Blog

18 okt / Levenslessen – “Ik ga altijd de pijn aan”

Zijn roman Liefde is een rebelse vogel die gisteren uitkwam, werd zijn beste therapie ooit. Mounir Samuel (27) verwerkt ouder-kindrelaties, de kerk en de zoektocht naar liefde. En omarmde zijn man-zijn.

Interview dagblad Trouw (24/9/2016)
Tekst Suzanne Rethans

Les 1 Je grootste droom zit verscholen achter je diepste angst

Ik ben ervan overtuigd dat iedereen die echt doet wat zijn hart laat zingen, door de grootste innerlijke en externe weerstand moet vechten. Denk aan de popartiest met podiumvrees. Mijn grootste angst is alleen zijn. Omdat dan alle ellende van vroeger naar boven komt. Daarom was ik altijd buiten, rende ik van de ene afspraak naar de andere, als een losgeslagen ADHD’er. Want zodra ik op de bank zit, wham, dan vloog mijn leven me aan. Het niet geaccepteerd worden, het niet mezelf mogen zijn, niet gekend zijn door mijn eigen familie.

Deze roman heeft me gedwongen stil te zitten en mijn angsten onder ogen te komen. Het was niet de bedoeling dat er autobiografische elementen in zouden zitten, maar uiteindelijke schreef het verhaal mij, niet andersom. In de roman speelt een liefdesverhaal tussen twee vrouwen, maar op dat moment dat ik het verhaal voor het eerste als zestienjarige voor ogen zag zat ik nog in therapie om hetero te worden. Ik kom uit een streng protestants gezin en was doodsbang dat mijn ouders zouden vinden wat ik schreef, dus vluchtte ik weg voor het verhaal, terwijl ik het als een film voor me zag, iedere dag weer. Uiteindelijk begon ik twee jaar later toch met schrijven. Het eerste manuscript ontstond acht jaar geleden, maar het had een lange rijpingsperiode nodig. Soms werd ik keihard met een passage geconfronteerd en dan klapte ik mijn laptop dicht. Op mijn negentiende ben ik getrouwd. Twee jaar later las ik tijdens een vakantie met mijn schoonfamilie De Alchemie van het Verlangen, een Indiase roman, extreem erotisch, een vertelling binnen een vertelling, en ik vond het fantastisch, dit was de vorm waar ik naar zocht. En ik weet het moment nog precies: ik zat in een stoel te lezen, ik had muziek op en zat in mijn eigen bubble. Ik werd bijna verzwolgen door dat boek, wilde ook zo kunnen schrijven, maar realiseerde me dat het nooit zou lukken zolang ik onder die dikke laag van zelfcensuur leefde. En ik dacht: dat laat ik nu los. Ik ga mezelf toestaan alles te denken en te voelen, want als ik ooit echte literatuur wil schrijven is dat nodig. Het moment dat ik die deuren openzette in mijn hoofd, kwam alles in beweging. Ik stormde naar buiten, ik rende de Italiaanse berg op waar een klein kapelletje stond en ik heb daar keihard staan joelen en schreeuwen. Alles kwam in een keer vrij. Binnen zes weken had ik een affaire met een vrouw. Dit was de eerste grote doorbraak die door het boek veroorzaakt werd, maar er zouden vele volgen.

Tijdens het schrijven bleef ik nieuwe ontdekkingen doen. Zo komt in het verhaal een priester voor met vrouwelijke trekjes. Ik probeerde ze weg te poetsen en hem mannelijker te maken, wat niet lukte en op een dag realiseerde ik me: hij is niet zomaar een man. Gevolgd door: en ik geen vrouw. Dit boek is voor mij de grootste therapie geweest die ik ooit had kunnen krijgen, nog los van alle duizend kleine en grote inzichten over mijn verhouding tot geloof, ouder-kindrelaties, eenzaamheid en vluchtgedrag.

