Blog

25 mei / ‘Onze beschaving staat op het spel: Amsterdam, red de kunsten’

De kunst- en cultuursector is in elkaar aan het storten. Verrassend is dat niet, schrijft Mounir Samuel. Volgens hem is voor Amsterdam een leiderschapsrol weggelegd om de sector te redden.

De provincie Brabant heeft een nieuwe coalitie, bestaande uit VVD, CDA, de populistische volkspartij FvD en de lokale partij Lokaal Brabant. In hun akkoord Samen, Slagvaardig en Slimworden de boeren bejubeld en de artiesten de nek omgedraaid. Van kunst en cultuur lijkt het nieuwe provinciebestuur niets te willen weten. Alle kunstuitingen – van ballet tot moderne dans, van kleintheater tot het theaterfestival Boulevard in Den Bosch, van literatuur tot performance art, van de oude meesters tot moderne beeldende kunst – vallen nu allemaal onder de platte noemer ‘entertainment’.

De coronacrisis raakt vrijwel geen sector zo hard als die van kunst en cultuur. Het water staat niet alleen de instellingen, maar zeker ook de individuele artiesten tot ver boven de lippen. De Tozo, de tijdelijke (en erg schamele) ondersteuning voor zelfstandigen, is verlengd tot en met augustus, maar de meeste kunstenaars, acteurs, muzikanten en technici hebben het komende half jaar of langer geen gig op de planning staan.

Een lachertje

Intussen blijken de meeste culturele instellingen geen aanspraak te kunnen maken op de noodfondsen voor onmiddellijk omzetverlies voor bedrijven en instellingen. Hoewel hun inkomsten 100 procent zijn geslonken (een voorwaarde voor een bijdrage uit de noodfondsen) worden de lopende subsidies wel als inkomsten aangemerkt.

Het steunfonds van 300 miljoen euro voor de kunst- en cultuursector is eigenlijk een lachertje. Ter vergelijking: de sierteelt en delen van de tuinbouw krijgen 600 miljoen euro.

De nu ruim twee maanden durende volledige lockdown van alle culturele instellingen heeft de kunst- en cultuursector ruim een miljard euro gekost en het einde is nog niet in zicht. Want ook nu musea en theaters op 1 juni (deels) weer open mogen, blijven de verliezen groot.

Het getuigt van moed en leiderschap dat de gemeente Amsterdam 17 miljoen euro aan de al door de stad gesubsidieerde kunst- en cultuurinstellingen geeft. Opnieuw staat de stad op waar het land blijft zitten. Dat geld zal overigens vooral opgaan aan lijfsbehoud en overheadkosten van grote cultuurinstellingen.

Pijnlijk detail hierbij is dat jonge, biculturele makers en kunstenaars er weinig tot niets aan zullen hebben omdat zij nauwelijks of geen onderdeel zijn van de geïnstitutionaliseerde kunst- en cultuursector. Deze is, ook in Amsterdam, wit. Er is meer, gerichter en individuele hulp nodig, die ook op biculturele makers en kunstenaars is gericht.

In Noord-Brabant wordt slechts verwoord wat Den Haag feitelijk al decennia zegt: kunst is een linkse hobby en is irrelevant of, sterker, elitair. En dat terwijl er van een intellectuele of kunstzinnige elite weinig tot niets meer over is. Want in Nederland is al twee decennia sprake van kaalslag in de kunstensector. Langzaam maar zeker worden de vrije expressie, de kritische geest en het maatschappelijk gesprek de nek omgedraaid. Theaters en podia worden gesloten, of onder druk van privatisering en commercieel belang gedwongen eendimensionaal te programmeren. De ongeletterdheid, met name bij jonge generaties, neemt schrikbarend toe. En de bezuinigingen gaan door. De coronacrisis zou wel eens fataal kunnen zijn.

Democratisch karakter

Tijdens mijn werkzaamheden als fly-incorrespondent zag ik telkens weer hoe in landen als Egypte, Iran en Turkije, maar ook Oeganda en Cuba, kunstenaars, artiesten, theatermakers, auteurs en dansers door veiligheidsdiensten werden gemonitord, opgedreven en culturele evenementen om zeer dubieuze redenen werden afgelast of gesloten en hoe er bij de organisatoren invallen werden gedaan. Wie het democratisch karakter van een land wil kennen, zou daarom moeten kijken naar de kwaliteit en vitaliteit van zijn kunsten.

Want wat is een land anders dan de kunst en cultuur die het voortbrengt? Wat definieert de Nederlandse identiteit, als land en samenleving, anders dan zijn geschiedenis, de oude meesters, de architectuur, het design, de romans en de verhalen, de theatergroepen en de muzikanten? Hoe kunnen we onszelf een beschaving noemen als we niet investeren in dat wat ons die beschaving bracht? Waarom staan we als volk toe dat de politiek de motor van menselijke ontwikkeling, democratie en burgerschap reduceert tot ‘vrijetijdsbesteding’ en ‘entertainment’? Zoals vader Emile en dochter Judith Schrijver afgelopen woensdag in Het Parool schreven: ‘Laat de culturele sector daarom ophouden zich voortdurend te verontschuldigen!’ Kunst en cultuur zijn van vitaal belang, ze vormen de zuurstof voor de geest.

Beschermer van de kunst

De effecten van dit giftige discours zijn in de gehele samenleving terug te zien. Het populisme tiert welig en de onderlinge solidariteit, het begrip en de verbinding nemen zienderogen af. Want ook dat brengt kunst: het vermogen je in te leven in een verhaal, een perspectief en de ervaring van een ander. Door uit het eigen narratief te stappen, of dat in elk geval te laten toetsen, groeit de empathie. Laat dat nu iets zijn wat we in deze tijd hard nodig hebben.

Intussen breekt niemand een lans voor de levensader die Nederland onderscheidt van platte multinationals en autocratische dictaturen. Van cultuur­minister Ingrid van Engels­hoven hoeven we niets te verwachten. Ze deelde de Tweede Kamer onlangs doodleuk mee dat je ‘heel lang treurig kunt zijn over wat je niet hebt gekregen, maar je ook kunt kijken naar wat je wel hebt’.

Hier is voor Amsterdam – als beschermer van de kunst – en voor burgemeester Femke Halsema en wethouder Touria Meliani in het bijzonder, een leiderschapsrol weggelegd. Zij zouden hun ambtsgenoten van de andere grote gemeenten moeten activeren gezamenlijk tegen de nationale koers op te staan.

Daarnaast ligt er een enorme rol voor de culturele instellingen zelf, die maar geen gezamenlijk vuist maken en niet de noodzakelijke transitie ingaan richting een inclusieve en democratische sector die juist nu zeggingskracht heeft. Er lijkt schaamte te bestaan over de reusachtige afgrond die voor hen opdoemt. Ook heerst er angst om door een te kritische houding miljoenensteun mis te lopen. Het is immers nog niet bekend hoe die spaarzame 300 miljoen euro verdeeld zal worden. Dat alles vergroot de onderlinge competitie, juist nu de hele sector met de rug tegen de muur staat. Zo gaat ieder voor zich, pappen en nathouden. Want in tijden van corona is er natuurlijk geen ruimte voor ‘entertainment’.

Mounir Samuel. Politicoloog, auteur, theatermaker en performer.BEELD ANKE VAN DER MEER
By Mounir Samuel in Geen categorie

Geef een reactie

X