Blog

06 dec / Twee werelden op z’n kop

Habiby, schatje, kom hier.” Enthousiast slaat Ahmed een arm in de mijne. “Hier broer, nog een sigaret.”
Hij steekt een sigaret in z’n mond, ontvlamt hem en geeft hem vervolgens aan mij.
Nog een klop op m’n schouder,
“Je bent een leuke man. Een knappen man!”
Hij lacht en ik geef hem een klap op z’n schouder. 
“Kom broer, ik laat je nog wat kruiden zien.” 

En daar gaan we dwars over de bazaar van Luxor, in Opper-Egypte
Geen man die op of om kijkt. Dergelijke intimiteiten onderling zijn aan de orde van de dag. Ik ben een net-geadopteerde broer of neef. Niets meer, niets minder. Wie denkt dat ik hierboven een homo-erotische scene schreef, heren helaas. Dit is heteroseksuele hartelijkheid.
Het is een verademing om in Egypte te zijn. Ik dacht niet dat ik ooit nog de dag mocht beleven dat ik gewoon man ben, zonder uitleg, zonder discussie, zonder aanval, zonder verzet. Maar daar in het armste deel van Egypte, waar 40% analfabeet is en onder de armoedegrens leeft, ben ik het en niets anders dan dat. Mijn volksgenoten kunnen zich niet eens anders voorstellen dan dat ik een man ben. Het is een verbijsterende cultuurshock voor me, zo vrijelijk en openlijk contact met mannen heb ik altijd af moet houden. Als eerbaar Egyptisch meisje liet ik me niet bij de naam roepen, ontweek ik met angst de gretige handen, kromp ik in elkaar bij het ge-pssst en maar uitleggen waarom ik niet getrouwd ben. Nu is dat bij niemand een vraag meer, behalve bij een oud heertje dan.
“Ik houd teveel van mijn vrijheid.”
Hij lacht en geeft me groot gelijk.

Maar m’n andere landgenoten: de Nederlanders waarmee ik met een boot over de Nijl vaar. Het is een hoop geroddel en achterklap. Zoeken en kijken hoe het nou zit, met mij. Dan de ontdekking. “Ah hij is trans.”

Ja, dat verklaart alles natuurlijk.

En daar komen de vragen weer én het oordeel. Weg droom.

“Je kan het wel zien hoor. Aan je billen zie jee zo dat je een meisje bent,” merkt een medereiziger tijdens het drinken van een biertje op het dek.
Terug het hok in. Een meisje. Bekeken, met de ogen uitgekleed, beoordeeld, bekritiseerd.
“Dat is gewoon de maat hier,” reageer ik scherp. De hele tafel valt over me heen. Ze maken het er niet beter op. De mannelijke billen zouden in Egypte juist klein zijn. Niemand die het over z’n opmerking heeft. Die wordt vergoelijkt, mijn toon niet. Die zou een stuk aardiger mogen zijn.
’s Avonds komt een vriend er uitgebreid op terug. “Hij bedoelt het echt zo kwaad niet.” Blijft hij in verschillende bewoordingen een half uur herhalen. Dat begrijp ik ook wel, maar hoe lang en hoe vaak blijft diezelfde pleister helpen tegen het bloeden?
“Weet jij wel beter?” vraag ik tenslotte.
‘Ja, ik wel.”
“Waarom zei je dan niets?” vraag ik oprecht verbaasd.
Dat had ik niet moeten doen.
De aderen in z’n nek beginnen te kloppen. Woedend schreeuwt hij: “Niemand zegt mij wat te doen, niemand zegt mij dat ik mijn verantwoordelijkheid moet nemen!”

Ik duw hem met zachte hand naar het dek. Even afkoelen. Drankje erbij. Terwijl ik in het donker naar de nu zwarte Nijl staar, realiseer ik me dat dit het is. Dat deze opmerkingen van mijn vriend alles verklaart, van Silvana Simons, racisme en Zwarte Piet, tot het al lang niet meer zo sluimerende seksisme en de wijdverbreide homofobie. We zijn zo krampachtig de boel “gezellig” aan het houden, proberen het collectieve ongemak weg te poetsen door alles af te doen als een grapje en die andere heilige waarde: de vrijheid van meningsuiting, dus vinden we dat alles gewoon gezegd moet worden.
Wat het met de persoon in kwestie doet, is niet relevant, die moet maar tegen een stootje kunnen, lekker lachen, anders heb je een slecht gevoel voor humor.
Elkaar aanspreken op opmerkingen over “homo’s”, “negers”, “potten”, “geile wijven”, “bitches”? Veel te ongezellig. Daarbij, die minderheden moeten niet zo zeuren.
Ik haal diep adem. Ruik bananenbomen en een houtvuur. En wens dat ik hier nog heel lang mag blijven. Op mag gaan in deze wereld waar mensen me verbaasd vragen: “Broer, waarom heb je een oorbel in je gezicht?”

 

mounir_cover_hr-1Koop in deze donkere dagen, het licht van Mounir Samuel’s roman Liefde is een rebelse vogel. Voo
r meer informatie klik HIER.


“De boodschap? De liefde opent je hart en je blik. Ze laat grenzen vervangen.” De Boekenkrant.t

Geef een reactie

X