Les 2, Religie beknelt waar geloof bevrijdt

Het Vaticaan verbant nog steeds boeken. Als ze mijn boek lezen komt het ook op de verboden boekenlijst, de kerk komt er soms ongenadig vanaf. Maar niet met haat, want ik heb haar lief. Ik ageer tegen georganiseerde religie vanuit de liefde die ik heb voor God en mijn verontwaardiging en woede over hoe mensen met God aan de haal gaan.

De twee vrouwelijke hoofdpersonen van mijn roman zijn Zetá, de knappe wereldreizigster, en een psycholoog. Zetá heeft in alle opzichten een moeilijker, zwaarder en ongelukkiger leven gehad dan de psycholoog, maar ze heeft een veerkracht, een vertrouwen, een optimisme en een zekerheid, terwijl ze nergens woont en nergens thuis is, waar het de psycholoog totaal aan ontbreekt. Voor mij zijn het ongeluk en de eenzaamheid van de psycholoog metaforen voor de hedendaagse seculiere samenleving waar we helemaal niet meer weten wie we zijn en waar we voor staan. We hebben het over vluchtelingen, maar eigenlijk zijn we allemaal op de vlucht voor iets of iemand. Of misschien nog het meest voor onszelf.

Mijn geloof in God brengt me thuis bij mezelf. Was het niet voor God, dan was ik niet in transitie gegaan. Het is een langdurig en ingewikkeld proces en niemand staat te juichen als je zoiets aangaat. De meest positieve reactie was: ‘Weet je het wel zeker, ik zie het niet aan je.’ De ergste reactie was: ‘Je gaat naar de hel, je bent jezelf aan het verminken, je bent psychisch gestoord.’ De steun van mensen is als drijfzand, zij is altijd voorwaardelijk. Gods liefde is onvoorwaardelijk. Ik wilde niet langer ontrouw zijn aan de schepping in mezelf. God is in mij. Niet dat ik mezelf tot God verklaar, ik ben wel Egyptisch maar geen farao, maar God heeft me geschapen, Hij is in alle dingen en leeft zeker in mij. Hoe dichter ik bij God kom, hoe dichter ik bij mijn gevoel kom, mijn kern, mijn schepping. De meeste kerken daarentegen sluiten nog steeds uit en maken zich schuldig aan moralisme – zoals deze hele samenleving trouwns. Dat is het gebrek van de mens om God’s eindeloze diversiteit en creativiteit te kunnen erkennen en accepteren.

Les 3 Geef nooit op, it’s not over

Toen ik met schrijven van dit boek begon, zeiden veel mensen: dit wordt niks, jij bent geen schrijver. Ik herinner me een Sinterklaasgedicht van mijn schoonvader van vijf, zes pagina’s lang waarin mijn droom schrijver te worden keihard op de hak werd genomen. Dan ben je zeventien, achttien jaar en is er alvast voor je besloten dat het je niet gaat lukken. Ik heb jarenlang afwijzingsbrieven gekregen van uitgeverijen, of ik hoorde niets. En als ik een contract kreeg, bleek dat ze een heel ander boek voor ogen hadden, werd alles afgekraakt wat ik schreef en liep de samenwerking spaak. Die kritiek ging nooit om stijl, of vorm, maar altijd om inhoud. Het boek zou te feministisch zijn, te onwaarschijnlijk, terwijl alles wat er in staat nu de  dagelijkse werkelijkheid is. Ik schreef de tijd vooruit.

