Blog

26 apr / sloppenmoeders

De kleine Kifumbira sloppenwijk vlak bij de (blanke) party-wijk Kisementi ligt aan de voet van de duurste heuvel van Kampala. Hier wonen de rijkste inwoners van de Oegandese hoofdstad. De smalle toegang tot de achter een muur verscholen hutjes van golfplaten, leem en brokkelig gips ligt aan het eind van een brede straat met grote villa’s.
Bij gebrek aan ruimte tussen de sloppen spelen de kinderen net buiten de toegang. Verderop in het smalle straatje zijn hun moeders hard aan het werk.
De vrouwen dragen vaak vrijwel geheel alleen de verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kinderen. Met moeite knopen ze de eindjes aan elkaar. Ze werken als wasvrouwen voor de rijke buurtbewoners en strijken hun bloesjes en overhemden, maar kleuren ook de wereld met hun eigen producten. Van gekleurd tijdschriftenpapier maken ze kraaltjes die haast niet van plastic kralen te onderscheiden zijn. De vrolijke kettingen belanden via lokale hulporganisaties en tussenhandelaren op de verschillende toeristenmarkten van de stad. Anderen maken kleine tasjes uit dik gekleurd plastic draad, gemaakt van tientallen kleine zakjes. Het materiaal is sterk en haast onverslijtbaar. De vermoeide ogen in hun getekende gezichten lichten op als ze vertellen over hun creatieve geknutsel. De trots straalt van hun gezichten af.
Veel afname vinden de tasjes en kettingen nog niet. Moeizaam zoeken de vrouwen hun weg. Pogingen om de kettingen te veranderen in rozenkransen bleken niet succesvol. Oegandezen willen geen crucifix van papier. Maar ze zetten door. Brengen nieuwe modellen tasjes uit, nu ook met afsluitbare drukknop. Een aantal jaren geleden waren kaarsen uit de sloppen een grote hit, maar die markt stortte in nadat de elektriciteitsvoorziening in Oeganda constanter werd. Maar mooi zijn is van alle tijden. Hopen dus dat de toerist en Oegandese consument de kleurige kettingen en tasjes oppikt.

Foto’s en tekst  door MoniqueFoto 1 Samuel (C)

Asingwere (19) [linker foto] Alleenstaande moeder
Twee kinderen, een zoontje en dochter.
Officiële inkomstenbron: Maakt sinds vier maanden tasjes, maar heeft er nog geen verkocht.
Wast kleren.
“Het leven als jonge vrouw in de sloppen is zwaar, ik word regelmatig geslagen en mishandeld. Ik krijg weleens bezoek van mannen die met me naar bed willen, maar ik zeg altijd “nee”.”
Volgens haar buurtbewoners werkt ze onofficieel in de prostitutie.
Waarschijnlijk Hiv-positief.
Droom: “Een klein tweedehands-kledingwinkeltje, misschien een beter huis (Asingwere woont in het kleinste krotje, heeft 1,5m2 tot haar beschikking) en genoeg geld om mijn kinderen naar school te kunnen sturen.”

Foo 2

 

Fortunate (20) [boven] Moeder van een kindje van vier.
Onbewust legt ze haar hand op haar buik.
Op de vraag of ze misschien zwanger is, kijkt ze betrapt en begint dan hard te lachen. “Ja!”
Echtgenoot is de vader van het kind, maar is momenteel werkloos, “hij zoekt naar geld voor eten”
Officiële inkomensbron: wasvrouw en het maken van plastic tasjes.
“Ik verkoop er drie per maand voor 5.000 shilling per stuk.”
Oorspronkelijk komt Fortunate uit het dorpje Kisoro, ze mist haar familie maar: “De honger in het dorp is erger dan de armoede in de stad. Hier kan ik tenminste kleine klusjes doen.”

Regina (28) [onder] Foto 3Moeder van drie kinderen (oudste is twaalf, jongste een).
Het oudste kind, een zoontje, gaat naar school.
Woont samen met een vriend, die volgens haar de vader is van haar kinderen.
Hij leidt aan tuberculose.
Ze verkoopt zo’n drie tot vijf kettingen per maand.
Het papier koopt ze op de markt.
De man verkoopt fruit en groente. Soms neemt hij wat voor hen mee.Foto 4
Ze eten een maaltijd per dag, rond lunchtijd.
“En ’s avonds drinken we thee.”

 

Rose (28)
Moeder van zes kinderen, de jongste is twee weken oud.
Ze woont al negen jaar samen met haar vriendje, die de vader zou zijn van al haar kinderen.
Ze leeft van de verkoop van kettingen waarmee ze zo’n 20.000 shilling per maand verdient.
Daarnaast verkoopt ze zeepjes.
“Ik vind het leuk om kettingen te maken. Het is goed werk want ik kan ondertussen op de kinderen letten, maar er zijn te weinig klanten.”
De kinderen zijn regelmatig ziek en lijden aan malaria en de bof. De oudste gaat naar school, maar de andere kinderen dwalen tussen de sloppen.
“Eigenlijk woon ik liever in het dorp, maar hier kan ik zeep en kettingen verkopen.”

Evasta (26) [onder] Moeder van drie kinderen (zes tot anderhalf jaar oud)
Verdient haar geld met wassen en strijken, maar sinds augustus maakt ze ook tasjes.
Haar man verdient als sjouwer, maar brengt elke dag maar 10.000 shilling naar huis. Soms hij blijft hij een aantal dagen weg. Als sjouwer kun je 50.000 shilling per dag verdiFoto 6enen. Waarschijnlijk besteedt hij de rest aan vrouwen en drank.
“Toen ik begon met het maken van tasjes was ik echt heel blij. Het is leuk om te doen en mensen hadden gezegd dat ik er geld mee zou kunnen verdienen, maar ik ben teleurgesteld.”
Toch blijft ze tasjes maken.
“We moeten de weg naar de markt vinden, ik wil wel genoeg voorraad hebben als het zo ver is…”

 

1 Comment
  • janfreak

    Onvoorstelbaar dat mensen zich nog in leven weten te houden met 10.000 shilling per dag ( als ik het goed uitgerekend heb is dat € 2.90) Dan leven wij daarbij vergeleken, ondanks de recessie, als god in Frankrijk. Hoe dan ook, je verhaal heeft me aan het denken gezet. Bedankt.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X