Blog

14 aug / Reportage: Zeldzaam als regen in augustus

Georges Azzi neemt gelukzalig een slok van zijn Libanese wijn. We zitten in een piepklein trendy restaurantje in een achterafstraatje van Mir Mikhael. Een hipsterwijk in het christelijke deel van Beiroet, die het midden laat van een enigszins alternatieve Franse buitenwijk en een studentenbuurt.
We eten veel te dure hamburgers met Zwitserse kaas aan een glimmende zilveren tafel. De eigenaar van het kleine luxueuze eetcafé dat in totaal overigens maar drie tafels telt, is een goede vriend van Georges. Hij maakt er geen geheim van homo te zijn. De paarsrode muren schitteren in het licht van grote kroonluchters, terwijl de snerpende stem van Chair door de speakers galmt.

Georges is rond de veertig. Lang slank, licht gekleurd, grijs haar. Formeel, een echte Francofiel, niet onvriendelijk maar enigszins afstandelijk. Met zijn leeftijd fungeert hij als een vaderfiguur voor de piepjonge gay-activisten die niet zelden zeventien tot eenentwintig jaar oud zijn. Eerder viel zijn naam al in ontmoetingen met activisten in Noord-Irak en Egypte. Ook in Tunesië bleken velen hem goed te kennen. Tijd dus om hem eindelijk zelf te ontmoeten.

 

De eerste gay-beweging
Georges is de oprichter van de Arab Foundation for Freedoms en Equality (AFFE), een regionale NGO die jonge activisten op de gebieden van lichamelijke, gender en seksuele rechten van Marokko tot Jemen workshops en trainingen aanbiedt over sociale media, campagne-voering, het opzetten van online en offline gemeenschappen, mensenrechten, homorechten en gender-vraagstukken. Daarmee werd hij geheel tegen zijn verwachting in een spil in het web van LGBTQ-activisten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
Voor AFFE was Georges medeoprichter en coördinator bij de lokale NGO Helem, die in 2004 als eerste LGBTQ-organisatie in de Arabische wereld het leven zag. Zelf studeerde Georges op dat moment in Frankrijk, maar toen vrienden hem vertelden dat een NGO in de maak was besloot hij naar Libanon terug te keren. “Ze hadden iemand nodig die de officiële documenten wilde tekenen, ik stond aan de zijlijn en had rechten gestudeerd, dus ik besloot mijn naam en handtekening aan de organisatie te verbinden. Van het één kwam het ander. Ik vond het leven in Frankrijk geweldig, de vrijheid, de ruimte, het was fantastisch. Maar ik realiseerde me ook dat Libanon diezelfde vrijheid zou kunnen krijgen als mensen bereid zouden zijn daarvoor te vechten. Daarom bleef ik hier.”
Een van de moeders van de kersverse gay-activisten naaide hoogstpersoonlijk een regenboogvlag uit verschillende lapjes stof, die vervolgens trots als eerste regenboogvlag in het Midden-Oosten aan de voorgevel van het kantoor op de Medhat Pacha Straat prijkte. De kosmopolitische stad Beiroet werd daarmee de hoofdstad van de LGBTQ-beweging.
Maar er volgde ook kritiek op Helem, onder meer van Georges zelf. Zo zou de NGO door het gebruik van symbolen zoals de regenboogvlag en paarse driehoek of een blad als Baraa (wat “uit” betekent) teveel een westerse oriëntatie en invulling aan het overkoepelende label van LGBTQ’s geven. Tenslotte stapte Georges uit Helem en richtte zijn eigen pan-Arabische NGO op.

“Wat we moeten leren is dat de strijd in deze regio een andere is dan die in Europa en dat de onderliggende verschillen tussen landen groot zijn. Libanon kent een mate van vrijheid die voor Irak of Bahrein ongekend is. Bij AFFE dat in 2009 het licht zag, werken we niet aanbod-, maar vraag gestuurd. Jonge activisten kunnen zich aanmelden voor een uitgebreid trainingsprogramma waarbij ze voor een jaar ieder maand een week lang naar Beiroet gaan. Afhankelijk van hun behoefte: meer kennis over digitale campagnevoering, of juist hulp bij stille ondersteuning van slachtoffers van antihomoseksueel geweld.”

