Blog

23 jun / Reportage “Geen Commentaar” – de (on)vrijheid van de Egyptische media

HET KANTOOR VAN de kleine linkse krant Al-Shorouk (De Zonsopkomst) zit op de bovenste verdieping van een onooglijke flat in Garden City, nabij het centrum van Cairo. De grijze straten zijn afgezet met betonnen wegblokkades om de om de hoek gevestigde Canadese ambassade bescherming te bieden. Van de grandeur van deze groene wijk voor de gegoede middenklasse is weinig over. 

Mounir Samuel – de Groene Amsterdammer

‘Mounira, hoe gaat het!?’ Roger Anis (29) loopt me  enthousiast tegemoet, zijn sjaaltje hangt nonchalant om zijn nek. Hij brengt me naar het kantoor. Tassen door detectiepoortjes. Een kort praatje met de bewaking. Wat grapjes. Dan mag ik omhoog.

De etage baadt in hel tl-licht. Glazen wanden. Halfopen kamers. Kale muren. De werkruimte van de beeldredactie is gevestigd aan het eind van een kale gang. Oude computers en flikkerende monitoren. De tientallen foto’s van lachende collega’s tijdens een feestje vrolijken de ruimte nauwelijks op. Door de geblindeerde ramen zie ik de onafgebouwde daken van de stad, met overal satellietschotels, elektriciteitskabels, grof vuil. In de verte de Nijl, glinsterend grijs in de donkere stad.

Ik ontmoette Roger Anis voor het eerst in februari 2014 tijdens het Reporting Change-programma van Human Right Watch in Amsterdam. Later zag ik hem opnieuw bij de lancering van het World Press Photo-boek Stories of change waarin verschillende series van hem waren opgenomen. Ik was getroffen door de manier waarop hij grote thema’s zoals de stilstand in de Egyptische economie en het sektarische geweld in beeld bracht.

Ik wist onmiddellijk dat ik met hem wilde samenwerken en wel aan een onderwerp waar hij als beroeps-fotojournalist dagelijks mee geconfronteerd wordt: de (on)vrijheid van de Egyptische media.
Roger stelt me aan zijn collega’s voor. Het fotografenteam van Al-Shorouk, kent enkele van de beste reportagefotografen van het land. Ze zijn vrijwel uitsluitend in hun twintiger-jaren. Mannen, op een enkele ongesluierde vrouw na. Hun achtergrond is zeer divers. Roger Anis is bijvoorbeeld een Koptische christen, maar zijn naaste collega Ravy Shaker is een gedesillusioneerde aanhanger van de Moslimbroederschap.

‘ROOK JE WATERPIJP?’ Buiten het kantoor pakt Anis zijn scooter en ik schuif enigszins onwennig achterop. ‘Vannacht beman ik de redactie’, vertelt hij. ‘Als er onverwacht een protest oplaait of aanslag plaatsvindt, moet ik de foto’s maken. Dus ik heb de tijd.’ We rijden naar een openlucht Kahwa (koffiehuis), ingeklemd tussen hoge gebouwen. De aanwezige mannen kijken verbaasd op als ik op een van de krukjes plaatsneem. Moderne, hippe koffiebars nemen langzaam maar zeker het straatbeeld in Caïro over, maar dit is nog een ouderwets koffiehuis waar uitgebluste mannen de dag doorbrengen.

Hij bestelt twee waterpijpen en Nescafé met veel melk en suiker. Ik vertel hem over mijn laatste projecten en reportages. Enthousiast en een tikkeltje jaloers luistert hij naar mijn verhalen. “Er zijn er hier niet veel die werken zoals jij. Vrijwel niemand eigenlijk. Journalisten reizen veel te weinig, zowel binnen als buiten Egypte, en verblijven nooit lange tijd op één plek. Het is allemaal een gebrek aan fondsen, visa-mogelijkheden en ervaring. Journalisten gaan hier niet embedded zoals jullie dat noemen.”

Snel een quootje halen bij een overheidsvertegenwoordiger of wat lokale ooggetuigen – het lijkt de standaard werkwijze van veel Egyptische journalisten. Bij gebrek aan correspondenten ter plaatse, blijft het meeste nieuws beperkt tot de twee grote steden Cairo en Alexandrië. Vooral uit Opper-Egypte komt maar mondjesmaat nieuws binnen, meestal verzorgd door online burgerjournalisten. ‘Waardevol, maar amateuristisch en vaak niet betrouwbaar.’

