Blog

08 jul / Red de Revolutie!

Op het moment dat ik het Saddat-metrostation nader, weet ik dat het menens is. De medepassagiers zijn nerveus. Iedereen is nerveus. Vandaag staat een miljoenendemonstratie gepland. Op Facebook was het al weken van te voren aangekondigd. Vrijdag 8 juni wordt ‘red de revolutie’-dag. In de opmars naar de megademonstratie, was Tahrir langzaam weer in een tentenkamp veranderd. Overdag werd en druk over politiek gediscussieerd en flyers uitgedeeld en ’s avonds hoorde je gitaarmuziek en klappende mensen. Het waren steeds een paar honderd man die er stonden. Soms meer. Anderhalve week geleden was er flinke heibel op Tahrir-plein in Cairo, het regende traangas en molotovcocktails door downtown en waren er zeker 85 gewonden. Er gingen wilde geruchten rond van kidnappings en woeste baltigiyya, gewapende bendes die in de menigte geïnfiltreerd zou zijn. Vandaag zou het zomaar weer goed mis kunnen gaan. Het is de eerste grote demonstratie specifiek gericht tegen het leger sinds de val van Mubarak.
Ik ben de enige vrouw die uitstapt en loop voorzichtig richting de uitgang van het metrostation. Daar word ik tegengehouden door een groep vrijwilligers die iedereen controleert. Ik laat m’n ID zien en word door een jonge vrouw gefouilleerd, dan mag ik naar boven.
De herrie is onbeschrijfelijk. Gejoel, geschreeuw, gefluit, tromgeroffel, geklap, slogans die door megafoons worden geschreeuwd. Er was van te voren door verschillende politieke groeperingen zoals de 6 April-beweging gewaarschuwd voor mogelijk geweld. Vrouwen moesten vooral wegblijven. Mijn familie en vrienden hebben me uit alle macht geprobeerd thuis te houden. Maar op het moment dat ik op Tahrir sta, ben ik blij dat ik ben gegaan. Ik pak mijn camera en verdwijn in de oneindige bonte massa. Vrouwen met fel gekleurde hoofddoekjes of gehuld in de zwarte alles bedekkende niqab, kinderen met vlaggetjes in hun handen en mannen met lange baarden, alles loopt er rond. Iedereen wil met me praten en ik mag vrij fotograferen. Niemand die me ook maar een strobreed in de weg legt.
‘Zet dit op de foto, de wereld moet dit zien!’ roepen jongens luid. ‘We worden bedrogen, Egypte wordt bedrogen door de kliek van Mubarak!’
Er zijn verschillende podia vanwaar de ene na de andere speech wordt gegeven, opzwepende muziek wordt gedraaid en rijmende slogans worden gescandeerd. De massa schreeuwt uitbundig mee. Samen met een andere Nederlandse correspondent probeer ik de aard en omvang van de demonstraite te taxeren. Het publiek is voornamelijk onder de 35 en bestaat voor een groot deel uit studenten. Het is vrijdag en de tentamens zijn afgelopen, dus ze hebben de tijd. Maar ik zie ook veel arme laagopgeleiden en Moslimbroeders. Zij zijn meestal wat ouder en lopen met hun hele gezin rond.
Overal wappert en waait de Egyptische vlag. Mensen zijn gehuld in rood, wit, zwarte kleding. Anderen betuigen steun aan Libië en Syrië en dragen T-shirts bedrukt met de nieuwe Libische vlag. Ook zijn er verwijzingen naar het land waar het allemaal begon; Tunesië. Trots wappert de groene vlag van Tunis naast de Egyptische adelaar.
Vanaf het ene podium worden voortdurend Islamitische leuzen gebruld. ‘In de naam van Allah, de Barmhartige, de Erbarmer,’ begint een fanatieke Moslimbroeder gehuld in salafistische kledij – een lang wit gewaad, woelige baard en witte hoofddoek. ‘Het leger moet weten dat Egypte maar één vijand heeft. Israël en de Verenigde Staten. Israël en de Verenigde Staten zijn Egypte’s vijand.’
Zijn speech wordt door de enorme menigte met enthousiasme ontvangen. Met kromme tenen kijk ik toe. De Moslimbroederschap had aangegeven niet aanwezig te zijn. Het Egyptische leger en de Moslimbroederschap houden elkaar graag een hand boven het hoofd. Maar il-Ikwan al-Muslimmin is er weldegelijk en neemt het grootste podium in beslag. Snel richt ik me op de andere podia waar duizenden mensen zich verdringen en vrolijk klappen en zingen. Vanuit deze podia klinken geen haatdragende speeches, maar muziek en emotionele toespraken van de familieleden van de martelaren. ‘Taht ya-Masr, bevrijd Egypte. Goeria, vrijheid. En intigliyya baltigiyya, het Ministerie van Binnenlandse Zaken is baltigiyya,’ zijn populaire slogans.
Richting de Kasr al-Nil brug loopt een stoet met een dertig-meter lange vlag. De menigte zingt en beweegt de enorme vlag op en neer, terwijl ze ‘Luister Tantwi, wij staan op Tahrir,’ zingt. Mohammed Hussein Tantawi is de opperbevelhebbervan het Militaire beraad en de meest gewraakte man op Tahrir vandaag. Bijna elke toespraak en protestlied is tegen hem gericht.
