Blog

20 dec / “van masturberen word je echt niet blind”

Opgelucht ploffen mijn achternicht Margot en ik op de krakkemikkige stoelen van het lege dakterras van een aftands tweesterrenhotel in het centrum van Cairo.
Traag komt een bediende op ons af. We moeten twintig minuten wachten voor hij ons onze twee biertjes brengt en eindelijk begrijpt dat we toch echt waterpijp willen roken.
De bediendes van dit afgelegen café hoog tussen donkere lege kantoorgebouwen en uitgewoonde woningen is niet gewend aan vrouwelijk bezoek. Zeker niet twee meiden samen. Maar we hebben veel over voor even een ongestoord moment, zelfs als de bediendes ons met merkbare tegenin onze waterpijpen serveren.

Dan druppelen de gasten één voor één uit de lift. Na een uur merk ik voorzichtig op dat we echt de enige vrouwen zijn op het nu door mannen gevulde terras. Iedereen drinkt bier, zij het enigszins ongemakkelijk en half verholen. Beneden op straat tussen de fruitstalletjes en auto-onderdelenwinkeltjes zijn deze mannen gewoon weer brave goede moslims.
Ieder ander Egyptische vriendin zou zich op een gegeven moment generen of toch maar voorstellen om weg te gaan. Zo niet Margot.
“Laat ze maar kijken, ik geef hen weinig te zien,” zegt ze. “Ze moeten er maar aan wennen dat een vrouw gewoon uit kan gaan en bier drinkt.”

Ondertussen nemen we beiden braaf om de haverklap onze mobieltjes op. Een oom. Een tante. Haar moeder. Mijn oma. Waar we zijn(?) Wat we doen(?) Of we wel doorhebben dat het vrijdag is en de Moslimbroeders de boel molesteren(?) Er zijn ongeregeldheden in de wijken Helwan, Haram, Zeitoun en Ain Shams.
Beneden op straat bulderen de speakers van een verlaten stalletje agressieve pro-Morsi muziek. “Masr Islamiyya, Egypte is islamitisch (en blijft dat altijd,” schreeuwt een boze mannenstem. Maar dat is dan ook gelijk het enige teken van onvrede met de huidige politieke situatie in de wijk.
Jongens en meisjes roken ongestoord waterpijp op de terrassen van aftandse koffiehuizen in de oude koloniale straten van dit deel van de stad. Er wordt geflirt en gelachen. De Egyptische vlag – tegenwoordig niet alleen een teken van revolutionaire sentimenten, maar ook van sympathie met het leger – wappert hier overal. Uit de straatjes met bakkers en kruideniers klinkt nationalistische oude volksmuziek. De sfeer is gemoedelijk.

“Ze zeggen dat je bij mij moet blijven slapen,” grijnst Margot terwijl ze nog een slok van haar bier neemt. Ergo: ik slaap vannacht samen met haar in een te krap bed. “De metro is afgesloten en er zijn gevechten en schietpartijen tussen Ain Shams en Ezbet al-Nakhl (de wijk van mijn oma waar ik verblijf).”
“Mijn neefje zei ook al dat het onrustig is in Masr Kadida en hij niets terug naar huis kan.”
“Ah, daar geloof ik niets van,” zegt Margot weinig onder de indruk. “Hij is een tiener, wat verwacht je dan. Het is gewoon een smoesje om langer weg te blijven.”
Als iemand iets van smoesjes weet, is het Margot wel. Met constant verontruste en vooral controlerende ouders die om de minuut bellen met vragen over haar doen en laten kent ze iedere uitweg en excuus.
“Waar ben je?” hoor ik haar moeder nogmaals vragen.
Snel gebaart Margot dat ik moet ophouden met roken. De waterpijp borrelt teveel.
“Achter Tahrir.”
Ze houdt de telefoon met een hand in de lucht zodat het geluid van claxonnerende auto’s en de koele wind beter overkomt.
“Wat zeg je?” vraagt ze dan op luide toon. “Sorry mamma, ik kan je niet verstaan, het is te druk hier.” en ze hangt op.
“Zo we hebben weer dertig minuten tijd gekocht. Chears!” en we klinken de glazen tegen elkaar.
Margot is nu zeventwintig en nog steeds niet getrouwd. De hoge druk van haar (lees; onze) familie heeft weinig uitgehaald. Haar ouders lijken zich bij haar onwelwillendheid om met de eerste beste huwelijkskandidaat te trouwen, te hebben neergelegd. Het komt hen niet geheel slecht uit. Nu hebben ze iemand die alle huiselijke taken in het krappe appartement verricht en de stokoude inwonende opa verzorgt.

Margot doet er echter alles aan om het appartement te ontvluchten. Ze werkt zes dagen in de week tegen een minimaal salaris, volgt avondtrainingen aan de Amerikaanse Universiteit (waar haar verdiensten van haar acht-uur lange werkdag direct weer aan opgaan) en op haar enige vrije dag coacht ze kinderen uit achterstandswijken.
Als ambassadeur van de International Organization of Catholic Students heeft ze India tot Duitsland bezocht en is ze zelfs in Senegal en Thailand geweest. Daarmee heeft ze het meest gereisd van al mijn Egyptische familieleden, van wie nog steeds de meesten nooit over de grens zijn gewest (waaronder ook haar eigen ouders): ze heeft ook alles in de wereld gezien.
Ze is de enige persoon binnen mijn familie met wie ik echt over alles kan praten. En dat doe ik dus ook. Vandaar dat we onze tijd hard nodig hebben.

