juridische (of maatschappelijke) erkenning van de gender queer of genderfluïde persoon.

Zo kan men op het paspoort in Nederland maar twee geslachten kiezen. Een x als geslacht op het paspoort is al sinds de jaren vijftig erkend door de VN. Toch roept het afschaffen van de gendervermelding op het paspoort veel debat in de Tweede Kamer op. In een groeiend aantal landen – voornamelijk in Azië – behoort het kiezen van een onzijdig, derde geslacht wel tot de mogelijkheid. Koploper was Nepal, waar het Hooggerechtshof in 2007 al oordeelde dat het slechts erkennen van twee geslachten discriminerend is. Het was het eerste land dat een derde gender op het bevolkingsregister en later ook het paspoort erkende.

India, dat vijf tot zes miljoen zogeheten hijras (de naam voor male-to-female transgender personen in India, Pakistan en Bangladesh) kent, schaarde deze groep tot voor kort onder de verzamelnaam ‘eunuch’, hoewel slechts tien procent van deze trans-vrouwen zichzelf zo definieert. Sinds 2009 bestaat er een neutrale aparte subcategorie voor intersekse- en transgender-personen op stembiljetten. Ook de islamitische landen Pakistan en Bangladesh hebben een non-binaire genderstatus aangenomen. Duitsland was het eerste Europese land dat een derde gender accepteerde. Tevens geeft de nieuwe wet kinderen met een intersekse-conditie (een op de 2000 geboren baby’s die geboren worden met een dubbel of onduidelijk geslacht) de optie met een onzijdig geslacht door het leven te gaan en pas op volwassen leeftijd hun eigen gender te kiezen. Tot voor kort kregen ouders één week de tijd om het gender van het kind te registreren, wat vaak tot overhaaste chirurgische ingrepen leidde. Denemarken en Malta volgden Duitsland met een derde non-binaire geslachts-status. Ondertussen was Australië het eerste Westerse land dat burgers de optie van een x, gedefineerd als ‘indeterminate/intersex/unspecified’ op het paspoort biedt. Nieuw-Zeeland volgde snel.

Waar de politiek het genderdebat graag aan de media en de samenleving overlaat, tonen deze steeds sterkere genderstereotiepen. Weg is de gender-bender van de jaren negentig. De gender-uitingen lijken steeds vastomlijnder met baardige mannen en bijna geen vrouwelijke generatiegenoot zonder lang haar. Ooit was Lego er voor iedereen, sinds eind jaren negentig is er speciale meisjes-Lego in roze-paarse uitvoering. Hetzelfde geldt voor bijna alle andere typen van speelgoed; van roze skates tot smartphones, van prinsessenvoetballen tot speciale meisjes-computergames. Voor volwassenen is het al niet veel anders: vrouwentijdschriften liggen in het schap bij het bordje ‘Vrouw’, nieuws en actualiteit bij ‘Man’. Er zijn speciale kookboeken voor mannen, eigen mannelijke Allerhande-edities, vrouwen- en mannenbier en ga zo maar verder.

Het transgenderdebat speelt daar naadloos op in en verplaatst het probleem van de samenleving naar het individu. Nu is iedere masculiene vrouw gewoon heimelijk een transman en een feminiene man klaar voor operatie.

Terwijl omstanders voorzichtig in mijn spierballen knijpen en alles willen weten over mijn baardgroei blijft de discussie uit over genderrollen en wat nou een man of vrouw definieert. Vrouwen willen voorbij de vele uiterlijke veranderingen nog wel weten hoe dat nu is – man zijn – mannen blijken lang niet zo in de psychologische verschillen geïnteresseerd. Het enige wat zij willen weten is of mijn libido inderdaad omhoog schiet, om dan gerust adem te kunnen halen: aan die overmatige seks-drive kunnen ze dus echt niets doen.

Operaties, operaties, alles gaat over operaties. En of ‘ie dan stijf wordt, die ‘ombouw-penis’. Maar ik heb geen mannelijk geslachtsdeel nodig om man te zijn, dat ben ik al, dat was ik al die tijd al zelfs.

