Blog

20 jan / Sekstoerisme tussen de gebedsoproep

Wijdbeens zitten de twee jongens op hun stoel. In hun hand bungelt nonchalant een flesje cola. Tegenover hen keuvelen twee omaatjes in onvervalst Brits. De vrouwen zijn gezet, meer dan mollig. Ronduit dik eigenlijk. Hun huid is gerimpeld. Hun haar grijs, bij één zelfs wit. Ik schat ze begin zeventig al waggelen hier ook nog wel oudere bejaarden rond. De twee vrouwen zouden voor gezellige omaatjes door kunnen gaan waar je graag een kopje thee mee drinkt, was het niet dat hun lippen iets te dik zijn gestift, hun sieraden wat te overdadig en de jonge jongens tegenover hen aan tafel niet hun geadopteerde kleinzonen zijn, maar hun tijdelijke lovers. In ruil voor (de belofte van) een nieuw mobieltje, goedkope laptop of wat nieuwe kleding vergezellen ze de dames op de terrasjes en aan de rand van het zwembad tot ze dwingend naar de hotelkamer worden afgevoerd. Ze zwijgen en hangen futloos rond, tot ze weer in actie moeten komen. En dat meerdere malen per dag.

Terwijl ik enigszins misselijk m’n blik van de tafel wegdraai, zie ik een blanke vijftiger langslopen met het smalle handje van een donker kind stevig in de hand. Achter hem volgt een andere man van nagenoeg dezelfde leeftijd die twee welgevormde Afrikaanse schonen aan zijn arm neemt.

Nieuw Thailand
De zanderige strip tussen het vliegveld en het slaperige rivierstadje Banjul in Gambia is een waar seksparadijs. Langs de prachtige witte zandstranden en de schuimende koppen van de Atlantische Oceaan wemelt het van de pooiers, jonge mannen en vrouwen, blakend van kracht en gezondheid, die tussen het spel van een potje strandvoetbal en de verkoop van vers fruit door, graag hun diensten aanbieden. Het hele jaar door vliegen daarom tienduizenden toeristen uit Noordwest-Europa – niet zelden van seniorenleeftijd – naar dit onopvallende Afrikaanse staatje dat omringd door Franssprekende buurlanden een geïsoleerd eiland vormt in de hoorn van West-Afrika. Gambia is goedkoper en minder ver weg dan Thailand, de mensen spreken Engels en zijn niet alleen langer maar vooral veel donkerder dan hun Thaise equivalenten. En dat alles met nog wat opzwepende trommelritmes erbij. Je moet alleen wel oppassen voor HIV/Aids.

Liever dit dan bedelen
Iedereen weet wat er aan de hand is wanneer weer eens een oude blanke vrouw aan de arm van een veel te jonge mooie donkere jongen moeizaam het terras betreed, maar wat niet heet dat niet deert.
Oh I don’t know,” giechelt een serveerster als ik haar vraag wat nou de deal is tussen al die oude vrouwen en hun jonge minnaars. “Dat moet je maar aan hen vragen, ik werk hier gewoon.” En ze slaat haar ogen neer.
“Ik zou nog liever bedelen dan met iemand naar bed te gaan die vier keer zo oud is,” zeg ik zonder blikken of blozen.
“Je zou nog liever bedelen?” de serveerster kijkt me gechoqueerd aan. “Oh nee! Dat kan echt niet. Heb je geen zelfrespect?”
Desgevraagd spreekt men wel hun afkeer over de sekspraktijken uit. Maar vervolgens gaat men net zo actief op jacht. Zo vertelde een politieagent gekleed in een vlekkerig blauw uniform me op een klein volgepakt bootje met meer dan honderd Gambianen (terwijl hij me te vrolijk zat te versieren): “Ik vind het onmenselijk. Het is niet correct en het is vreselijk dat Gambia zo bekend staat.” Ondertussen kon hij zijn ogen niet van bepaalde endogene zones afhouden. “Het is niet goed voor een man in de bloei van zijn leven om zijn energie te verspillen aan zo’n oude vrouw die zijn oma zou kunnen zijn, terwijl hij al zijn kracht aan een mooi meisje zou kunnen geven. Jij dus.” Hij knipoogt.
De politieagent spreekt uit ervaring. Terwijl het bootje langzaam de rivier oversteekt en de passagiers in slechte versleten reddingsvesten elkaar angstig en met grote ogen aankijken, vertelt hij over zijn ervaringen met zijn vroegere Noorse minnares. Zesenzeventig was ze. En gierig. “Ik heb nooit iets van de beloofde elektronica en kleren gezien. Ik moest dag en nacht presteren. Het is niet makkelijk voor een man weet je. Om dan sterk te zijn. Ze was oud. Dik. Kon niet lopen. Op een dag ontdekte ik dat ze pilletjes in m’n drankjes deed. Toen ik haar ernaar vroeg antwoordde ze dat het goed voor me was. Nou, als dat mens wat mooier was had ik geen pillen nodig. ‘Kom ik wil digidigi’ zei ze iedere ochtend. Vier keer per dag. Vijf keer zelfs. Ik gaf haar alles en zij? Gaf me niets.”
De vrouw huilde toen hij het uitmaakte. De agent haalt z’n schouders op. “Dat was het dan.”
Hij spuugt in het water. “Nu ben ik op zoek naar mooie lichte vrouwen… Zoals jij.”

