Blog

08 okt / Recensie nieuwste boek Tarek Osman – Egypte kent meerdere gezichten dan die van nationalisten en moslimbroeders

Egypte kent meerdere gezichten dan die van nationalisten en moslimbroeders

De Arabische lente, de Egyptische revolutie en de val van president Hosni Mubarak hebben de afgelopen maanden niet alleen menig krant gevuld maar ook een ware boekenregen op gang gebracht. Economen en historici, journalisten en fly-in correspondenten, wetenschappers en schrijvers, iedereen probeert een graantje mee te pikken van de plotselinge aandacht voor het land van de Nijl.
De meeste boeken zijn geschreven door westerse journalisten die Cairo slechts een aantal jaar als standplaats hebben. Ze zijn het Egyptisch-Arabisch vaak amper tot niet machtig, kennen de eeuwenoude cultuur en traditionele gewoontes ook maar uit de boeken en weten weinig van de vele dagelijkse beslommeringen die de gemiddelde Egyptenaar meemaakt. Ze reizen niet elke dag met de stampvolle metro, derdeklastreinen of aftandse microbusjes, leven niet in baanonzekerheid, worden wel elke maand uitbetaald. En ze hebben geen dochters die nodig moeten trouwen, maar geen geschikte kandidaat kunnen vinden (lees: iemand die zich een appartement kan veroorloven).
Ondertussen zijn boeken vanuit het Egyptische perspectief schaars. Hoewel Egypte al decennia bekend staat als de bakermat van de moderne Arabische literatuur, is een boek al een bestseller in Egypte als er vier- tot vijfduizend exemplaren van zijn verkocht (ter vergelijking, in Nederland spreken we van een besteller bij verkoop van tienduizend exemplaren of meer). Deze bestsellers vormen slechts tien procent van de top van de markt. In het land waar het hiërogliefenschrift ontstaan is, is vandaag de dag zo’n veertig procent van de bevolking analfabeet en wordt er schrikbarend weinig gelezen.
Uitzonderingen vormen de gevierde schrijver Alaa al Aswani, auteur van de internationale bestseller het Yacoubian, die het boek Over Egypte schreef met daarin zijn bespiegelingen op het nieuwe Egypte (uitgegeven door de Geus) en Tarek Osman, die geboren en getogen is in Cairo en tegenwoordig een duobaan heeft als econoom aan de American University in Cairo en de Bocconi Universiteit in Milaan. Hij woont en werkt zeker de helft van het jaar in Londen en schrijft essays en opiniestukken voor kranten zoals The Financial Times, The Independent en The Guardian. Tarek Osman verkeert in een unieke positie, als Egyptenaar met een westerse opleiding en multiculturele achtergrond kan hij een uniek perspectief op zijn vaderland bieden. Als Egyptisch-Nederlandse weet ik uit eigen ervaring dat een tweede cultuur een enorme meerwaarde heeft. Je kijkt immers met een dubbele bril (zowel Europees als Arabisch) en weet tegelijkertijd meer autonomie en neutraliteit te behouden. Ik begrijp de Westerse aarzeling om hardop over de Arabische lente te juichen maar ervaar ook het gevoel van opluchting en trots van de Egyptenaren die al decennialang hopen op verandering.

