Blog

02 feb / Hé jij daar!

Een opvallende brief van Saskia De Coster in de Morgen van 31 januari jl. (lees hier). Haar oproep tot een gastvrijere en meer open houding van haar moslimburen riep nogal wat reactie op.
Niet in het minst omdat veel van de lezers zich niet in het beeld van de moslimburen die stelselmatig bij buurtfeesten verstek laten gaan herkenden.
‘Bij ons komen ze altijd wel,’ zo luidt hun repliek. Dergelijke uitspraken – hoe sympathiek ook- getuigen van een vreemd wij-zij denken waarbij wij onze islamitische medebuur respectievelijk toe-eigenen of afstoten.
“Onze moslims” zijn buur-plus of -min. Nooit één der gelijken.

De Morgen – 3 februari 2014.

Meer reactie ontlokt echter een saillant detail waar De Coster niet op in gaat en dat wellicht niet onbelangrijk is. Namelijk, haar lesbische geaardheid.

Als kind van ouders die weinig ophadden met aangeschoten buurvrouwen en al te patserige buurman-praatjes kan ik slechts zeggen dat ik nooit naar een straat- of buurtfeest ben geweest. Ik weet niet wat dat van mij maakt. Wel weet ik dat mijn ouders altijd voor hun buren klaarstaan. Dat zij weinig met de gespreksonderwerpen, vette barbecuehap en drank op hebben heeft voor hen eerder culturele dan religieuze redenen.

Wel kan ik me verplaatsen in dat andere – diepere en onderliggende – ongemak dat De Coster mogelijk ervaart ten aanzien van haar Borgerhoutse moslimburen. Ikzelf – ook lesbisch, samenwonend met een gekleurde vriendin – in dat andere Borgerhout, namelijk Bos en Lommer in Amsterdam, worstel evengoed soms met mijn positie als christelijke holebi in een overwegend islamitische wijk.

Veel van mijn islamitische medebewoners zullen mijn (voor hen) afwijkende geaardheid nooit accepteren. Ze kunnen wellicht enige gedoogsteun voor mij persoonlijk opbrengen – ik ben immers Arabisch, maar geen moslim – maar de meesten zullen mijn relatie in de kern altijd verwerpen. Net zoals veel christenen, joden, hindoes, patriarchale culturen, extreem-rechtse Vlamingen en aangeschoten voetbalhooligans dat doen.

Het voelt niet prettig om over straat te gaan wanneer je in je diepste zijn door een groot deel van de omgeving stilaan wordt veroordeeld. Nog onprettiger wordt het wanneer opgeschoten jongeren van bijvoorbeeld Marokkaanse kom-af gaan treiteren, schelden of buurtje wegpesten zoals bij verschillende homoseksuele koppels in Amsterdam is gebeurd. Ook het aantal anti-homoseksuele geweldsdelicten lijkt toe te nemen, met een steeds hoger aantal meldingen van vooral homoseksuele mannen die door islamitische jongens in elkaar worden getimmerd (onderwijl “vuile flikker” genoemd).

Zelf loop ik desalniettemin trots met mijn vriendin hand in hand. Ik kus haar, maar zal haar in mijn wijk niet snel publiek zoenen. Dat heeft te maken met een stil ongemak. Een onbesproken ongemak ook, dat niet alleen mij als lesbienne maar feitelijk iedere buurtbewoner raakt. En dat is dat in multiculturele wijken met een grote moslimpopulatie iedere vorm van publieke affectie een taboe is. Wie in deze wijken loopt zal merken dat hier niet of nauwelijks hand in hand wordt gelopen (wel arm-in-arm), Getrouwde heterokoppels stelen al geen kus, laat staan dat homoseksuele koppels ongemoeid op een bankje kunnen zoenen.

Diep weggestopt in de slaapkamer, ontstaat er een steeds vreemdere spagaat met de werkelijkheid op straat. Want in de Noordwest-Europese wereld is alles mogelijk en vooral zichtbaar. De lokale cultuur die in overwegend islamitische wijken heerst belet niet alleen de holebi om ongemoeid de liefde te vieren, maar ook de eigen jeugd – of die nu homoseksueel is of niet. Zo verbergen sommige Turkse meisjes angstvallig hun vriendje voor broer en ouders. Kopen sommige Marokkaanse meisjes implantaten of voeren een maagdelijkheid-correctie door om toch “onaangetast”  het huwelijk in te gaan. Laat het vooral uit je hoofd een korte broek of minirok te dragen. Draai die haren liever in een knot dan los in de wind.

Voor islamitische jongeren die een afwijkende geaardheid of gender-oriëntatie hebben is de beklemming echter nog groter. Zij riskeren hun familie en gemeenschap te verliezen wanneer zij uit de kast komen. In de moskee is geen plek meer voor hen. Thuis soms ook niet. Op straat zullen zij door hun leeftijdsgenoten harder worden aangepakt dan hun niet-islamitische soortgenoot.

Gelukkig is dit bij een groot deel van de tweede- en derde generatiegenoten aan het veranderen. Feitelijk radicaliseren zij (in beperkte mate), of worden juist steeds vrijzinniger ten opzichte van hun ouders (de meerderheid). Dit zijn de Marrokaans-Nederlandse buurjongens ook die mijn vriendin en mij vanaf de lokale hangplek naast ons huis toeschreeuwden: ‘Hé wij weten wie jullie zijn!’

Waarna mijn vriendin en ik angstvallig bleven staan, om tot onze verrassing te horen:

Samuel - Dansen tussen golven traangas‘Jullie zijn die twee knappe vrouwen die altijd zo sportief gekleed gaan.’
Zo dat compliment neemt geen buurtbewoner meer van ons af.

 

Monique Samuel (1989) is een Egyptisch-Nederlandse politicoloog. Juist vandaag verscheen haar jeugdroman “Dansen tussen golven traangas” (Uitgeverij Querido)
Een coming-of age verhaal van vier Egyptische jongeren ten tijde van de Egyptische revolutie. Met het boek wil ze ondermeer radicalisering, activisme en homofobie bespreekbaar maken in de multiculturele klas. 

1 Comment
  • refter2012

    Dat ongemak herken ik: ik ben tegenover moslims zeer terughoudend en voorzichtig om mij te outen als transgender. Ik heb helemaal geen zin om met die prehistorische opvattingen geconfronteerd te worden. En wil dan ook niet in zo n zwarte wijk wonen. Mijn leven is moeilijk en ingewikkeld genoeg. Dat staat nog los van het verbale geweld dat ik op straat in de stad als transgender ook van Marokkaanse criminelen naar mij toe krijg. Ik heb daar zo genoeg van. Sorry..

    Beantwoorden

Geef een reactie

X