Blog

27 sep / Over stille struikrovers en de echte prijs van een hamburger

Dit is een voorproefje van mijn nieuwste boek “Dagboek van een zoekend christen: christen 2.0” dat dit najaar bij Ark Media verschijnt. Aan de hand van de gewraakte tien geboden onderzoek ik in dit boek de grote vragen van de moderne mens en zoek ik naar de betekenis van religie in een land waar God allang vergeten lijkt. “Dagboek van een zoekend christen” beschrijft mijn zoektocht naar God en de goddelijke bestemming van ieder mens. Niet in zweverige termen maar in duidelijke vragen over duizend jaar oude principes en een kreunende moeder aarde, het gewraakte “H-woord” en het genot van seksualiteit, moderne heiligen en een lege kerk, God in de polder en de stilte van de oase, spirituele mystiek en religieus fanatisme.

VIII Gij zult niet stelen

“Het is niet juist om te stelen. En God stelt het ook niet op prijs, denk ik.”
De Tien Geboden – Trouw

Als een dief in de nacht…
Hoeveel mensen zullen naar dit gebod luisteren en genoegzaam knikken. Wij stelen immers niet. Ik heb één keer in m’n leven stiekem een snoepje bij de drogist uit de bak gepakt en onmiddellijk geschrokken teruggelegd (achteraf bezien was dit niet zo hygiënisch, maar dat woord kon ik nog niet eens spellen in die tijd).

De meeste van ons zullen waarschijnlijk aangeven niet te stelen – en ook echt geloven dat niet te doen. Toch zijn we dieven. Struikrovers zelfs. We verstoppen ons achter de bosjes van vermeende onschuld, maar graven ondertussen diepe gaten in de grond, zuigen onze longen vol, spuwen koolmonoxide uit en vergiftigen daarmee de laatste bomen en struiken en die ene onschuldige voorbijganger, die opgeschrikt wordt door grijze smog en een kaalgevreten landschap. We verbranden ongerepte natuur om er fabrieken, wegen en er voedsel van te maken. Ook de boer is tegenwoordig manager van een fabriek. Plofkippen, kistkalven, legbatterij-eieren en intensieve massaproductie zijn allemaal uitwassen van onze agressieve bio-industrie.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het antwoord is heel simpel. Wij willen niet de prijs betalen die we eigenlijk voor ons voedsel, vervoer en luxegoederen zouden moeten betalen. En dus concurreren boeren en bedrijven elkaar kapot door overal op te bezuinigingen behalve het uiterlijk en design van hun producten, want een lelijk mobieltje willen we niet, evenals een bloedige vleesklomp. De kunstmatige prijzenslag om de altijd klagende consument te behagen gaat ten koste van de positie van arbeiders die hier worden ontslagen en in China tegen vreselijke arbeidsvoorwaarden worden aangenomen, boeren in Zuid-Amerika, mijnbouwers in donker Afrika, transporteurs uit Oost-Europa, chauffeurs hier in Nederland, vissers op het Victoriameer of jonge naaisters in India die vaak tegen hun dertigste al blind zijn.

Gratis bestaat niet. Laat u niet misleiden door kiloknallers of één-euro-symboliek. We hebben al betaald voor we er erg in hebben. Meer, veel meer, dan we kunnen bedenken. Die euroknallers, die gratis printers, vrije downloads, drie voor twee deals… We denken iets voor niets te krijgen, hechten er minder waarde aan en gooien het zo weg. Maar alles in deze wereld heeft een prijs, alles wat uit de aarde genomen wordt laat een hol gat achter, alles wat de lucht in wordt geblazen dwarrelt als fijnstof neer. Kleine roetdeeltjes die wij en volgende generaties inademen. Zoet water wordt zout, vrouwen in de mijnen van Congo misbruikt voor onze iPhone’s en Blackberry’s, enorme veestapels blijven kunstmatig in stand en landbouwgrond verandert in woestijn.

Wij denken wellicht een goedkope hamburger te eten, maar in werkelijkheid betalen we 230 euro voor een lapje vlees. Het is zoals de Brits-Amerikaanse econoom Raj Patel in zijn boek “De Waarde van Niets” beschrijft:

