Blog

17 apr / Stem met je hart

Ik was voor het eerst in mijn leven in Parijs. Mijn ouders hadden mijn zusje en ik de meest uiteenlopende steden laten zien, zoals Cairo, San Francisco, Barcelona en Honolulu (om maar een paar voorbeelden te noemen) – maar in Parijs waren we nog niet geweest. We hadden de vele Régions du France bezocht, maar de lichtstad hadden we tot dan toe altijd links laten liggen. We crosten haastig over de ringweg en zagen met een beetje geluk nog net het puntje van de Eiffeltoren, dat was het dan. We hadden de files overleefd en konden op weg naar het zuiden, zo over de Route du Soleil, op naar de Middellandse-Zee en de lavendelvelden van de Provence.
Maar in 2007 was het dan eindelijk zover. In een fris en kwakkelend voorjaar bewonderden wij de Eiffeltoren en de Sacré-Coeur, het Louvre en de Champs-Élysées, het Montmartre en het Parc du Luxembourg.
Onder de Arc de Triomphe bleven we staan. Met ontzag en verbijstering keken we naar de reliëfs van oorlogszuchtige Fransen die tegen de barbaren optrekken en de imposante namenlijsten van gesneuvelden die in het steen zijn uitgehouwen – patriotten die hun bloed hebben gegeven ter eer van hun natie, alles voor Marianne en het vaderland, eeuwige roem voor hen die hun leven lieten terwijl ze met hun bajonetten in het rond maaiden of door de dodelijke gangen van de Belgische loopgraven kropen.
In en rond de Arc krioelden het van de toeristen en de zakkenrollers, verkopers probeerden hun plastic Eiffeltorens en goedkope made in China sleutelhangers aan de man te brengen terwijl de politie onrustig patrouilleerde. Een aanslag op de Arc zou als een aanslag op heel Frankrijk zijn. De Algerijnen en Berbers hadden het maar moeilijk, ze konden nog niet naderen of werden alweer door een agent weggejaagd.
Terwijl ik met mijn zusje door de massa dwaalde, zag ik opeens een wat oudere Fransman die aan de voet van de triomfboog zat. Hij had een baret op en leek zo weggelopen uit een Paturain-reclame. Het mannetje zag dat wij naar hem keken en wenkte ons. Langzaam liepen we naar hem toe.