Roger Anis is geboren in Opper-Egypte in de provincieplaats Minya, waar een grote prominente Koptische minderheid woont. Hij besloot in de zomer van 2013 terug te keren naar zijn geboortestreek toen daar onlusten uitbraken na het gedwongen vertrek van president Morsi. ‘Ik hoorde van familieleden en vrienden dat tientallen kerken werden aangevallen en verbrand en dat christenen uit hun huizen en dorpen werden verdreven. Ik ging naar de redactie van mijn krant en vroeg hen: “Laat mij daar heen gaan. Dit is nieuws. Ik ken het gebied!” Na lang aandringen lieten ze me gaan.’

Zijn foto’s maakten van de onlusten in Opper-Egypte wereldnieuws en zorgden in Egypte voor het besef dat christenen gericht slachtoffer waren van de politieke en maatschappelijke spanningen.

Grote invloed hadden ook de foto’s die hij wist te maken op het Raba’a plein in Caïro tijdens de gewelddadige zomer van 2013. Met behulp een Amerikaans communicatiebureau had de Moslimbroederschap in het Westen een vreedzaam imago verworven. In Egypte gondsde het echter van de berichten over het gebruik van excessief geweld en vandalisme door Moslimbroeder-aanhangers. Maar bewijs was er niet. Tot Roger Anis foto’s wist te maken van de mitrailleurs, mortier-granaten en zelfs anti-tank raketten in de handen van Moslimbroeder aanhangers. Hierna kwam een stroom aan foto’s ‘en videobeeld op gang. Toch bleven veel westerse media nog maandenlang geloven in de onschuld van de Moslimbroeders. ‘Onbegrijpelijk’, vindt Anis. ‘Ze waren net zo subjectief als de Egyptische media.’

Fotojournalistiek speelt pas enkele jaren een belangrijke rol in Egypte. ‘Nu professionele camera’s binnen handbereik zijn en via sociale media iedereen zijn werk kan delen, kan iedereen zich een fotojournalist noemen’, zegt hij. ‘Maar ik gebruikte sociale media vooral om van buitenlandse fotojournalisten te leren. Niet alleen heb ik daar fototechnisch veel van opgestoken, maar ik leerde ook naar mijn land te kijken door het zichtpunt van het buitenland. Ik zie hoe de wereld naar Egypte kijkt en hoe ver ze verwijderd zijn van de dagelijkse realiteit hier. Ze rapporteren van buiten, niet van binnenuit the box.’

Roger Anis studeerde af aan een kunstopleiding en ging als vrijwillig fotograaf werken voor ngo’s en de VN. Eind 2010 ging hij bij de krant Al-Sharouk als stagiair aan de slag bij. De timing had niet beter kunnen zijn. Op 25 januari 2011 begonnen de protesten tegen Mubarak. De krant kwam fotografen tekort en Roger was bereid risico’s te nemen. Zijn werk viel op, hij kreeg een werkbeurs voor World Press Photo en rondt momenteel een master af in fotografie en media aan de Aarhus Universiteit in Denemarken.

BIJ EEN VOLGEND BEZOEK aan het kantoor van Al-Sharouk is Anis te laat en raak ik aan de praat met Ravy Shaker. Hij laat me zijn archief zien. Protesten tegen Mubarak, demonstraties tegen legerleider Tantawi. De Al-Ahly Ultra’s voetbalhooligans die tientallen doden te betreuren hebben, vermoedelijk een wraakactie van de politie. De urenlange rijen voor de verkiezingen. De inauguratie van Morsi, de demonstraties tegen hem. De opkomst van El-Sisi, dode Moslimbroeder-aanhangers op Raba’a. Gevechten op Tahrir. Seksueel geweldcampagnes. De wapens op Raba’a. Dode agenten. Vermoorde dienstplichtige soldaten. Verbrande kerken in Zuid-Egypte. De begrafenis van omgekomen Kopten. Feest en vuurwerk voor het aantreden van El-Sisi.

Ravy somt de namen en plaatsen op. Vier jaar aan archief, vier jaar protest en geweld, hij was overal bij. Was hij blij toen Morsi aantrad? ‘Oh ja, het was een historische gebeurtenis.’ En nu? ‘Er zijn veel fouten gemaakt’, zegt hij met tegenzin. ‘Maar het waren mooie tijden, we konden overal bij, alles vastleggen. Nu is het net gesloten.’

‘Ik was tot voor kort trots op Al-Shorouk’, vertelt Roger Anis. ‘We waren de meest objectieve van de onafhankelijke kranten in Egypte. Maar dat is niet langer het geval. We worden nu allemaal gecontroleerd door orders van hogerhand.’ Door wie? ‘Dat is toch geen vraag in een land waar de president elke maand alle prominente hoofdredacteuren en vertegenwoordigers van de media ontmoet?’ schampert hij.