Waarom ik zo graag ‘meneer’ wil worden genoemd? Los van het feit dat ik simpelweg een man ben, heb ik de erkenning van mijn vrouwelijkheid altijd gehad. Van mijn man-zijn heb ik die echter nooit gekregen. Maar liever zou ik beide gender-polen volledig ontstijgen.

De huidige transhype bevestigt deze polen juist. Zie bijvoorbeeld het datingprogramma Love me gender van de Evangelische Omroep, dat welbeschouwd een stuk minder verrassend of progressief is dan het op het eerste gezicht lijkt. Terwijl de ledenopzeggingen en woedende brieven bij de omroep binnenstroomden naar aanleiding van de aanstelling van de Remonstrantse homoseksuele predikant Tom Mikkens en een niet nader gedefinieerd ‘homo-emancipatie programma’ door de omroep wordt uitgesteld, volgt er op de datingshow een stuk minder protest. In lijn met dezelfde gedachtengang als die door de Islamitische Republiek Iran wordt gehanteerd, waar homo’s worden gestenigd maar geslachtsoperaties door de staat worden betaald, is een transman die braaf met een vrouw trouwt gewoon weer ‘hetero’. Het koste even moeite een medische ingreep op Gods schepping te aanvaarden, maar alles beter dan een afwijkende seksuele geaardheid, zo lijkt het. Aan het programma doen dan ook geen homoseksuele transgender-personen mee. Dat past ook niet in het beeld van de stoere mannen, of ranke dames zoals transgenders binnen en buiten het programma worden gepresenteerd. Denk aan de lingerie- of onderbroekmodellen op de grote billboards pronken en nauwelijks van ‘echt’ zijn te onderscheiden.

Gender en seksualiteit zijn totaal losse gegevens, maar blijven door media en maatschappij voortdurend met elkaar verbonden en worden in het geval van een afwijking van de norm enorm geërotiseerd; een exotisch seksueel-object waar men al zijn fascinaties op projecteert zonder de eigen opvattingen ter discussie te stellen.

Met een steeds groter uitdijend acroniemenalfabet van LHBT (lesbisch, homoseksueel, biseksueel en transgender) naar LGBTQIAP (toevoeging: queer, intersekse, a-seksueel, pan-seksueel), proberen we greep te krijgen op mogelijke seksuele oriëntaties waarvan herhaaldelijk blijkt dat zij niet alleen fluïde zijn, maar ook veranderlijk in de tijd. Zo toonde onderzoek van Gerulf Rieger van de Universiteit van Essex eerder dit jaar aan dat vrouwen ‘respectievelijk biseksueel of lesbisch zijn, maar feitelijk nooit hetero’. De 345 vrouwelijke participanten bleken in vrijwel alle gevallen even gevoelig voor afbeeldingen an vrouwelijk naakt, of lesbisch-erotisch pornografisch materiaal als mannelijke. Seksuoloog Alfred Kinsey ontwikkelde al in de jaren vijftig de zogeheten Kinsey-schaal, waarop zich vijf stadia tussen een uitsluitend heteroseksuele of uitsluitend homoseksuele oriëntatie bevinden. De schaal loopt van nul tot zes. Kinsey definieerde zichzelf als een perfecte drie, gedefineerd als: ‘equally homosexual and heterosexual; bisexual.’

De Kinsey-schaal zegt echter niets over iemands gendergedrag. Een man kan buitengewoon feminien zijn maar zichzelf als een perfecte nul definiëren, ergo: ‘exclusively heterosexual’. Andersom kan een zeer masculiene man een ronde zes zijn. De maatschappij ziet dit echter niet zo. Uit angst voor homo te worden aangezien, dwingt dit mannen zich vaak meer masculien voor te doen dan zij daadwerkelijk zijn. Ondertussen worden masculiene vrouwen als ‘pot’ weggezet terwijl bij feminiene vrouwen lesbisch ‘gedrag’ eender als een fase of spannend seksueel experiment dan als daadwerkelijk seksuele oriëntatie wordt beschouwd.