Culturele soepelheid
Het is een opvallende culturele soepelheid in een land dat propageert islamitisch te zijn. Meer dan 90 procent van de bevolking is in naam moslim. De gebedsoproep klinkt braaf vijf maal per dag door de krakkemikkige megafoons en speakers van grof opgemetselde betonnen gebedshokken met een klein minaretje erbij met golfplaten-koepel. Langs de wegberm van diep rood zand lopen hordes schoolkinderen braaf in kuise school-uniforms. De meisjes hebben eenvormige witte hoofddoekjes op. Ze hebben schriftjes van de Arabische les onder de arm. De goudopdruk op de groene kaften van hun Korans glimt in de zon.
Zoals zoveel landen in Afrika begint het religieuze bewustzijn in de afgelopen generaties pas dieper te wortelen. De bevolking bekeerde zich pas in de negentiende eeuw en mass tot de islam. De ouderen waren analfabeet en hadden geen toegang tot de Koran – of in overwegend christelijke Afrikaanse landen: de Bijbel. Animisme, volksgeloof en stamtradities werden gemixt met het horen en zeggen van een al even analfabete imam of marabou (spirituele medicijnman). Maar door alfabetisering en actieve religieuze promotie van buitenaf, vindt er geleidelijk een culturele omwenteling plaats.

Islamisering
Terwijl een lokale toeristengids nog met een brede glimlach uitlegt dat de islam in Gambia heel anders is “heel vriendelijk en geen gesluierde vrouwen, oh nee *haha* wij hebben sexy ladies” zie ik op de lokale voedsel- en tweedehandskledingmarkt wel degelijk compleet gesluierde meisjes. Een jongetje zit ondertussen ijverig naast zijn vader Arabische woordjes te leren. Terwijl iedereen breed grijzend poseert en zelfs roept om een foto, wuiven deze heren ons bozig weg waarna ze zich weer over het huiswerk buigen terwijl een bandje met Koranrecitaties luid verder schalt. Zowel in Gambia als in het buurland Senegal dat het rivierland geheel omringd verrijzen grote glimmende moskeeën in Arabische stijl, niet zelden gefinancierd en voorgegaan door rijke sjeiks uit de Arabische Golfstaten. Zoals het rijke oliestaatje Koeweit dat alleen al in 2013 twee miljard dollar investeerde in lage-rente leningen voor Afrikaanse landen onder meer voor infrastructurele projecten (maar waar achter de politieke agenda meestal ook een religieuze schuilgaat, een nieuwe snelweg is immers niet compleet zonder nieuwe moskee). Koranscholen of zogeheten madrassa’s moeten de jonge generaties opvoeden tot goede moslims. Ook de imams zijn hier en daar ijveriger geworden. Zo word ik op een ochtend op een krakkemikkig vies bed gewekt door een imam die niet alleen in vervormd Arabisch oproept tot het ochtendgebed, maar ook een twee uur lange Koransessie door de megafoons schalt – en dat op niet op vrijdag- maar zondagochtend.
“Hij is nieuw,” aldus de al even vermoeide gastheer. Zelf was Allard ook op doorreis en had hij net als ik de laatste veerboot gemist. Waardoor we gezamenlijk strandden in het havenplaatsje Barra waarna hij me maar onderdak gaf in het werknemersgebouw van een bank waar hij ooit twee jaar in dienst was.
“Het geloof wordt steeds dwingender opgelegd,” verzucht hij, niet geheel bespaard van een flink ochtendhumeur. “Prima dat je wil dat mensen gaan bidden, maar niet iedereen is moslim in dit land weet je. En niet iedereen gelooft op hun manier.”
Hun staat voor de conservatievere geestelijken en gelovigen. Hoewel gering in aantal weten ze langzaam toch een stempel op het land te drukken.

