Blog

03 nov / Mijn kracht is mijn zwakte (boekpresentatie de Crux)

Voor iedereen die er niet bij was… De boekpresentatie van de Crux (red. Cees Dekker, Reinier Sonneveld) in de Zuiderkerk in Delft gisteren was een groot succes! Kijk voor een kort verslag ook op CV KOers.
Als een van de 49 auteurs/kunstenaars die een bijdrage heeft geleverd aan het boek, mocht ik een toespraak houden.
Ik had in feite niets voorbereid en heb dus geen letterlijke tekst van mijn toespraak. Het was immers een grote improvisatie. Om jullie toch een indruk te geven, of de kans te geven om het een en ander terug te lezen, hierbij een zo goed mogelijke digitale verwoording van wat ik heb gezegd.

—-

(Ik loop beladen met tassen het podium op)

Geachte Dames en Heren,

Goedenavond. Ik ben blij dat ik vanavond kort het woord tot u mag nemen Ik heb van Prof. Dr. Dekker en Dhr. Sonneveld 5 minuten gekregen. Geheel empirisch hebben zij vastgesteld dat een mens 150 woorden per minuut spreekt. Ik spreek er 160. Dus ik heb 800 woorden. Laat ik maar snel beginnen.

Zoals u ziet sta ik hier zonder papier. Ik heb dan ook geen uitgebreide voorbereidingen getroffen. Dit heeft alles te maken met hoe mijn essay tot stand kwam. Toen ik door Cees Dekker benaderd werd, ging ik uitgebreid brainstormen. Ik wilde een filosofische verhandeling schrijven over het leven en geloof. God en de mens. Een academisch essay haast. Ik ging schrijven en schrijven, maar toen ik de eerste versie naar Cees en Reinier opstuurde werd het stuk compleet afgebrand. Het document was een zee aan rode, blauwe en groene correcties. Ik ging opnieuw aan de slag, probeerde de tekst te herschrijven en alinea’s te verplaatsen. Het mocht niet baten. Hoe ik schaafde en herschreef, het werd niets. De tekst bleef leeg en inspiratieloos.
Zelf voelde ik me ook leeg. Ik zat al niet zo lekker in ’n vel en die hele tekst werd een vreselijke belasting. Ik ging aan mezelf twijfelen, ik ging aan m’n geloof twijfelen.
Op een gegeven moment wist ik echt niet meer waarom ik ooit ‘ja’ had gezegd.
‘We missen het persoonlijke verhaal,’ zeiden Cees en Reinier. En dat was zo. Mijn essay was niet persoonlijk, het was afstandelijk, rationeel. Ik maakte een onsuccesvol rationeel betoog voor God. Maar dat was niet de opdracht. De opdracht was om in te gaan op de kern van het geloof en daar hebben theologie, filosofie en retorica niets van doen.
De kern van mijn geloof gaat om God en mij. Mij en God.
Het gaat om liefde en vertrouwen tussen twee harten. Zijn Vaderhart en mijn opstandige hartje.
En dus begon ik maar helemaal opnieuw. Ik gooide alles weg, liet al mijn ideeën en wensen los en staarde naar de witte pagina. Het eindproduct is een eerlijke openhartige essay over mijn oogziekte, over deze donkere wereld en God als het licht dat dwars door alles heen schijnt.

Toen ik net een week dertien was kreeg ik te horen dat ik aan een ernstige oogziekte lijdt. En voor ik het wist, voordat het goed en wel tot mij doordrong, was ik 80% van mijn zicht kwijt.
Nu zie ik ruim 10% en ik weet alles van donkere schimmigheid. Van vaag zicht. Van de angst voor het vreemde, van de angst voor dat wat je niet kunt zien.
Ik was boos, bang, depressief, maar tegelijkertijd wist ik dat die ziekte het nooit van mij zou winnen. Er zat een kracht in mij die zich niet neer wilde leggen bij het duister. Die weigerde te accepteren dat ik nu een leven in afzondering door zou gaan. Ik zou blijven staan. Ik zou blijven vechten. Ik zou blijven leven… ik zou blijven zien.
Die kracht, die onverzettelijkheid in mij, dat waas Gods licht. En terwijl mijn zicht afnam, terwijl ik moe was en hoofdpijn had, ontdekte ik de wereld, ontdekte ik het leven. Zag ik voor het eerst het lijden van de ander, het lijden van deze wereld, de pijn, de ziekte, de onrechtvaardigheid. Mijn ogen werden gesloten, maar mijn hart werd geopend. Ik zag de uitzichtloosheid, de wanhoop… en ik zag Gods licht. Gods licht dat scheen en lonkte, maar door zo velen werd genegeerd.