De maatschappelijke opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid bepalen niet alleen de norm op straat, maar hebben ook een steeds duidelijker weerslag op de LHBT-gemeenschap in Nederland. ‘Wat doe jij hier?’ wordt mij op vrouwenfeestjes gevraagd. ‘Je bent toch hetero?’ Bij de Koningsnachtviering bij het homomonument wordt me gezegd op te hoepelen. ‘Het heterofeest is op het Rembrandtplein hoor.’ Transmannen worden geweerd uit homosauna’s en weggepest uit wc’s van gay-bars. Zoals heterovrouwen schrikken van de plotselinge aantrekkingskracht die ze mogelijk voor een transman of queer voelen, zo schrikken lesbiennes en homoseksuelen om dezelfde reden. Vallen op een transgender of queer gooit immers alle hokjes omver en roept vragen over seksuele geaardheid op. Denk je net een ‘unieke minderheid’ te zijn, blijk je toch gewoon weer ‘hetero’.

Genderfluïditeit wordt binnen de gayscene vrijwel net zo hard afgerekend als in de heterowereld. Er wordt bij homoseksuelen onderscheid gemaakt tussen de befaamde top en bottom (en nog zo’n twintig (sub)categorieën). De pikorde is duidelijk. Lesbiennes laten zich juist graag femme maar niet butch noemen. En ook voor transmannen zijn er onderverdelingen. In het verlangen door de heteroseksuele buitenwereld als een ‘echte man’ te worden gezien, kijkt de transmasculiene man neer op de transfemme die net wat ‘vrouwelijker’ is. En zijn veel transvrouwen meer ladylike dan welke grande dame dan ook.

‘Het gaat erom of je passt‘, legt een transvriend mij uit. ‘Word je door de buitenwereld volledig als man gezien, of als trans?’ Uiteindelijk wil de transgender-persoon, begrijpelijkerwijs, gewoon naar zijn daadwerkelijke geslacht worden gezien en niets anders. Maar er is meer dan trans- of cis-gender (de Engelstalige uitdrukking voor mensen wier genderoriëntatie overeenkomt met hun geboorte-geslacht). Als de afkeer van nichterigheid, vrouwelijkheid of feminien gedrag binnen en buiten de homogemeenschap iets laat zien is het wel dat vrouwen anno 2016 nog steeds als fundamenteel minderwaardig worden beschouwd. Daarom lijkt er meer begrip te bestaan voor de transman dan de transvrouw en brengen ouders eerder hun zoon in prinsessenjurk dan hun dochter die in bomen klimt naar het VUmc (onder volwassenen gaat de verhouding van aanmeldingen van trans-mannen en trans-vrouwen wel steeds meer gelijk op).

Gender is een continuüm, waarin niet alleen de genderfluïde persoon, maar feitelijk iedereen tussen de binaire genderpolen bekneld raakt. Zoals de schaal van Kinsey inzicht in iemands seksuele oriëntatie geeft en de mogelijkheid biedt over tijd van het ene naar het andere stadium te verschuiven, zo zou er ook een genderschaal moeten worden ontwikkeld met verschillende schijven tussen uitgesproken feminiene- en uitgesproken masculiene-uitingen. Deze schaal zou verticaal op de Kinsey-schaal kunnen worden aangebracht zodat er een grafiek ontstaat waarbij ieder individu zich vrijelijk in het speelveld van zowel gendergedrag als seksuele oriëntatie kan positioneren.

Zie het als een eindeloze wolk puntjes, waarbij je je zelfs per dag wisselend op de masculiene-feminiene schaal kan bewegen zonder dat dit gevolgen heeft voor je seksuele positionering (of andersom). Het openbreken van de gendernormen – waarbij je de ene dag feminien en de andere dag meer masculien gedrag, kleding
-uitingen of rolverdeling aan kan nemen – bevrijdt ons in één keer uit het keurslijf van gendernormatieve verwachtingen en geeft erkenning aan de fluïditeit die in ieder van ons zit.

mounir_cover_hr-1


Koop in deze donkere dagen, het licht van Mounir Samuel’s roman Liefde is een rebelse vogel. Voo
r meer informatie klik HIER.

 

“De boodschap? De liefde opent je hart en je blik. Ze laat grenzen vervangen.” De Boekenkrant.t

 

Geef een reactie

X