Homohaat
Zo gaat het “don’t ask, don’t tell” beleid niet langer op voor de homoseksuelen in het land. Terwijl de ogen van de internationale gemeenschap al enkele jaren streng gericht zijn op Oeganda, waar sinds 2009 strenge antihomoseksuele wetgeving in het parlement circuleert (in de volksmond beter bekend als de “Kill the gaysbill” hoewel de doodstraf al lang uit de ingediende wetgeving door parlementariër David Bahati is verwijderd) voerde Gambia in 2005 een serie wetsartikelen met strenge straffen tegen allerlei vormen van seksuele activiteiten tussen hetzelfde geslacht door. Zo werd homoseksueel contact tussen mannen en vrouwen strafbaar met tien tot veertien jaar cel. In mei 2008 kondigde President Yahya Jammeh aan dat “wetten die strenger zijn dan die in Iran” tegen homo’s in de maak waren. Op 15 mei in datzelfde jaar gaf hij homoseksuelen 24 uur het land te verlaten en kondigde hij aan persoonlijk hun handen af te zullen hakken (iets wat hij overigens niet deed). Verder kondigde President Jammeh die de facto dictator is van het land in een publieke verklaring af dat “iedereen die dergelijke individuen huisvest hen van hun compounds moet trappen(!)” en dat “er volkspatrouilles zullen worden uitgevoerd met instructies van de inspecteur generaal van de politie…en de directeur van de Gambiaanse immigratiedienst om deze slechte invloeden in de samenleving uit te roeien (…) Ieder hotel, herberg of motel dat deze soort individuen herbergt zal worden gesloten, want deze daad is onwettig. We zijn een door moslims gedomineerd land en ik zal niet en zal nooit (het bestaan van) zulke individuen in dit land accepteren.” Ook sprak de president zich in 2009 uit voor actievere vervolging van homo’s en vooral lesbiennes in het Gambiaanse leger bij een inauguratie van nieuwe legergeneraals. In 2008 werden twee Spaanse mannen ter verdenking van homoseksualiteit gearresteerd en op 23 december 2008 een 79-jarige Nederlander Frank Boers genaamd wegens het bezit van pornografisch materiaal van hemzelf met Gambiaanse mannen. Hij kreeg twee jaar gevangenisstraf en een boete van 100.000 Gambiaanse dalasis, omgerekend zo’n €3500-.  In 2012 werden nog eens 18 vermeende homoseksuele mannen opgepakt (16 Senegalezen, 1 Gambiaan en 1 Nigeriaan) voor het dragen van tassen en vrouwenkleding en “het lopen als dames”. De rechter verwierp uiteindelijk de aanklacht, maar de schrik zat er goed in.

Sexy Lady
Ondertussen flirten jonge mannen en vrouwen er openlijk met de oudjes op los.
Terwijl jongens haastig hun slippers uittrappen om de vaste gebeden te verrichten in een kleine betonnen moskee van nog geen paar vierkante meter omvang, wordt er voor de drempel ontspannen naar mij gefloten. Woorden als “sexy” zijn niet uit de lucht. Het mag nog in dit land van vrije seks en het motto “it’s nice to be nice man”, maar waar de oproep tot de gebed evengoed steeds luider klinkt.

 

 

1 Reactie
  • Jan Hamer

    De praktijk leert dat je zelfs met de meest goede voorlichting je domme mensen niet kunt overtuigen. Ze geloven liever in iets abstracts.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X