Blog

13 okt / Menselijke koe(rd)handel

Arbat, een tijdelijk vluchtelingenkamp in Noordoost-Irak. Op een half uur afstand van Slemani – in de lokale volksmond liefkozend Suli genoemd. Witte tenten van de UNHCR wapperen in de felle wind. Zand en stof dwarrelen op. Kinderen kruipen tussen de tentdoeken door. Arabische en Koerdische muziek galmt uit kleine transistorradio’s. Een vrouw wast een krijsende baby.IMG_8121

In het nette geordende kamp verblijven momenteel 2.448 vluchtelingen. Eigenlijk was het kamp na de grote influx eind augustus haastig voor zo’n 5.000 tot 6.000 vluchtelingen opgezet. De Koerdische-Syriërs die na de drie maandenlange sluiting van de Syrisch-Irakese grens eind augustus met duizenden tegelijk Koerdisch-Irak introkken werden in pick-up trucks en busjes geladen en rechtstreeks naar deze uithoek aan de andere kant van het land getransporteerd. Maar er waren verkiezingen en de Koerdische politici wilden laten zien hoeveel ze wel niet voor hun Koerdische broeders uit West-Koerdistan (lees: Noordoost-Syrië) overhebben. Dus werden de vluchtelingen weer naar andere, veel drukkere en slechtere kampen verhuisd. Gewoon omdat de politicus die de meeste vluchtelingen onder zijn hoede neemt wint, zo wordt er door lokale hulpverleners gezegd. Dit is ook de reden dat er überhaupt vluchtelingen in het gebied van Slemani verblijven. Niet toevallig komt de president daar vandaan en dus kan het niet zo zijn dat zijn lokale regio geen vluchtelingen opneemt. Politiek over het hoofd van arme berooide en getraumatiseerde mensen. Vluchtelingen als knuffel-Koerden. Geen koe- maar Koerdhandel. Toch willen de internationale hulporganisaties niet klagen. Naast het kamp verblijven er nog eens 15.000 vluchtelingen zelfstandig rond de stad. Op een kwartier afstand van het tijdelijke kamp verschijnt een veel groter kamp dat ruimte biedt aan 40.000 vluchtelingen. Ieder gezin krijgt z’n eigen stukje land met een tent en stenen gebouwtje met daarin individuele kookblokken en sanitaire voorzieningen –zoals het er nu uitziet gefinancierd en gebouwd door de plaatselijke autoriteiten die onder druk van hun eigen inwoners hun beste beentje voorzetten. In geen van de buurlanden helpen de autoriteiten zo actief en zijn de voorzieningen zo goed, ook al wordt ook Noord-Irak overspoeld en kent het grootste kamp Domiz in de buurt van Duhok een overschot aan 20.000 vluchtelingen. Het kamp was gebouwd voor 15.000 tot 20.000 mensen maar puilt uit met 40.000 man.

Ontluikend Koerdistan verwelkomt z’n Koerdische broeders aan de andere kant van de grens met open armen. Anders dan in Jordanië mogen de vluchtelingen vrijelijk de kampen uit en dat doen ze ook. In en rond de grote steden wemelt het van de Koerdische-Syriërs die een eigen tentje opzetten, een huis huren of een appartement betrekken. Anders dan in Libanon kunnen ze werkvergunningen krijgen en zelfs verblijfsvergunningen. Internationale hulporganisaties krijgen vrij spel om permanente kampen te bouwen waarin de vluchtelingen uiteindelijk hun eigen huisjes mogen neerzetten. Een nachtmerrie voor Libanon die er alles aandoet om permanente kampen te voorkomen en zelfs de bouw van wc-blokken en andere voorzieningen onmogelijk maakt. De vluchtelingen moeten weg zodra het kan en zo goed mogelijk worden ontmoedigd überhaupt naar het kleine bergstaatje te komen.

Hoewel er niet overal en altijd veel werk is en de Koerdische-Syriërs vooral laag onderbetaald werk doen, zijn er voor degene die naar Erbil of de andere grote steden trekken genoeg mogelijkheden in de bouw- en servicesector. Koerdisch-Irak is booming, de oliedollars stromen rijkelijk en de West-Koerden zijn een welkome demografische aanvulling. De claim op een zelfstandig compleet onafhankelijk Koerdistan wordt steeds sterker met eind 2014 naar verwachting een half miljoen Syrisch-Koerdische vluchtelingen in het gebied.

Het totaal aantal interne en externe Syrische ontheemden schommelt nu rond de 7 miljoen. Er komen dagelijks vluchtelingen bij die omdat de grenzen regelmatig gesloten zijn – zoals nu rond het Offerfeest – zich aan de Syrische kant verzamelen om zodra het kan de grote oversteek te wagen. Hulporganisaties en overheden IMG_8129kunnen de influx nauwelijks aan. De internationale gemeenschap en private donaties blijven enorm achter waardoor er lukraak bezuinigd moet worden, zoals in Libanon waar straks 30 tot 35 procent van de geregistreerde 750.000 vluchtelingen (in totaal wordt het aantal op 1.15 miljoen geschat) alle noodhulp wordt ontzegd. Voor hen zijn er geen dekens meer, voedselbonnen, kleding of andere basale hulpgoederen. Ondertussen denk ik aan Nederland dat zo “ruimhartig” is 350 vluchtelingen op te nemen. 350… En dan mogen ze eigenlijk nog geen man zijn ook.
Hier in Koerdistan probeert men zich voor te bereiden op een lange koude winter met regen en modderstromen. In Libanon en Syrië zelf rekent men op sneeuw, ijs en erger nog.

Er zinkt een boot op de Middellandse Zee, de zoveelste. ’s Nachts rennen mannen door lege velden vol prikkeldraad. Er klinkt een schot. Bloedhonden dolen rond. Van alle kanten komen ze, stromen ze, spoelen ze aan op onze kust. Omdat wij liever banken redden dan mensen helpen, omdat wij politieke spelletjes spelen over de ruggen van vluchtelingen in eindeloze tentenkampen die slechts kunnen bidden ergens een broeder te vinden, een behulpzame Koerd misschien, want de rest is elke notie van broederschap allang verloren.

Foto’s: Monique Samuel (C)

Geef een reactie

X