Van online naar offline
“We begonnen eigenlijk heel simpel. In 1998 stelde een groep een yahoo mailinglijst van ‘betrouwbare’ homoseksuele contacten op. Al snel groeide deze lijst uit tot tweehonderd namen. Leden mochten nieuwe contacten aandragen die door minstens twee personen moesten worden herkend. Mail is redelijk afgesloten en werd in die tijd nog weinig door de staat gevolgd. Natuurlijk begonnen we elkaar ook op straat te ontmoeten. Zo veranderde we in een zichtbare groep op zoek naar een veilige en betrouwbare ontmoetingsplek. In 1999 opende het homovriendelijke Bardo café haar deuren. Dit was een grote doorbraak voor ons allemaal. Nu hadden we eindelijk een echte offline ontmoetingsplek. We noemden onszelf “Club Free” en vormden een ondergrondse groep die in eerste instantie vooral door mannen op zoek nar seksdates werd gedomineerd, maar met opening van Bardo uitgroeide tot een sociale beweging die steeds meer activistische trekken kreeg.”

Tot het begin van de 21’ste eeuw kende geen enkel Arabisch land LGBTQ-organisaties of NGO’s die zich inzetten voor de rechten van seksuele minderheden. Homoseksuele mannen ontmoetten elkaar stiekem in louche cafés, aftandse bioscopen of openbare oppikplekken in de meest obscure straten van Cairo en Beiroet. Voor veel Arabische meisjes was het weliswaar een stuk eenvoudiger om als ‘vriendin’ een nachtje te komen logeren, maar waren de mogelijkheden tot ontmoeting een stuk beperkter. In veel Arabische landen heerst een groot taboe op het uitgaan van meisjes, zeker zonder mannelijk (familiaar) begeleiding en toezicht, hoewel dit in de afgelopen jaren snel begint te veranderen. Eenmaal getrouwd neemt de bewegingsvrijheid van de vrouw meestal nog verder af. Een Arabische man moet trouwen en kinderen krijgen, maar kan dat tot late leeftijd uitstellen. Een Arabische vrouw dient in veel landen echter voor haar vijfentwintigste getrouwd te zijn en zo jong mogelijk kinderen te krijgen. Zij zou na haar dertigste onvruchtbaar zijn. Daarnaast worden oudere ongetrouwde vrouwen vaak als ‘moeilijk’ beschouwd.

Maar met de komst van het internet veranderde alles. Niet alleen wisten jongeren met een andere seksuele-geaardheid of gender-oriëntatie elkaar nu digitaal op te sporen, ze kwamen überhaupt voor het eerst met woorden als ‘gay’ of ‘transgender’ in aanraking. Hierdoor kregen hun gevoelens een naam en ontstond er een nieuw identiteitsbewustzijn. En niet alleen zij, ook de Arabische media kregen er voor het eerst lucht van.

“We waren de eerste duidelijke LGBTQ-organisatie van de Arabische wereld en dat leverde direct spanning op. De meerderheid van de media berichtte negatief over ons, maar sommige journalisten durfden zich voorzichtig gematigd positief over ons bestaan uit te laten. De grote winst was dat er voor het eerst openlijk over ons – homoseksuelen –op televisie gesproken en in de kranten geschreven werd. In eerste instantie ging dit nog in termen van “vuile flikkers” en “duivelse zondaars”, maar sommige professionele media gingen op zoek naar meer neutrale Arabische termen voor het begrip homoseksueel. Hierdoor werden nog meer jongeren zich van hun gevoelens bewust en begrepen ze dat ze niet de enige zijn.”

