Blog

12 jun / Vliegschaamte

Ik lijd aan vliegschaamte. Vroeger leed ik aan vliegangst, maar die heb ik ondertussen overwonnen. De schaamte blijft echter slechts groeien. Iedere keer als ik een vliegtuig instap – en dat is nogal vaak, veel te vaak – voel ik me schuldiger. 

Ik rijd geen auto. Heb vlees en zuivel grotendeels afgezworen. Maar wat kan compenseren voor die duizenden kilometers hoog in de lucht? Niets dus. Vervuiling is vervuiling. De vraag is dan ook eerder vervuil ik veel, of extreem? Het feit dat ik de afgelopen tijd nogal veel programma’s over klimaatverandering presenteer en aan de Netflix-documentaire “Our Earth” ben begonnen heeft m’n klimaatdepressie er niet beter op gemaakt. Ik ken teveel cijfers. Teveel beangstigende prognoses. Teveel ongemakkelijke waarheden. Ik zal ze hier niet herhalen, dan slapat u net zo min als ik. Maar het is erg, veel erger dan we willen weten. Geef dan Trumps en Baudets gemakkelijke leugens maar.  Ontkennen is zoveel makkelijker dan weten en niet meer kunnen vergeten. 

Terwijl ik aan boord van de reusachtige Boeing van KLM stap, weet ik het zeker: ik ben een mega-vervuiler. Mijn voetafdruk blijft maar groeien. Ik heb poten als een reus.

Ik hang dertien uur in de lucht als het vliegtuig een tussenlanding maakt op Singapore om – oh gruwel – te tanken. Terwijl de stalen blauw-witte vogel gretig kerosine drinkt, drentel ik onrustig rond de gate. Mijn vlucht is nog niet afgelopen. Terug in het vliegtuig neem ik ongemakkelijk plaats op een al even ongemakkelijke stoel ingeklemd tussen een Sinagaporees koppel. Vrouw links. Man rechts. Ze beginnen direct tegen mij te praten.
Where you from? Oh Amsterdam. Tha’ts far… really far!” 

Het schaamrood wil de rest van de vlucht niet meer van m’n kaken wijken.

Een stewardess komt langs en deelt wegwerp-koptelefoontjes uit in plastic zakjes. Het koppel neemt ze gretig aan en scheuren met hun tanden het zakje open. Ik word misselijk. Vijf minuten later wordt er een plastic pakketje op m’n tafel gelegd. Als ik het open vind ik plastic bestek – het tweede setje al die reis, de zoveelste tissue, peper en zout die zo direct de vuilniszak ingaat, een zwarte placemat van ondefinieerbaar kunstmatig materiaal. 

Het eten komt. Goedkope, onsmakelijke bio-kip in plastic bakjes, nog van zwart kunststof ook. Dat is de ergste soort is mij eens uitgelegd. Ik heb opslag geen trek meer en besluit eenmaal terug in Nederland definitief veganist te worden.
De bakjes blijken het begin van een volgende opstapeling van plastic, tissues en zinloze verpakkingen terwijl de motoren zwaar ronken, mijn lichaam verplaatsen door een wereld die naar adem snakt. 

Ik houd van reizen. Mijn werk draait om het ontmoeten en onderzoeken van vele werelden voorbij onze smalle landsgrens. Ik reis, dus ik besta. Maar dit gaat zo niet langer. Want als ik wil dat deze aarde blijft bestaan en überhaupt iets te reizen overblijft, zal ik voorlopig thuis moeten blijven. 

Geef een reactie

X