Blog

10 jan / Politie, noem het beestje bij z’n naam

We hebben een probleem. Een groot probleem. Met geweld tegen homoseksuele mannen en transgender personen in onze hoofdstad en ver daarbuiten, zeker. Maar hier is een ander probleem bijgekomen. We kampen met een justitieel apparaat en een politie die anti-homogeweld niet als zodanig willen erkennen.

Geschreven voor Gay.nl 

Mensen roepen snel iets. Niet bij ieder opstootje waar het slachtoffer homoseksueel is, is er sprake van anti-homogeweld. Maar vaak, zo niet steeds vaker, hoeft er over het motief weinig onduidelijkheid te bestaan.

Zo was er de 22-jarige Victor uit Arnhem – te gast in Amsterdam – die bij het begin van het nieuwe jaar door vier mannen in elkaar werd geslagen en daarbij twee voortanden verloor. Terwijl hij met z’n fietsketting bezig was, werd hij door de mannen omringd. ‘Ze scholden me uit voor “kankerflikker” en “homo” en sloegen me’, aldus Victor. Het motief voor dit pak slaag? Niets meer of minder dan zijn schijnbaar zichtbare geaardheid, lijkt mij zo.

Geen week later was er alweer een nieuw slachtoffer. Afgelopen weekend werd de 24-jarige Xeverio Valies in elkaar gemept. Hij liep een flinke hoofdwond en een hersenschudding op. Ditmaal was de locatie niet Amsterdam-West, maar de metrohalte van de Wibautstraat in Amsterdam-Oost, waar Valies door drie mannen werd uitgescholden voor ‘boeler’ (flikker). Vrijwel gelijk na de scheldkanonnade werd hij tegen de grond gewerkt, waarna hij met een baksteen op zijn hoofd werd geslagen.

‘Het beeld ontstaat dat geweld tegen LHBTI’s onbestraft gaat’

De heren deden aangifte en staan in contact met politienetwerk Roze in Blauw. Toch wil de Amsterdamse politie in beide gevallen nog niet spreken van anti-homogeweld. De ruzie zou, zo redeneert de politie, immers ook een andere aanleiding kunnen hebben, waarbij het woord ‘homo’ simpelweg als scheldwoord wordt gebruikt. Het feit dat beide heren ook daadwerkelijk homoseksueel zijn, lijkt niet relevant. En al was dat niet het geval: het feit dat expliciet met homo gescholden wordt is toch ook al een inbreuk op het non-discriminatiebeginsel? Als een donkere vrouw voor n*ger wordt uitgescholden en in elkaar gemept, heet dat dan ook geen racisme? Of raciaal geweld? Misschien niet, nee.

We hebben in Nederland grote moeite om dingen bij de naam te noemen. In ons land doen we niet aan seksisme, transfobie, xenofobie, racisme en blijkbaar ook niet aan anti-homogeweld. Het leveren van bewijslast is lastig. Het gaat immers om het woord van het zwaar mishandelde slachtoffer tegen dat van de ontraceerbare daders.

Onherroepelijk denk ik terug aan het stevige gesprek dat ik, nu ruim twee jaar geleden, voerde met Ellie Lust (woordvoerder Roze in Blauw). Roze in Blauw klaagt over het gebrek aan aangiftebereidheid. Maar het regent aangiftes. De lijst van incidenten is slechts gegroeid. Toch worden er nauwelijks mensen veroordeeld voor geweld tegen LHBTI-personen, wat het vertrouwen in aangifte doen weinig goed doet. Ook wilde de politie in vrijwel geen een geval van anti-homogeweld spreken. Hierdoor voelen slachtoffers zich niet gehoord en ontstaat het beeld dat geweld tegen LHBTI’s onbestraft gaat.

De weerwil van de politie om van anti-homogeweld te spreken, kan niet meer als toeval of overijverige neutraliteit worden gezien. Er lijkt een duidelijk politiek motief te berusten op verdoezeling van dit geweld. Ieder formeel erkend incident van anti-homogeweld heeft invloed op het internationale imago van de stad Amsterdam en de Nederlandse positie op internationale ranglijsten, met betrekking tot minderheden, veiligheid en seksuele rechten.

‘Onze huidige regering wil de indruk wekken een veilig milieu voor LHBTI-personen te scheppen’

Belangrijker echter is dat onze huidige regering en de Amsterdamse gemeenteraad de indruk willen wekken een veilig milieu voor LHBTI-personen te scheppen. Nederland positioneert zich consequent als gidsland, nog wel het meest voor zichzelf. Te veel geweldsincidenten werken niet bevorderlijk voor dit zo kunstig geconstrueerde en beheerde imago. Wat niet heet, dat niet is, zo lijken de politie en zwijgende politici te denken.

En dan is er het linkse ongemak bij het profiel van de dader:zeker niet uitsluitend Marokkaans of islamitisch, maar wel onevenredig vertegenwoordigd bij deze incidenten. Hoe harder rechts-populistische partijen met incidenten van anti-homogeweld aan de haal gaan als olie voor de motor van de islamofobie, hoe groter de weerstand van links en centrumlinks om deze incidenten bij naam te noemen.

Vreemd: de politie, die zich zo openlijk schuldig maakt aan etnisch profileren, lijkt een groot ongemak te voelen om kleur of etniciteit aan te wijzen in het geval van anti-homogeweld. Of om simpelweg te daders te benoemen voor wat ze zijn: homofobe mannen, die maatschappelijke onrust en algehele onveiligheid creëren.

Het is tijd om de waarheid boven tafel te krijgen. Die van de aard en omvang van anti-homogeweld, die door de weerwil van de politie om incidenten zo te noemen onduidelijk blijft. Die van de politieke agenda die achter de verdoezeling van deze incidenten schuilgaat. En de waarheid over de effectiviteit en het functioneren van Roze in Blauw en de bredere politie, die nog steeds lijdt aan verholen vormen van homofobie met meneer agent, die zelf – zo verneem ik van interne bronnen – ook niet vies is van een grapje over flikkers.

Geef een reactie

X