PR-strijd
Georges ziet de opkomst van (de vaak karikaturale en kwaadaardige) homoseksuele karakters in films en de verhitte discussies over homoseksualiteit in Arabische media als een weliswaar moeilijke, maar goede stap vooruit. Maar anders dan in Libanon, pakt de publieke aandacht voor dit thema in landen als Egypte of Saoedi-Arabië juist negatief uit. Niet alleen nam de sociale weerstand toe – tot dan toe had menig Arabisch burger nog nooit over homoseksualiteit gehoord en konden veel homoseksuele mannen dus redelijk vrij bewegen – ook begonnen overheden in hun strijd hun morele superioriteit te laten zien felle anti-homocampagnes. Dit leidde in Egypte ten tijde van Mubarak al gedurende 2002-2005 tot het inzetten van digitale lokhomo’s, vooraf gegaan door de beruchte Queen Boat arrestatie in 2001 waarbij 52 homo’s werden gearresteerd, gemarteld, onderworpen aan medische test en het gevang in werden gegooid. In de afgelopen maanden was er een nieuwe opleving van antihomoseksuele repressie. In de chaos na de val van Mubarak en Morsi waren de gedesoriënteerde politie en veiligheidsdiensten teveel afgeleid door andere urgente zaken om het homo’s moeilijk te maken. De nieuwe vrijheid resulteerde tot een enorme zichtbare toename van homo’s en lesbiennes, niet alleen op het internet, maar ook in de populaire cafés en koffiehuizen van de grote steden. In een poging van de interim-regering om de culturele en religieuze waarden van Egypte in eren te herstellen, werden in april dit jaar dertig homoseksuele mannen bij een besloten feestje in een appartement in de Caireense wijk Nasser City opgepakt. De angst zit er dus opnieuw goed in bij de jonge activisten, al vrezen velen naar eigen zeggen nog meer voor persoonlijke afrekening, dan voor de brute martelpraktijken van de politie.

Regen…
“We hebben langzaam de berichtgeving en daarmee de publieke opinie over homoseksualiteit in ons voordeel kunnen veranderen. Homoseksualiteit is in ons land nog steeds strafbaar. Artikel 534 schrijft één jaar gevangenisstraf voor. Een van de laagste van de hele regio, maar evengoed is homoseksueel geslachtsverkeer gecriminaliseerd. Maar er is veel veranderd. Niet alleen hebben we toonaangevende journalisten van redelijk onafhankelijke media achter ons gekregen, ook hebben we door een bredere focus op mensenrechten in het algemeen en publieke campagnes zoals het verlenen van onderdak aan slachtoffers van de Israëlische bombardementen op Zuid-Beiroet in 2006 veel goodwill gecreëerd. Dit heeft tot een langzame maatschappelijke mentaliteitsverandering geleid. In de afgelopen jaren greep de politie vaak hard in. Zo werden bij een inval in een aftandse bioscoop in Bourj Chammal dertig homoseksuele gastarbeiders gearresteerd en bruut mishandeld. Wat de politie echter niet wist was dat Helem daar gratis condooms en Hiv-testen uitdeelden. Toen we het bericht over de arrestaties ontvingen, zijn we niet alleen een mediacampagne, maar ook een rechtszaak gestart. De gastarbeiders werden onderworpen aan gruwelijke ‘medische tests’ om hun homoseksualiteit te bewijzen, maar die zijn op laste van de Minister van Gezondheid nu in heel Libanon verboden.

In plaats van ons nog langer tegen de anti-sodomiewet te verzetten hebben we besloten de wet irrelevant te maken. Belangrijke stap daarbij was een recente rechtszaak in maart waarin de rechter uiteindelijk oordeelde dat homoseksualiteit weliswaar zeldzaam is, maar niet tegen de wetten van de natuur indruist. Eerder vergeleek een rechter relaties tussen leden van hetzelfde geslacht als regen in augustus. Het is dus weliswaar een zeldzame uitzondering op de regel, maar niet noodzakelijkerwijs onnatuurlijk. In Libanon regent het vrijwel nooit in augustus, maar als het regent betekent dat nog niet dat dit compleet tegen de wetten van de natuur indruist. Voor ons is dit een enorme doorbraak waarop we in andere rechtszakenop voort willen borduren.” Georges lacht. Even is zijn ernst verdwenen en kijkt hij me ondeugend aan. “Regen…”