nooit vrij
Osman’s geschiedenis over het moderne Egypte was al een tijdje een standaardwerk en nu is er een update, waarin de revolutie en de opkomst van nieuwe groepen en geluiden is verwerkt. Osman schetst de sociale, politieke en economische ontwikkelingen vanaf de Egyptische khedive (onderkoning) Mohammed Ali, die Egypte van 1805 tot 1848 regeerde, in die tijd de ene na de andere hervorming doorvoerde en daarmee de basis legde voor het moderne (onafhankelijke) Egypte, tot de miljoenendemonstraties op Tahrir die de laatste farao (ex-president Honsi Mubarak) op 11 februari ten val brachten.
In een vogelvlucht wordt de lezer meegenomen door de turbulente recente geschiedenis. Alles in het boek werkt toe naar de revolutie, van de grootschalige landbouwhervormingen ten tijde van oud-President Gamal Abdel Nasser die het agrarische bestel op z’n kop zetten, tot de opkomst en ondergang (en hernieuwde opkomst) van de kunst scene in Cairo, de religieuze-culturele en politieke hoofdstad van de Arabische wereld.
Osman laat zien hoe de Egyptenaren eigenlijk nooit echt vrij zijn geweest. Eeuwenlang werden ze bestuurd door Mammelukken, Turken, Albanezen en de Britten en toen er eindelijk een leider uit hun midden opstond (Nasser) werden ze weer onderworpen aan autoritair staatsbestuur en de weliswaar goedbedoelde maar evengoed desastreuze grillen van een dictator.
De recente geschiedenis deelt Osman op in verschillende politieke experimenten; die van het Europese modernisme (1850-1920), parlementaire democratie (1930-40), nationalisme (1950-1970) en wat hij ‘distorted’ kapitalisme noemt, dat werd geïntroduceerd door de Egyptische oud-president Anwar Saddat. Van Westers liberaalkapitalisme wilt Osman niet spreken, want hoewel Egypte sinds de infitah (opening) meer vrijenmarktwerking en het recht op eigen bezit kent, bleef de staat alomvattend en werden er geen controlemechanisme ingevoerd waardoor corruptie en vriendjespolitiek de hele samenleving in z’n greep kreeg.

niet neutraal
Osman kent zijn geschiedenis. In gecondenseerde tekst beschrijft hij grote historische gebeurtenissen en kleine stapjes in de ontwikkeling van het land. Het boek kent 41 pagina’s met noten en bronvermelding en telt ook nog eens een index van 12 pagina’s. In de media wordt zijn boek geprezen om de leesbaarheid, maar ik vond de tekst erg geconcentreerd. Daarbij laat de vertaling nogal eens de wensen over. Informatief is het boek zeker, maar daar blijft het ook bij.

Osman onthoudt zich geheel van persoonlijk commentaar en eigen beleving. Wat hij zelf van de revolutie vindt blijft onduidelijk. Daarbij presenteert hij zijn feiten zorgvuldig en bouwt daarmee zijn impliciete eigen argumentatie op. Hij stuurt de lezer voortdurend in een richting; namelijk die van de opkomst (en het gevaar van) de politieke islam en de grote gevolgen die dat heeft voor de Egyptische samenleving. Osman’s geschiedenisles is niet neutraal, al wekt hij wel die suggestie. Ook de gebruikte terminologie is soms misleidend. Zo noemt Osman de moslimbroeders regelmatig Salafisten, maar de hedendaagse Moslimbroederschap heeft weinig aanhang onder deze fundamentalistische islamitische groepering. Zij hebben hun eigen partij: Nour (licht).
Voor Osman is het niet de vraag of de islamieten gaan winnen, maar voor welke islam zij staan – gematigd of (oer)conservatief. Ik steun hem in dit idee. Tijdens de Globaliseringslezing in Amsterdam, waar ik met Osman in debat mocht, wees hij naar de groeiende middenklasse die zowel de islam, als het liberalisme omarmt – maar dan wel een islamitisch-liberalisme. Dus religieus en toch tolerant (zoals Egypte in de jaren twintig en dertig was). Een mengvorm van meer politieke vrijheid zonder Europees secularisme.