Er bestaat in Egypte een scheiding tussen onafhankelijke media en staatsmedia. De prominente onafhankelijke Egyptische kranten zijn al-Masry al-Youm (De Egyptenaar (van) Vandaag), Youm al-Sebaa (De Zevende dag) en Al-Shorouk. De belangrijkste staatskranten zijn Al Ahram (De Piramides) en Al Akhbar (Het nieuws). De krantencirculatie in Egypte is echter zeer beperkt. Op een bevolking van zo’n 88 miljoen inwoners is de totale oplage slechts één miljoen kranten. De online websites van de kranten trekken wel miljoenen bezoekers en lokken veel adverteerders. Online-nieuws in de Arabische wereld is big business met een bereik ver buiten de landsgrenzen.

Het verschil tussen beide typen kranten wordt echter steeds kleiner. Alle onafhankelijke Egyptische media zijn namelijk in handen van prominente zakenlieden die gebaat zijn bij rust en stabiliteit in het land en vaak ook nauwe banden onderhouden met de overheid. ‘Zakenlieden starten hun eigen krant of mediabedrijf uit puur eigen belang’, meent Anis. ‘Ze proberen de economie te sturen en hun politieke visie uit te dragen. Nu El-Sisi aan de macht is willen ze de gelederen sluiten. De media moeten maar geen misstanden meer aan de kaak stellen, vinden ze. Mensen moeten weer aan het werk, zo gaan de radars van de economie weer draaien.’

Veel nieuwe online media-initiatieven zijn inmiddels weer gesloten of gingen op het laatste moment niet live. Zo wilde de Koptische magnaat Naguib Sawiris, tevens eigenaar van de tv-zender ONTV, een nieuwe website lanceren met daarop infographics over de Egyptische maatschappij. Er werden grafisch ontwerpers en ICT-experts aangenomen, maar vlak voor de lancering werd het project afgeblazen. Het hele team stond op straat. Niet rendabel, geen animo, waren de formele redenen.

‘De industriëlen hebben hun winst al behaald. El-Sisi is verkozen. Het regime is terug. De economie begint weer te draaien. Dus waarom nog langer investeren?’ constateert Anis bitter.

Met de term oligarchie blijkt hij niet bekend. Het is een van de vele termen die op de Egyptische universiteiten angstvallig wordt gemeden. Terwijl ik hem de ijzeren driehoek tussen de overheid, economie en prominente zakenlieden in Rusland uitleg, maakt hij druk aantekeningen. We zitten ditmaal in Kafein, een hip nieuw koffiebarretje in het centrum van de stad en de aanwezige jongeren luisteren nieuwsgierig mee. Hier en daar wordt nauwelijks merkbaar geknikt. Het Rusland van Putin lijkt in steeds verdergaande mate op het Egypte van El-Sisi. Een kleine groep zakenlieden met nauwe banden met overheidsfunctionarissen en het leger controleert de economie, de media en de belangrijkste natuurlijke hulpbron: niet geheel toevallig in beide landen gas. Van cliéntelisme heeft hij wel vaag gehoord. “Ja, dat is het. Onze media maken zich daar allemaal schuldig aan.”

DE INVLOED VAN ZAKENLIEDEN beperkt zich niet tot de Egyptische media, maar begon feitelijk vanuit Libanon en Saoedi-Arabië. Bij gebrek aan onafhankelijke media, besloten een groep zakenlieden al in 1992 regionale satellietzenders op te richten zoals the Middle East Broadcasting Station (MBC), die in eerste instantie opereerde vanuit London maar tegenwoordig gevestigd is in Dubai, en the Lebanese Broadcasting Corporation (LBC) vanuit Beiroet. Beide zenders zijn in handen van prominente zakenmannen die hun eigen stempel wilden drukken op de nieuws- en berichtgeving in de Arabische wereld en met hun entertainment-zenders grote doorbraken forceerden in het medialandschap..

Het vanuit Doha opererende Al-Jazeera werd vanuit eenzelfde behoefte in 1996 opgericht door de Al-Thani familie. Onder het motto ‘de opinie en de andere opinie’ groeide de zender uit tot de belangrijkste nieuwszender in het Midden-Oosten.