Er zijn periodes geweest waarin alles vast zat. Ik leed aan post-traumatisch stress-syndroom en had suïcidale trekken. Als ik een raam zag, wilde ik eruit springen.. Ik deed het niet, omdat iets in mij hoop hield. Het is een vreselijk gevecht om zo te leven. En je zo alleen en verloren te voelen, ongezien. Een keerpunt voor mij was de zomer van 2014. Vrienden vroegen mij ’s avonds bij een kampvuur: ‘Monique, wat zijn jouw dromen eigenlijk?’ En ik had ze niet. Ik wist letterlijk niks. Het enige dat ik kon zeggen was: ‘Dat ik ooit misschien gelukkig zal zijn.’ Ik heb vaak vast gezeten. Afgelopen anderhalf jaar stond op een gegeven moment mijn transitie stil omdat de VU moeilijk deed, mijn relatie klapte, ik had eindelijk een uitgever gevonden die honderd procent begreep wat ik wilde, maar mijn oude uitgever wilde de rechten niet opgeven en ik dacht dat mijn boek er nooit zou komen. En ik had ook nog financiële problemen. Niks ging goed en dat was niet een week zo, maar maanden. In maart ben ik met mijn laatste geld naar Marokko gegaan en ik ben vijf keer per dag met die gebedsoproepen mee gaan bidden om God te danken. God is groot, ook al ben ik nu doodmoe en ziek en is het vier uur ’s nachts. God is groot, ook al loop ik hier moederziel alleen op een markt, zonder geld. En ik ben gaan zeggen: God, dank u wel dat mijn boek uitkomt. Ik ging gewoon klappen. Dank u wel dat mijn boek komt, dank u wel dat u mij liefde gaat geven, dank u wel dat ik man mag zijn, dat ik dat ben. En binnen een maand was alles opgelost. Drie mei kreeg ik de rechten van mijn boek terug zodat ik het bij die nieuwe uitgeverij kon onderbrengen, ik kreeg vijf klussen tegelijk en een enorme belastingteruggave. Mijn lief kwam weer bij me terug, even, maar op dat moment was het nodig. En ik kreeg van de psycholoog te horen: ik ben ervan overtuigd, je mag in transitie. In één dag, bam. De uitdaging is niet of we God kunnen danken aan het begin of het eind van een reis, maar midden-in.

Les 4 Zolang je van je jeugd je identiteit maakt – en die jeugd was slecht – blijf je een slachtoffer van jezelf

Als je ouders afwezig waren, zal je dat gebrek aan ouderlijke liefde je hele leven missen en altijd willen opvullen. Dat geeft een enorme klem op relaties. Ik ben constant een gat aan het vullen dat te groot is voor welke partner ook. Toch kies je er uiteindelijk zelf voor om te zeggen: ik laat me definiëren door mijn verleden, of ik definieer mij naar de toekomst. Natuurlijk heb ik veel begrip voor iemand die tien jaar door haar vader is misbruikt, maar waarom runt het ene incestslachtoffer nu een NGO en redt andere meisjes uit dat soort situaties en ligt de ander met een spuit in haar arm in de goot?

Ik geloof niet dat de ene mens krachtiger is dan de ander, wél dat de ene mens zich zelf bewuster onder ogen komt dan de ander. Denk aan die twee vrouwen uit het voorbeeld, de één komt haar verleden onder ogen en buigt deze om naar de toekomst, de ander vlucht voor de pijn. We moeten gisteren onder ogen komen om onze morgen te kunnen beleven. Ga de pijn aan, zodat er heling kan plaatsvinden, maar maak haar nooit tot je identiteit.

Mijn ouders kunnen me niet alsnog geven wat ik vroeger heb gemist, de kinderen die mij hebben gepest, hebben me gepest, en dat is een trauma. Het gebrek aan vrienden op de middelbare school is een gebrek in mijn ontwikkeling. Ik ben op alle vlakken onveilig opgegroeid en dat heeft grote gaten geslagen. Maar dat kwam ook doordat ik niet mezelf was. Ik was niet de zoon van mijn vader, ik kon geen jongensvrienden hebben, ik had geen normale meisjesvriendschappen, want meisjes vonden me raar. Want ik was geen meisje. Het is een gemis wat ik voel en de enige oplossing die ik heb is zelfliefde. Mijn eigen vader, moeder, zus, broer, vriend, vriendin en partner zijn. Dat betekent een hoop soloseks, maar ook daar word je goed in. Haha. Dit is de testosteron hè. Ik wijt alle ongepaste grapjes lekker aan de hormonen.

