Blog

28 feb / Vluchten voor een magere Jezus

Vluchten voor een magere Jezus

Op 25 februari 2011 maak ik de grote stap om me terug te trekken in een klooster.
Jaren heb ik het erover gehad, maar durfde het niet aan. Die stilte en devotie… dat was toch zeker niets voor mij? Maar uiteindelijk wist een vriendin mij heel eenvoudig over te halen. Door het mediacircus van de afgelopen weken wilde ik niets liever dan me terugtrekken in een grot en even helemaal onzichtbaar zijn. Abdij Lilbosch in Echt, Midden-Limburg, moest die grot worden. Een klooster tussen de landbouwvelden en varkensboeren, in absoluut het meest ultieme middle of nowhere wat je in het overbevolkte Nederland nog kan vinden.

Zodra ik uit het boemeltje stap (een trein kun je het niet noemen) ruik ik bos en mest.
Mensen praten onvervalst Limburgs – een dialect dat mij velen petten te boven gaat – en daardoor heerlijk rustgevend is. Ik kan ze niet verstaan, ik hoef ze niet te verstaan, ik kan gewoon lekker wegdommelen bij hun zachte stemgeluid. Maar het kriebelt ook wel. Er is zoveel aan de gang in de wereld en ik ben verstookt van nieuws, kranten, journaal en internet. Wat doe ik hier, denk ik terwijl ik de stille weg naar het klooster loop. Wil ik dit echt? Ik stop mijn handen nog wat dieper in mijn zakken en loop stevig door.

Bij de toegangspoort blijf ik staan. Er hangt een groot zwaar kruis aan een ijzeren ketting. De deurbel, neem ik aan. Langzaam trek ik aan het logge ding. ‘Daar gaan we dan,’ mompel ik zacht. ‘Op hoop van zegen.’ Een broeder in een witte pij met blauw overschort en een dik koord om zijn middel doet open. Hij draagt een keppeltje op zijn kalende hoofd en heeft over zijn pij een dikke bodywarmer aan. Met vrolijke pretoogjes kijkt hij mijn vriendin en mij aan. Net Broeder Tuck uit Robin Hood, denk ik. Met een bolle buik en een rond hoofd is hij het archetype bierdrinkende monnik – alleen de bodywarmer is iets te anno nu.

Eenmaal in het statige gastenverblijf staar ik naar de grote donkere kamerdeur. Langzaam steek ik de ouderwetse sleutel in het slot. Terwijl ik naar binnen stap knipper ik even met mijn ogen. Als ik weer scherp zie deins ik achteruit. Daar hangt Hij dan.
Een hele magere, haast skeletachtige Jezus van enorme omvang en dat aan een zeer donker zwaar kruis. Na een lange aarzeling loop ik langzaam verder. Het is een hele enge Jezus en z’n doekje hangt onzedelijk laag. Nee, dit kan ik echt niet aan, denk ik. Ik heb honderden crucifixen gezien, maar deze…. Snel draai ik me om en ren de kamer uit.

Gelukkig mag ik mijn kamer ruilen met die van mijn vriendin. In een veel lichtere ruimte, met grenenhouten meubels en lieve landschapsschilderijtjes voel ik  me iets meer thuis. Ik nestel me achter de statige tafel die prominent in de kamer staat. Zo de tijd van meditatie en contemplatie kan beginnen. Ik blader wat door de verweerde Bijbel. Dan valt mijn oog op een stalen flesopener die naast de Bijbel ligt. Ik pak hem op. De opener is zeker veertig jaar oud. Hij is verroest en vuil en heeft een haast vergeten logo… Ik glimlach. Er is niets in de kamer behalve een Bijbel en een bieropener… Oké, interessant. De kerkklok luidt. Ik haast me naar de vespers.

