Blog

24 mrt / Leven als God in Marokko

Julian, een sportieve gebruinde Franse veertiger heeft het goed voor elkaar. Zo’n vijf jaar geleden vertrok hij naar Marrakech, kocht een riad en begon daarin zijn eigen bed en breakfast. Ondertussen heeft hij er twee. Ze zijn groene oases in de drukte van de volkswijk El-Moqf. De kamers zijn niet duur, 25 euro per nacht, maar altijd vol.

Hij leeft er als een ware koning, met twee paleizen. Rijdend op zijn motor door de stad. Overal gegroet en herkend. Hij lacht, geeft een klinkende high-five, “In Frankrijk had ik geen leven, geen toekomst,” vertrouwt hij mij op een van zijn tourtjes door de stad toe. “Er was geen weg vooruit. Het land zakt in elkaar als toren van boter.”

Met woede praat hij over de stagnatie van de welzijnsstaat, de politieke spelletjes en het meest van al: het Frankrijk dat geen Frankrijk meer is en niet langer aan d Fransen toe behoort.
“Al die buitenlanders, zwarten, Arabieren, ze komen maar Frankrijk om van de staat te leven, de baantje van de gewone Fransman in te pikken, het land te islamiseren.”

Wrange ironie, dat Julian nu juist naar het land vertrokken is waar al die banen-inpikkers en uitkeringstrekkers vandaan komen. Maar hij ziet dat zelf heel anders. “Frankrijk behoort mij niet meer toe, dus besluit ik te vertrekken. Daar zou ik een leven lang moeten ploeteren om uiteindelijk niet eens met pensioen te kunnen op de afgesproken leeftijd. Hier kan ik leven zoals een mens hoort te leven. Ik heb mijn eigen onderneming, goed eten, mooie vrouwen, de zon.” Hij lacht en zet zijn zonnebril nog wat beter op z’n neus.

Ja, voor een blanke Fransman met Euro’s gaan alle deuren open. Mannen groeten hem vol eerbied. Alleen de Marokkaanse vrouwen willen niet meewerken. “Ze trouwen niet met een ongelovige, seks willen ze wel, maar alleen tegen betaling, stelletje hoeren.”
Julian stemt op het Front National. “Zoals 80% van alle Fransen hier,” zegt Julian stellig.
Marrakech is al decennia een pleisterplek voor mensen op zoek naar het goed leven. In eerste instantie de rijke kolonialen, later hippies, maar dat begon in de jaren ’70 en ’80 te veranderen. In de jaren ’90 woonden er nauwelijks buitenlanders in de stad, maar sinds 2000 zijn de buitenlandse vastgoed investeerders flink toegenomen. In 2005 lag het aantal buitenlanders dat kapitaal had gekocht in de stad op 3000. Hun aantal is sindsdien alleen maar gestegen. Het aanzien van Marrakech is er flink door veranderd. Hippe boetiekhotels, restaurants en bed en breakfasts hebben het oude stadshart overgenomen. Terwijl Marrakechi de straten vullen, leven de toeristen in hedendaagse enclaves – de (dak)terrassen, hippe soul food restaurants en peperdure hotels midden in de stad. De buitenlandse investeerders ondertussen – met name Fransen, maar ook Britten en Spanjaarden – leven ondertussen als een God buiten Frankrijk. Het bracht het Franse tijdschrift Le Point ertoe Marrakech het tweede St. Tropez te noemen. De Fransen profiteren van hun rijkdom en status die hun kleur en afkomst met zich meebrengt. Ondertussen leven 20.000 gezinnen in de stad nog steeds zonder aansluiting op water en elektriciteit en dromen velen van een beter leven aan de overkant.

Deze column verscheen in de Groene Amsterdammer.

1 Comment
  • Andre van der Meer

    Wat een onzettend hypocriete droplul deze man.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X