Blog

05 jun / Maatschappelijke Loopgravenoorlog

De papieren flyers gaan van hand tot hand in Cairo. “Teken de petitie tegen de regering van President Mohammed Morsi en de Moslimbroederschap,” galmt het door de straten.
Men tekent in metro’s en microbusjes, in taxi’s en op straat, op de verjaardag van mijn nichtje in een arme volkswijk en in up scale cafés op het eiland Zamalak.
Het burgerinitiatief heeft succes. Op 2 juni hebben al 7,5 miljoen Egyptenaren hun handtekening gezet tegen wat zij als de verstikkende overheersing van de Moslimbroederschap en het ondemocratische pact tussen leger, Moslimbroederschap en Salafisten zien.

De actie loopt tot door 30 juni of de “Dag van Woede” zoals hij al weken wordt aangekondigd. Op deze dag, zo gonst het al weken in Cairo, zal het Egyptische volk haar krachten bundelen en massaal uittrekken naar Tahidiyya, het presidentieel paleis om voor eens en altijd haar ongenoegen te uiten met de huidige gang van zaken.

Terwijl de President en zijn regering slechts bezig zijn met het uitstellen van verkiezingen en het ondermijnen van het rechterlijke gezag, groeit de economische malaise, de wetteloosheid op straat, neemt de brandstofschaarste toe, valt de stroom nu om de twee uur uit, zitten steeds meer volkswijken voor kortere of langere tijd zonder (drink)water en stijgt de werkloosheid met de dag. Eenzelfde situatie speelt in Tunesië waar de islamitische partijen in snel tempo proberen hun stempel op dit eens zo seculiere land te drukken en de economie in steeds sneller tempo afbrokkelt. Daarom zullen ook zij op 30 juni de straat op gaan om te protesteren tegen hun eigen moslimbroeders, hun machtslust en arrogantie en: het steeds duidelijkere stempel die de politieke islam op de publieke ruimte drukt.

Op het moment dat de televisieschermen de beelden van woedende demonstranten op het Taksimscherm tonen gaan de vuisten in de lucht.
“De Turken demonstreren tegen hun eigen Moslimbroederschap!” roept men in armoedige koffiehuizen en chique koffiebars. Veel Egyptenaren identificeren zich met de huidige situatie in Turkije. Het land wordt naast Saoedi-Arabië, Qater en de Verenigde Staten verantwoordelijk gehouden voor de politieke overwinning van de Moslimbroederschap. Premier Erdogan en President Güll speelden een opvallende rol in het transitieproces. Direct na de val van President Hosni Mubarak waren zij de eerste regeringsleiders die Egypte bezochten en direct aan tafel schoven met het Egyptische leger en de leiders van de Moslimbroederschap. Trots verdeelden zij de taart waarin de Moslimbroederschap de civiele macht werd en het leger de rol van nieuwe beschermer kreeg over de kersverse islamitische staat. De Egyptische oppositiepartijen werden niet gehoord en gezien, net zo min als de eigen oppositie in Ankara. De reizen waren dan ook niet het initiatief van de nationale representanten van Turkije, maar van islamitische broeders. De Ak-Partij en de Vrijheid en Rechtvaardigheidspartij van de Moslimbroederschap zijn zusterpartijen en onderhouden nauwe banden. Net zoals President Morsi en Premier Erdogan trouwens die regelmatig breed lachend met elkaar op de foto gaan.

“De Turken zijn aan boord,” twitteren verschillende prominente Egyptische activisten euforisch. Ook in Turkije zal er 30 juni gedemonstreerd worden tegen de arrogantie en overheersing door het huidige regime volgens hen. Het is afwachten in hoeverre de oproep echt gehoor vindt, maar er lijkt een nieuwe internationale protestbeweging te ontstaan tegen de snelle islamisering van de regio die door veel tegenstanders niet als een losstaand maar geopolitiek proces wordt gezien.

