Blog

07 nov / Opstand in Marokko – de naderende revolutie van het plebs

Jarenlang heeft het Koninkrijk Marokko iedere betoging de kop in kunnen drukken. De revolutionaire wind die in het voorjaar van 2011 door het Midden-Oosten en Noord-Afrika trok, wist het meest westelijke van de Arabische landen wel te bereiken, maar wilde niet tot een politieke omwerking leidden.

Niet alleen valt een koningshuis minder snel dan een presidentieel systeem, ook wist een groot set aan constitutionele aanpassingen die snel door Koning Mohammed VI werden aangekondigd en doorgevoerd de angel uit de protesten te halen. De recente gruwelijke dood van visser Mouhcine Fikri onthult echter niet alleen de diep-gewortelde maatschappelijke onvrede met het regime, maar ook de voortdurende schending van mensenrechten die op zo’n grote schaal in de Arabische wereld plaatsvindt. De mate van bruutheid en geweld zoals gehanteerd door politie, veiligheidsdiensten en overheidsfunctionarissen roept vragen op. Hoe kan het dat deze regimes zulke excessief geweld gebruiken? En daar ook in de postrevolutionaire landen niets aan veranderd is?

De parallellen met de dood van de Tunesische fruitverkoper Mohamed Bouazizi die op 17 december 2010 omkwam zijn duidelijk. Ook zijn goederen werden geconfiskeerd en ook hij stierf een gruwelijke dood, zij het door zelfverbranding. Uit wanhoop, stelden de media, omdat hij niet wist hoe hij zijn moeder en zussen moest onderhouden. Uit eer, merken Tunesische feministen op. Slaand detail was dat het een vrouwelijke agente betrof die Bouazizi publiek vernederde en hem zijn goederen af nam. Ook Egypte kende een soortgelijke katalysator. Ver voor de val van de Tunesische president Ben-Ali, werd de jonge ICT-student Khaled Said, zonder enige aanleiding, door twee agenten in burger op klaarlichte dag in elkaar gelagen in een koffiebar. Vervolgens is hij naar buiten gesleept en is zijn hoofd tegen een muur verbrijzeld en werd hij dood achtergelaten in een greppel. Zijn ouders werd verteld dat de student zelfmoord zou hebben gepleegd. Het waren echter zijn ICT-vrienden die de foto’s van zijn verminkte lichaam op Facebook zetten en een digitale campagne begonnen. “De wij zijn allen-khaled Said”-facebookgroep had binnen korte tijd een miljoen volgers en resulteerde in de uitbraak van massale protesten op 25 januari 2011, de nationale feestdag ter eren van de politie.

De revolutionaire bewegingen in 2011 waren in eerste instantie niet gericht op het om ver werpen van de president, maar begonnen vrijwel uitsluitend als aanklacht tegen de gruwelijke onwaardige mens-onterende behandeling van burgers door het regime, waarbij vooral jongeren en vrouwen het voortdurend moeten ontgelden. Na jaren door reizen door het Midden-Oosten en Noord-Afrika kan ik stellen dat hierin niets veranderd is. Dat komt door religie en cultuur, kunnen we dan zeggen. Maar er viel me meer op. In Sub-Sahara Afrika, Centraal-Azië en Zuidoost-Azië bleek er sprake van precies hetzelfde excessieve overheidsgeweld.Onderzoek naar de geschiedenis van burgerrechten in de niet-Westerse Wereld, riep interessante vondsten op. De repressie-technieken die door overheden in landen als Pakistan, Bangladesh, Senegal, Egypte of worden gebruikt blijken weinig te verschillen van hun voormalige kolonisators. Landen met sterke politieke instituties, zoals een grondwet, rechterlijke macht en presidentieel systeem, zoals nagelaten door de Britse en Franse kolonisators, blijken een vaak veel sterker veiligheidssysteem om de bevolking onder de duim te houden. Rechtstreekse overblijfselen van Westerse dominantie en repressie. De brute arrogantie waarmee deze overheden hun eigen bevolking onderdrukken, zonder enige waarde of respect voor een mensenleven, verscheelt weinig van de bruutheid waarmee de Britten en Fransen (of Nederlanders in Indonesië) hun koloniale onderdanen onder de duim hielden. Ook toen werden burgers letterlijk van daken geduwd, of zonder aanziens des persoons door bataljons in de straat neergeknald.
De omvang en gruwelijkelijheid van de schending van de schending van mensenrechten in landen als Egypte, Marokko of India is mede door een explosieve bevolkingstoename (een mensenleven is letterlijk minder waard), onvrede met groeiende relatieve deprivatie en ongelijkheid en de komst van multinationals en de introductie van kapitalistische systemen echter wel toegenomen. Was het vroeger het regime dat burgers uitbuitte en onderdrukte. Nu zijn het ook grote bedrijven vanuit een zelfde neokoloniale arrogantie die zonder enige vorm van respect of aanzien van menselijke waarden niet-Westerse arbeiders uitbuiten, onderdrukken, gevangen-zetten en verminken. Nationale overheden nemen hun burgers niet in bescherming en houden zich nauwelijks bezig met arbeidsrechten. Daarvoor hebben ze het te vaak met dergelijke multinationals op een akkoordje gegooid en zijn ze veel te weinig gebaat bij introductie van welke rechten en zelfbeschikking dan ook.

Ondertussen wordt de situatie van een visser als wijlen Mouhcine Fikri steeds nijpender. Niet alleen azen verveelde, ontevreden, agenten op smeergeld, ook moet hij de concurrentie aangaan met goedkope diepvries-vis uit een  pas-geopende Westerse mega-supermarkt als Carrefour. Was de revolutionaire beweging van 2011 georganiseerd door de hoger-opgeleide middenklasse, de volgende revolutie in de Arabische wereld, zal de revolutie van het plees zijn. De wanhopige, uitgebuite, onderdrukte, arbeider en werkloze jongere. Due laatste groep bestaat naar schatting uit 75 van de 100 miljoen jongeren die het Midden-Oosten momenteel rijk is. Een demografische tijdbom dus.

Mounir Samuel (1989) is een Egyptisch-Nederlandse politicoloog. Hij houdt zich als journalist en schrijver bezig met sociale veranderingen en maatschappelijke revoluties.

Geef een reactie

X