Hij staat op en trekt een strak leren motorjack aan. “Ik heb een verrassing voor je.”
Buiten staat een glimmende motor. “Mijn grote liefde, stap achterop.” Enigszins ongemakkelijk neem ik achterop plaats, terwijl Georges me razendsnel door het verkeer manoeuvreert. Voor een winkelcentrum in de drukke hoofdstraat van Hamra zet hij me af. “Daar is Madame Oum, een openlijk lesbische café. Kom ik stel je aan wat meiden voor.” Het café is vernoemd naar de Egyptische nachtegaal Oum Kalthoum, die om op te kunnen treden in eerste instantie als jongen gekleed ging. Het is er druk. Flessen witten wijn glinsteren in bakken ijs.
“Jij vermaakt je hier wel hè?” vraagt hij. Ik kan nog niet knikken, of een aantal meiden drommen om me heen. Noch het uiterlijk van het café, noch de daaropvolgende discussie over feminisme en genderstudies varieert ook maar iets van die in de lesbische cafés van Berlijn en Amsterdam.

Mondiale tegenbeweging
Met de komst van feministische en homorechten-organisaties in Libanon en een nationale coalitie van uiteenlopende NGO’s en actiegroepen op het gebied van gastarbeiders tot die van Syrische vluchtelingen en homorechten dus, worden er langzaam maar zeker steeds meer successen in het bergstaatje geboekt. De vele activisten maken een steeds sterkere vuist tegen de incompetente en ernstig verdeelde overheid in dit land dat nog steeds over tientallen sektarische lijnen verdeeld is. In de buurlanden is een dergelijke positieve ontwikkeling echter verre toekomstmuziek. Homoseksualiteit lijkt het grote morele schaakspel van de 21ste eeuw te worden. Terwijl steeds meer landen zoals Frankrijk en de Verenigde Staten recentelijk het homohuwelijk (geleidelijk) omarmen, is er een mondiale tegenbeweging ontstaan die in naam van religie en de goede zeden keihard op homoseksualiteit ageert. Denk aan de recente golf van anti-sodomiewetten in Gambia, Rusland en Oeganda of de aankondiging van medische tests en speciale homo-detectiepoortjes door de Koeweitse hoofd publieke gezondheid Yousuf Mendkar. Laatstgenoemde anti-homomaatregelen zijn in de maak voor de zes lidstaten van de Gulf Cooperation Council waaronder Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en aankomend WK-land Qatar.

De strijd tussen antihomoseksueel gekeerde overheden en activisten is een kat-en-muis-spel waarbij de groeiende groep jonge activisten steeds mondiger wordt. Net zoals in de ontwikkeling van een openlijke gay-scene in de Libanese hoofdstad Beiroet, speelt internet daarbij een cruciale rol.

Als iemand de kracht van het internet als verbindingsnetwerk en mobilisatiekanaal weet in te zetten is het de hyper-energieke Bahreinse internet geek Esra’a al-Shafei (27) wel. Hoewel ze in het kleine golfstaatje Bahrein lang van de buitenwereld was afgesloten, heeft ze met de lancering van de website mideastyouth.com duizenden medestanders gevonden. In de afgelopen tien jaar zijn de Engelse en Arabische website ar.mideastyouth.com zijn uitgegroeid tot een online gemeenschap waar duizenden activisten uit het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika een platform vonden. Uiteindelijk ontstonden er losse websites zoals kurdishrights.org en bahairights.org. Het platform geeft zo een stem aan Koerden, homoseksuelen, Bahai- aanhangers, Assyriërs, jonge politieke activisten, gastarbeiders en andere minderheden.

Hoe een Bahreinse nerd activist werd

Esra’a kwam in 2002 voor het eerst in contact met het internet. Op de middelbare school werd ze achter een computer gezet. Het leek de Bahreinse overheid goed de nieuwe generatie online vaardigheden aan te leren. Over de gevolgen was niet goed nagedacht: twee jaar later zou Esra’a mideastyouth starten. Ze was niet de enige. Met de introductie van het internet begin eenentwintigste eeuw, kreeg het kleine Golfstaatje Bahrein, waar een soennitische minderheid over een sjiitische meerderheid regeert, opeens honderden activistische bloggers. Tegenwoordig zijn het er duizenden en speelt de overheid een kat-en-muis-spel waarbij activisten en geëngageerde burgers al om een tweet of Facebook-reactie kunnen worden gearresteerd.

