Blog

04 sep / De grote verkiezingsblog: Crisis vraagt om poldermodel 2.0

De verkiezingskoorts neemt toe. Het politieke spectrum is een week scherp veranderd. Angstvallig houden de partijen de peilingen in de gaten. In korte one-liners en strakke quotes proberen de verschillende lijsttrekkers nog snel te laten zien waarom hun partij de beste oplossingen voor de crisis biedt. Wie naar de programma’s kijkt weet natuurlijk dat geen partij echt in staat is de problemen van onze haperende economie, nijpende zorgstelsel, vastgelopen woningmarkt, verslechterde onderwijs, grootschalige milieuproblematiek en dichtgeslibde infrastructuur aan te pakken. Elke partij kent z’n eigen gevoeligheden en beschermt angstvallig z’n heilige huisjes. Natuurlijk weet vrijwel iedereen dat de hypotheekrenteaftrek moet worden aangepakt, dat de zorg moet worden hervormd en dat het niveau van het Nederlandse onderwijs al jaren keldert. Maar de toenemende maatschappelijke en politieke polarisatie sluiten deugdelijke zelfreflectie uit. De meervoudige crisissen – de economische crisis, maatschappelijk crisis en milieucrisis – schreeuwen om een structurele lange-termijnaanpak, maar het korte-termijndenken van onze heren en dames politici blijft ongewijzigd. Tijdens deze verkiezingen gaat het daarom vooral om welke partij – nadat alle bezuinigen zijn doorgevoerd – de overheidsbestedingen op de “sociaalste” wijze het meest heeft teruggedrongen. Ondertussen wordt een inhoudelijk debat over investeren of bezuinigen, hervormen of afkalven, samenwerken of uitsluiten en méér of minder Brussel angstvallig vermeden. Want stel je voor dat je een andere partij op één of twee fronten gelijk moet geven? Daar gaat je (potentiële) verkiezingswinst…

In de afgelopen twaalf jaar hebben we vijf keer een wisseling van de wacht gehad. Het minderheidskabinet Rutte hield het opvallend lang vol, maar ook deze premier moest onverhoopt z’n ontslag aanbieden bij de Koningin. Demissionaire kabinetten hebben niet dezelfde bevoegdheden als een zittende meerderheidsregering. Hierdoor (en door de weigering van partijen om onvoorwaardelijk samen te werken) worden structurele oplossingen voor de toenemende economische en maatschappelijke problemen in Nederland amper onderzocht; laat staan doorgevoerd. Zo nu en dan lanceert een regering van dezer of gener kleur een experiment zoals de invoering (en afschaffing) van het studiehuis, de (problematische) introductie van de OV-chipkaart of het gehate (lastenverzwarende) eigen risico in de zorg. Maar dit zijn slechts pleisters voor bloedende wonden: het onderwijs werd er niet beter van, het overbelaste spoor niet mee uitgebreid, de zorg verre van goedkoper.

Wil Nederland z’n concurrentiepositie verbeteren, investeren in een kenniseconomie en z’n achterstandspositie op het gebied van milieu en duurzaamheid inhalen dan zal er een hervormingsplan moten worden geïntroduceerd dat de regeringsperiode van één of meerdere regeringsconstructies overstijgt. Daarom wil ik alle politieke partijen oproepen zich voor een periode van in ieder geval 15 jaar te committeren aan een innovatieplan op vijf terreinen (in wisselende volgorde): zorg en (sociale) zekerheid, onderwijs, milieu en duurzaamheid, infrastructuur en wonen.
Per beleidsterrein wordt er gesproken met de belangrijkste overlegorganen en experts evenals de politieke jongerenbewegingen om zodoende een zo maatschappelijke breed gedragen hervormingsplan te realiseren – het zogenoemde poldermodel 2.0.
Dit plan omvat bezuinigingen en een zodanige ombuiging van de overheidsfinanciën dat er kan worden geïnvesteerd in deze vijf prioriteitsterreinen. Hierdoor creëert men duurzame groei en een verbeterde concurrentiepositie en des gevolgd een verbeterde overheidsliquiditeit.
Een dergelijk plan mag weinig aantrekkelijk klinken voor politieke partijen – immers waarom zou je dan nog op één specifieke politieke partij stemmen (?) – maar kent weldegelijk politieke voordelen. Deze crisis is te groot om door één of twee partijen te worden opgelost. Iedereen, zeker ook politiek Den Haag, begrijpt daarom dat concessies en compromissen nodig zijn. Een gezamenlijke politieke aanpak (zoals ook bleek tijdens de formatie van de “kunduz-coalitie”) helpt partijen ook om de huidige politieke impasse te doorbreken, ideologische verschillen te overbruggen en populisme te bestrijden. De VVD wil wellicht niet met SP regeren, maar samenwerken op één of twee prioriteitsterreinen kan wel. Tegelijkertijd worden populistische partijen zoals PVV en SP gedwongen een serieuze commitment aan te gaan. De kiezer zal hen erop afrekenen als zij als enige partijen dwars gaan liggen. Hierdoor is een dergelijke structurele aanpak minder gevoelig voor grote verkiezingsschommelingen. Het verlies van de ene partij is immers de winst van de andere. Als beide partijen zich dus aan een dergelijke aanpak verbinden zal het beleid ook voor de lange termijn zijn veiliggesteld. Tenslotte verandert een dergelijke aanpak op den duur de totale impact van verkiezingen. Als kiezer stem je immers niet langer noodzakelijkerwijs op één specifieke partij, maar op een bepaalde coalitie en het beste politieke leiderschap.

Als eerste stap richting dit nieuwe poldermodel zou straks bij het formatieproces een open regeringsakkoord kunnen worden opgesteld waaraan ook oppositiepartijen hun steun kunnen verlenen. Zo is de regering niet alleen verzekerd van een langere levensduur en de houdbaarheid van het akkoord wordt verlengd, maar krijgt zij ook steun voor moeilijke maatregelen.
Nederland moet weg uit de verstikkende cultuur van oprukkend populisme en terug naar het eens zo geprezen poldermodel waarbij samenwerking en beleid boven de ideologische rechts-linksstrijd uittorenen. Maar dan wel efficiënter. Een poldermodel 2.0 dus.

1 Comment
  • peter

    Tja.. het is enerzijds heel duidelijk wat je vindt. En je hebt er serieus over nagedacht, dat is heel duidelijk. Anderzijds.. de discrepantie tussen datgene wat jij schrijft en beschrijft enerzijds en de feitelijke politieke werkelijkheid is jou vast zelf ook al opgevallen. Dus de kans dat wat je wilt gerealiseerd zou kunnen worden, is miniem. Ookal zou de 2e Kamer jou na 12 september tot formateur benoemen.. Eerlijk gezegd vind ik de gedachte wel grappig, jij, als complete politieke buitenstaander en 22 jaar oud, plotseling benoemd tot formateur na de 2e Kamer verkiezingen..
    Maar als gedachtenoefening is het niet weg, zeker niet. En ik moet je zeggen, ik ben in de loop der jaren behoorlijk gedesillussioneerd geraakt in het politieke benul en het politieke inzicht van ‘het volk’. Als ik het bot zeg, dan zeg ik ‘het volk is dom’, en na de Romeinen met hun ‘panem et circenses'( brood en spelen) is er weinig meer veranderd in het politieke benul van ‘het volk’.
    Maar wellicht worden nu mensen boos omdat ze mij elitair vinden, en omdat ik niet de dingen mag zeggen die ik hier boven gezegd heb..Tja…

    Beantwoorden

Geef een reactie

X