Blog

03 apr / Sexy chicks in Hezbollahtown

Zonder kaart of plan, dwalen we door de straten.
Dahya is tijdens de julioorlog van 2006 platgebombardeerd door de Israëliërs.
Uit de gidsen en handleidingen die ik voor het bezoek aan Dahya had gelezen kreeg ik de indruk van een derde wereldgebied, met ezelskarren, totaal gesluierde vrouwen, baardige imams en gigantische kraters veroorzaakt door de Israëlische bommenregen. Maar de wijk staat vol gloednieuwe flats met grote balkons en ruime appartementen.
Nog net op tijd spring ik opzij voor een glimmende sportauto die met gierende remmen naast ons tot stilstand komt.
‘Stap in!’ zegt een grijnzend gezicht met een enorme zonnebril. Ik kijk door het raam.
Op de passagiersstoel naast de vrouwelijke bestuurder zit een knappe meid met een lange hoge staart, knalroze-gestifte lippen en een al even donkere zonnebril. Haar witte tanden glimmen. ‘Bonjour!’
Ik kijk naar de twee meiden en dan naar m’n vriendin. Zonder verder na te denken neem ik plaats op de achterbank.
De kordate bestuurster blijkt Caroline te heten – drieëntwintig jaar een werkloos. Haar vriendin mompelt zacht haar naam: Naya.
‘Ik klus bij als gids voor Saoedische vrouwen,’ zegt ze terwijl ze de auto handig door de straten rijdt. ‘Die mogen niet met een Libanese man de auto instappen maar willen ook niet in het hotel blijven hangen terwijl hun evhtgenoot in Beiroet losgaat, dus dan huren ze mij in. Het betaald redelijk, maar het zijn de verwendste snobs op aarde… echt. Wat haat ik die vrouwen.’
Caroline rijdt ons in willekeurige rondjes door de wijk. Overal staan houten steigers, de nieuwe flats zijn oranje, lichtgeel en turkoois geverfd. Ze zijn niet te vergelijken met de penthouses aan de Corniche, maar armoedig zijn de gebouwen ook zeker niet.
Het gezicht van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah kijkt ons vanaf enorme borden bestraffend toe, evenals wijlen ayatollah Khomeini en de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad.
‘Er is hier niets, je bent te laat,’ zegt Caroline laconiek. ‘Dit was een grote woestijn, alles was plat. Maar nu is er geen ruïne meer over. Hezbollah heeft alles opgebouwd, Iran heeft alles betaald.’
Ze richt zich tot Naya en praat zacht in het Frans. Ze kijken allebei richting de achterbank.
‘Zijn jullie een stel?’ vraagt Caroline opeens.
M’n vriendin en ik kijken elkaar aan, maar antwoorden niet.
‘Wij wel,’ zegt ze trots en met haar rechterarm trekt ze Naya bruusk naar zich toe. Die glimlacht ongemakkelijk. Verder is haar gezicht gedurende de hele rit onaangedaan. Onwillekeurig moet ik aan Cindy denken – de bruine variant van de Barbiepop.

Het gesprek springt van de hak op de tak. Terwijl Caroline druk over haar relatieperikelen praat, wijst ze ons het hoofdkantoor van Hezbollah.
‘Bukken,’ zegt ze. ‘Als ze jullie zien worden jullie zeker twee dagen vastgehouden. En doe die camera weg!’
Voorovergebogen tuur ik door het raam. Het hoofdkantoor is een simpele, hoge flat met wat veiligheidsmensen eromheen.
‘Het Libanese leger of de politie kunnen hier niet komen. Alles is in handen van Hezbollah.’ Een man met een baard in een slonzig uniform leidt het verkeer in de juiste banen. ‘Kijk Hezbollah-politie.’

