Blog

14 sep / Troost

Op vrijdagmorgen haast ik me door de Leidse binnenstad op weg naar een college Arabisch. Ik ben te laat, de NS heeft weer eens roet in het eten gegooid. De hele maand september ligt het spoor bij Schiphol en Amsterdam plat, dat wordt nog wat.

Ik loop over de Gazastrook, de Leidse terminologie voor de Stationsstraat met al z’n shoarma en kebabtentjes. Het is nou niet bepaald een grand entre voor zo’n mooie stad. Roestige fietsen, opgestapeld vuil, hangjongeren, scooters en ook ‘s ochtends vroeg de geur van slappe patat en gegrild vlees.
De stoep is smal en de maandagochtend is druk. Er wordt af en aan met voorraden gesleept. Met moeite ontwijk ik twee voetgangers en een lantaarnpaal.
Maar op het moment dat ik de drukke straat verlaat en een bruggetje over wil, wordt ik aangehouden. Een verwilderde vrouw klampt me vast. Ze heeft piercings in haar neus en linker wenkbrauw, haar haren zijn vettig en aan elkaar geklit en ze praat met een zware rokersstem.

‘Hé meis, ik ben dakloos, heb de hele nach op straat geslapen (hoest) en nu leef ik van de straatkrant verkoop maar die mot ik eerst kope voor ik ze kan verkope en ik heb helemaal geen geld meer dus een kleinigheidje, een kleinigheidje alsjeblief…’ Ze hoest weer, lang en diep.

Ik kijk haar aan en staar in haar ogen die schichtig heen en weer schieten. Om haar heen hangt een ongewassen geur van rook en alcohol, ik voel me misselijk. Wat ’n hoopje menselijke ellende.
‘Ik zal eens kijken,’ mompel ik aarzelend en ik pak m’n portemonnee al is het tegen beter weten in. Ik schaam me, want mijn generatie leeft van plastic geld, we chippen en we pinnen, ik heb eigenlijk nooit meer een Euro op zak.

‘Dankje, dankje,’ zegt de vrouw.

‘Nou ik wil wel maar ik denk niet…’

Ik draai m’n portemonnee om. Er komt drie cent uit. Nog wat oud wisselgeld uit Italië, niet eens bruikbaar hier in Nederland.

‘Sorry, mevrouw ik heb echt niet meer…’ Ik overhandig haar het kleingeld, ze wilt het nog hebben ook.
Ik heb het gevoel dat ik door de grond zak van schaamte. Hoe vaak laat ik zwervers en straatkrantverkopers
niet links liggen. Ik groet ze met een minzaam knikje en race snel de supermarkt in. In dit land hoeft niemand dakloos te zijn, denk ik dan. Of: dat geld gaat toch alleen maar naar drugs en alcohol.
Het is te hopen dat mensen dat niet denken als ik ooit door een flinke burn-out, scheiding of verslaving op straat kom te staan.

‘Het spijt me zo,’ stamel ik. De vrouw kijkt me doordringend aan, ze heeft tranen in haar ogen. Haar diepe rimpels trekken in haar gezicht en late diepe sporen achter.
Ze pakt m’n schouder vast.

‘Het geeft niet schatje, het geeft niet. Ik zie dat je een goed hart heb, een heel goed hart. Je hebt ’t toch geprobeer? Het kom goed, het kom ech goed….’

Ik knik en veeg een traan weg. De dakloze troost de huurder, de verwilderde vrouw troost de rijke student. Het is een belachelijke wereld.
Dan pakt de vrouw haar plastic tas van de grond, gooit hem over haar schouder en kijkt me nog eenmaal aan.

‘Dank je, dank je, je bent echt een goed mens.’

Ze loopt weg, op haar zwarte kleding glimmen grote vlekken.
Nooit meer zonder geld de straat op, houd ik mezelf voor. Nooit meer.
Ik hoop dat ik haar nog eens tegenkom en het allemaal goed kan maken. Dat ik mijn hand op haar schouder kan leggen en kan zeggen ‘het komt allemaal goed’.

‘Je hebt mij veranderd, je kunt ook anderen veranderen.’

Later hoor ik dat het rechtse vingerlikkabinet er toch komt. Het moet allemaal een tandje minder, Nederland heeft geen kleingeld meer. Die daklozen en bijstandsmoeders zoeken het zelf maar uit, net zoals de Derde Wereld.

Wanneer ik eenmaal in de collegezaal ben probeer ik de vrouw uit m’n hoofd te zetten en me te concentreren op het Arabisch. Maar het lukt niet. Haar ogen achtervolgen me tot in de collegebankjes.
‘Het kom allemaal goed, het kom allemaal goed.’

Ja, voor mij wel. Maar voor haar? Voor haar is er geen kleingeld.

3 Comments
  • Paul

    Ontroerend en herkenbaar, Monique. Ik wil je deze clip doorgeven met een song van Jon Foreman (zanger van Switchfoot). Zal je vast en zeker aanspreken… Somebody’s Baby

    Beantwoorden
  • stefan spreekt

    eerlijk verhaal, goed opgeschreven.

    Beantwoorden
  • Jochem

    Hoe herkenbaar. Hoe vaak loop ontmoet ik niet bij de Digros of in de Haarlemmer een dakloze, en heb ik dan het gevoel dat ik zo weinig kan doen. Al heb ik sinds ik in deze stad woon standaard muntgeld apart in een zak. Soms loop ik hen ook voorbij, maar hoe goed het is iemand te helpen merk je pas nadat je dat hebt gedaan. Laten we hopen en bidden dat, ook al wordt het overheidsbeleid harder, de samenleving gul mag blijven en oog zal blijven houden voor mensen die het minder hebben.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X