In eerste instantie kreeg Al-Jazeera vooral kritiek vanuit de conservatief-islamitische hoek. De Emir van Qatar, die opdracht gaf tot het oprichten van Al-Jazeera en ook de financiën beschikbaar stelde, had ex-BBC-personeel aangetrokken om de nieuwszender te ontwikkelen. De glimmende haren van ongesluierde presentatrices en de westerse stijl van journalistiek zouden on-Arabisch en vooral on-islamitisch zijn. Al snel echter werd de zender een hoofdpijndossier voor de Amerikanen en de Israëliërs en niet veel later ook voor Arabische leiders die zich geconfronteerd zagen met de negatieve publieke opinie in eigen land; nu openlijk geuit op de populairste nieuwszender van de regio.

De Egyptische oud-president Hosni Mubarak zag in Al-Jazeera een grote diplomatieke bedreiging en ook de huidige president El-Sisi wilt niets van de zender weten. Maar de kritiek tegen Al-Jazeera komt niet alleen vanuit de Egyptische overheid. De satellietzender uit Doha – die met Al-Jazeera Mubasher ook een exclusieve zender voor het Arabische land met de meeste inwoners Egypte had – raakte in vergaande diskrediet door haar blinde loyaliteit aan de Moslimbroederschap en opruiende propaganda. De zender berichtte herhaaldelijk over uit de hand gelopen demonstraties en geweldsdelicten tegen de Moslimbroederschap die niet plaatsvonden. Miljoenen demonstranten die op het Tahrir-plein protesteerden tegen Morsi werden door Al-Jazeera als aanhangers van de Moslimbroederschap op het Raba’a-plein gepresenteerd. Deze beelden werden door verschillende internationale media klakkeloos overgenomen. Over het oplaaiende geweld in Zuid-Egypte en de aanslagen op militaire voertuigen en politieposten bleef het stil. Geen uitgebrande kerk werd door de zender in beeld gebracht. Ook de steun onder de Egyptische bevolking voor het gedwongen vertrek van de Moslimbroederschap kwam niet aan de orde.

Na de val van Morsi werd het de zender verboden nog langer in Egypte uit te zenden en er volgde een ware klopjacht op journalisten die voor Al-Jazeera werkzaam zouden zijn. Zo werd de Nederlandse journaliste Rena Netjes door de Egyptische rechtbank bij verstek veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens ‘samenzwering en hulp aan terroristen’. Ook negentien andere journalisten werden aangeklaagd en al dan niet bij verstek veroordeeld. Met terroristen wordt verwezen aan aanhangers van de Moslimbroederschap, die nu een officiële terreurorganisatie wordt genoemd.

Door de klopjacht op journalisten van Al-Jazeera kwamen ook andere journalisten in de verdachte hoek terecht. Westerse journalisten werden aangevallen – het Westen steunde immers ook de Moslimbroederschap. En ook Egyptische journalisten kregen het moeilijk. Roger Anis moest regelmatig vluchten voor boze dorpsbewoners, vertelt hij. En niet zelden werd hij bij vuurgevechten tussen politie en aanhangers van de Moslimbroederschap door beide partijen als tegenstander gezien. Het beroep van fotojournalist is samen met dat van cameraman wellicht het gevaarlijkste in Egypte. Volgens Reporters Without Borders kwam er in Egypte in 2014 één journalist om. Maar Anis weet een lange lijst van namen op te noemen. Volgens het Egyptische mediaplatform madamasr kwamen er in 2014 in totaal dertien journalisten om het leven.

Opeens gaat Anis zijn telefoon af. Er is nieuws. Haastig rekent hij af, terwijl ik in het donker richting metro loopt schiet hij er op zijn scooter vandoor. Een camera zoals altijd bij de hand. Hij krijgt het die avond nog ernstig druk. Naar verluid hadden Moslimbroeder-aanhangers een aanslag gepleegd op de pro-regeringszenders in het Mediapark in de wijk Nasr City, alle tv-zenders lagen er uren uit.

Maar wat krijgen de tientallen miljoenen Egyptische huishoudens nu nog op de tv-zenders te zien? De beroemde satiricus Bessam Yusuf verdween na het aftreden van Morsi haastig van de buis. Yosri Fouda, vroeger HET prominente gezicht van Al-Jazeera en DE bekende talkshow-host van Akhar Kalem (het laatste woord), stopte eind september 2014 bij ONTV. Fouda stond bekend als een felle tegenstander van het Egyptische leger en bracht op scherpe wijze de vele misstanden van het politie- en justitieel apparaat aan het licht. Ook hij werd als een sympathisant van de Moslimbroederschap en de islamitische jihad beschouwd, mede vanwege zijn lange carrière bij Al-Jazeera en zijn opvallende interviews met Al-Qaida-leden en andere terreurverdachten.