Zo niet Esra’a, die de overheid het vuur na aan de schenen legt en tegelijkertijd zoveel faam heeft gemaakt dat ze in haar eigen woorden “een te prominente target” is geworden.
Zo won Esra’a in 2008 de Berkman Award for Internet Innovation van het Berkman Center for Internet & Society op Harvard Law School voor haar ‘uitzonderlijke bijdragen op het internet en haar impact op de samenleving.’ Ze is een senior Ted global fellow, CNN verslaggever George Webster noemde haar ‘een uitgesproken verdediger van vrije meningsuiting.’ FastCompany benoemde Al-Shafei in 2011 tot de honderd creatiefste mensen in het bedrijfsleven. Daily Beast noemde haar in hetzelfde jaar één van de zeventien dapperste bloggers ter wereld.

“Het is een precaire balans, ik moet altijd voor de overheid op mijn hoede zijn. De kunst is niet op te vallen maar wel zichtbaar te zijn. In het begin werd ik wel vaak geïntimideerd, maar inmiddels laten ze me met rust. Ons land geeft veel om haar reputatie. Anders wordt het wel door de Arabische golflanden op de vingers getikt, die in het licht van het aankomende WK in Qatar graag goed wil overkomen,” vertelt Esra’a mij tijdens een interview in de Balie. De activiste deed in mei Nederland aan voor het uitspreken van de zesde vrijheidslezing in de Balie. Maar ik volgde Esra’a al langer op afstand. Haar naam gaat veelvoudig over de tong in gesprekken met activisten in Libanon, Irak, Egypte en Tunesië. Ze is kort, smal en draagt geen make-up of andere opsmuk. Een prominente bril ontbreekt natuurlijk niet, evenals de typische hoodie. Terwijl Esra’a en ik ons over haar spiksplinternieuwe laptop buigen, krullen haar lippen tot een grote glimlach. Nu kan ze laten zien wat ze het liefst doet: oneindig veel ongefilterde, ongecensureerde informatie beschikbaar stellen.

Virtuele passies
Een echt staaltje websitebouwen is de overkoepelende LGBTQ-website Ahwaa.com (dat ‘passies’ betekent). De site is een wereld op zich. Op afgeschermde fora en in privéberichten ontmoeten gay-activisten elkaar. Ahwaa.com is de grootste virtuele ontmoetings- en uitwisselingsplek van het hele Midden-Oosten. “Anders dan veel andere Arabische sites die zich op LGBTQ-rechten richten, zet deze website niet het activisme maar de persoon voorop. Het is echt een virtuele ontmoetingsplek bedoeld om mensen te helpen in hun zoektocht naar hun seksuele geaardheid.” De site is om veiligheidsredenen met lidmaatschappen afgeschermd. Toch heeft het 4000 erkende leden, wat het tot een van de grootste online gay-platforms van het Midden-Oosten maakt. In veel Arabische landen is het vooral voor meisjes onmogelijk om ‘s avonds laat naar buiten te gaan of bloedlink om met een (homoseksuele) man of vrouw te worden betrapt. Het internet biedt hen een mogelijkheid voor het eerst gelijkgestemden te ontmoeten.

De site kent laag na laag en een streng monitorsysteem. “De bezoeker moet zich veilig en gewenst voelen. Tegelijkertijd zijn we in discussie met elkaar. Zeker op de Arabische versie van de site worden door bezoekers soms afschuwelijke berichten geplaatst. Soms laten we deze reacties bewust staan. Ze zijn pijnlijk en kwetsend om te lezen, maar geven de niet-homoseksuele bezoeker een goed beeld van de agressie die LGBTQ’s ondervinden.”
Om plaaggeesten en spionnen te weren, werken de fora’s met een puntensysteem, aangegeven met een gekleurd hartje. Leden kunnen elkaar punten toewijzen voor waardevolle reacties of bijdragen. Zo groeit hun naamsbekendheid en credibiliteit. “Met honderd punten mag je aan groepsgesprekken meedoen. Met vijfhonderd punten mag je zelf een groepsgesprek starten.”

