Blog

14 nov / Lachen zoals alleen een vrouw dat kan

“Hop in the car baby!” Op het moment dat Barbara in een aftandse ambulance aan komt scheuren en met ondeugende ogen breed grijnst weet ik dat ze anders is dan de andere vrouwen die ik tot dan toe ontmoet heb. Ze is dertig jaar oud maar had evengoed twintig kunnen zijn. Als lab-technician werkt ze in de kleine kliniek op de grote constructieplaats van de nieuwe hydropower-dam bij de bron van de Nijl. Ze constateerde HIV, Malaria en andere ziektes bij de 2.500 arbeiders van het grootste constructieproject in de geschiedenis vvan Oeganda en vervoerde met de primitieve ambulance het lichamelijk overschot van een verbrijzelde arbeider en de opblazen lichamen van verdronken toeristen.
De dam is operatief. Na vier jaar onophoudelijk werken is het grote kam voor de expads vrijwel verlaten De bar wwaar de mannen urenlang bierdrinkend door hebben gebraacht is leeg. De poeltafels staan er verlaten bij. Het landschap is voor eeuwig door het project getekend. Grote electriciteitsmasten verkrachten het landschap. Rode zandpaden hebben plaatsgemaakt voor stinkend asfvalt. Eilanden waarvan de lokale bewoners geloofden dat ze door mysterieuze geesten werden bewoond zijn door het Nijlwater opgeslokt. Maar erger is de vieze, vuile cultuur van de arbeiders die zeven dagen per week, tien uur per dag, in de brandende zon aan het werk waren. ’s Avonds storten ze zich op de vrouwen in het nabijlegen Jinja. Vooral de buitenlanders. De prijs van een prostitutie steeg van 5000 shilling (€1,60) naar 50.000 (€16,-). Het was makkelijk geld verdienenen voor de vaak ongeschoolde, straatarme jonge meiden in de spaarzame “clubs” in het slaperige stajde. Mannen verloren hun hart aan vrouwen die het ondertussen met het hele kamp aanlegden. Vrouwen braken hun hart door de ontrouw van hun minnaars. Relaties klapten op de naakte waarheid van de doorgeslagen obsessie van duizenden zweterige mannenlijven. De arbeiders gingen vreemd met elkaars liefjes, wisten hun vriendinnetjes uit eerdere projecten uit hun geheugen, vergaten hun vrouwen thuis en lieten overal kinderen achter die ze al dan niet vergeten.
Ik bekijk de dam van binnen en van buiten en interview dan de spaarzame vrouwen werkzaam op de constructieplaats. Ze liegen en ontkennen zelfs het bestaan van hun kinderen. Ze spiegelen me een deugdzaam leven voor waarvan ik weet dat het alleen in hun dromen bestaat. Maar ik schrijf en noteer en knik begripvol, hopende dat wat ze zeggen waar is maar wetende dat de waarheid in Oeganda een zeldzaam verschijnsel is, die zelfs als zij uitgesproken wordt door niemnad wordt gelooft.
“Je kunt niemand hier vertrouwen,” wordt mij keer op het keer het hard geduwd. “Elke Oegandese vrouw liegt,” zeggen de mannen nors. “Elke Oegandse man bedriegt,” zeggen de vrouwen met klakkende tong. De waarheid is dat door het collectieve wantrouwen de leugen en het bedrog regeert.
Ik word bijgepraat over alle roddels, maar over één iemand heeft niemand wat op te merken. Barbara heeft zich jarenlang onverowestbaar door de mannelijke aandacht, opmerkingen en intimidaties heengeslagen. Ze is punctueel, direct en liegt niet – aldus de algemene conclusie. Ik lees de verbazing op de gezichten van de mannen die het zelf haast niet kunnen geloven. Ze hebben het geprobeerd. Allemaal. Ze is een oogverblindende mooie, jonge vrouw. Maar Barbara heeft zo haar eigen strijd en door haar drukke werk helemaal geen tijd voor al die hitsige mannen.
Terwijl ik in het kleine labaratorium plaatsneem weet ik het zeker, haar blikken en geflirt spreken boekdelen. Na een uur over haar werkzaamheden en liefde te hebben gesproken en ze ontdekt heeft dat ik met een vrouw verloofd ben springt ze op.
“Eindelijk!”