Caroline woont haar hele leven al in Dahya. Ze noemt zichzelf christen, maar houdt wel de Ramadan. ‘Om af te vallen,’ grijnst ze terwijl ze naar haar stevige buik wijst.
Haar moeder is sji’itisch. Haar vader was christen maar heeft zich bekeerd tot het sji’isme.
‘Hij is echt gelovig,’ zucht Caroline, ‘vast en bidt vijf keer per dag. Mijn moeder houdt zich nergens aan.’
Ik vraag haar naar Naya die stoïcijns een roze kauwgombel blaast. ‘Zij?’ vraagt Caroline verbaasd. ‘Oh zij komt uit Algerije. We hebben elkaar ontmoet op een clandestien homofeestje in Damascus.’
‘En nu?’
‘Wonen we samen in Dahya.’
‘Waar?’ vraag ik verbaasd.
‘Bij mijn ouders.’
‘Jullie wonen samen bij je ouders?’
Caroline klakt met haar tong. ‘Het leven in Libanon is duur hoor schatje!’
‘Maar wat vinden je ouders daarvan?’
‘Ach, m’n moeder klaagt elke dag over haar hart. “Waarom doe je me dit aan? Wil je je arme moeder dood hebben? Waarom leidt je geen eerzaam leven?” doet Caroline op klagelijke toon na terwijl ze geërgerd haar handen in de lucht heft. ‘Maar m’n ouders laten ons verder met rust.’
Ze zucht. ‘Overigens zal deze situatie toch niet lang duren. Zij…’ en ze wijst opnieuw naar haar vriendin. ‘Wil trouwen.’
‘Met wie?’
Deze keer kijkt de Algerijnse wel op. ‘Avec un homme.’
‘Ze wil kinderen,’ legt Caroline uit.
‘Maar daar zijn toch ook andere oplossingen voor…’ zeg ik voorzichtig.
‘Ja dat zeg ik ook steeds,’ zegt Caroline en ze slaat boos met een hand op het stuur. ‘IVF, donor, prijsschieten van mij part… Er zijn hier genoeg mannen die wel een avondje met haar aan willen rommelen, maar nee hoor, ze wil terug naar dat achterlijke Algerije en met mij kan ze dat niet – vindt zij.’
Snel breng ik het onderwerp maar weer terug op Hezbollah. Dat is wel zo veilig.
Caroline schudt haar hoofd. ‘Ik houd me verre van welke partij dan ook, maar Hezbollah is niet slecht. Toen de Israëliërs ons plat bombardeerden deed niemand wat voor ons. De christenen feesten fucking verder in het centrum van Beiroet. Echt; de clubs zaten voller dan ooit. Wij renden hier rond, de bommen sloegen overal in. En het geluid: rrtttt boom… ik word er nog wakker van. Maar Ahmadinejad hield zich aan z’n woord. Hij zei dat alle gebombardeerde huizen binnen vier jaar zouden zijn herbouwd. En dat heeft hij gedaan. Sterker nog, we hebben nu voor het eerst elektriciteit en riolering. De Libanese overheid doet echt niets voor ons. De politiek denkt alleen aan zichzelf en aan hun eigen belangen. Zonder Iran leefden wij hier nog steeds in de woestijn. En Hezbollah, hoe achterlijk ook, staat tenminste wel ergens voor. Wij haten Israël, iedereen haat Israël, maar zij zijn de enige die wat doen.’
‘Hoe vind je het om in Dahya te wonen?’
‘Dodelijk saai! Er is hier helemaal niets. Er zijn geen bioscopen, geen restaurants. Er is één winkelcentrum en that’s it. Iedereen bidt maar en bidt maar…’ Ze wijst naar de mannen buiten op straat. Hier en daar staat een grote moskee. ‘Religieuze gekken zijn het. Maar ik ga nooit van m’n leven in de stad wonen. Echt mijn God; nooit wil ik iets te maken hebben met die hypocrieten van West-Beiroet.’
Ze zet ons weer af bij de grote koepelmoskee in het centrum. ‘Ah Hariri’s begraafplaats. Jullie hebben zeker ook het verhaal gehoord dat hij zijn familie zou hebben onterfd om de moskee te betalen?’ schampert Caroline. ‘Nou daar is nietes van waar hoor. Rafik Hariri was corrupt als de pest. Ik was er bij tijdens de grote demonstraties van 2005.’
‘Hoe was dat?’
‘Een drama, ik stond in een tegenprotest vóór Syrië.’ En toeterend neemt ze afscheid.
Verdwaasd staan we weer in het hart van de glimmende Disney-stad.

NIEUWS: Monique Samuel’s nieuwe boek “Mozaïek van de Revolutie” ligt vanaf vrijdag 11 mei in de winkels. Mis ‘m niet!