REEM MAGUID (41) IS EVENEENS van tv verdwenen. De bekendste vrouwelijke talkshowhost van Egypte zag na de val van Morsi voor zichzelf geen ruimte meer om haar populaire programma Baladna Bel Masry (Ons land op zijn Egyptisch) te hervatten. ‘In mij woedt een intern conflict’, vertelt ze als ik haar ontmoet. ‘Blijf ik trouw aan m’n principes en boycot ik de onvrije media van vandaag? Of is het beter toch op tv te verschijnen en te spreken over wat er gebeurt, ook al betekent dit dat ik maar de helft van de waarheid kan zeggen? En waarschijnlijk is het nog minder dan de helft!’

Ze steekt een sigaret op en staart lange tijd naar de rook. We zitten in een achtervertrek van het hoofdkantoor van satellietzender OnTV. Ook dit mediabedrijf is gevestigd in een anonieme flat, met anonieme bewakers. Alle Egyptische media lopen grote kans aangevallen te worden en houden hun locatie zoveel mogelijk geheim.

Wat is de helft die ze niet mag vertellen? Ze telt het op haar vingers af: ‘De militaire tribunalen, de arrestaties, het wanbeleid… Toen de ontruiming van het pro-Morsi-kamp op Raba’a begon, dankte ik God dat ik niet op tv was. Wat had ik moeten zeggen? Laat ik een voorbeeld geven: de vader van degene die mijn was strijkt, kreeg daar een kogel in zijn nek en werd levend verbrand. De veiligheidsdiensten dwongen mijn strijker een verklaring te ondertekenen dat zijn vader zelfmoord had gepleegd. Hoe zou hij zichzelf gedood moeten hebben hè? Toen Hij de kogel door zijn hoofd schoot of zichzelf in brand zette? We weten tot de dag van vandaag de waarheid van Raba’a niet. De Moslimbroederschap was duidelijk gewelddadig, maar streden zij alleen? En wat is de rol van de overheid? We weten niet wie al die mensen met wapens waren.’

De Moslimbroederschap en het leger zijn twee gezichten van dezelfde munt, vindt Reem Maguid. ‘Ze hebben de weg naar democratie onmogelijk gemaakt. De Moslimbroederschap is absoluut niet democratisch, Morsi was niet anders dan Mubarak en Sisi. De mensen waren tegen de Moslimbroederschap, die miljoenen mensen in de straat waren echt. Het was een volksopstand tegen een dictator. Maar het leger pleegde een coup. We vroegen om het aftreden van Morsi en vervroegde verkiezingen, niet om militaire overheersing. We hebben nu geen vrijheid omdat we er geen offers voor meer willen brengen. Ik verloor alleen mijn baan en mijn reputatie. Maar mijn collega’s verloren hun leven, hun ogen, hun naam, hun fysieke vrijheid.’

Ik ontmoet Reem Maguid per toeval in de grauwe kantine van het kantoorpand van de redactie van al-Masry al-Youm gevestigd op de bovenste verdieping van een al even anonieme flat in een stille achterwijk in het centrum van de stad. Anis neemt me mee om een aantal contacten van hem te ontmoeten en mogelijk wat lijntjes uit te zetten. De krappe kantine staat blauw van de rook. Maguid zit ingeklemd tussen een groep jonge journalisten aan een smalle ronde tafel. De pakjes sigaretten en mobieltjes liggen op een stapel. Kopjes Nescafé met teveel melk en suiker staan halfleeg naast elkaar. La grande damme van de journalistiek is een heuse ster, maar anders dan de gemiddelde Egyptische vrouw met enige status zit ze ongegeneerd zonder make-up, sieraden of dure kleding doorgemodderd te roken in de nauwelijks verlichte hok. Dochter van de Caireense volkswijk Shoubra maar tegenwoordig wonend in een peperdure satellietstad van de mega-pool is ze nog steeds even no-nonsense als de gewone hardwerkende volksvrouw op straat.

Nu gonst het van haar mogelijke terugkeer, een bericht dat ze tot blijdschap van de aanwezigen bevestigt. Ze gaat een dertigdelige docu-reeks maken met uitsluitend vrouwen in de hoofdrol. ‘Ik wil laten zien dat vrouwen mensen zijn met gevoelens en ideeën. Ja, ik weet het, het klinkt absurd maar dat is iets wat geen God-gegeven feit is in dit land.’

