Blog

28 jan / De comeback van God in Europa

Nietzsche is dood, de behoefte aan religie en spiritualiteit zijn terug van nooit echt weggeweest.

“God is dood,” werd mij tijdens eerste college op de Universiteit Leiden op luide toon door mijn professor politieke filosofie duidelijk gemaakt. De professor citeerde daarmee de Engelse realist Thomas Hobbes (1588-1679) die eeuwen voor Friedrich Nietsche al deze befaamde uitspraak deed. De meerderheid van de studenten knikte braaf. Maar in mijn rij riep de uitspraak verbijsterde reacties op. Al op mijn eerste college-dag was ik onbewust en onbedoeld op de “allochtonenbank” belandt. Hier zat ik dan ingeklemd tussen een joodse Israëlier, een katholieke Syriër, een sji’itische Libanees, Iraanse atheïst en soennitische Irakees, naar een wetenschappelijke uiteenzetting te luisteren over de dood van een God die in mijn ogen toch echt springlevend is.

Mijn professor sprak in het vertrouwen dat zijn these voor ons kersverse studenten toch overbekende kost is. Als kind van de massale ontkerkelijking die in de jaren ’60 in Noordwest-Europa werd ingeluid en sindsdien nooit meer gestokt is, kon hij zich waarschijnlijk niet voorstellen dat anno nu jongeren daadwerkelijk met heel hun hart in deze “dode” God geloven. Maar mijn vrienden en ik zijn niet alleen kinderen van een andere wereld waar God letterlijk op iedere straathoek aanbeden wordt, maar ook van een andere tijd. Wij groeiden op in de nasleep van elf september en werden alleen al door onze afkomst vaak ongewenst en ongewild onderdeel van een hevig reli-debat, waardoor wij ons met geen mogelijkheid aan de rol van God en godsdienst in ons persoonlijk leven, maar ook in die van de totale samenleving, konden onttrekken. Onthutst keek de westerse wereld naar jonge, gladgeschoren, hoogopgeleide mannen, die in naam van God, Allah dus, een jihad of heilige strijd aanbonden met de zogeheten kruisvaarders en zionisten: de ongelovige kefirs. Het idee dat een mens zichzelf zou doden, en in zijn dood duizenden meeneemt, omwille van religieuze beginselen als martelaarschap en paradijs ging er maar moeilijk in. Zelfmoord in naam van God is ongelijke oorlogsvoering voor een ongelovige westerling, die met concepten als eer en familie steeds meer vervreemd is geraakt en het bidden allang is verleerd. Met het aantreden van de war on terror werd de postmoderne westerse samenleving dan ook voor een grote uitdaging geplaatst. Wilde zij deze ongelijke strijd winnen dan moest zij zich gaan verdiepen in die islam, die onderwerping aan iets waar hier zo weinig geloof aan wordt gehecht. Tijdens colleges putten professoren zich uit in sociaaleconomische verklaringen voor de gedragingen van terroristen als Mohammed Atta of onze eigen Hollandse polderterrorist Mohammed B die Theo van Gogh de keel afsneed. Maar geld kan de ziel van een zelfmoordenaar niet ontleden. En dus keerden mijn medestudenten zich steeds vaker in de richting van de multicultiebank. Wij baden immers en lazen de Heilige boeken. Wij begrepen wellicht, wat een mens toch nauwelijks begrijpen kan.
Ondertussen won rechts, extreemrechts en het populisme aan invloed. In Nederland was er Pim Fortuyn, in Vlaanderen Filip DeWinter. In hun gretigheid de angst tegen de islam te voeden benadrukten zij telkens weer de joodschristelijke en humanistische wortels van Noordwest-Europa. Tegen de sterke religieuze propaganda van de heilige strijd, moest een wapen worden gevormd dat net zo sterk aan de harten van de mensen appelleerd en wat zou dat anders moeten zijn – nu in de jaren ’90 zelfs links haar politieke veren had afgeschud – dan godsdienst?
Elf september was geen aanleiding van de plotselinge maatschappelijke veranderingen, zij was slechts een publiek keerpunt die het onbespreekbare voor het eerst woorden gaf. Het sluimerende ongemak met de oprukkende hoofddoekjes op straat, de vreemde talen in de trein, rare geuren in de straten en nieuwe kleuren op de bedrijfsvloer bestond immers al langer. Het leek alsof Europa met een shock wakker werd. Van de een op de andere dag waren traditionele Hollandse en Vlaamse namen in de geboorteregisters verstoten door Mohamed, vaak nog op drie verschillende wijzen gespeld.
Maar niet alleen Mohamed, Zeinab en Aicha staken de grens over. Ook David, Yoshua, Mercy en Grace. Boedhisten, Hindoeïsten, maar vooral veel christenen afkomstig uit Sub-Sahara Afrika, Zuid-Amerika en het Midden-Oosten vonden de weg naar wat zij als het christelijke westen beschouwden om slechts tot hun schrik te ontdekken dat er weinig christelijks aan dat westen over was. En dus kwamen ook de zendelingen, uit Nigeria bijvoorbeeld. “U bracht het christendom naar ons, nu zullen wij Christus naar u terugbrengen,” zo vertelde een Afrikaanse zendeling op weg naar sin city Amsterdam mij. Alleen in Nederland al zijn er een miljoen christenenmigranten. Daarmee zijn zij én niet de moslims de grootste migrantengroep in Nederland. Ik kan het weten, ik ben één van hen.
Ik bespeur een nieuwe trend: niet alleen demografische en maatschappelijke gevolgen hebben God en religie in onze landen weer teruggebracht. Er is nieuwe ruimte en interesse – ja in deze onzekere tijden van meervoudige crisissen (economisch, sociaal, milieu, politiek) zelfs behoefte – aan spiritualiteit ontstaan. De jonge generaties twintigers en dertigers kent de haat niet waarmee onze (groot)ouders ooit de kerk hebben verlaten. Zij zijn in het ergste geval onverschillig, maar veel vaker geïnteresseerd. Ze kijken er niet raar van op dat hun klasgenoten de Ramadan houden en willen eigenlijk wel weten wat “wij” als niet-moslims dan behoren te geloven. Steeds meer kerken spelen proberen daar op in. Niet de traditionele kerken die godsdienst nog steeds boven God verheven. Maar thuisgemeentes, burger-inactieven zoals de vluchtkerk in Nederland waar een coalitie van christenen tot GroenLinkers op de bres voor illegalen sprong, jeugdgroepen die actief de straat op gaan en kerkend ie er alles aan doen maar vooral niet teveel kerk te zijn. Zo bezocht ik in Brussel de Vineyard-kerk, een charismatische evangelische kerk in een kale loods, barstens vol energie en leven. Hier klapten blank naast zwart, bad geel naast bruin en werd God in alle talen en vormen aanbeden. Deze bewegingen zijn weliswaar nog klein, maar groeiende. Ze zijn inclusief, tegen iedere fobie en bieden ruimte aan de zoekende ziel zonder het predicaat op alle antwoorden te hebben.
Toch zie ik bij mezelf en mijn generatiegenoten niet zozeer een hang naar georganiseerde religie – wij zijn immers wars van iedere vorm van organisatiestructuren – als wel naar spiritualiteit, bezinning, meditatie en gebed. Deze veel stillere ontwikkeling blijkt bijvoorbeeld uit de populariteit van yoga, zingevingsbladen, semi-spirituele auteurs als Paulo Coelho en hippe spoken word artists als Jefferson Bethke, de nieuwe trend van theologen als coaches van de ziel in het bedrijfsleven, de wijdverspreide coexist-ideologie van popartiesten als U2 tot India Arie of simpelweg de opkomst van een spreker zoals ik die sinds het verschijnen van mijn laatste boek “Dagboek van een zoekend christen” (dec 2012) geen dag rust had. Vanavond is voor mij slechts een volgend bewijs. Want voor een God die dood is, vind ik het wel zeer opmerkelijk dat ik bij mijn eerste publieke optreden in het ongelovige België juist op zoek naar God mag gaan.