“Bezoekers zijn vaak even in de war. Op onze websites heb je muziek en satire maar ook blogs van minderheden. Er komen jongeren aan het woord maar je kunt ook politieke protesten live volgen. Dat is juist de schoonheid en de kracht van het internet: je kunt eindeloos uitbreiden, variëren en verdiepen. Er komt geen einde aan en met ieder nieuw onderwerp of project trekken we nieuwe bezoekers en volgers.”

“In eerste instantie was ik erg naïef. Ik had geen idee hoe het internet werkte en was me niet bewust van de vele risico’s. Ik herinner me zelfs dat ik op een dag een bedrijf opbelde en simpelweg vroeg: ‘Mag ik een website alstublieft?’ Ik had geen idee hoe het werkte. Toen leerde ik via een forum van een Sri-Lankaan dat je een domein moet hoasten. Deze Sri-Lankaan was gastarbeider in Bahrein en erg gepassioneerd over de constante schending van het arbeidsrecht voor gastarbeiders in de Arabische Golf. De hossting kostte toen 9 dollar per maand. Tegenwoordig besteden we maandelijks meer dan 5000 dollar aan hostingkosten voor onze verschillende websites. De servers en databestanden zijn gigantisch.’

“Deze Sri-Lankaan was mijn eerste digitale vriend. Hij is nu getrouwd en woont met zijn gezin in Canada, geloof ik. Ik weet het niet eens zeker, zoals de meeste van mijn medewerkers en vrijwilligers heb ik hem nooit ontmoet!” Ze lacht. “Eigenlijk zijn al die duizenden leden, bloggers en activisten, zelfs de designers, onbekenden voor mij. Ze melden zich aan of ik raak met hen in contact via Facebook of een van onze eigen fora en zo begint onze samenwerking. Het is een wereld op zich.”

Maar hoe je weet dat je al die digitale vrienden kunt vertrouwen? vraag ik me hardop af.
“Geloof me, dat weet je. Het is een instinct. Daarbij kijk ik ook naar gemeenschappelijke vrienden. Er is altijd wel iemand die iemand kent en een aanbeveling kan doen.”
Nadat Esra’a zo’n vijf jaar digitaal actief was, zo’n beetje iedere activistische website had bezocht en mideastyouth al een tijd online was, begreep ze dat ze het internet niet naar volle capaciteit benutte. “Ik realiseerde me dat het online vaak op dezelfde manier ging als offline. Dus Koerden schreven alleen over Koerdische kwesties in het Koerdisch. Ik nodigde hen uit hun publiek te vergroten zodat we allemaal meer over hun positie zouden weten. Door verschillende stemmen bij elkaar te brengen en met diverse talen te werken blijft het podium divers en groot.”

Zelf is Esra’a ook gay, al laat ze dat niet teveel merken. “Dit zijn niet mijn persoonlijke websites, het zijn platforms waar ik zoveel mogelijk mensen ruimte tot expressie en vrije informatie geef. Door lid te zijn van een minderheidsgroep ben ik hoogstens bewuster van de positie van andere minderheden.”

Esra’a herbergt op haar websites vrijwel alle prominente activisten van de regio – op welk mensenrechtengebied dan ook. Niet alleen komt deze virtuele verbondenheid de kennis en professionaliteit van activisten ten goede, ook levert het connecties met soms zeer eenzame en geïsoleerde activisten in de regio op.