Les 5 Liefde dient altijd vrij te zijn. Als je haar probeert te vangen, sterft ze af

Als kind kon ik de opera Carmen al meezingen, ik was er gek op. Liefde is een rebelse vogel die je kan vangen noch kan temmen. Als ik aan mijn roman dacht, hoorde ik die meeslepende muziek altijd op de achtergrond. Het hele boek is een navertelling van Carmen geworden, onbewust.

Zelf kom ik uit een problematische relatie met een islamitisch meisje dat bizar veel op Zetá lijkt. In alles. Uiterlijk, karakter, gedrag. Al schreef ik het acht jaar geleden toen ik haar nog niet kende. Een vrije vogel, prachtig om naar te kijken, maar als je haar in een kooi stopt, wordt ze doodongelukkig en houdt ze op met zingen. En sterft ze, niet zij maar de liefde. En de eerste kans die ze krijgt, vliegt ze weg. Ik vind het een prachtig gegeven dat de liefde komt en gaat en dat je er helemaal geen controle over hebt, maar het is zo pijnlijk. Ik ben het te vaak tegengekomen. Ik ben zo op zoek naar familie, naar het vormen van een eigen familie, dat ik te snel ga. Ik kan niet doseren, waardoor ik de liefde smoor. Je moet samen kunnen vliegen, in zo’n mooie liefdesdans boven het water en dan een nestje bouwen.

Les 6 Kinderen zijn afhankelijker van hun ouders dan andersom

Ik ben half Egyptisch en in de Egyptische cultuur zorgt de oudste kleindochter voor oma, van vaderskant. Dat ben ik. Zo ben ik opgevoed en ik zou het dolgraag doen want er is geen thuiszorg in Egypte en ze kan geen potje meer openmaken, maar ik mag niet meer bij haar komen van mijn ooms. Ik heb met mijn directe familie geen contact meer. Zij hebben vastomlijnde ideeën over hoe een meisje hoort te zijn en hoe ze zich moet gedragen en daarin pas ik niet. Als mensen alleen houden van het beeld dat ze van je hebben, schampt die liefde langs je hart en komt niet binnen. Ik ben opgehouden me schuldig te voelen dat ik niet voldoe aan hun beeld. Helaas betekent dat dat ik mijn taak als oudste kleindochter nu niet kan volbrengen.

Omdat mijn oma in Cairo woont is het sowieso niet haalbaar voor mij om er dag en nacht te zijn, maar een paar keer per jaar drie weken zou fijn zijn. De laatste keer dat ik er was heb ik vogeltjes voor haar gekocht. Het is een vrouw van het platteland, dus ze mist dieren. Ze zat daar alleen in dat huis en niemand had ooit bedacht dat het misschien wel stil is. Dus ik kocht twee vogeltjes op de markt, in een kooitje, sleepte ze de hele dag in de bloedhitte, het was 42 graden, met me mee, in de metro, in de microbus, in de taxi en ik moest nog naar een feest dus ze hebben ook nog lang op de hoek van een straat gestaan bij een heel luidruchtig volkscafé met enorme blèrmuziek – Cairo is sowieso de meest luidruchtige stad op aarde – in de shisawalmen. Die vogels waren zo in shock, ze hebben drie dagen geen geluid gemaakt. Mijn oma was helemaal verdrietig, maar toen begonnen ze voorzichtig te fluiten. Nu heeft ze iemand om tegen te praten.

Mijn oma weet niet eens dat ik in transitie ben. Mijn stem is al erg gezakt, over een paar maanden heb ik een baardje, hoe moet ik daar aankloppen? Ze gaat echt niet opendoen voor een vreemde jongen. Toch zal ik het zo moeten doen. Je kunt zoiets niet over de telefoon zeggen, dat snapt ze niet, en een brief schrijven kan ook niet. Het is een analfabete vrouw uit het Egypte van voor de Nassaudam, die kan lezen noch schrijven.

