Blog

19 mei / 24 uur leven zonder angst 

Waarom is het bedenken van mijn ideale 24 uur zo moeilijk? 

Dat is de vraag die mij al maanden bezig houdt.

Sinds aan mij de opdracht is gegeven om mijn ultieme 24 uur uit te denken en haarfijn, minuut tot minuut haast, uit te schrijven, voel ik een verlamming. Een angst.
Zelden riep een vraag zoveel tegenstrijdige emoties op.

24 uur, ja! Totale vrijheid, ja! dacht mijn hoofd en mijn hart maakte er een sprongetje bij, maar toen was het stil, knalde mijn hart weer op de bodem van mijn ziel neer en zweeg ik.

Het was deze vraag die mij deed realiseren dat ik mij geen raad met mijn eigen vrijheid weet.

Los van familie en een partner, vaste baan of zelfs maar routinematige verplichtingen, heb ik een vrijheid die beklemmend eng is.

Ik kan iedere 24 uur leven als mijn ultieme 24 uur. Ik heb letterlijk totale vrijheid; genoeg geld, de juiste papieren, een fijn bordeaux-rood paspoort – geen land, persoon op plaats die mij de vrijheid ontzegt.

Ik kan nu naar Schiphol gaan en het eerste ticket boeken naar waar ook. Ik kan nu de stad inlopen en pas over twee dagen thuiskomen, of drie.

Ik doe het niet.

Steker nog, ik heb het nooit gedaan.
Iets houdt mij gevangen in de begrenzing van mijn eigen tijd én vrijheid.

En zo leef ik iedere dag – eet, drink, denk, wandel, praat, praat veel, slaap en struikel verder – soms verrast, soms lamlendig, soms uitbundig, soms verslagen, maar nooit bewust van de wonderlijke 24 uur die ik nu weer uit de gulle hand van mijn maker ontvangen heb.

Maanden peinsde ik, piekerde ik over deze opdracht, deze spiegel van mijn ziel en zag ik mij geconfronteerd met mijn eigen angst om alles in hoofd, hart en leven helemaal vrij te laten.

Ondertussen ging ik de dagen meten en wegen. Is dit mijn ultieme 24 uur? vroeg ik mij regelmatig gedurende een mooie, of minder mooie dag, af. (Bestaat dat eigenlijk, een minder mooie dag? Of is ook dat een luchtspiegeling van ons eigen onvermogen in rust met al wat is te zijn?) Vaak besefte ik dat ik mijn dag niet als een droomdag geleefd had. Maar geleidelijk realiseerde ik me ook dat heel veel dagen prachtig waren, buitensporig mooi, zonder actieve aanleiding of plan.

En dus werd de vraag niet langer: hoe ziet mijn ultieme 24 uur eruit? Maar: wat maakt dit – hier, nu, dit moment, deze dag – zo prachtig? Zo tijdloos? Zo mooi?

Glimpen zag ik, glimpen geluk, zo schoon dat hun schittering tranen aan mijn ogen onttrok.

Ik ging anders leven, bewuster. En realiseerde me terwijl ik de wortels in de bodem van mijn eigen geluksbesef traceerde, dat de momenten van ultiem geluk los bleken te staan van persoon en plaats. In eerste instantie zat mijn ideale 24 uur, voor zover ik daar al een beeld bij had, vol met mensen, vrienden, liefde en exotische bestemmingen.
Maar langzaam realiseerde ik me dat de hoogste staat van geluk juist volledig vrij staat van externe factoren, zij heeft niets anders nodig dan verhoogd bewustzijn.

Vrijheid en 24 uur. De twee bleken voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. 24 uur helemaal naar eigen inzicht mogen indelen is een ongekende luxueuze vrijheid die weinigen hebben, maar het is ook een vrijheid die je aan jezelf moet durven geven. En het is dat laatste dat het grootste gevecht met mezelf opleverde.

De ultieme 24 uur is geen opeenstapeling van gebeurtenissen, afspraken, plannen en droomoorden, maar een aangename flow, een zinnenprikkelende beweging, ze staat in de wereld maar is niet uit de wereld.
Misschien zou mijn ultieme 24 uur wel precies dit zijn: volstrekt gelukkig in de tijdloosheid, volstrekt voldaan in het zijn, niets moeten, niets hoeven – van MEZELF – niets missen, niets ontbreken, ademen en dwars door zon en regen, kunnen zingen uit volle borst.

