Blog

19 feb / Kortingsverpaupering

Het kan u niet ontgaan zijn: het hele land is al maanden in de uitverkoop. Winkels zijn volgehangen met billboards in schreeuwerig geel en oranje, naakte etalagepoppen gaan gehuld in vreemdsoortige doorzichtige maillots en teksten als ‘opheffingsuitverkoop’ en ‘op=op’ zijn op grauwe winkelruiten geklad. Wie zich nu in een winkel- of stadscentrum waagt waant zich in één groot outlet kerkhof.

Niet alleen Nederland lijdt onder kortingsverpaupering. De Champs- Élysées, ooit het toonbeeld van houtcouture is veranderd in de V&D tijdens het prijzencircus. Drommen slecht geklede toeristen bestormen winkels als Lacoste en Louis Vouton, terwijl Franse dametjes vol afgrijzen er met hun Fifi en Loulou-hondjes  vandoor gaan.
Het doet me denken aan een verhaal van Nasreddin Hodja of Gôha, zoals hij in Egypte heet. Deze Turkse wijsgeer leefde in de dertiende eeuw, waar hij als zoon van een dorpsimam al op jonge leeftijd van Marokko tot China wereldfaam genoot. En ook ik ben vele eeuwen later, met zijn anekdotes opgegroeid.
Op een dag loopt Gôha met zijn zoon op de markt. ‘Vader, vader,’ zegt de zoon plotseling. ‘Kijk deze  man verkoopt tien kamelen voor tien goudstukken!’ Gôha kijkt geïnteresseerd. ‘Dat is een goede prijs,’ zegt hij. ‘Maar ik koop ze niet.’ Teleurgesteld loopt ede zoon weg. Een week later komen ze weer op de markt, maar deze keer kost een kameel wel tien goudstukken. ‘Bij Allah,’ zegt Gôha uitgelaten. ‘Wat een goede prijs!’ Zijn zoon staart hem niet begrijpend aan… ‘Maar pappa, vorige week kostte tien kamelen nog tien goudstukken!’ ‘Ja dat klopt mijn zoon,’ antwoordt Gôha, ‘Maar toen had ik geen cent te makken, terwijl ik nu wel honderd goudstukken heb.’ En hij kocht de kameel.
Een Franse verkoopster loopt op me af en toont me een aantal jurkjes. ‘Deze zouden u echt prachtig staan en ze zijn nu bijzonder goed geprijsd.’  Ik denk aan mijn klerenkast en dan aan mijn portemonnee. ‘Non merci madame, liever koop ik een kameel voor tien goudstukken in goede tijden, dan tien voor tien in crisistijd.’  Ze kijkt me verbouwereerd aan en loopt weg. Mij met de denkbeeldige kamelen achterlatend.

Geef een reactie

X