‘Ieder aspect in de samenleving speelt dubbel voor vrouwen; omdat zij er niet alleen als burger maar ook als vrouw mee te maken krijgen. Daarmee worden de grote maatschappelijke issues door het tonen van hun levens uitvergroot. Denk aan identiteitsvraagstukken, burgerschap, de kwestie van vrouwen in de islam, werkloosheid, arbeidsrechten, de relatie tussen de vrouw en de man. Het zijn verhalen over strijd en ook hoop’, benadrukt Maguid. ‘Bijvoorbeeld over een fellahs (boerin uit de Nijldelta) die zelf geen land heeft en daarom op het dak van haar huis een moestuin heeft gemaakt. Zij is nog steeds arm maar geeft niet op. Ik wil de Egyptenaren het vertrouwen in zich zelf teruggeven. Na de eerste revolutie waren we enorm zelfbewust, nu brengen veel media de boodschap dat het volk er een puinhoop van heeft gemaakt en we een grote sterke leider nodig hebben die orde op zaken stelt.’

Na enig aandringen stemt Maguid erin toe dat Anis en ik aanwezig zijn bij de opnames van een gesprek met vier toonaangevende vrouwelijke fotojournalisten op een motorboot, Ronda Shaath, Labna Tarek, Eman Helal en Heba Khalifa. Alle vier maken ze naast hun reguliere werk voor de grotere kranten ook controversiële kunstfoto’s waarin de taboes in de samenleving op indringende wijze in beeld worden gebracht. Heba’s driejarige dochtertje Ward is mee, er zijn ballonnen en er wordt een soort van picknick geïmiteerd.

De vier vrouwen nemen namelijk regelmatig een falouka (typische Egyptische zeilboot) samen, dus wordt de Nijl de setting van het vraaggesprek. Een team van zo’n twintig regisseurs, cameramannen, geluidsmannen, fotograven en assistentes zwermen urenlang om de vrouwen heen. De vijf vrouwen lachen en spelen met het kind, de sfeer is ontspannen. Maar ondertussen worden er wel serieuze thema’s behandeld. Ze praten bijvoorbeeld over de uitdagingen van het werken als vrouw met een camera op straat. In de afgelopen jaren werden verschillende vrouwelijke journalisten en fotografen aangevallen, verkracht en zelfs onder de voet gelopen.

De voorzichtige aanpak mocht niet baten. De reportage-serie ging 2 mei met de nodige verwachting in premiere. Op 15 mei wordt echter direct na uitzending van de tweede episode door ONTV bekendgemaakt dat de serie van de buis wordt gehaald. Niet geheel toevallig ging deze aflevering over de vier vrouwelijke fotojournalisten.

DE EGYPTISCHE MEDIA lopen over het algemeen aan de leiband van de volksopinie en het regime, maar soms breekt er toch eentje los. Zo kwam Al-Masry al-Youm op 18 april onverwachts met een zeven-pagina tellend dossier van de onderzoeksredactie over de martelpraktijken door de Egyptische veiligheidsdiensten. Dezelfde dag omsingelen tientallen agenten het hoofdkantoor. Het verantwoordelijke ministerie van Binnenlandse Zaken reageerde woedend op ‘de onpatriottische en lasterlijke berichten’ en klaagde de hoofdredacteur, de chef van de onderzoeksredactie en de drie verantwoordelijke journalist aan.

Yosru al-Badri, de verantwoordelijke chef van de onderzoeksredactie, is nog druk aan het werk als we hem de woensdagavond na publicatie ontmoeten. Op zijn bureau liggen een Koran,  gebedsketting en een gebedsmatje kriskras over stapels boeken en papieren. Snel propt hij het matje in een la.

Zijn telefoon – een oude Nokia aan een oplader – staat voortdurend roodgloeiend. Al-Badri is een Egyptenaar van de oude stempel. Wel een snor, geen baard. Middellang, middel-slank, middeldonker, de goedkope kleding van een kantoorklerk, serieuze frons op het gezicht en lichte zibiba (gebedsrozijn) op het voorhoofd. Hij spreekt een ouderwets Egyptisch, met plechtige beleefdheidsvormen en vrome verwijzingen naar God.

Hij maakt een drukke, maar ontspannen indruk. Maakt enkele grappen naar de redacteuren, neemt dan weer ernstig de telefoon op. Bedankt voor de steunbetuigingen, mompelt zinnen als ‘als God het wil zal alles goed komen’ en ‘God zal het recht doen overwinnen’.

