Blog

27 feb / Homo’s in Oeganda: Liever dood dan levend

Na jaren van moedig vechten en angstig vrezen, viel het zwaard van Damocles voor de homogemeenschap van Oeganda dan alsnog. Het op 20 december door het parlement aangenomen pakket aan anti-sodomiewetten, internationaal beter bekend onder de naam “kill-the-gays-bill”, is op 24 december ondertekend door President Museveni. Vijf jaar lang houd de gevreesde homo-wet de jonge maar goed georganiseerde en omvangrijke LHBTQ (lesbisch, homo, biseksueel, transgender en queer)-gemeenschap van dit Afrikaanse land nu al in z’n greep. In 2009 introduceerde parlementariër David Bahati de beruchte anti-homoseksualiteitswet in het Oegandese parlement.

De wet zou zijn geïnspireerd door drie Amerikaanse evangelische voorgangers – onder wie de beruchte anti-fag pastor Scot Lively. Door de komst van honderden evangelisten is de invloed van radicale Amerikaanse predikanten in de afgelopen decennia in het hart van Afrika flink gegroeid. Naast de kerk wakkeren ook de tabloids homofobie aan. Regelmatig “outen” zij homo’s en lesbiennes om hun verkoopcijfers een stimulans te geven. Oegandese kwaliteitskranten delven al jaren het onderspit tegenover sensatiebladen zoals The Red Pepper, dat van een ondergronds pornoblaadje is uitgegroeid tot de een na populairste krant van Oeganda. Afgelopen maand publiceerde de krant opnieuw een lijst met foto’s en namen van de tweehonderd “top gays” van het land, waaronder de namen van al mijn vrienden in de Oegandese hoofdstad Kampala.

In november 2012 trok ik voor een reportage voor de Volkskrant in de gedaante van vrouw naar man transgender drie weken met hen op. Ik werd opgenomen in de warme omarming van deze onderdrukte gemeenschap en kreeg de unieke kans geheime feestjes te bezoeken en tientallen jonge lesbiennes, transgenders, transseksuele sex workers en homorechten-activisten in hun dagelijkse leven te volgen, interviewen en in sommige gevallen zelfs te fotograferen. Zo zag ik met eigen ogen de afkeer die homoseksualiteit bij de Oegandese bevolking oproept en ondervond ik ook zelf het geweld dat deze jonge Oegandezen dagelijks meemaken. Aanvallen variëren van scheldpartijen en spugen, tot fysiek geweld, verkrachting en lynchpartijen. Niet zelden waren mijn vrienden op de vlucht, vanwege een nieuwe aanval op hun kleine kamers of kotjes. Vrijwel geen één van hen had zijn studie afgerond. In de meeste gevallen waren ze door hun familie verstoten en door de disciplinaire raad van hun school of universiteit verwijderd. Ook werkgevers en huisbazen zitten niet op homo’s te wachten.

Met de formele komst van de homowetgeving is de agressieve discriminatie van LHBTQ’s echter niet alleen gelegaliseerd, zij wordt nu ook uit overheidswege aangemoedigd. Zo is de doodstraf weliswaar grotendeels uit de wet verwijderd, maar mijn Oegandese vriendinnen vertellen over vreselijke vormen van volksgerecht die de afgelopen weken zijn losgebarsten. Verschillende vrienden zijn vermoord, terwijl anderen een poging tot zelfmoord hebben ondernomen om aan de uitzichtloze situatie te ontsnappen. Al mijn vrienden zijn momenteel ondergedoken. De bekendste van hen slapen al jaren iedere nacht op een andere plek in een poging aan hun vele vijanden te ontsnappen. De politie ondertussen doet niets tot weinig, en maakt het hen in de meeste gevallen zelfs moeilijker.

Iedere vorm van “promotie” van homoseksualiteit (ergo: flirten, daten, zoenen, of het overgaan “de eerste keer”). Ook het niet rapporteren van homoseksuelen in de omgeving is vanaf nu strafbaar. Op al deze “vergrijpen” staat levenslang. Op geslachtsverkeer met hetzelfde geslacht waarin één van beide partijen HIV-positief of er sprake zou zijn van “drogering” of “onvrijwillige seks” staat wel de doodsstraf.