Van Tahrir naar Taksim: de overeenkomsten in de huidige politieke strijd tussen Egypte en Turkije konden haast niet groter zijn. Het huidige volksrumoer in Turkije is geen Anatolische variant van de zogenaamde Arabische lente, maar de volgende fase daarvan. Het is de strijd van de oude afbrokkelende seculiere machtsblokken die decennialang met harde hand het volk naar een westers ideaal duwden en iedere afwijkende mening of uiting van religiositeit onderdrukten zoals in Turkije, Tunesië en Egypte zo lang het geval was tegen de nieuwe islamitishe partijen en volksbewegingen die gedurende diezelfde decennia ondergrondse netwerken opbouwden en door verstrekking van onderwijs en maatschappelijke diensten de steun van de nieuwe opkomende en veel conservatievere middenklasse genieten. De strijd is ook het gevolg van de enorme sociale mobiliteit en grove maatschappelijke verschuivingen. Door migratie, het aantrekken van buitenlandse investeerders en de groei van de toeristenindustrie wisten voorheen arme en vaak laagopgeleide bevolkingsgroepen snel veel geld te verdienen. Tegelijkertijd profiteerden andere bevolkingsgroepen zoals boeren, fabrieksarbeiders en overheidsemployees nauwelijks van de plotselinge economische groei. En dan is er nog de demografische explosie: de enorme nieuwe jeugdbulk die veel minder conservatief is dan hun (voor)ouders en soms ook minder religieus, of juist veel fanatieker dan hun ouders ooit geweest zijn. In Istanbul sprak ik met jonge hoogopgeleide meiden die opgevoed waren door grote namen binnen de feministische beweging van de jaren ’60 en ’70 en geheel tegen de wil van hun moeders in toch een hoofddoek hebben omdeden. Tegelijkertijd ontmoet ik in Cairo meiden uit alle sociale klassen die juist hun hoofddoek afwerpen en met of zonder hoofddoek een vrijheid opeisen die voorheen ongekend was.
De groeiende polarisatie in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de dubieuze politieke spelletjes, de financiering van tal van religieuze partijen en de groeiende publieke afkeer daarvan bereiken een nieuwe anticlimax. De strijd om Taksim gaat om meer dan de kap van een paar bomen. Het gaat om de rol van de staat en het stempel die het op de samenleving en publieke ruimte mag drukken. De situatie in Istanbul en daarbuiten was al gelange tijd onrustig door de door Premier Erdogan geïniteerde bouw van een aantal groteske moskeeën op vrije open publieke ruimtes, de agressie tegen een jong koppel dat zoenend in de metro werd aangetroffen en de afkondiging van een algemeen verbod op het schenken van alcohol na tien uur ’s avonds of in een straal van 100 meter rond scholen en moskeeën – een afkondiging die het nuttigen van alcohol in grote delen van de stad nagenoeg onmogelijk maakt.
Om diezelfde (en vele andere) redenen gaat de strijd in Egypte en Tunesië ook om veel meer dan groeiende maatschappelijke ongelijkheid en gebrek aan brood en banen. Het gaat evengoed om het verstikkende politieke klimaat, de inperking van vrijheid van pers, de aanvallen op de rechterlijke macht en de pogingen tot imperking van de algehele bewegingsvrijheid – vooral voor vrouwen.

Maar bovenal schuilt de angel in de wijdverbreide frustratie over de arrogantie van een regime dat weigert naar de wil van een (groot) deel van het volk en de oppositie te luisteren en de angst voor de toenemende religieuze repressie die het ook in Tunis en Cairo soms haast dodelijk gevaarlijk maakt om nog langer in het geniep een kusje te stelen of hand in hand over straat te gaan. Dit is geen Turkse of Arabische lente, dit is een uitbarsting van de stille maatschappelijke loopgravenoorlog die hier al decennialang woedt.

Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur en verblijft momenteel in Cairo.

1 Comment
  • Rinus van der Molen

    Het is voor mijn gevoel een zeer ernstige situatie in het Midden-Oosten. Over brandt het in deze landen met Syrië als dieptepunt. Het is uitzichtloos en hoe lang zal de bevolking zich nog moeten roeren voordat er rust en economische groei ontstaat? Waar loopt dit op uit? Nobody knows, echter ik vrees met grote vreze dat het tot een gigantische ontploffing zal komen die de ganse planeet en haar bewoners tot ontzetting kan brengen.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X