Eindelijk zet hij zijn telefoon stil en begint aan een lang relaas over de geschiedenis van de oudste onafhankelijke krant van Egypte (opgericht in 2004) en hun pro-revolutionaire houding vanaf het eerste uur – kritisch op Mubarak, kritisch op veldmaarschalk Tantawi, kritisch op Morsi, kritisch op interim-president Mansour en nu kritisch nu op El-Sisi. ‘We zaten bovenop het nieuws. We schreven de hele tijd tegen het regime, niet om dwars te liggen, maar om de waarheid te dienen. We waren de eerste krant die in januari 2011 op de voorpagina het woord inzar (spanningen) durfde te gebruiken voor de ontluikende volksopstand. Toen Morsi aantrad waren we erg kritisch op zijn regering. De president heeft zelfs persoonlijk een rechtszaak tegen 26 journalisten ingediend, waaronder ook enkele journalisten van deze krant. We zijn nooit bang geweest en nu nemen we dus deze regering kritisch onder de loep.’

Waar Reem Maguid, Roger Anis en anderen spreken van een verstikkende censuur, ziet al-Badri hoegenaamd geen inperking. ‘Er zijn zaken die niet vrij zijn, maar dat zijn bepaalde onderwerpen zoals…’ – hij aarzelt even – ‘verkrachting bijvoorbeeld. Dat vindt de overheid niet wenselijk en ook de conservatieve delen van onze samenleving maken bezwaar. Maar dat was altijd al zo.’

Natuurlijk was er na de val van Mubarak meer vrijheid, erkent hij. ‘Maar noem je dat vrijheid of chaos? Nu komt er meer balans. Maar dat betekent niet dat we overheidsfunctionarissen, belangenvertegenwoordigers of zelfs de president niet kunnen bekritiseren.’

Het volk wil op dit moment niet teveel kritiek op de overheid horen, meent al-Badri. ‘De straat steunt El-Sisi omdat mensen voelden dat ze onder de Moslimbroederschap hun land kwijt aan het raken waren. Ze vertrouwen El-Sisi omdat hij iets voor hen kan betekenen, hij heeft oog voor de Egyptenaren en werkt voor hen.’

Hij begint een lofzang op de Egyptische president, de financiële top in Sharm al-Sheikh, zijn diplomatieke handelen en de moeilijke strijd tegen terreurgroepen. Over politiegeweld wil hij ook niet echt spreken. ‘Ik hanteer liever een term als… “overmatig optreden”.’

Voor de rechtszaak is hij totaal niet bang. ‘We hebben niets verkeerd gedaan. Wij hebben ons land een dienst bewezen. We houden van ons land en doen dit uit patriottisme. De regering is goed, doet zijn best, maar ze maakt ook fouten. Wij wijzen haar op die fouten en geven haar de kans te groeien en te verbeteren. We verspreiden geen leugens. Alles is gedocumenteerd. Kijk! Hij vist enkele brochures en boeken uit een stapel en bladert ze voor mijn ogen door. ‘Bewijs genoeg. De rechter zal inzien dat wij niets anders doen dan deze overheid te dienen.’

‘Wat een waardeloos interview,” zegt Roger geïrriteerd in de lift. Maar ik ben ervan overtuigd dat Al-Badri iets weet waardoor hij zo vol zelfvertrouwen op z’n stoel kan zitten. Dit blijkt al snel het geval. Een week later wordt op de trappen van het Syndicaat van Journalisten door een groep van 33 journalisten gedemonstreerd tegen de groeiende inperking van de persvrijheid. De meeste zijn fotojournalisten die elkaar druk fotograferen. ‘Oh journalisten van Egypte laat uw stem horen!’ roept de directeur van het Syndicaat, wiens woorden braafworden  herhaald door de aanwezigen. ‘Verhoog uw stem luider en luider! Nee, journalisten laat uw stem niet snoeren!’

Er is geen enkele journalist van Al-Masry al-Youm aanwezig, ook al doen geruchten de ronde dat de krant zal worden gesloten. Aan het eind van de dertig minuten lange schreeuw-partij leest de directeur een verklaring voor. ‘Onder hoge druk van het Syndicaat, de Egyptische pers en internationale organisaties heeft de Egyptische overheid besloten de vervolging van de vijf betreffende journalisten uit te stellen en eerst verder onderzoek te doen. Wij zullen de druk op het ministerie van Binnenlandse Zaken blijven opvoeren tot wij in vrijheid ons werk kunnen doen.’

TIJDENS DE MACHTSGREEP van El Sisi kwamen verschillende journalisten om en werd er een groot aantal gearresteerd. De twee prominente Al-Jazeera-journalisten Baher Mohamed en Mohamed Fahmy kwamen na 411 dagen vrij. Anderen – niet expliciet aan Al-Jazeera gelieerde journalisten – zijn minder gelukkig. Zo sprak op 11 april dit jaar de Egyptische rechtbank de doodstraf uit over een journalist en legde dertien anderen levenslang op wegens het “aanzetten tot chaos”. De veertien journalisten waren gearresteerd tijdens de onlusten op het Raba’a-plein in augustus 2013. En dan zijn er de vrijwel anonieme gevallen zonder enig politiek belang zoals zoals fotojournalist Mahmoud Abu Zied, zonder hoop of uitzicht op wat ook.