Onder grote internationale druk en harde sancties van de internationale (lees; westerse) donorgemeenschap leek de anti-homowetgeving juist net min of meer van tafel, toen er opnieuw een felle heropleving van het debat plaatsvond door de kritische vragen van de Canadese minister van Buitenlandse Zaken John Baird over de status van de anti-homowet aan het adres van Rebecca Kadaga, voorzitter van het Oegandese parlement, tijdens een grote donorconferentie in Canada eind oktober 2012. Furieus verliet Kadaga de donorconferentie, briesend dat ze de homo-wet hoogst persoonlijk door het parlement zou doorvoeren als “kerstcadeau voor Oeganda”. Toen haar vervolgens een reisverbod naar de Amerikaanse staat Alabama werd opgelegd, was de maat vol. Diezelfde week werd de wet voor de second-reading voorgelegd. De dominante opstelling van de westerse landen ten aanzien van het homostandpunt voedde slechts de woede bij Kadaga en haar parlementsleden die met regelmaat spreken over de westerse arrogantie en vuile promotie van “neokoloniaal” gedachtegoed.

Onder de laatste noemer worden zeker de bevordering van homoseksuele praktijken geschaard, die in het steeds meer christelijk evangelisch-georiënteerde Oeganda niet alleen als “on-Afrikaans” maar ook als “blasfemisch” worden beschouwd. Het zijn eenzelfde soort argumenten als ook door landen als Gambia, Rusland en de zes Arabische Gulf Cooperation Council (waaronder de VAE, Saoedi-Arabië en Oman) worden aangewend in hun recente actieve bestrijding van homoseksualiteit. Met de recente opmars van het opengesteld burgerlijk huwelijk voor homoseksuele koppels zoals in Frankrijk en geleidelijk ook de Verenigde Staten, lijkt er een steeds sterkere mondiale polarisatie op het thema homoseksualiteit plaats te vinden. Hierin staat westers (en dus “homo”) lijnrecht tegenover de niet-wersterse wereld die in de meeste gevallen homoseksualiteit als iets van buiten de landsgrenzen erkent. Deze landen vinden steun bij elkaar en zien met name in de stugge opstelling van Rusland een nieuw precedent om nu ook in eigen land een hardere opstelling aan te nemen.

Het proactieve optreden van met name Europese geldschieters zoals Nederland en enkele andere Noord-Europese donorlanden heeft de positie van de Oegandese homo’s en lesbiennes er niet beter op gemaakt. Onder grote druk van de internationale gemeenschap had het parlement aanvankelijk de plannen laten varen. Maar nadat de meeste donorlanden hun financiële steun aan de Oegandese overheid om verschillende redenen hadden gestaakt, was ook dit laatste pressiemiddel weg. Homoactivisten zoals Frank Mugisha, hoofd van de koepelorganisatie Sexual Minorities of Uganda waarschuwen al jaren tegen de koppeling van financiële steun met homorechten. Mugisha vreesde terecht dat de homogemeenschap verantwoordelijk zou worden gehouden voor de economische malaise in het land. Door de grote pro-homorechtencampagnes van westerse ngo’s en donorlanden is het issue van LHBT-rechten slechts verder opgeblazen. Terwijl activisten als Mugisha achter de schermen via stille diplomatie hun doelen proberen te bereiken, zijn westerse overheden door hun negatieve korting op ontwikkelingshulp en felle pro-homostandpunt nu juist hun pressiemiddelen kwijt. Ondertussen staan mijn vrienden met de rug tegen de muur. Na jaren van strijd en hopen tegen alles in, hebben ook zij geen vangnet om op terug te vallen.

Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur. Zij werk als fly-in correspondent en doet wereldwijd onderzoek naar sociale (jeugd)bewegingen en revoluties.

Dit artikel schreef ik voor de Belgishce ochtendkrant De Morgen en NRC Handelsblad.

Bekijk hier de uitzending van Reyers Laat waarin ik met de Belgische Minister van Buitenlandse Zaken in de clinch lig over het desastreuze homorechten-beleid van Europese donorlande. http://www.canvas.be/programmas/reyers-laat/0daa1ec9-fe4a-49c7-b678-56dc7d151f54

 

1 Comment

Geef een reactie

X