Blog

18 aug / Over de liefde

Ik ben gevangen. Gekooid door de rebelse vogel die de liefde heet. Ze vliegt op, slaat haar vleugels uit, gaat er vandoor en keert terug zonder dat ik haar vangen of temmen kan.
Ongenaakbaar, ontastbaar scheert ze door de lucht. En ik zucht. Kijk en bewonder, verlang en verhonger, put mezelf en alles uit in de poging haar te doorgronden, vangen en te temmen.

Maar de rebelse vogel gaat altijd haar eigen weg. Niemand die haar begrenzen kan. Tenzij je haar de vleugels afknipt, opsluit waarna ze langzaam weg zal kwijnen. Levenloos het fluiten laat.

Ja, het is een meeslepende liefde waarin ik me bevind. Een dramatische euforische hopeloze duw- en trekpartij. Wegrennen, vluchten, bang voor alles wat in en om ons is, dan toch weer vastklampen, langzaam wegzinken in een poel van gezamenlijke tranen, want onze liefde is haram, verboden door Allah hierboven bij monde van al die opstandige zonen die in hem schijnen te geloven. God moge me vergeven dat ik niet zonder haar leven kan. Ondertussen hebben we beiden alles gedaan wat echt verboden is, wilde ontsporing is immers een logisch gevolg van een leven vol uitzichtloosheid, hel en verdoemenis. Weesgegroet Maria, ik bid er tien, als u mij toestaat haar toch te blijven zien.

Eindelijk heb ik mijn vrouw gevonden en zit ze in de kast. Eindelijk mijn vrouw ontdekt en zit ze aan haar familie vast. Eindelijk mijn hart volledig verloren en is er niets dan angst. Voor alles wat is, alles wat zou kunnen zijn en alles wat vooral niet mag. Vechten tegen onzichtbare demonen uit het verleden en dan de onwerkelijkheid van het heden, vrije vogel met duizend boeien vast. ze zou ze kunnen breken, maar de prijs… tijd, tijd schat, geef me tijd.

Ondertussen leef ik in lang verloren spijt.

Blijf dezelfde fouten maken. Telkens weer. Als relaties een spiegel zijn, dan kan ik maar beter hard lachen. Duizend maal kijken naar mijn eigen verwrongen gezicht in het spiegelpaleis, ogen groot, oren lang, wangen breed en uitgerekt. Ik word er maar wat treurig van.

Al jaren strompel ik op mijn liefdespad. Verliefd op de één, verloofd met de ander, getrouwd, gescheiden, verliefd, opnieuw verloofd, samenwonend, verbroken en gebroken, rebound dan, een meisje voor de leuk of de troost, verliefd, oh kijk ze bloost, samenwonend… Eindeloos werd ik ondervraagd op dat huwelijk met die man. Geen journalist die veel verder kwam. Wat men niet lijkt te begrijpen is dat mijn echte liefdesleven pas na mijn huwelijk begon. Toen ik eindelijk vrij was te houden van wie ik wilde, kwam de moeite pas. Daarvoor leefde ik gewoon zoals van mij werd verlangd.

Met verwondering kijk ik naar gelukkige stellen. Wat is hun geheim? Urenlang praten met vriendinnen. Al even zoekend in het zijn. Relatie uit hier, relatie uit daar, weer een lang-getrouwd echtpaar uit elkaar. Onze samenleving staat op barsten. Aan niets is meer dan liefde te kort. Wie durft nog naïef in het huwelijksbootje te springen? Onbevlekt de liefde te bezingen? Te binden zonder angst? Om mij heen lijken velen de radeloosheid te bij. Als de één niet bang is om ‘ik houd van je’ te zeggen, rent de ander wel weg, onbewust alles vergelijken, voor seks op tinder kijken, second love of second lust, waarom doorgaan met een partner terwijl je collega beter kust?

‘Heb alles geprobeerd,’ zegt een vriendin. ‘Eindeloos grote avonturen beleefd maar nu heb ik er geen zin meer in.’