De 27-jarige freelance-fotograaf, bekend onder het pseudoniem Shawkan, werd op 14 augustus 2013 op de al-Tayaran straat gearresteerd en zit sindsdien zonder vorm van proces vast. Zijn vier jaar oudere broer Mohammed is net terug van het wekelijkse toegestane bezoek, waarbij hij voedsel mag brengen. De Egyptische gevangenis voorziet namelijk niet in kleding, voeding of sanitaire voorzieningen.

‘Het gaat steeds slechter met hem’, zegt Mohammed. ‘Ze zitten met twaalf personen in een cel van twaalf vierkante meter, de wc in het midden van de ruimte meegerekend. De gevangenen delen wat ze krijgen, water, voedsel. Ze moeten zich in de cel wassen met een emmer. Hij zit er samen met politieke gevangenen. Degene die bij Raba’a zijn gearresteerd zijn nu allemaal vrijgelaten. Maar de medegevangenen van Shawkan zijn gearresteerd in de omliggende straten rond het Raba’a-plein, ze waren toevallige passanten waartegen geen zaak is en ze worden “voor de zekerheid” toch maar vastgehouden.’

Mohammed ontkent dat zijn broer enige betrokkenheid had bij de Moslimbroederschap. Shawkan fotografeerde als amateurfotograaf sinds 2005. Hij werkte een tijdje voor Al-Ahram en daarna als freelancer voor Demotix en Corbis Image. Dit zijn stock-foto websites waar fotografen zelf een account aanmaken en hun werk uploaden, maar dus geen enkele vorm van bescherming hebben. ‘Hij maakte foto’s samen met een buitenlandse fotograaf van The Daily Beast. Die is vrijgelaten, mijn broer niet. De Al-Jazeera-journalist Abdullah Elshamy begon een hongerstaking en werd vrijgelaten, mijn broer niet.’

Het is in Egypte strafbaar zonder persvergunning als journalist te werken. Probleem is echter dat freelancers deze vergunning niet kunnen aanvragen en dat ze daardoor in feite gedwongen zijn illegaal te opereren. ‘Het is een bizarre zaak’, vervolgt Mohammed. ‘Er is geen enkel rapport of dossier tegen hem. Toch houden ze hem vast. Laatst vroeg een veiligheidsagent tegen mijn broer: “Waarom denk je dat je vast zit?” Hij antwoordde: “Dat weten jullie, niet ik.” “Nee, er moet iets zijn”, reageerde de man. “We weten alleen niet wat.”’

De aanname dat je schuldig bent tot het tegendeel is bewezen lijkt de heersende gedachte. ‘Laten we zeggen dat hij niet is wie zegt dat hij is.’ Dit laatste fluistert een woordvoerder van mediamagnaat Naguib Sawiris mij bij een clandestien feestje in het oor.
‘Wat bedoel je?’
‘Hij sympathiseerde met de Moslimbroederschap.’
‘Dus?’
‘Dat is verboden.’

Amnesty International lanceerde binnen en buiten Egypte een campagne voor zijn vrijlating. Al-Masry al-Youm wijdde een artikel aan hem. Op Facebook is een grote vriendenpagina. ‘Ondertussen zit mijn broer bijna twee jaar vast. Het gaat steeds slechter met hem. Hij vermagert, is depressief en ziek. Er is geen enkel uitzicht op wat ook. Onder de oude wetgeving moest een verdachte na twee jaar worden vrijgelaten als er nog steeds geen rechtszaak was gestart. Maar interim-president Adly Mansour heeft met een presidentieel decreet de wetgeving veranderd. Ze kunnen hem nu levenslang vasthouden zonder ooit een zaak tegen hem te openen.’

‘We hebben overal navraag gedaan. Zaak na zaak bij de rechter voor zijn vrijlating ingediend. Ze hebben er nog steeds niet naar gekeken. “Er is geen dossier dus we kunnen niets doen”, zeggen ze. Ik beschouw mezelf als de gevangene – niet hij, er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan hem denk.’

‘Hoe kijkt u nu naar Egypte?’

Mohammed kijkt me lang aan en zegt vanuit het niets in vlekkeloos Engels: ‘No comment.’

Monique Samuel heet vanaf nu Mounir Samuel

 

Geef een reactie

X