Hoe divers het publiek echter ook is, van liberale meisjes met gigantische zonnebrillen tot Salafistische Osama Bin Laden look-a-likes, de eisen zijn voor iedereen dezelfde; het leger moet plaatsmaken voor een civiele regering en er moeten snel verkiezingen worden uitgeschreven (er is nog steeds geen datum vastgesteld), de daders van de honderden moorden tijdens de Egyptische revolutie moeten worden berecht, de families van de martelaren moeten financieel worden gecompenseerd, de baltigiyya die keer op keer de kop opsteken moeten voorgoed van de straat en Hosni Mubarak en zijn zoon Gamel moeten worden berecht.
‘Het leger heeft geen van zijn beloftes waargemaakt,’ roept een bezweette demonstrant tegen mij.
‘Tantawi is een leugenaar,’ roept een oude man met een grijze baard.
‘Hosni Mubarak moet worden geëxecuteerd,’ zegt een gehoofddoekte vrouw resoluut die referendumblaadjes over de revolutie uitdeelt.
‘Daar ben ik het niet mee eens,’ zeg ik voorzichtig. ‘Het leven is van God en kan alleen door God worden genomen. Laat hem worden berecht en voor de rest van zijn leven worden opgesloten.’
‘Ze heeft gelijk,’ zegt een ander. ‘Alleen God kan een leven nemen.’
‘Precies,’ zeg ik. ‘Laten we niet zijn zoals de baltigiyya.’ De uitspraak mist z’n uitwerking niet. De vrouw kijkt me even bedenkelijk aan en zegt dan: ‘Oké, maar levenslang!’
‘Ja, levenslang.’
‘En daarna de hel! Want hij heeft ons leven een hel gemaakt.’
‘Allah w’allan, God weet het beter,’ antwoord ik braaf. Dan storten de correspondent en ik ons snel weer in de uitzinnige jonge massa.
De politie en het leger laten zich nergens zien. De sfeer is goed al is de hitte verzengend. Op brancards worden de eerste mensen afgevoerd die zijn flauwgevallen door de hitte. De straat gloeit dwars door m’n schoenzolen heen. We besluiten naar het Hilton Ramses-hotel te gaan om de menigte van bovenaf te bekijken en de totale omvang wat beter in te kunnen schatten. Daar staat de Nederlandse manager van het hotel al op ons te wachten.
‘Kom snel naar boven,’ zegt hij enthousiast.
Vanaf de bovenste verdieping van het hotel kijken we naar het Tahrir-plein. De menigte is gigantisch, maar haalt bij lange na geen miljoen.
‘Mijn veiligheidspersoneel heeft ingeschat dat als het plein helemaal volstaat er zo’n 80.000 mensen op passen,’ zegt de manager.
‘Ik denk dat er nu dus zo’n 35.000 man zijn.’
ik kijk naar de zijstraten, het middaggebed is net afgelopen en er loopt een langzame maar gestage stoet richting het plein. De politie en het leger zijn gelukkig nergens te zien. Ze hebben zich uit downtown teruggetrokken. Mijns inziens een wijze beslissing, anders was het zeker oorlog geweest.
‘Zien jullie al die bussen?’ vraagt de manager terwijl hij opgewonden naar beneden wijst. ‘Die dropten vanochtend om elf uur honderden mensen. Zo uit het niets, busladingen vol.’
‘Dat kan maar een partij zich veroorloven,’ mompel ik.
‘De Moslimbroederschap.’
Terug op het plein liggen hele groepen voor pampus in de schaduw. Het is de heetste dag in weken en de zon verbrandt alles en iedereen. Maar de sfeer is immer goed en feestelijk. Verkopers doen goede zaken met koude drankjes en vers mangosap. Er worden vlaggen verkocht en T-shirts, zonnebrillen en petjes, maar ook nietmachines en horloges. Bij het tentenkamp zijn grote wikke doeken gespannen waaronder mensen in groepjes bij elkaar zitten en liggen. De toespraken gaan onverminderd door, net zoals de muziek die uit allerlei speakers klinkt.
Rondom het tentenkamp is veel bedrijvigheid. Er worden petities getekend en aanklachten op papier gezet. Spandoeken vullen het hele plein en een enorm papier met honderden foto’s van de martelaren vormt een condoleancehoek.
Aan het eind van de middag stroomt het plein weer vol. Groepen van honderden demonstranten marcheren door de chique straten van downtown om de mensen op de been te brengen. Het heeft effect, vanuit kleine zijstraatjes en grote hoofdwegen verschijnen drommen mensen.
De revolutie is nog lang niet afgelopen, denk ik terwijl ik met een mengeling van hoop en ontmoediging om me heen kijk. De mensen schreeuwen, roepen, zingen, maar wie luistert? In Nederland zou een minister of staatssecretaris even z’n gezicht laten zien, een petitie aannemen en een paar loze woorden uitspreken, maar hier is niemand te bekennen. Geen soldaat, geen agent, geen minister, geen Tantawi. Tijdens de oproep voor het gebed knielen de duizenden demonstranten neer en bidden ootmoedig, maar de hemel zwijgt. Wie luistert er naar dit volk?
‘Voor het ziekenhuis van Mubarak in Sharm al-Sheikh staan 30.000 demonstranten,’ galmt er over het plein. Over heel Egypte zouden er twee miljoen mensen op de been zijn. Er wordt gefloten en luid geklapt. Ik fluit en klap ook, al weet ik dat hij voorlopig niet zal worden berecht. In Egypte geldt nog steeds het recht van de sterkste, van de farao en zijn kliek. Tantawi zal nooit naar het plein komen om de hoop en dromen van zijn volk aan te horen. Het leger zal in het donker de straten schoonvegen en over gaan op de orde van de dag. En ondertussen breidt de Moslimbroederschap zich gestaag uit, terwijl de jongeren van Tahrir zingen en klappen, gitaar spelen en dromen van een nieuwe toekomst.