In de gure koude kerk zie ik hoe monniken in witte pijen achter het altaar heen en weer bewegen e het ene na het andere lied aanheffen. Ze zingen Gregoriaans en hoewel de teksten in het Nederlands zijn, kan ik ze niet verstaan.
Ik ben een toeschouwer die vanaf een grote afstand dit mysterieuze ritueel mag gadeslaan. Ik kan niet meezingen of meelezen.
Ik zit ongemakkelijk op de harde kerkbank en heb het ijskoud.

Toch voel ik me goed. Iets in mij verstilt, onthaast…M’n gedachten en gebeden deinen mee op de kabbelende koorzang. Ik begrijp niet dat die (overigens zeer vriendelijke en spraakzame) broeders zich terugtrekken achter grote kloostermuren. Dat ze de maatschappij zo ver buiten houden, terwijl ze een levend getuigenis kunnen zijn. Maar deze plek van stilte en bezinning is toch wel prachtig.

Het brengt me weer terug bij mezelf en bij God, al vind ik het vreselijk om zo diep stil te moeten zijn.  Om in doodse stilte te ontbijten en te lunchen en op kousenvoeten door de gangen te lopen. Na het avondeten komt broeder Tuck naar me toe.
‘Wil je Fanta of bier?’ vraagt hij. De keuze is snel gemaakt. Met een knipoog overhandigt de 82-jarige monnik mij een trapistenbiertje. Zo, die drink ik straks in m’n kamer op. Met de Bijbel ernaast en een schuin oog op een crucifix. En dan de oorverdovende stilte als achtergrondmuziek. Even helemaal weg, even helemaal monnik zijn…

Dit verhaal verschijnt ook in Zonder verhalen kan ik niet leven, dat eind mei uitkomt bij Ark Media

Lees meer over mijn kloosterervaringen op cvnieuws.nl

3 Comments
  • Stan Hollaardt

    Hoi Monique,

    Bij toeval beland ik bij jouw verhaal vanuit het klooster. Wat een belevenis! Aardig dat je hun Nederlandse gezangen Gregoriaans noemt. Het klopt in zoverre dat de teksten van de Trappisten geënt zijn op gregorianiserende melodieën. Voor het echte Gregoriaans, dat in het Latijn gezongen wordt kun je onder andere terecht op de site van karolus magnus. Dat is een groep mannen die overal in het land, soms in burger, soms als monniken, het oudste gregoriaans zingt. Daar zijn heel leuke filmpjes van op youtube.
    Op 2 april aanstaande treedt de groep als Benedictijnermonniken op in Overasselt bij Nijmegen, bij de ruïne van Sint Walrick. Vroeg op, want er wordt gestart bij zonsopgang om 7.13u precies. Als gast van de monniken zingt dit jaar mee cabaretier Herman Finkers.
    Wie weet zien we elkaar.

    Beantwoorden
  • Moses

    Hoi Zuster Monique
    Ik vind het erg moedig en mooi dat je deze stap heb genomen.
    Dit heb ik gedaan in het verleden,om mij ook terug te trekken, maar op een schip de Logos 2. Jezus betekent heel veel voor mij persoonlijk.
    Anyhow hope to see you, and God Bless you

    Br Moses

    Beantwoorden
  • Frank Bollen

    Hoi Monique
    mooi stuk en een verwijzing naar hoe,eigenlijk, de stilte een belangrijke rol speelt in het monastieke leven (veel Egyptische woestijnvaders schrijven hierover!!).
    Het volume, al dan niet aanwezig helpt je “in je hart te kijken” in cpntakt te komen met dat p zo belangrijke Vonk in je hart n.l. De Heilige Geest die je immers bij je doop hebt ontvangen; kort en goed: in kontakt met God!
    Lieve Monique prijs jezelf gelukkig omdat je die Stilte hebt mogen ervaren, het is immers een Goddelijke genade.
    Gedenk in je gebeden mij zondaar.

    Frank (Sergij)

    Beantwoorden

Geef een reactie

X