Les 7 Overgave is de speeltuin van Gods geest – ik waag de sprong in het volle vertrouwen dat zijn engelen me opvangen

Twee maanden geleden ben ik begonnen met testosteroninjecties, je mag me feliciteren. Ik ben veel rustiger in mijn hoofd, onrustiger in mijn lijf. Ik heb een hele andere emotionele regulering. Ik word sneller boos dan dat er tranen komen. Ik kan niet eens meer huilen, tenzij ik heel teder benaderd word door een vrouw, en dan nog moet het eruit gemasseerd worden. Als man kun je letterlijk minder goed bij je emoties. Je voelt wel dat gekrab aan je hart, maar je kunt de stap ernaartoe niet zetten. Dat frustreert. Ik schaam me nu zelfs als ik huil. Waar ik heel blij mee ben is dat ik nu veel gespierder en sterker ben, moet je eens kijken wat een spierballen, zonder trainen! Ja, je mag voelen. Voel je? Ik merk ook dat ik veel bronstiger ben, ik wist natuurlijk dat mijn libido hoger zou worden, en dat is het, maar wat ik niet wist is dat ik veel gevoeliger zou worden voor visuele stimulans. Geen lesbienne wordt wild van blote borsten hoor. Het is mooi, tuurlijk, je valt op vrouwen, maar je wordt niet per se opgewonden van het beeld van borsten. Nu wel. Nu denk ik bij een open decolleté: vrouw, bedek je, ik kan het niet handelen!

Vorige week liep ik met een transvriend van mij over straat. Hij is nu twee jaar in transitie en veel verder dan ik. We liepen daar en opeens had hij tranen in zijn ogen. Dit is een jongen met een heel moeilijk verhaal, zijn vader heeft zelfmoord gepleegd. En ik vraag aan hem: ‘Ben je gelukkig?’ En met tranen in zijn ogen zei hij: ‘Ja, ik geloof dat ik voor het eerst van mijn leven een klein beetje, soms, gelukkig ben.’ Ik wilde hem het liefst vasthouden, maar we zijn mannen, dus ik dacht: nee, man up! Even hetero doen. We gingen op een bankje zitten, een beetje ongemakkelijk uit elkaar en staarden voor ons uit. Ik zei: ‘Ja, en ik geloof ook dat ik voorzichtig een beetje gelukkig aan het worden ben.’ Dus waren we samen heel voorzichtig een beetje gelukkig aan het zijn. ‘Had je hier ooit in kunnen geloven?’ vroeg hij.

Schrijver Mounir Samuel (1989) groeide op in Amersfoort in een streng-protestants gezin met een mounir_cover_hr-1Egyptische vader en een Nederlandse moeder als Mounira Samuel (roepnaam: Monique). Na zijn studie politicologie schreef hij voor De Correspondent, Trouw, NRC Handelsblad, en levert regelmatig bijdrages voor de Groene Amsterdammer. Hij werd bekend als vaste tafelgast bij Pauw & Witteman waar hij als Monique nog een buikdansvoorstelling gaf op tafel en schreef negen boeken. Voor zijn reisverhalen en reportages won hij de Dick Scherpenzeel Aanmoedigingsprijs voor grootste journalistieke talent van Nederland en Vlaanderen (2012) en de Lira Correspondent Prijs voor jonge correspondenten (2015). Liefde is een rebelse vogel (Uitgeverij Jurgen Maas) is zijn romandebuut.

Blader het boek HIER door

 

 

 

2 Comments
  • Hawa

    Prachtig persoon bent u, geweldig hoe u was bij RTL Late Night afgelopen dinsdag!

    Beantwoorden
  • Elif

    Heel mooi geschreven!

    Beantwoorden

Geef een reactie

X