Ze gaat trouwen met een Marokkaanse bruidegom. Amper gezien, nooit echt gekend, maar waarom zou de liefde niet een beetje kunnen worden gepland? Na alle dromen is het tijd voor wat realiteitszin. Gewoon trouwen voor het leven, kameraadschap, een goede tijd, al dat hartenbreken? Jarenlang proberen? Je lichaam bezoedelen met foute heren? Wie heeft daar nou nog zin in?
Misschien heeft ze wel een punt, denk ik terwijl ik naar mijn dolgelukkige zusje kijk. Ze gaat trouwen met haar middelbare schoolliefde. Zeven jaar zijn ze samen als het niet langer is. Wil haar waarschuwen, vragen: ontdek toch eerst de wereld, trek erop uit! Maar wie ben ik?
Zij zijn gelukkig en kunnen dat wellicht een leven lang blijven. Uiteindelijk is een huwelijk vooral een kwestie van vast geloof, blind vertrouwen en een hartgrondig wilsbesluit.

God ik wou dat ik gewoon trouwen mocht. Oh wacht, ik mag het ook, maar kan het niet, mijn bruid zit in de hoogste toren. En ik? Kom slechts moeizaam de mijne uit. Vergeef me als ik voorlopig even de ramen sluit, fluistert ze zacht. Met open ogen staar ik in het duister van de nacht.

Ik groeide op met vaste waarheden over liefde. Geen één maatstaf lijkt voor mij op te gaan. Je lichaam zuiver houden voor die ene ware, ik wou dat ik het had gedaan. Maar ik hield iets teveel van sexual healing, needed the feeling, had een andere weg te gaan, talloze malen vallen en weer opstaan. Geloof dat ik meer vrouwen heb begeerd dan een pasje in zijn harem beheerd. Als de liefde een rebelse vogel is, ben ik haar opstandige minnaar. Teveel wonden en pijn, innerlijk gevecht eer ik mezelf kon zijn. Bleef toch braaf proberen, in kuise vaste relaties te opereren. Leek maar niet voor me weggelegd. Nu ben ik helemaal vrij, maar heeft mijn hart nooit eerder zo sterk aan iemand toebehoord. Luisteren naar spotify, opeens Alanis Morissette. Isn’t it ironie don’t you think? Ja dat denk ik zeker terwijl ik ’s ochtends ontwaak in een leeg bed.

Verder praten met vrienden. Laat haar gaan. There’s plenty of more fish in the sea. Dat is waar, ze maken zich luid en duidelijk kenbaar, maar het ding met ware liefde is: ik wil niets en niemand dan haar.

‘Dat is het dus, ik denk niet dat ik nog in de ware geloof,’ zeggen de meeste met ogen koud en droog. Ben ik dan de enige die nog in de droom gelooft? Ik heb mijn hart slechts verder open gezet – al dat breken ten spijt. Ben het soort romanticus uit lang vervlogen tijd.

‘Zoals jij worden ze niet meer gemaakt,’ zegt een vriendin. ‘Die passie, die romantiek, dat schrikt af, wees koel, afstandelijk, hard to get.’

Je kan bladen en boeken vol van dergelijke dating regels lezen. Niet vreemd dat geen single nog zomaar de stap voor onschuldige overgave zet.

Een andere vriendin dan, hetero dit keer. ‘Wat is het toch met homo’s? Jullie hebben alle seksuele vrijheid en gaan dan toch binden, trouwen en kinderen krijgen, alsof jullie willen bewijzen net als hetero’s te zijn.’

Nee, we zijn gewoon mensen met settledrang en voortplantingswensen, net zoals iedereen. Het gaat alleen wat moeizamer misschien. Hebben in alles een langere weg te gaan. Maar als we dan eenmaal in het huwelijksbootje staan? God ik kan niet wachten.

Dus maar eenzaam verder smachten.

Schrijven, schrijven, schrijven. Mijn roman Zetá wordt er broeierig literair van. Niet proberen te speculeren of te begrijpen. Gewoon dat wat in het hart leeft te laten rijpen. En mediteren op Khalil Gibran, Libanese dichter, briljant filosoof maar vooral groots man.
“Wie twijfelt moet stilstaan,” zo schreef hij.
Dus blijf ik onwankelbaar staan en kijk.
Zie de vogel in al haar gratie door de lucht fladderen tot ik haast bezwijk.
“Als je van iemand houdt, laat haar gaan. Keert ze terug dan is ze voor altijd de jouwe. Zo niet, dan is ze dat nooit geweest.”

Rustig laten vliegen dus. Sta voor het raam en groet de ochtendvogels met een kus. Doe Maar: Liefde, oh liefde, waar was jij toch al die tijd? Alles schuurt, borrelt, verlicht, wringt, kietelt, het kan me niet schelen zolang ze maar… ach, u begrijpt.

 

Geef een reactie

X