Blog

28 jul / Nonnen aan zeven zonden

In de bergen klinkt geen enkel menselijk geluid. Geen autogetoeter, geen optrekkende motoren, geen gelach of gepraat. Wel klinkt er gemekker, het geklingel van belletjes aan de nek van schapen en geitjes en natuurlijk het zachte ruisen van de wind.

Ik zit op het puntje van een grote rots en kijk uit naar een wilderig begroeid keteldal. Ik was vergeten hoe het is, hoe het voelt om alleen door uitgestrekte bossen en ruige bergen omringd te zijn. Om niemand tegen te komen, zelfs geen wandelaar en over uitgesleten ruwe paden die voor een deel nog door Moorse strijders zijn aangelegd, de pelgrimage af te leggen, de heilige camino naar mijn eigen hart.

Ik wist eigenlijk niet dat dit nog kon in Europa. Dater zulke ruige onontgonnen gebieden zijn met slechts hier en daar een oud vervallen huis en verder niets dan geiten. Maar in het heiligdom van Lluc diep in de bergen van het mooie eiland Mallorca, ver van de clubs, de winkels en de hotels, vind ik de rust en stilte waar ik zoveel jaren naar op zoek ben en de eindeloze sterrenhemel zoals ik die ook in de woestijn heb gezien, maar dan met de frisse geur van ecalyptus en dennenbos.

Hier moet het gebeuren, denk ik. Hier zal mijn nieuwste boek geboren worden, ¨Dagboek van een Zoekend Christen¨. Hier zal ik de demonen uit mijn verleden trotseren, mijn gepijnigde ziel ontbloten, God onder ogen zien.

Op de berg achter het pelgrimsklooster staat en kruis. Als de zoveelste duizendste pelgrim loop ik op het rotsachtige pad omhoog. De zon zakt langzaam achter de bergen. Tegen de hoge bergwand zijn hoge stenen monumenten gebouwd.

Lluc is een heiligdom ter eren van de Heilige Maagd, wiens stenen, donkergekleurde beeld, verdween en opnieuw hier in de bergen opdook en een memorium van de verschillende fases van het leven.

De monumenten zijn duister, net zoals de bergren en de un inktzwarte lucht. Ik word overvallen door een gevoel van onbehagelijkheid, angst haast. De wind steekt op en speelt met mijn haren. Het is alsof de bergen me iets willen zeggen maar ik versta hen niet. Ik prevel een gebed terwijl ik naar de sterren staar en daal langzaam af naar beneden.

Die nacht blijft het spoken. Ik aknd e slaap niet vatten. In mijn halfsluimer veer ik steeds weer op, opgeschrikt door schimmige spookbeelden en honderden gedachten die tegelijk door mijn hoofd buitelen. Mijn boek schrifjt zich vanzelf, woordne en zinnen rijgen zich in een razend tempo aaneen. Maar deze creatieve explosie heeft een prijs, mijn slaap, mijn gemoedsrust. Het verleden dat ontwaakt, oude wonden die weer in alle hevigheid ontvlammen.

´s Ochtends ontwaak ik in een vredige wereld, vogels buitelen tjilpend door een blauwe lucht. Na het ontbijt lees ik in het informatiecentrum van het klooster. Het pelgrimpad daagt de pelgrimsganger uit zijn leven onder ogen te komen, lees ik. Met de Heilge Maagd als lichtende ster op het duistere pad van zelfreflectie en ontgoocheling. Haar getekende gezicht en gekleurde aan erosie onderhevige gelaat getuigt van een diep lijden. Zij kan de pelgrimganger daarom bijstaan omdat zij zijn strijd begrijpt.

Lopende over het pad zal de pelgrimganger de verschillende fases van het leven doorgaan om na de angst en verbijstering vrede, liefde en geluk te vinden. Zo leert de pelgrimganger om niet bang te zijn.

Gerustgesteld loop ik naar buiten. Met een nieuwe blik kijk ik naar de bomene n de brergen die schitteren in de zon. Op het terras van het pelgrimscafé drink ik een biertje. Een bus laadt dertig nonnen uit. Uitgelaten snellen de vrouwen zich naar het café en storten zich op de vriezer met ijs. Even later nemen ze tevreden plaats met een biertje in de ene en een soort van Magnum Temptation in de andere hand. Het bereld van gerimpelde nonnen die tevreden in de zeven zonden bijten stemt mij vrolijk.

Gods licht is sterker dan de zwaktes van mensen. In rust en vrede loop ik verder op mijn eigen pelgrimspad.

Geef een reactie

X