 Volgens een schatting bedragen de energiekosten voor de 550 miljoen Big Macs die jaarlijks in de Verenigde Staten worden verkocht 297 miljoen dollar, waardoor er 1,2 miljoen ton kooldioxide wordt geproduceerd. Naast de kooldioxidevervuiling zijner nog andere schadelijke invloeden op het milieu, in de vorm van watergebruik en uitputting van de grond, en zijn er verborgen kosten voor de gezondheid, in de vorm van ziekten die door eetgewoonten kunnen worden veroorzaakt, zoals diabetes en hartfalen. Deze kosten worden niet in de Big Mac doorberekend, maar ze moeten wel door iemand worden opgebracht. Ze worden niet betaald door McDonald’s, maar door de maatschappij als geheel, die de kosten voor milieurampen, aan klimaatverandering gerelateerde migratiekosten en hogere kosten voor de gezondheidszorg moet opbrengen. Volgens een rapport van het Centre for Sciecne and the Environment in India, zou een hamburger die is gemaakt van een rund dat groot is geworden op een ontbost stuk oerwoud in werkelijkheid zo’n 300 dollar bedragen. [1]

De kinderlijke consument
We zijn “infantiele consumenten”, aldus de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber.[2] Bedrijven proberen bij ons een voortdurend verlangen naar meer en nieuwere producten op te wekken. Reclames spelen slim in op ons verlangen om geliefd te worden en handige pr-mensen weten perfect hoe ze ons het knagende gevoel moeten geven dat we nog iets missen, iets nodig hebben, iets wat ons leven significant beter maakt. Zo houden ze bewust een kinderlijk verlangen in stand naar het nieuwste type, het snelste model, zodat we maar blijven kopen en kopen, ook als daar geen enkele noodzaak toe bestaat.

In de afgelopen decennia heeft er een enorme mentaliteitsverandering plaatsgevonden. Onze (groot)ouders kochten hun eerste wasmachine voor het leven. Ze deden 25 jaar of 30 met hun stalen wastrommel. Maar de nieuwste wasmachines gaan niet eens zo lang mee. Waarom zouden fabrikanten onverslijtbare producten ontwikkelen? Er valt veel meer te verdienen aan goedkopere wastrommels die over acht of tien jaar aan vervanging toe zijn. Over enkele jaren vind je jouw wasmachine toch hopeloos verouderd omdat het geen automatisch voorwasprogramma heeft en wil Je net zo’n mooie Miele als de buurvrouw.

Dit geldt  nog veel sterker voor kleine consumentenelektronica zoals laptops, mobieltjes, camera’s, tablets en spelcomputers. Jouw vrienden weten niet hoe je strijkijzer eruit ziet, maar ze zullen je enthousiast aanstoten als je het nieuwste type iPhone op tafel legt. Daarom lukt het grote multinationals elke keer weer urenlange rijen op de been te brengen voor de nieuwste telefoon, het laatste model van een apparaat dat soms nog maar een jaar uit is.

Maar in dat ene mobieltje dat nu al door een ander abonnement wordt vervangen zitten kostbare mineralen die buitengewoon schaars zijn. In dat apparaatje zitten grondstoffen die onder afgrijselijke omstandigheden worden gedolven. In dat hebbedingetje zitten chips en schermpjes die decennia lang mee zouden kunnen gaan als wij ze niet binnen anderhalf jaar bij het chemisch afval gooien.

We leven in een wegwerpcultuur. En ondertussen doen de grote multinationals hard hun best om nog meer wereldburgers kinderlijk afhankelijk van hun producten te maken. Want ook de jonge middenklasse in Azië, Afrika en Latijns-Amerika moeten net zo ziekelijk verslaafd raken aan grote brandstof-slurpende auto’s en wegwerp-elektronica. Dat is goed voor de wereldeconomie. Dat brengt nieuw geld in onze portemonnee waar we nog veel meer leuke dingen mee kunnen kopen.

Vierdubbele crisis
Ons egocentrische en onvolwassen gedrag heeft enorm desastreuze gevolgen – in persoonlijke levens, maar ook voor onze kreunende moeder aarde. Men mag zich wellicht verontwaardigen over exorbitante bonussen en het gesjoemel van bankiers (en politici), maar al die vieze, onbetrouwbare en gevaarlijke financiële producten konden slechts ontstaan omdat wij altijd méér-méér willen, ook als we dat ons eigenlijk helemaal niet konden veroorloven.

Als gevolg van onze collectieve “graaicultuur” maakt de wereldeconomie al enkele jaren de grootste crisis sinds de jaren ’30 door. Duizenden bedrijven zijn over de kop gegaan. Overheden hebben zich in enorme schulden moeten steken om banken te redden en zien zich nu genoodzaakt enorme bezuinigingsmaatregelen door te voeren. Miljoenen mensen hebben hun baan verloren en in sommige gevallen zijn ze zelfs met hun gezin op straat gezet.

