Blog

22 sep / De laatste biecht van een priester

‘Vader, ik heb gezondigd.’

De priester knielde neer en luisterde aandachtig naar de stilte in de bewierookte kerk. Tegenwoordig kwam er overdag niemand meer, zelfs de vrouwen hadden geen tijd.

‘Ja, ik heb op vaste tijden gebeden, de hostie tot me genomen, gevast, gewaakt…’
Hij aarzelde even, toen vervolgde hij zachtjes: ‘Mezelf gesneden, gegeseld, op bloten knieën me naar het Vaticaan gesleept.’

Hij spitste zijn oren, klonk daar het openen van een deur? Ja, nee, nee, toch niet.
‘Ik heb de armen en ouderen zoals Jezus Christus liefgehad en toch Vader en toch…
Al die goede werken, ze hebben me niets opgeleverd.’

De priester staarde naar de houten biechtstoel. Hij was in onbruik geraakt. Wie gaat er tegenwoordig nog biechten? Langzaam gleed hij met zijn hand over het gladde hout. Stof plakte aan zijn vingers.
Hij zou eigenlijk eens goed moeten worden afgenomen.

‘ ‘s Nachts voelde ik me eenzaam. Ik lag in mijn bed en fluisterde: Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten. Maar een antwoord, nee een antwoord kwam er niet. Dus dacht ik maar aan de leden van mijn gemeente, aan hoe ze sliepen of waakten, vreeën of aten, lachten en dansten zonder zich druk te maken om morgen, zonder zich druk te maken om wat dan ook.’
Aarzelend boog de priester zijn hoofd.

‘Maar ik had slechts mijn kussen, mijn kussen en mijn rozenkrans. En het was niet genoeg, het was bij lange na niet genoeg.’ Zijn stem klonk hees en schor.
De priester keek opzij. De kaarsen flikkerden onrustig, het tochtte in de koude kerk. Ze zouden eigenlijk voor dubbele beglazing moeten zorgen, maar ja… geen geld.

‘Tegenover vrouwen hield ik een zekere afstand. Een priester behoort immers geen seksuele aantrekkingskracht te voelen ten aanzien van de enige twee vrouwen in zijn leven: zijn moeder en de Heilige Maagd. Maar kinderen, oh die lieve schattige kinderen, met hun zachte handjes, ja zo zacht en die grote lichte ogen… ‘Laat alle kinderen tot mij komen,’ zei de Goede Heer. En dus liet ik alle kinderen tot mij komen. Aan mij komen… Maar op den duur was ook dat niet genoeg. Ik wilde in hun komen, in hun zijn en zo kwamen vele, vele kinderen tot mij.’

De priester sloeg zijn ogen neer.

‘Vader ik heb gezondigd.’

‘Tien weesgegroetjes? Ja.’
‘Vijf Onze Vaders? Ja.’
‘Veertig dagen vasten? Goed.’

Langzaam sloeg de priester een kruis en stond bevend op. Toen opende hij het deurtje van de biechtstoel. Er zat niemand. Helemaal niemand. Hij was al die tijd alleen geweest.
Hij kuste de rozenkrans die hij in zijn hand hield, toen liep hij naar het consistoriekamertje.
De kaarsen flikkerden en de wind tochtten, in die kille koude lege kerk.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

1 Comment

Geef een reactie

X