Blog

25 jan / Liefdeslied aan Egypte

Vandaag is het twee jaar geleden dat de 18-daagse opstand tegen Mubarak begon.
Na de eerste euforie zijn mooie waarden van de revolutie gekaapt door militairen en islamisten, gegijzeld door religieuze intolerantie en geweld.

De geest van de revolutie zoals nog steeds uitgedragen door de moedige helden van de Tahrir staat onder druk. Zacht zingen zij nog onderstaande lied van de Nubische volkszanger Mohammed Mouneer, die in de diepe klanken van het zuiden zijn liefde voor Egypte bezingt. Het lied “Haddoeta Masrya” is de titelsong van een film van de beroemde christelijke Egyptische regisseur Youssef Shahin, dat ik vandaag op mijn blog plaats als liefdesbetuiging aan Egypte, mijn land, en zijn volk dat zo lijdt op dit moment…

Een Egyptisch verhaaltje

Wij aanvaarden niet dat er verwijdering tussen de maan en de hemel
Wij aanvaarden niet dat de mensen elkaar vertrappen
Wij aanvaarden niet dat in een hart een roep dood gaat
Wij aanvaarden niet dat de wortels hun grond verlaten
Wij aanvaarden niet…
Dat mijn hart zingt van binnen en de klokken luiden voor een geboortekreet
Een stukje van mij dood gaat, de klokken verklaren de dood van een mens, van één van Godsknechten.
Met de wijsheid heeft ze mij gedood en levend gemaakt en liet mij duiken in de hart van het geheim, het hart van het universum
Voordat de zondvloed kwam liet ze mij om jou geven Masr en jou vertellen over wat mijn hart herbergt
Wie van ons heeft verstand en wie is gek?
Wie is geslacht door de pijn. Wie van ons is de onrechtvaardige en wie is onrecht aangedaan?
Wie weet geen andere woord dan ‘Ja’?
Wie is voor jou beschermd, groen? … de arme boeren
Wie is voor jou beschermd, bewoonbaar? … je goedhartige arbeiders
Wie verkoopt het geweten en koopt daarmee de vernietiging? ….

En hij is de eigenaar van de aangelegenheid, het probleem, het verhaal en de pen.
Ik heb alles gezien en ik werd moe om de waarheid
Ik heb onderweg veel onschuldige ogen gezien
Ik ken mensen.. hebben zij mij gekend? .. nee, nee, zij hebben mij niet gekend.
Zij hebben mij geaccepteerd en ik accepteerde hen.
Ik steek mijn hand naar jou uit. Waarom accepteer je mij niet?
Ik vind je naam niet belangrijk. Ik vind je adres niet belangrijk. Ik vind je kleur niet belangrijk of je geboorte, je plaats.
Wat ik belangrijk vind is de mens zelfs als die geen adres heeft.
Oh mensen, oh mensen. Dit is het verhaaltje.
Oh mensen, oh mensen. Dit is het verhaaltje
Een Egyptisch verhaaltje,
Een Egyptisch verhaaltje,
Een Egyptisch verhaaltje.

Uit Mozaïek van de Revolutie (klik hier):

Terug in het appartement sta ik in mijn eentje op het balkon
en kijk naar de ondergaande zon.
De bruine grauwe flats opgemetseld uit ruwe baksteen die steunen op een krakkemikkig fundament van houten balken en
gewapend beton kleuren langzaam rood.
Dit is mijn land, denk ik.
Hoe verwarrend, confronterend, tegenstrijdig en verdeeld
ook, ik zal hier altijd terugkomen.
Al is er niemand die me echt begrijpt en al zal ik altijd een
beetje een westerse zonderling blijven; er is geen andere stad
waar ik me zo thuis voel, geen land dat me zo verwelkomt, geen
volk dat me zo liefheeft.
Al ben ik kritisch en direct, al haat ik de passiviteit en de berusting,
al blijf ik vechten voor persoonlijke vrijheid en een nieuwe
manier van denken; uiteindelijk ben ik niet degene die hen
verandert maar zijn zij het die mij veranderen.
Aan het eind van elke reis, als mijn kortstondige of langere
verblijf ten einde komt, laat ik iets achter, verlies ik iets van mezelf
aan deze stad.
Meer en meer word ik Mounira, drager van het licht, van dat
verre en bekende, dat nieuwe en dat oude, vertrouwde woorden,
kleuren en geuren van dat andere thuis.
Mijn huis: Masr.
Egypte, mijn volk.
Geen armoede, hitte, vroomheid of vuil doen daar iets van af.
Het onbegrip neemt de liefde niet weg. De angst kan me niet van
mijn geluk beroven.
Aan het eind van de dag buigen we allemaal richting de zon.
We knielen en bidden naar de allerhoogste. We fluisteren eeuwenoude
gebeden naar de God van het al. Hem prijzend en lovend
voor het leven van de Nijl. Hem smekend om genade en
redding, hopend en wetend dat dit land niet ten onder zal gaan.
Egypte blijft Egypte, Gods tweede beloofde land.
Kahera blijft Kahera, de stad die uiteindelijk altijd overwinnen
zal.
‘O, balladi’, fluister ik. ‘O, balladi. Mijn vaderland … ik houd
van jou.’

1 Comment
  • samya

    ay mounira, je maakt me elke keer weer aan het huilen.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X