De geïsoleerde held
Het is elf uur ’s avonds en de donkere straten van Slemani zijn nagenoeg leeg. Hier en daar schijnt zacht wat licht uit de door mannen bevolkte koffiehuizen en cafetaria’s. Verder is het stil. Behendig stuurt Amir (21) zijn auto over het gladde wegdek. Celine Dion schalt uit de speakers en we brullen keihard mee. Ramen open. Armen in de lucht. Op een schuine berghelling met uitzicht over de tweede grootste stad van de Koerdische Regionale Autoriteit in Noord-Irak zet hij de auto stil. We stappen uit en nemen plaats in het gras. Hier en daar glinsteren bierblikjes en gebroken glas. “Op deze berg komen normaal de stelletjes samen om te drinken, te vrijen, je weet wel.” We kijken uit op de stad gehuld in duizend lichtjes. Het reuzenrad van de nieuwe kermis schijnt ons als een groot oog toe.
Amir is een Irakese-Koerd, Arabisch naar spreken en zeggen. Samen met zijn moeder en zusjes woont en studeert hij in deze culturele hoofdstad van het verrijzende Koerdistan. Zijn vader is er niet meer, wat hem een zekere vrijheid geeft. Evengoed weet zijn moeder van niets. “Ik wil haar hart niet breken. Ze denkt dat ik een mensenrechtenactivist ben. Dat vindt ze al eng genoeg. Een zus heeft wel vermoedens.”
Het lijkt me vrijwel onmogelijk die niet te hebben. Amir volgt iedere internationale gay trend: hetzelfde hippe opgeschoren kapsel, dezelfde hipster outfit als nu populair onder homo’s in de grote Europese steden. Hij loopt vrouwelijk en praat nog vrouwelijker. Amir definieert zichzelf dan ook als transgender. In een ander land en een andere tijd zou hij misschien een geslachtsoperatie ondergaan. Zo niet in Noord-Irak.
Opnieuw valt mij op dat de meest uitgesproken LGBTQ-activisten in de Arabische wereld vaak lesbische vrouwen en nog vaker transgenders zijn. Amir heeft daar wel een verklaring voor.

“Soms denk ik dat het komt omdat het voor ons vrijwel onmogelijk is de confrontatie te mijden. Een seksuele oriëntatie kun je nog verbergen, maar je gender niet. Dat is ongelofelijk moeilijk, maar het geeft me ook vastberadenheid. Ik heb de kracht van twee mensen in mij. Ik ben voel me man en vrouw. Ze kunnen misschien één kant van mij stoppen, maar nooit beiden.”

Amir was een deelnemer in het eerste trainingsprogramma van Georges Azzi’s academie. Via internet kwam hij het initiatief op het spoor en meldde zich aan. Als lid van “de groep” heeft hij een ongekende vrijheid geproefd. “Alles was bespreekbaar en werd gedeeld. Ik voelde me vaak ongemakkelijk. De grappen over seks… ik kon er niet tegen.” Hij was negentien toen hij toetrad. Ondanks zijn jonge leeftijd groeide hij binnen mum van tijd uit tot een van de bekendste en zeker meest gewaardeerde LGBTQ-activisten van de regio. Benijdenswaardig is zijn positie niet. Amir is de enige homorechtenactivist van heel Koerdisch-Irak en is als liaison werkzaam voor twee internationale NGO’s waarvan hij om veiligheidsredenen de namen niet wil noemen. Daarnaast is hij een spil in de clandestiene homobeweging van Bagdad. Maandelijks onderneemt hij de levensgevaarlijke reis van de Regionale Koerdische Autoriteit naar de hoofdstad van de Irakese Federatie om ondergedoken homoseksuelen in schuilhuizen van ondersteuning te voorzien. De continue etnische spanningen en sektarisch geweld hebben een leven voor minderheden in het Arabische deel van Irak vrijwel onmogelijk gemaakt. Christenen worden vermooid of verdreven. Homoseksuelen zijn een ander target in de geradicaliseerde sji’itische en soennitische gebieden. In het afgelopen half jaar is de oversteek voor Amir steeds gevaarlijker geworden. “Radicale terreurorganisaties hebben bedreigingen en opsporingsberichten met mijn naam daarbij geplaatst. Ik moet altijd bang zijn voor ontvoering. En vergeet niet de vele onverwachte explosies en autobommen! Niemand is echt veilig in het zuiden van het land. Maar ik sterf liever dan nooit te hebben geleefd. Ik neem enorme risico’s, maar ik kan niet op anderen wachten. Ik moest zelf de eerste stap zetten. Niemand anders zou het doen.”