Margot is voor mij de belichaming van de strijd om persoonlijke vrijheid. Zoals de meeste Egyptenaren heeft ze nooit een eigen kamer gehad, niet eens een eigen bed. Samen met haar drie zusjes en haar zieke opa slaapt ze in een kamer van nog geen 10m2. Ze is een van de velen die snakt naar een plek voor zichzelf maar voor de meeste jongeren geldt nog steeds de regel dat ze het huis alleen getrouwd mogen verlaten. Religie of sociale klasse speelt daarbij nauwelijks een rol. Zelfs mijn rijkste Egyptische vrienden kunnen hun ouders amper de schande en schaamte aandoen de krappe appartementen te verlaten en doen ze dat wel, dan moeten ze ook nog een huisbaas vinden die aan hun ongetrouwde leefwijze mee wil werken.

Maar Margot is ook een voorbeeld van de nieuwe generatie die niet langer blindelings achter het leiderschap “van hen die het weten” naloopt. Ze heeft niet alleen regelmatig felle strijd met haar ouders, maar ook met de priesters. Van het Egyptische leger moet ze weinig weten. De grondwet vindt ze een mooi document voor heteroseksuele soennitische mannen van middelbare leeftijd met lange baarden en sympathie voor het leger.
“Het probleem is dat we in één keer het hele pakket moeten aannemen. We krijgen een keuze “ja” of “nee”. Als we nou per onderdeel konden kiezen of per artikel onze stem uit mochten brengen, maar nee, we moeten alles aannemen. Het meeste is goed, of in ieder geval beter dan het was maar dit land blijft een land dat geregeerd wordt door dominante mannen.”
Net zoals haar huis trouwens waar haar vader overduidelijk de scepter zwaait, maar zijn dochters ondertussen meer vrijheid hebben dan welke andere vrouw in de familie ook, al was het maar omdat ze het zelf afdwingen en zoals in zoveel Egyptische gezinnen haar moeder tegenwoordig de kostwinnaar is.
Die vrijheid wil ze nu ook aan de kinderen uit de achterstandswijken leren. “Ik heb het afgelopen jaar grote stappen in mijn denken gezet,” zegt Margot op een gegeven moment. “In onze kerken leren ze ons altijd de mooiste wonderverhalen, maar toen ik het Bijbelboek Nehemia laatst aan de kinderen uitlegde besefte ik dat God ons de capaciteiten geeft om zelf wonderen te verrichten. Te vaak kijken mensen op naar de lucht en verwachten dat God met vuur uit de hemel schiet, maar zo werkt het niet. God heeft ons alles gegeven om zelf in actie te komen en Zijn liefde uit te dragen. Want dat is God voor mij: liefde.”

Vies van een beetje aardse liefde is ze echter ook niet. “Na een lange strijd is het me eindelijk gelukt van de katholieke kerk waar ik actief voor ben toestemming te krijgen seksuele educatie te geven.”
Denk hierbij niet aan condooms of uitleg over voorbehoedsmiddelen. “Die hebben ze toch niet nodig tot hun twintigste, eerder dan dat hebben jongeren hier echt geen geslachtsgemeenschap.” zegt ze met duidelijke tegenzin. “Ik zou het wel willen hoor, maar dat is echt een brug te ver. Ik geef les aan kinderen van 12 tot 14. Onze trainingen beginnen bij algemene maatschappelijke discussies over de vrouwencoupé in de metro bijvoorbeeld en of meisjes een vechtsport kunnen beoefenen en natuurlijk praten we veel over seksueel geweld op straat. De echte gesprekken over seks komen veel en veel later pas. Maar ze leren hoe een zaadcel een eicel bevrucht en hoe ongesteldheid werkt. Er wordt zelfs uitgebreid gesproken over HIV/aids zonder dat daar een oordeel aanhangt.” Aan boodschappen van geen seks voor het huwelijk doet Margot niet. “Via de secretaris van de katholieke scholen heb ik een onderwijsmethode gevonden die rechtstreeks uit het Frans is vertaald en daardoor redelijk waarde-neutraal is. De methode is aangepast aan de Egyptische context maar is gelukkig algemeen gebleven. Zo kan ik eindelijk een groot veroordeel en hardnekkig gerucht uit de wereld helpen: van masturberen wordt je echt niet blind.”
“Echt waar?” vraag ik hoegenaamd verbaasd.
Ondeugend geeft Margot me een tik op mijn been. “Ik twijfelde even toen ik van jouw oogziekte hoorde,” ze steekt haar tong uit. “Maar nee, fysieke gevolgen in negatieve zin heeft masturberen niet.”

We lachen. Dan gaat de telefoon weer.Dit maal kijkt Margot ernstig. “We moeten nu echt naar huis. Er is teveel slecht nieuws op tv. Als we niet voor negen uur vertrekken vermoord mijn moeder me.”
“Gelukkig heb ik tegenwoordig boksles,” probeer ik nog. Maar ook de strijdlust van Margot kent haar grenzen. We drinken onze biertjes op en ze neemt nog snel een aantal flinke trekken van haar waterpijp. Dat was het weer voor de komende weken. Dan verlaten we het aftandse hotel en slalommen tussen de begerige en gretige handen door naar huis.

Dit verhaal verscheen op De Correspondent

Geef een reactie

X