Blog

07 dec / Schrikberia en Spaans Santo Domingo

Zo, eindelijk in Santo Domingo.

De reis was lang, héél lang – van Amsterdam naar Madrid en toen van Madrid naar Santo Domingo de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek. Dat klinkt leuk, dat klinkt alsof zo’n reisje toch prima te doen is en dat dacht ik dus ook. De tickets kreeg ik pas op het vliegveld en het reisschema had ik maar vluchtig doorgenomen, dus een goed idee van de totale reistijd had ik niet. Wat blijkt? De Dominicaanse Republiek ligt ver, vér weg. Als je even snel zon wil pakken; ga naar de Canarische Eilanden of de Rode Zee. Echt geloof me, de Dominicaanse Republiek ligt te ver om voor je ontspanning even heen te vliegen.

Het is 2,5 uur vliegen naar Madrid, daar een paar uur wachten en dan nog eens 10 uur naar de Dominicaanse Republiek, nog los van turbulentie, vertraging en overstaptijd. Al met al duurt de heenreis een dag en de terugreis zelfs twee, in verband met het tijdsverschil.

Ook op de vliegtuigen valt wat af te dingen. We hoorden in het vliegtuig steeds weer hetzelfde bandje met pronkerige Kerstmuziek, na een uur gaan de lichten uit en moet je verplicht slapen (de strenge stewardessen zien er op toe dat je geen vin verroert), door de turbulentie worden er geen drankjes uitgedeeld en kun je ook geen drankjes halen (welke turbulentie?) en pinda’s zijn er alleen voor degenen die er in het Spaans om kunnen vragen. En als je dan eindelijk de juiste zin gevonden hebt, zijn ze op. Ook de bus die je naar het vliegtuig bracht, deed ons hard lachen. Je stapt in de bus, wacht in de bus, hangt in de bus en dan gaat de bus eindelijk rijden. Hij draait één rondje en binnen 20 seconden mag je weer uitstappen. Ondertussen heb je dan wel een hele tijd in een ronkende bus gestaan. Waarom we niet konden lopen? Geen idee… Te vermoeiend waarschijnlijk. Iberia werkte al met al ongelofelijk op onze lachspieren. Als wildvreemde groep voelde we ons al snel verbroederd in de onaangename reis en de Spaanse manjana cultuur. Ach, het is het allemaal waard!

Zes uur plaatselijke tijd (12 uur Nederlandse tijd) kwamen we eindelijk aan. Nu is het twee uur Nederlandse tijd en lig ik gedoucht en al in bed. Eindelijk. Technisch gezien ben ik nu al 50 uur wakker. Zo voel ik me eigenlijk ook. Zo wakker dat ik niet meer in slaap kom. Want wat een indrukken alweer!

Zodra we in het vliegtuig stapten dat vanuit Madrid naar de Dominicaanse Republiek vertrok merkte je het al. De tent swingt! Mensen praten elkaar de oren van het hoofd, lopen de hele tijd rondjes, vliegen elkaar om de hals, discussiëren er heerlijk op los, bemoeien zich met alles en iedereen en lachen vooral heel hard. Het Spaanse personeel had er de handen maar vol aan.

Eenmaal op het half afgebouwde vliegveld van de Dominicaanse Republiek (ziet er geweldig uit, maar schijnt bedriegt, wat een Franse slag, geen tegeltje ligt recht) overvalt je een deken aan warmte en geluid. De douane was snel en achteloos en bij de bagageband was een complete chaos met wildvreemden die elkaar toeschreeuwen welke koffer ze nodig hebben. Een stokoud omaatje kwam naast me staan en riep opeens met een stemgeluid waarvan ik half achterover viel om haar negro koffer (= zwart). Drie jongens sprongen op de band om hem voor haar te pakken. Hetzelfde gold voor mijn koffer. Je kon niet in de buurt van de band komen, maar de dringende menigte bemoeide zich er graag mee. De mensen zijn echte rainbow people, umlauten, mestiezen, zwarten met Spaanse krulletjes, Arabische baartjes, Cubaanse snorren, lichte huid en kroes, bruine huid en blauwe ogen, gele huid en rood haar… Alles, alles zie je, alles loopt door elkaar en iedereen praat tegen je aan. Gelukkig valt het Spaans beter te verstaan dan ik dacht. Ik red me prima.

De ontvangsthal is een gekkenhuis, je loopt statig door het middenpad terwijl er links en rechts honderden mensen staan die roepen, juichen, met vlaggetjes zwaaien, fluiten, flirten en dansen. We werden snel en behendig in een ronkend busje gezet en kriskrasten door de stad. Het is heet. Het is bloedheet. Tropisch. Vochtig. Heerlijk. De lucht ruikt naar bloemen en warm asfalt.

De gebouwen zijn in oude koloniale stijl en vooral vervallen. Spiksplinternieuwe Amerikaanse SU4’s rijden langs krakkemikkige huisjes. Het ene gebouw is Portugees, het andere Afrikaans en het derde Amerikaans. Ondanks dat het donker is, merk je dat het groen is. En overal zijn mensen buiten. Ze zitten op plastic stoeltjes bij kleine eetcafés en barretjes die nog het meest weg hebben van Egyptische koffiehuizen. Televisies staan aan en muziek galmt uit elke auto en elk gebouw. Langs de weg staan grote billboards en de meeste halfhoge huisjes zijn versierd met kleurige lampjes.

Ik waan me in Egypte, in Afrika en tegelijkertijd in de Cariben zoals je het in oude zwart-wit films ziet. Het busje tuft door de oude stad, de weg wordt hobbelig en voor ons reizen grote stadsmuren en oude Spaanse forten. Daarna volgen de chique hotels, gigantische flats met glas, palmbomen, Kerstversieringen en natuursteen. Dan komen we bij ons hotel aan. Een oud hotel in koloniale stijl, met een Arabisch hoek (genaamd Marrakech) een grote Kerststal en een mega kerstboom in de lobby. Overal schittert groene kerstversiering.

Het is chique maar tegelijkertijd ook oud. De airco ronkt zwaar, de kraan in de badkamer zit onder de kalkafzetting, het meubilair heeft duidelijk z’n beste tijd gehad. Maar het is een ruime kamer en alles ademt sfeer uit. Zeker door de donkere mahoniehouten meubels.

Morgen gaan we de eerste kinderen ontmoeten. Daar ga ik sowieso nog meer over schrijven, want tijdens de lange plakkerige vliegreis heb ik een prachtig en zeer ontroerend boek gelezen van de directeur van Compassion International. Deze organisatie weet waar voor ze staat en dwingt ook mij om ergens voor te staan. Om keuzes te maken en voor de kinderen van deze wereld gaan. Maar nogmaals; daarover morgen meer.

Nu slapen, want om kwart over zeven gaat de wekker…. En hè bah, wat stom die jetlag… Ik heb opeens HONGER!

By Mounir Samuel in Overig
2 Comments
  • Ronald-Jan

    Thanks voor de eerste update, Niek!
    Los van de jetlag is de opkomende honger een niet geheel onbekend fenomeen 🙂

    Zoals je kunt zien, heb ik vanmiddag wat aan de leesbaarheid van je blog gesleuteld. Er zit wat meer ruimte tussen de regels en in principe is alles vertaald naar het Nederlands. Dat maakt de blog wat leesbaarder.

    Ben benieuwd naar je eerste ervaringen met de kinderen!

    Beantwoorden
  • Anja Samuel

    Hoi lieverd,
    Wat een ervaring heb je weer opgedaan. Veel succes en liefs, mamma

    Beantwoorden

Geef een reactie

X