Blog

27 nov / Ik vraag jullie, welk land willen wij zijn?

‘Het lijkt er sterk op dat minderheden onderling geen brug kunnen slaan

Ik werd eind deze week gebeld met het dringende verzoek contact op te nemen met een 19-jarige actievoerder. In al zijn serieuze ijver om van Sinterklaas een inclusief feest te maken, had hij foto’s van zwartepietenetalages op Facebook gezet, waar hij eigenhandig een paar inclusievere alternatieven in had gephotoshopt.

Het bericht trok een hoop aandacht en zo kwamen de virtuele trollen op gang. Ze zouden hem weleens te grazen nemen. Ze wisten waar hij woont. Zwarte Piet zou hem ’s nachts een dodelijk bezoekje brengen, zo viel te lezen. Met vers in zijn geheugen het nieuws van de inbreekpieten aan het adres van Sylvana Simons en de ‘ga terug naar je eigen land’-pieten op een basisschool in Utrecht, zat de angst er direct goed in. Hij durfde niet meer naar huis.

‘Minderheden maken zich zogenaamd voortdurend schuldig aan slachtofferdenken’

Met – helaas – de nodig ervaring op dit gebied, werd mij gevraagd de actievoerder een beetje moed in te praten. Ik kon hem gelukkig een beetje geruststellen en een en ander helpen relativeren, maar het incident gaf me te denken.

Wat hebben we in de afgelopen weken gezien? Boze, extreemrechtse pro-pietdemonstranten die anti-zwartepietdemonstranten hun vrijheid van meningsuiting ontzeggen en straffeloos de snelweg platleggen. Een lesbisch koppel, dat in het hartje van Amsterdam in elkaar wordt gemept. Slachtoffers van seksueel geweld, die tot de grond toe worden afgebrand wanneer ze na jarenlang zwijgen eindelijk hun pijnlijke trauma’s aan durven te kaarten. Moslima’s, die bij de politie worden geweerd, omdat ze hun haar bedekken.

Het komt allemaal op hetzelfde neer: iedere vorm van zichtbare diversiteit is niet neutraal en minderheden zouden zich voortdurend schuldig maken aan slachtofferdenken, terwijl de maatschappelijke norm – wit, cisgender, seculier, heteroseksueel en, zeker in het geval van de politie, man – zogenaamd objectief is en wordt bedreigd door deze ontwikkelingen.

Ondertussen mag het allemaal niet heten wat het weldegelijk is: homofobie, transfobie, xenofobie, seksisme, islamofobie, intimidatie, opruiing, haatzaaiing, structurele ongelijkheid en institutioneel racisme.

Genoeg gemeenschappelijke deler voor minderheden, zou je denken. Maar helaas lijkt het er sterk op dat minderheden onderling geen brug weten te slaan. Dus de witte homoseksuele man gedraagt zich niet zelden net zo islamofoob en racistisch als zijn heteroseksuele seksegenoot. En biculturele groeperingen weten in veel gevallen onderling ook opvallend racistisch en homofoob te zijn.

‘Veel wit superioriteitsdenken en politiek populisme wordt in de homogemeenschap een warm hart toegedragen’

De spanningen, die op dit moment in de Nederlandse samenleving steeds grilligere vormen aannemen, komen in de homogemeenschap als een soort microkosmos van Nederland versterkt samen. Juist vanwege die gemeenschappelijke seksuele identiteit ontmoeten verschillende bevolkingsgroepen elkaar, die anders totaal gescheiden leven. Je zou vermoeden dat dit leidt tot groter onderling begrip en solidariteit, maar niets is helaas minder waar. Sterker nog, veel van het politiek populisme en het witte superioriteitsdenken dat in de afgelopen jaren gemeengoed is geworden, begon onder ‘homoheld’ Pim Fortuyn, en wordt in de homogemeenschap een warm hart toegedragen.

Ik schrik ervan hoe ik als ‘gekleurde jongen’ door witte mannen word benaderd en zonder gêne wordt aangerand. Hoe mij een soort verplichte dankbaarheid wordt opgelegd, omdat zij interesse tonen in een koelie als ik. Omdat ze van tevoren precies denken te weten wat ik geloof. In het geval van oudere lesbiennes en homoseksuelen wordt mij gevraagd dankbaar te zijn dat zij de strijd voor mij en anderen hebben geleverd. Maar dat hebben ze niet. Deze groepen zijn niet alleen in veel gevallen extreem transfoob, maar hebben ook geen enkel begrip voor biculturele LHBTIQ’s, die tegen veel meer maatschappelijke problemen aanlopen dan alleen hun geaardheid of genderoriëntatie.

Mijn vraag aan Nederland in het algemeen en aan de LHBTIQ-gemeenschap in het bijzonder is: welke samenleving willen wij zijn? Waar staan wij voor? En voor welk recht willen we nu echt vechten? Dat van ons eigen privilege, of dat van het recht op echte gelijkheid voor iedereen? Snoeren wij iedereen dermate de mond dat bussen met activisten onder zware politiebewaking worden afgevoerd, actievoerders hun huizen niet durven te verlaten en vrouwen niet meer zoenend over straat kunnen? Of staan we op en zeggen we: jouw recht is mijn recht en jouw pijn is belangrijker dan mijn eigen angst om mijn comfort en welzijn te verliezen?

Geef een reactie

X