Afkomstig uit een klein dorp in de omgeving werd ze door haar moeder naar een kostschool gestuurd. Daar ontdekte ze op haar veertiende dat ze meer dan gewone gevoelens voor haar beste vriendin voelde. Ze werd verliefd en had haar eerste seksuele ervarng met een vrouw. Het ging uit toen er een moment kwam dat haar beste vriendin het met een jongen wilde uitproberen. Barbara verloor haar eerste lifde en beste vriendin.
Zelf heeft Barbara nu ook al 2,5 jaar een vriendje. Het is niet dat ze niets voor hem voelt. Ze is zelfs verliefd. Maar haar geaardheid blijt een dilemma. Hij weet niet van haar bi-seksualitiet, al heeft ze een maand geleden voor het eerst wel aangegeven dat ze het graag eens met een voruw zou willen doen.
“En hoe reageerde hij?” vraag ik.
“Hij zei maar één ding; ‘interesting’ verder niets.” Is haar twijelachtige antwoord.
“Gaat hij vreemd?”
“Ja.”
“Zou hij er moeite mee hebben als je af en toe met een vrouw zou zijn?”
“Ja.”
“Dus het mag niet?”
“Nee.”
“Maar hij doet het wel.”
Ze haalt haar schouders op.
“Ik ben op zoek gegaan. Echt, eerst hier in Jinja, toen in Kampala. Ik kan ze nergens vinden. Ik weet niet waar ze uithangen. En ik kan het moeilijk vragen. Nieamnd weet dat ik op vrouwen val, helemaal niemand. Ik weet niet wat er zou gebreuren als ze het wel zouden weten.”
Ik denk van de reacties van chauffeurs, verkopers, dominees, advocaten en dorpelingen die ik de afgelopen dagen tegengekoen ben en schud m’n hoofd. Deze mensen wisten niet dat ik lesbisch ben. Evengoed hadden ze hun mond vol van die vieze homoseksuelen. Ik hoefde hun onderwerp niet eens aan te snijden, de meesten begonnen er vanuit zichzelf al over. Het is frappant: Oeganda is een van de landen met de meest vrije seksuele cultuur ter wereld. Toch is het ook een van de meest homofobe landen van Afrika. De Oegandese tabloidmedia berichten regelmatig over “sodomoie”, de “anti-homowet” die al enkele jaren in de maak is wordt onder aandirngen van de Minister van Gezondheidszorg ergens deze weken wellicht versneld doorgevoerd, openlijk homoseksuelen worden ontslagen, in elkaar geslagen en soms zelfs vermoord.
“Vanuit het Westen, Europa en Ameriak wordt onze jeugd geïnfecteerd. Ze horen van die homo’s en lesbiennes en willen het ook proberen. Oegandezen zijn heel nieuwsgierig weetje. Ze denken dat het “cool” is. En daarom neemt de Aids-epidemie nu zo snel toe,” is het commentaar van een van de receptionisten in het kleine guesthouse aan de rand van Kampala waar ik verblijf. Het lijkt de algemene lezing in een land waar iedereen de radioberichten napraat.
“Ik ben al negen, tien jaar niet met een vrouw geweest,” zegt Barbara met grote ogen. “Ik mis het zo! Weet je Monique, het is een dilemma. Ik heb nu een vriendje en ik houd van hem, al zou ik eigenlijk met een vrouw willen zijn. Maar ik kan ze niet vinden, en al zou ik haar kunnen vinden, zou ik dan mijn vriend voor haar verlaten? Wat voor leven zou ik hebben? Daarbij…” haar ogen glinsteren. “Ik houd van ruwe seks, ik houd van een penis.”
Ze is even stil en speelt met een laberatoriummeisje. Dan buigt ze zich naar me toe.
“Als ik niet in Oeganda zou wonen zou ik zeker uit de kast zijn. Het lichaam van een vrouw is prachtig. En de connectie die je met elkaar kan maken is echt ongekend. Die bonding, dat wederzijdse begrip, je voetl dat je gelijkwaardig bent, dat je aan een woord genoeg hebt, ken je die speciale momenten die je alleen met een meisje kan hebben? Die momenten zijn de gelukkigste uit m’n leven. We lagen naast elkaar, keken naar de sterren… En wanneer ze me dan aanraakte…. oooooh.”
Ze rolt met haar ogen en geeft me een high-five. Dan lachen we luid, zoals alleen twee meiden die dat kunnen doen die elkaar perfect verstaan.

Geef een reactie

X