De politieke Islam die in Egypte de afgelopen maanden steeds zichtbaarder wordt, boezemt veel Kopten angst in. Osman, die een islamitische vader en Koptische moeder heeft, wijdt een heel hoofdstuk aan deze christelijke minderheidsgroep in Egypte. Anders dan veel westerse auteurs benadrukt hij hun rijke geschiedenis, eeuwenlange invloed en demografische zichtbaarheid in de samenleving. Tegelijkertijd hekelt hij de ommezwaai na de jaren ’50, toen christenen zich massaal begonnen te onttrekken uit de maatschappij.
De Koptische kerk heeft zich meer en meer achter haar eigen muren teruggetrokken. Volgens Osman kwam dit niet alleen door de opkomst van de islamisten in 1975, maar ook hun economische achteruitgang, de nationalistische politieke en culturele hervormingen van Nasser en de uitbraak van structureel geweld tegen christenen.
Tijdens de revolutie stelde de Koptisch-Orthodoxe kerk zich enorm terughoudend op. Kerkgangers werd geadviseerd niet te demonstreren en Mubarak werd door sommige priesters openlijk gesteund. Paus Shanouda III wordt door velen als een schoothond van ex-President Mubarak gezien. De weigering van de Koptische kerk om zich bij de demonstraties aan te sluiten was mijns inziens een grove fout. De politieke en maatschappelijke toekomst van Egypte mag weliswaar onzeker zijn, het land verandert evengoed. De kerk had daarbij een voortrekkersrol kunnen spelen en aan sympathie kunnen winnen, nu wordt zij door velen achterdochtig bekeken. Er was veel respect voor de voornamelijk Koptisch-katholieke christenen die participeerden op Tahrir, maar de Koptisch-Orthodoxe kerk is nu tot een bescheiden rol veroordeeld.

Over de groeiende middenklasse waren Osman en ik het echter roerend oneens. Statistisch gezien mag de middenklasse in het Midden-Oosten weliswaar groeien, de dagelijkse praktijk van (hyper)inflatie en sociale onzekerheid reduceren de middenklasse tot een instabiele groep die voortdurend moet vechten om haar voortbestaan. Wanneer de kostwinner ziek wordt, de vader overlijdt, het bedrijf failliet gaat of de multinational Egypte verlaat, bungelt het hele gezin binnen een dag boven de afgrond. Er is geen sociaal vangnet en de sociale mobiliteit is laag.

Daarbij kent Egypte een groeiend aantal walgelijk rijken en een hoog aantal bedroevend armen. Veertig procent van de Egyptenaren leeft onder de armoedegrens en verdient minder dan anderhalve euro per dag. De werkelijkheid van deze mensen weet Osman in zijn boek niet te vangen. Zijn analyses beperken zich tot koude cijfers en feiten, het persoonlijk verhaal is afwezig en hoewel de hoeveelheid informatie in Egypte: Een geschiedenis van Nasser tot na Mubarak overweldigend is, mist het boek de beeldende illustraties en de sprekende gezichten die het verhaal inkleuren.

Osman beschrijft de recente ontwikkelingen als een strijd tussen nationalisten en islamieten, met een kleine elitaire groep liberalen die de revolutie hebben geïnitieerd die door de Moslimbroeders is afgemaakt. Hij onderbouwt de gangbare analyses in het Westen met honderden feiten en voorziet ze van een historische achtergrond. Een knappe prestatie, maar tegelijkertijd een gemiste kans, want de veelzijdigheid van Egypte en zijn inwoners wordt niet voldoende belicht. De Facebookgeneratie blijft gezichtsloos. De slag om Tahrir werd niet gewonnen door Moslimbroeders, maar door mensen die streven naar verandering. Zij horen niet zozeer bij een bepaalde groep of politieke stroming, maar zijn jonge twintigers en dertigers die elkaar vonden op het internet. Osman, wars van sociale media als twitter, faalt dit in te zien. En dat is jammer, want Egypte kent meer gezichten dan die van moslimbroeders en nationalisten.

Egypte, een geschiedenis – van Nasser tot na Mubarak
Uitgeverij Bulaaq
€24,50

Deze recensie verscheen in Gulliver, het boekencatern van het ND – http://www.nd.nl/

2 Comments
  • Laila

    Interessant. Dank je wel.

    Beantwoorden
  • magda

    nooit vrij-
    ‘dit gevoel heb ik ook in Egypte- er is iets verandert ;;maar toch

    Beantwoorden

Geef een reactie

X