 

 

 

 

3 Comments
  • Paul

    Mooi beschreven, Monique. Je krijgt zo wel de indruk dat Egypte van de regen in de drup is beland. Ik ben bang dat het moeilijk wordt om echt een democratische rechtstaat te vestigen, er zijn steeds weer andere mensen die zich de macht toe-eigenen. En als de fanatici het best georganiseerd zijn, dan is de kans aanwezig dat het alleen maar slechter wordt. Ik hoop en bid dat dit niet het geval zal zijn – ook voor al die mensen die weer hun moed bijeengeraapt hebben om daar te demonstreren. Take care.

    Beantwoorden
  • harry

    Tja, Dit soort revoluties gaat met bloed zweet en vooral tranen gepaard.
    Wat hadden de mensen dan verwacht, dat alles in een keer zo zou worden als in west-Europa?
    Dit zal nog heel wat jaren duren en heel wat terleurstelling zal volgen, maar op den duur zal het goed komen.
    De moslim broederschap zal ook moeten begrijpen dat de macht niet uit de loop van een geweer komt, maar van de stembus komt.
    Dus elke vier jaar zal de macht elke keer weer opnieuw verdient moeten worden.
    Maar dit geldt niet alleen voor Egypte,maar ook voor Tunesie en alle andere landen waar de mensen voor hun vrijheid opkomen.

    Beantwoorden
  • Anne Marie

    Monique

    Wat fijn dat je nu in egypte zit en de situatie kan aangeven hoe het verloopt. Maar als ik het zo lees, dan zou ik er maar wat graag bij willen zijn, met de camera in de hand en foto’s maken!
    Egypte zal altijd een plaats in mijn hart houden. Het land met zijn cultuur, mijn vrienden die er wonen. Een land waar ik enerzijds zo graag met mijn kids zou willen wonen.

    Ik houd mijn hart vast en de toekomst zal laten zien hoe Egypte zal worden!

    Beantwoorden

Geef een reactie

X