Achtergrond: De Israël-Hezbollah oorlog van 2006
Op 12 juli tot 14 augustus 2006 lanceerde Israël een grote vergeldingscampagne tegen Zuid-Libanon en Dahya – de sji’itische wijken van Beiroet. De 34-dagen durende campagne was een reactie op raketbeschietingen door de sji’itische paramilitaire beweging Hezbollah waarbij drie Israëlische soldaten omkwamen. Twee andere soldaten; Ehud Goldwasser en Eldad Regev raakten zwaargewond en werden gegijzeld. Bij een mislukte reddingspoging door Israëlische commandotroepen kwamen er opnieuw vijf Israëlische soldaten om het leven.
Israël reageerde hierop door de Libanese haven af te sluiten en alle belangrijke infrastructurele werken van Libanon te bombarderen, waaronder het nationale vliegveld. Ook lanceerde het Israëlische leger een grondoffensief in Zuid-Libanon. Hezbollah vocht terug met nieuwe raketbeschietingen.
De door de VN Veiligheidsraad aangenomen resolutie op 11 augustus 2006 zorgde voor een staakt het vuren en riep op tot demilitarisering van Hezbollah, het vertrek van de Israëlische troepen uit Libanon, de stationering van Libanese soldaten in het zuidelijke deel van het land en extra troepen voor de United Nations Interim Forces in Libanon (UNIFL). Het mandaat van de blauwhelmen werd uitgebreid zodat ze nu ook geweld mochten gebruiken als er illegale operaties in het zuiden plaatsvonden.
Op 8 september hief Israël de zeeblokkade op en op 1 oktober vertrokken de Israëlische troepen uit Libanon. Zowel het Libanese leger als UNIFL gaf echter aan Hezbollah niet te (durven) ontwapenen. Wel nam het geweld sterk af en werden de lichamen van de twee gegijzelde soldaten teruggestuurd naar Israël als onderdeel van een gevangen-ruil.
De korte oorlog maakte enorm veel slachtoffers. 121 Israëlische soldaten lieten het leven evenals 500 Hezbollah-strijders. Vooral de zware bombardementen op de buitenwijken richtten enorm veel schade aan en resulteerden in de dood van 1.191 Libanese burgers en 53 buitenlandse aanwezigen. Ook kwamen er vijf VN-medewerkers om. 4.409 Libanese burgers raakten gewond. De materiële schade was gigantisch. 350 scholen, 73 bruggen, 700 kilometer aan wegen, havens elektriciteitscentrales, ziekenhuizen, fabrieken en meer dan 1000 huizen werden door de bombardementen verwoest.
Zowel Israël als Hezbollah claimen de oorlog te hebben gewonnen.
Lange tijd nam de politieke invloed van Hezbollah toe. Terwijl de partij voor het eerst twee kabinetsposten kreeg na de verkiezingen van 2005, keken de politici en het nationale leger werkeloos toe hoe de militaire tak van Hezbollah in z’n eentje een oorlog met buurland Israël was gestart.
Hezbollah ontvangt financiële en militaire steun vanuit Syrië en Iran. Door de volksopstand in Syrië en de krappe overwinning van de prowesterse beweging tijdens de parlementsverkiezingen in 2009 (71 van de 128 zetels) is de positie van Hezbollah iets onder druk komen te staan. Als Syrië in handen van de demonstranten/opstandelingen valt, is de landbrug tussen Iran en Libanon doorbroken. Om dezelfde reden is nu ook de positie van Hamas op de Gazastrook verzwakt, een terreurorganisatie die eveneens door Iran en Syrië wordt gesteund. De angst voor verdere verzwakking en isolement leidde in 2011 zelfs tot een fusie tussen Hamas en Fatah.

5 Comments
  • Jan Hamer

    Voor de volledigheid het volgende:

    Het gewapende conflict begon op woensdag 12 juli 2006 toen strijders van de Libanese Hezbollah-militie Israëlisch grondgebied binnendrongen en een Israëlische grenspost aanvielen. Bij deze aanval werden drie Israëlische soldaten gedood en twee gevangengenomen (Ehud Goldwasser en Eldad Regev). Tegelijkertijd vuurde Hezbollah Katjoesja-raketten af op Israëlisch grondgebied. Direct daarop trachtten militairen van het Israëlische leger de gevangengenomen grenswachten te bevrijden, doch deze poging mislukte en hierbij kwamen nog eens vijf Israëlische militairen om het leven. Deze actie van de Hezbollah luidde het begin in van een nieuwe confrontatie tussen deze beweging en Israël. De aanval van Hezbollah kwam 18 dagen na het begin van Operatie Zomerregens van het Israëlische leger in de Gazastrook, bedoeld om een door Hamas gegijzelde militair te bevrijden en om de raketaanvallen van Hamas op Israëlisch grondgebied te stoppen.

    Beantwoorden
    • Monique Samuel

      Yes, in m’n boeken staan informatiekaders omdat de achtergrond natuurlijk essentieel is. Heb voor de volledigheid een van die kaders aan het stuk toegevoegd.

      Beantwoorden
    • omar

      alles draait om de zionisten, alles draait om de ashkenazi joden..
      alles draait om de Europeanen..
      de Arabische joden van Israel (60 procent) dienen slechts als opvulling, om de Europese joden van dienst te zijn.

      Beantwoorden
  • Jan Hamer

    Voordat Israël ging bombarderen hebben ze wel eerst flyers boven de stad uitgeworpen waarin ze de inwoners verzocht hebben de stad te verlaten. Wanneer ze daar gevolg aan gegeven hadden waren er vast minder doden te betreuren geweest.

    Beantwoorden
  • Peter

    Heel bijzonder verhaal met een erg gecompliceerde acbtergrond..

    Beantwoorden

Geef een reactie

X