Ik leef dagelijks met mijn oogziekte, maar voel mij niet langer gehandicapt of slechtziend. Ik heb mijn ziekte niet geaccepteerd, maar heb er wel een weg mee gevonden. Ik heb leren loslaten. Helemaal loslaten. En dus heeft die ziekte geen grip meer op mij. Zij domineert mij niet meer. Ik ben weer vrij. Ik heb het in Gods hand gelegd en daar is het veilig, daar is het goed zo.

Hij geeft, hij neemt, Zijn naam zij geprezen.

Maar betekent dit dan, dat de duisternis over is? Oh nee, verre van dat. Mijn leven is een voortdurend worstelen. Een voortdurend vragen. Zet ik een stap vooruit, ik eindig twee stappen achteruit. Ik worstel met mijzelf, met mijn geloof, met mijn identiteit. Ik begrijp het heden niet, ik kijk naar onze maatschappij en weet niet waar ik thuishoor. Ik kijk naar de verharding, de verruwing, de vereenzaming en het gaat me door merg en been. Ik twijfel aan mijzelf. Mijn leven kent weinig vastheden. De grond beweegt onder mijn voeten en ik ren maar, ik zoek maar…. Net zoals tijdens het schrijven van dat essay. Ik probeer van alles, maar het lukt me niet tot de kern door te dringen. Het lukt me niet om tot mijn eigen kern door te dringen. Ik twijfel en ik wankel en ik val… Keer op keer.

U ziet die tassen die ik om mijn schouders heb gehangen. Zij staan symbool voor al mijn vragen en al mijn zorgen, al mijn kracht al mijn zwakte, mijn leven, mijn geschiedenis, mijn pijn… Ik hang ze om me hals, ze bungelen over mijn schouders, ze trekken en ze leunen en verpletteren mij onder hun gewicht.
God is de uitgestoken hand die dat gewicht af wilt nemen. God is de helende kracht die mijn vermoei
de schouders wil masseren. God is het licht dat mij door de duisternis heen de weg wil laten zien.


God ik sta hier en ik wil tot U zeggen.
Dit is voor U.
En dit.
En dit.
En alles wat nog meer nodig is.
Alstublieft, neemt u het.
Neemt u dit.
En deze tas….


Is het genoeg God?
Is het genoeg Heer?

Alles, alles wat maar nodig is om mij uit deze duisternis te bevrijden. Neemt U mij. Neemt U mij.
(Ik strek me uit en lig op mijn buik, tussen de tassen… starend naar het plafond).


De kern van het geloof is loslaten. Loslaten en vertrouwen. Gods licht op je in laten werken. Een relatie is altijd een kwestie van geven en nemen. Een relatie met God helemaal. Hij neemt een beetje… maar Hij geeft er ongelofelijk veel voor terug.


Bestel de Crux hier

4 Comments
  • Jochem

    Het wat een bijzondere avond. Mooi om erbij te zijn geweest. Bedankt voor de tip in je eerdere blog.

    Beantwoorden
  • Paul

    Mooi, Monique. En recht uit het hart – zoals ik je ken. Is er ook audio- of video-opname van gemaakt?

    Beantwoorden
  • Rosine

    Wouw, mooi verhaal… Heel knap hoe je zo open over jezelf kunt vertellen en vooral dat Gods liefde en grootheid daarbij overheerst!

    Beantwoorden
  • Yldau

    Monique,

    Persoonlijk ken ik je niet, maar ik ben wel ontzettend onder de indruk van je verhaal in haar eerlijkheid, kwetsbaarheid en daardoor krachtigheid. Wees zoals je bent :-), aan mij heb je een trouwe lezeres.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X