Ik besloot van een grindknarser, die in de mazen van zijn net slechts het gruis ziet, te veranderen in een goudzoeker, die opleeft bij de lichtste flonkering. De glimpen van geluk, puur goud, vermeerderden, stapelden op. Lopen over de brug van het IJ, de wind in het gezicht, muziek in het oren, langzaam de armen strekken en schreeuwen: free at last, free at last, thanks God almighty I’m free at last, eindelijk kom ik los van mijn eigen pijn!

Fietsen door Westerpark in het trage licht van de ondergaande zon, de geuren van de aanstaande zomer kriebelen in mijn neusgaten, herinneringen, eindeloos veel, aan mij en m’n lief en de liefde die niet is, de tranen prikken achter m’n ogen maar het lukt me, heel langzaam, een glimlach op mijn gezicht te toveren en voor het eerst voel ik dankbaarheid voor wat er was, al was het kort en wat ik heb mogen voelen. Zo vermeerdert het geluk. Het geluk van toen en het geluk van nu. Rijkdom.

Doelloos lopen over straat; uit verveling, frustratie, wanhoop, een vlucht voor verstikking. Nu wandel ik urenlang om simpelweg de beweging van m’n benen te voelen, het leven van de stad te zien, de gedachten in m’n kop de vrije loop te laten. Het zijn dezelfde straten, maar het is een andere ik die er doorheen loopt nu.

Praten met een buschauffeur. Honderd keer dezelfde bus gepakt, maar nu praat ik, vrolijk, zorgeloos en vraag ik me af: waarom heb ik al die dagen in stilte achterin gezeten? Onzichtbaar. Onaanspreekbaar. Een gesloten vesting met een smartphone in de hand, oren afgeschermd door het dikke foam van mijn koptelefoon. Het is niet de buitenwereld die ik onzichtbaar maak, maar de binnenwereld die ik wegstop, wegdruk, aan het oog onttrek.

In mijn kortstondige momenten van diepe levensvreugde ontmoet ik wel mensen, maar is deze ontmoeting niet georchestreerd door een afspraak. Een vage kennis die opeens aan mijn tafeltje staat, een feest warvoor ik wordt uitgenodigd, een koppel waarmee ik dans en die me vervolgens naar een volgend feest meenemen en thuiskomen in de ochtend, niet wetend hoe in deze totale achtban terecht te zijn gekomen, maar dankbaar voor alle liefde, spontaniteit en zorg van volstrekt onbekenden die als intimi voelen.

In het park met vrienden. De zon die ons streelt in haar warme omhelzing. Barbecue. Waterpijp. Vrienden van vrienden die aanhaken. De warme genegenheid van mensen die precies weten wie je bent, die je geluk vieren en je pijn delen, maar nooit, nee nooit, je succes nodig hebben om zelfverkozen familie te zijn.

De omhelzing van m’n zusje. Ongemakkelijk en stijf. Maar de bevestigende vertrouwdheid van dat lijf. Familie.

En dan mijn lief. Verboden, ongenaakbaar, onraakbaar, onneembare vestiging. Onbereikbaar in de hoogste toren, maar als ze neerdaalt… mijn lichaam die een warme hartklop wordt. Haar geur, blik, handen. Ze laat me van de hel in de hemel belandden.

Liever mijn hart tientallen malen gebroken, dan nooit geleefd. Liever honderd keer neergestort, dan nooit in de lucht gezweefd.

Maar nu dan, strek mijn armen uit, open mijn mond en sluit, stil… luisteren naar de geluiden van de stad, het kloppende mensenhart, boten in het water, auto’s op de straat en ik die niets anders wil dan de wereld te ontdekken van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.

Mijn ideale 24 uur is simpelweg dit: geen telefoon, geen ruis, geen afleiding, geen gewicht van zware tassen, geen afspraken, geen emotionele drama, niet vasthouden aan verleden, toekomst of pijn, maar simpelweg zijn en met open armen en een gebed op de lippen de wereld in lopen. Free flow. Flow free. Van me, myself and I naar een new we.

Geef een reactie

X