Koerdisch Irak is wat dat betreft stabiel en veilig. Maar tegelijkertijd ontbreekt het aan alles. Er zijn geen organisaties, geen bijeenkomsten of vertrouwensgroepen. “In Bagdad bestaat meer een scène dan hier.” De schijnbare progressiviteit van de Koerdische bevolking kent harde scheidslijnen ten aanzien van seks en gender. Amir is lang stil. “Ik voel me zo eenzaam,” zegt hij schor. “Ik ga vaak naar deze bergen, maar ik ben alleen. Ik ken zo’n tweehonderd homo’s in deze stad. Allemaal via internet, datingsites als gayromeo en vooral grinder. Ze willen seks, maar van erkenning van hun identiteit is geen sprake. Ik krijg aan hen niet uitgelegd dat mijn identiteit los staat van mijn seksuele gebruiken. Ik ben zoals ik ben, of ik nu seks heb of niet. De tops voelen zich superieur, zij zijn de mannen, de echte kerels.”

“Als je bottom bent wordt je eerst gebruikt en dan uitgekotst. IK zoek liefde. Liefde! Maar mensen hebben teveel pijn om liefde toe te staan. Dit gebied is zo rijk, maar we zijn zo arm, zo ongelofelijk arm je moest eens weten.

Koerdisch Irak kent een ongekende machocultuur, vrouwen zijn nagenoeg onzichtbaar en voor homo’s is al helemaal geen plaats.” Hij zucht lang. “Ik ben helemaal uit de dating scene getapt. Ik kan niet meer tegen die cultuur van geweld en zelfhaat. Nu ben ik alleen. Geen seks, geen liefde. Maar ik wil met iemand zijn die mij de volgende ochtend ook nog in de ogen durft te kijken. Belangrijker nog: die zichzelf in de ogen durft te zien.”

Dansen in de nacht
Midden in de nacht rijden we terug door de lege straten van de doodstille stad. Amir wil geen afscheid nemen. Urenlang praat hij over zijn persoonlijke worsteling, zijn angst ontdekt te worden en de pesterijen op de universiteit waar hij herhaaldelijk met universitaire docenten in de clinch lag naar aanleiding van seksistische en homofobe uitspraken in hun lessen. “Ik durf er eigenlijk niet meer te komen. Ik studeer thuis, lees de boeken, maak de testen en probeer verder vooral zoveel mogelijk colleges te skippen. Ze noemen me flikker, homo, vrouw. Sommige studenten worden heel agressief.” Dan klinkt het lied skyscraper van Dami Lovato door de speakers. Even vallen Amir en ik stil. Zachtjes knijpt hij me in de hand. You can take everything I have/You can break everything I am/Like I’m made of glass/Like I’m made of paper/Go on and try to tear me down/I will be rising from the ground/Like a skyscraper.”

Hij zet de auto stil en legt zijn hoofd op mijn schouder. Een paar uur na ons afscheid krijg ik een afgeschermd Facebookberichtje. “Deze avond was een van de mooiste uit mijn leven. Laten we contact houden en elkaars werk volgen. De wereld is klein nu met het internet. Voor altijd jouw broer, Amir.”

Dat contact is er tot de dag van vandaag. Amir is mijn belangrijkste introduceert in de Arabisch wereld. Zijn virtuele netwerk is groot, zijn digitale sterrenstatus ongekend. Zo kom ik via Amir niet alleen met de meest uiteenlopende mensen in contact, maar kan ik ook altijd op een logeerplek rekenen. Daarmee belichaamt hij voor mij niet alleen de nieuwe wereldburger, maar ook de activist van de toekomst, die vanuit iedere plek op de wereld een gestage sociale revolutie kan ontketenen. En dat gewoon met een laptop of smartphone.

Geef een reactie

X