Als gevolg van de crises (en groeiende wereldbevolking) stijgen de voedselprijzen wereldwijd. Veel Nederlanders voelen dit in hun portemonnee maar in de armere gebieden op deze wereld voelen mensen dit in hun maag. Om de desastreuze effecten van de crisis te zien hoef je niet naar arm-Afrika af te reizen. De crisis slaat ook in Europa keihard toe. Zo vertelden vrienden van mij die sinds kort voor hulporganisatie “De Brug” in Kosovo werken dat voor het eerst sinds de oorlog met Servië beëindigd is bejaarden weer door de straten trekken om in afvalbakken naar eten te zoeken. Een Roemeen die in Spanje verbleef vertelde nog een schrijnender verhaal. Hij was zijn baan verloren maar bleef liever dakloos in Spanje dan terug te gaan naar zijn eigen land. De reden? “Hier vind je tenminste voedsel tussen het afval, in Roemenië is geen eens afval, de mensen gooien niets weg. Ze gebruiken alles.”

De economische crisis is niet de enige of grootste crisis die ons treft. Achter de nieuwsberichten over bezuinigingen en werkloosheidscijfers, schuilen veel grotere crisissen: een wereldwijde sociale crisis, een ongekende milieucrisis en een allesverwoestende geestelijke crisis.

Grondstoffen raken op, het klimaat raakt steeds verder ontregeld, honderden diersoorten staan op het punt van uitsterven, de longen van de wereld worden omgekapt, auto’s en fabrieken blijven hun verderfelijke gassen maar uitspuwen en dieren worden behandeld alsof ze vuilnis zijn.

Ondertussen kwijnen bejaarden eenzaam weg in het bejaardentehuis. Kennen ouders hun kinderen niet en andersom. Ontmoeten broers en zussen elkaar maar één keer per jaar op de verplichte familiereünie (tot oma of opa dood is). Stevenen we af op een scheidingsratio van 1 op 1 en worden maatschappelijk werkers, leraren, brandweerlieden, politieagenten en ambulancepersoneel uitgescholden, bespuugd of zelfs in elkaar geslagen. En de kerken? De kerken zijn leeg.

De activist
“De mens is van nature een animeaux politicos, zei Aristoteles drieëntwintig honderd jaar geleden. Hij had een goed punt. Dat de mens een dier is, staat immers vast. Maar of de mens een politiek dier is, is nog maar de vraag. Als je politiek definieert als who gets what, when and how zoals Harold D. Laswell deed, ja dan zijn we allemaal politieke beesten. Het is een corrupt machtsbelust zooitje. Ik wil er niets, helemaal niets mee te maken hebben!”

De activist raasde en siste. Zijn lippen schuimden.
“Het systeem is verrot,” ging hij verder. “Het kapitalisme is failliet. Marx en Engels hadden gelijk, de onderdrukking van het proletariaat gaat verder. We zijn verworden tot infantiele consumenten, tot slaven van Apple, McDonald’s en Coca Cola. Er is niets dat ons nu nog redden kan.”
De activist hapte naar adem. De lege muren waren onbeweeglijk onder zijn felle woordenstroom. Toen hij eenmaal zweeg klonk er slechts een diepe stilte. Vermoeid zakte hij neer en bonkte met zijn hoofd tegen het koude beton.
“McDonald’s en Coca Cola, McDonald’s…” Hij legde zijn handen tegen zijn gezicht. “Er is niets nieuws onder de zon.” Toen pakte hij een Mars-reep uit zijn binnenzak, maakte haastig de wikkel los en begon de reep op te eten.

Welke waarden draagt de moderne mens nog mee? Als alles om ik-ik-ik draait waar blijft de ander dan? En wat houdt die “ik” eigenlijk in? Wie zijn wij? Wat geloven wij nog? Wie voedt onze kinderen op en wat leren we hen, als wij een maatschappij zijn waarin we zelf niet meer weten wie we zijn?
Dit hoofdstuk is niet af. Meer lezen? “Dagboek van een zoekend christen” ligt in december in de winkel.

[1] Citaat komt uit Raj Patel (2011) “De waarde van Niets” (De Geus); pp. 54-55.

[2] Benjamin Barber (2007) “De Infantiele Consument” (Ambo).

 

1 Comment
  • Jan Roeleveld

    Hoi Monique,

    Ben heel benieuwd! Heb je eerste hoofdstuk gelezen.. Uit het hart gegrepen eigenlijk

    Ik denk hierbij aan Jacobus. Hoe kan een geloof je redden als het niet tot daden komt?
    Tegelijk weet ik heel zeker dat daden niet verder zullen brengen dan de keiharde wet van ‘behoud van ellende’. ‘Voorbij de (aardse) horizon’ (mooi boek!) komt alles pas echt’op zijn plaats’.

    Ben heel nieuwsgierig welke vruchtbare combinatie je tot die twee hierin weer voor het voetlicht brengt!

    Groetjs,
    Jan

    Beantwoorden

Geef een reactie

X