Monique Samuel (1989) is een Egyptisch-Nederlandse politicoloog en auteur die in Nederland in 2011 algehele bekend verkreeg bij de uitbraak van de Arabische revolutionaire opstand.

Vanavond: 20.30-22.30 NONA Mechelen Monique Samuel op zoek naar God – meer informatie

Dit artikel schreef ik in opdracht van de Belgische krant de Morgen

By Mounir Samuel in Columns Tags > , , , ,
3 Comments
  • refter2012

    Prachtige column! Heel mooi!

    Beantwoorden
  • willemijn soer

    Ja deze trend is al enige tijd groeiende, de mens is wezenlijk een spiritueel wezen. Zingeving is zijn doel: waartoe ben ik op aarde? Monique, je helpt al die genen die naar hun leeggelopen kerk staren en zich afvragen hoe verder en je helpt de mensen die zo tot nieuwe initiatieven komen. Hier in Zeist viel het kruis van de Thomaskerk door de storm, het ziet er ellendig uit, het ligt nog steeds dwars over de straat, maar wie de tekenen verstaat begrijpt de roep om nieuwe initiatieven. Er zijn genoeg mensen die iets willen, maar het vuur moet nog vat krijgen. Wanneer kom je hier je inspirerende gedachten delen?

    Beantwoorden
  • Jan Hamer

    Volgens mij is hij nog steeds morsdood. Anders zou hij wel ingrijpen bij al de ellende waaraan onze planeet tegenwoordig blootgesteld wordt.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X