‘Bonjour jeunes filles,’ zei hij vriendelijk.
‘Bonjour monsieur,’ zeiden wij beleefd terug.
Hij knikte even.
‘Gaan jullie stemmen?’ vroeg hij toen.
‘Nee meneer, wij zijn geen Frans staatsburgers en zijn daarnaast minderjarig, dus we kunnen niet stemmen helaas.’
Hij glimlachte.
‘Gaan jullie in jullie land stemmen zodra jullie stemgerechtigd zijn?’ vroeg hij.
‘Maar natuurlijk.’
Ik had me net ingeschreven voor de bachelor politicologie, dus wat mij betreft was daarover geen twijfel mogelijk.
‘Goed zo, zeer goed. Ik ben trots op jullie. De meeste jongeren stemmen niet, ze hebben niet door hoe belangrijk het is. De enigen die stemmen zijn de gegoede middenklasse en de rijken,’ zuchtte de man geërgerd. ‘Zij begrijpen het systeem, zij maken het systeem, zij weten wat er op het spel staat… Hun belangen, hun belastingvoordeel.’ Hij boog naar ons toe en keek ons met een diepe frons aan.
‘Op welke partij gaat u stemmen monsieur?’ vroeg ik wat ongemakkelijk.
‘De socialistische partij. Kijk, alle Franse politici zijn corrupt, maar sommigen zijn corrupter dan andere. In dit land zijn zoveel problemen. Ik trek door de stad op zoek naar jonge kiesgerechtigden en probeer hen ervan te overtuigen om te gaan stemmen. ‘Op wie dan?’ vragen ze boos. ‘Wie geeft er nu om ons?’ Maar met nietsdoen kom je nergens. Je moet werken vanuit het systeem. Met staken en het verbranden van autobanden versterk je slechts het geluid van de populistische gekken die iedereen die geen croissant met jam eet uit het land willen zetten.’
Hij keek ons veelbetekenend aan. ‘Waar komen jullie vandaan?’
‘Nederland.’
‘Aha, Nederland, daar hebben jullie het goed voor elkaar heb ik begrepen. Maar wacht maar, het populisme is een ziekte die door heel Europa trekt. Hij zal jullie land niet overslaan.’ Later, toen Wilders opkwam en de PVV groot werd, zou ik nog vaak aan dat Franse mannetje denken. Zijn woorden getuigen van groot inzicht.
‘Kijk, zie je die Afrikaanse verkopers?’ vervolgde hij toen. We staarden naar een zwarte man die schichtig om zich heen kijkend souvenirs verkocht.
‘Hij is illegaal. Je ziet het aan zijn behoedzame manier van lopen en die blik vol onrust. Zoals zovelen probeert hij hier een leven op te bouwen. De politie laat hem nu met rust, maar als ze hem ’s avonds tegen komen zouden ze hem een flinke afranseling geven. Gewoon, omdat het kan. Hij woont waarschijnlijk met vijftien andere illegalen in een krap kamertje in de banlieu, de uitgestrekte voorwijken van Parijs. Geen warm water, geen verwarming of elektriciteit. Vreselijk. Ik kom er vaak, het is er afschuwelijk. De helft van de banlieuse mannen zijn werkloos. Ze zitten vast als muizen in een val. Terug naar hun land van herkomst kunnen ze niet. De Franse nationaliteit krijgen ze nooit. Ze moeten elke dag weer een nieuwe manier vinden om in hun onderhoud te voorzien. Ze eindigen als verslaafden in de goot of als criminelen in het zwarte circuit. Deze mensen kunnen niet stemmen. Ze kunnen niets doen dan bidden en wachten op hun dood. Ze zijn het andere gezicht van Europa, de zwarte bladzijde van onze geschiedenis die elke dag weer opengeslagen wordt. Daarom trek ik door de stad. Ik ben gepensioneerd, ik ben docent geweest en heb een redelijk pensioentje opgebouwd. Maar ik wil niet weerloos toezien. Ik wil een stem aan de stemlozen geven.’
Hij zweeg en keek naar de zwarte verkoper. Wij volgden zijn blik en zagen hoe twee agenten naderden en de lange Afrikaan snel een voetgangerstunnel in rende.
‘Beloof me iets,’ zei de man. We keken hem afwachtend aan. ‘Hoe rijk en succesvol je ook wordt, stem altijd met deze mensen in je achterhoofd. Stem niet om je eigen belangen te beschermen, maar om de belangen van anderen te behartigen. Denk aan deze mensen als je het rode potlood pakt. Vergeet je portemonnee en spreek met je hart als je stemt. Stem met je hart…’

Bad officials are elected by good citizens who do not vote
George Jean Nathan

Always vote for principle, though you may vote alone, and you may cherish the sweetest reflection that your vote is never lost
John Quincy Adams

Nu de spanningen rond de Franse presidentsverkiezingen oplopen, een column tussendoor uit “Zonder Verhalen kan ik niet Leven” – een bundel met maatschappijkritische columns en essays. Vanaf 1 mei kan ik weer bloggen, tot die tijd plaats werk ik dag en nacht aan stage, een novelle en een paper en plaats ik stukken uit eerdere boeken en deel ik voorpublicaties uit mijn nieuwste boek “Mozaïek van de Revolutie” (verschijningsdatum 11 mei).

3 Comments
  • Peter

    Geeft zeker stof tot nadenken.. De uitzichtloze positir van vele “zwarten” in de franse banlieus is zeker een zaak die veel zorg waard is. Verder: populisten zijn vreselijk ook in de politiek. Ze beloven van alles, maar je kunt met hen geen land regeren:zie wilders

    Beantwoorden
  • Kor Louissen

    Met veel plezier je verhaal gelezen. Met name wat de agent zei: ‘hoe rijk en succesvol je ook wordt, stem altijd met deze mensen in je achterhoofd. Stem niet om je eigen belangen te beschermen, maar om de belangen van anderen te behartigen’. Als mensen dat in grote getale zouden doen dan zou de wereld er een stuk beter uitzien.
    Ensucces met je nieuwe boek. Zal het zeker gaan lezen.

    Beantwoorden
  • elroy maduro

    Geweldig stuk. met veel plezier en emotie gelezen. Hoop dat dit een biografische column is. iets dat je daadwerkelijk hebt meegemaakt. ik vind je briljant en een voortreffelijk voorbeeld van een integer leergierig jongmens van een nieuwe generatie. Ik ben blij dat ik je ontdekt heb en hoop nog veel van je te lezen.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X