Blog

31 okt / Iran, de Groene Revolutie en de hype rond twitter

Dit is een voorproefje uit Mozaïek van de Revolutie, dat dit voorjaar bij Uitgeverij De Geus zal verschijnen.

Toen in de winter van 2009-2010 de groene protestgolf in Iran uitbrak, keek de wereld vol verbazing naar de gigantische mensenmassa in de straten van Teheran. Sinds de Iraanse revolutie van 1979 toen de pro-Westerse sjah werd afgezet, had het Midden-Oosten niet meer zulke grote en hevige demonstraties gekend.
Aanleiding was de vermeende verkiezingsfraude tijdens de presidentsverkiezingen door de Iraanse president Ahmadinejad en een algemeen gevoel van wijdverbreide onvrede onder voornamelijk het jongere deel van de bevolking dat lijdt onder de hoge werkloosheid, inflatiedruk, beperkte bewegingsvrijheid, sociale controle en (in het geval van vrouwen) het alziend oog van de zedenpolitie.
De Groene Revolutie zoals de protesten al snel bekend werden (groen was de politieke kleur van de twee grote oppositiekandidaten Mir-Hossein Mousavi en Mehdi Karroubi), was niet alleen uniek omdat demonstraties zeldzaam zijn in de islamitische wereld, maar ook omdat het de eerste revolutie was waarbij massaal van het internet gebruik werd gemaakt.
De internationale media was er snel bij om de ‘Persian Awakening’ tot twitterrevolutie te bestempelen. Met name de Amerikaanse media spraken in euforische termen over de kracht van Twitter, terwijl het Amerikaanse Witte Huis trots bekend maakte dat ze het management van Twitter hadden gevraagd slecht-getimede werkzaamheden op te schorten zodat vrij verkeer van tweets mogelijk bleef. Het leidde tot kritische berichten in de Russische en Chinese kranten, die in de sociale media een nieuw ‘Amerikaans imperialisme’ en ‘interne inmenging’ zagen. Verschillende autoritaire staten voerden een golf van aanscherpingen door om het internet verder te reguleren. Het gebruik van sociale media werd door die ene noodlottige e-mail uit het Witte Huis onmiddellijk gepolitiseerd. Veelvuldig gebruik van Twitter of het bezit van een Twitter-account, was van de een op de andere dag verdacht.
“The Revolution will be Twittered” was de eerste van een lange rij blogposts door Atlantic redacteur Andrew Sullivan. “As the regime shut down other forms of communication, Twitter survived. With some remarkable results…” Wat die zogenoemde ‘remarkable results’ waren, werd niet duidelijk gemaakt. Dat was ook niet nodig. De Iraanse demonstraties waren een Twitterrevolutie, zo stelden men unaniem vast. Verder onderzoek leek irrelevant. Twitter was “the critical tool for organizing the resistance in Iran.”
Sulivan’s woorden warden binnen een mum van tijd overgenomen door The Wall Street Journal, The New York Times, CNN en vele andere media.
“The quintessential 21st-century conflict… on one side are government thugs firing bullets… [and] on the other side are young protesters firing ‘tweets’” schreef Nicholas Kristof in the New York Times.
Deze grote woorden stonden ook tijdens de Egyptische revolutie in de internationale kranten. En hoewel Facebook inderdaad een enorme katalysator was voor de protesten in Egypte, kwam de noodzakelijke kritieke massa om de revolutie te laten slagen uiteindelijk gewoon uit de arme wijken via mond-tot-mond reclame. Hele gezinnen sloten zich aan bij de door de rijkere hogeropgeleide jeugd van de middenklasse geïnitieerde protesten. Zij gebruikten geen Facebook maar kwamen af op de geruchten en berichten in de gevestigde media van op handen zijnde protesten, om de eis van de al aanwezige demonstranten kracht bij te zetten. Of ze sloten zich simpelweg aan bij de groepjes demonstranten die met trommels en vlaggen door de straten trokken en de mensen opriepen te demonstreren.
Tijdens de grote demonstraties was Iran wekenlang trending topic op Twitter. Wie de ontwikkelingen wilde volgen hoefde slechts Twitter aan te zetten om de berichtenbalk vol te zien lopen. Iraniërs in de diaspora en sympathisanten wereldwijd werden opgeroepen de woonplaats van hun twitteraccount in Teheran te veranderen om zo bij de Iraanse veiligheidsdiensten verwarring te zaaien. Hierdoor kwamen er hoegenaamd miljoenen tweets uit Teheran, terwijl deze in werkelijkheid vanuit Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en het Europese continent werden verstuurd. Bij het uitbreken van de protesten in Iran beschikten slechts 19.235 Iraniërs over een twitteraccount. Dit komt neer op 0,027% van de totale bevolking. Moeed Ahmad, hoofd van de nieuwe media tak van Al-Jazeera concludeerde na een lang fact-checking onderzoek dat bij het begin van de protesten slechts zestig accounts in Teheran actief informatie over de protesten verstuurden. Na een massale arrestatiegolf door het regime, waren er nog zes over. Twitter bleek wel een geweldig middel om wereldwijde sympathie op te wekken en informatie te verspreiden. Zo ontdekte het PEW Research Institute dat 98% van de meest geretweete populaire links tijdens de protestbeweging Iran-gerateerd waren. Maar Twitter werd ook ingezet om valse geruchten te verspreiden. Zo verstuurden het regime eigen Twitter-berichten en plaatsten onheuse blogposts om de oppositie in diskrediet te brengen. Het verhaal van de Iraanse activiste Saeedah Pouraghayi die na het roepen van ‘Allah al-Akbar’ vanaf het dak van een gebouw gearresteerd zou zijn, mishandeld en verkracht, verminkt en tenslotte zou zijn vermoord en daarmee de martelaar van de Groene Beweging werd, bleek een hoax. Ze verscheen enkele maanden later op de Iraanse staatstelevisie waar ze vertelde dat ze na haar arrestatie vanaf een balkon was gesprongen en enkele maanden was ondergedoken. Volgens sommige activisten zou het verhaal door het Iraanse regime zijn bedacht om andere geruchten over verkrachtingen de kop in te drukken, maar ik vind het moeilijk in te zien hoe het regime hier van kon profiteren. Het verhaal leidde in ieder geval tot grote internationale verontwaardiging. Haar verhaal uitgebreid de ronde deed op Twitter en werd klakkeloos overgenomen door gevestigde media, zonder zorgvuldig te zijn onderzocht.
De Iraanse revolutie bleek niet zo breed gedragen als de massale internationale Twitteractiviteit suggereerde. Veel Iraniërs bleven President Ahmadinejad steunen of waren zich amper of niet bewust van de grote onrust in Teheran. Daarbij staat of valt de Iraanse overheid niet bij de herverkiezing van Ahmadinejad. Iran heeft een parralel-systeem. Een (tot voor kort) democratisch gekozen president en parlement en een spirituele raad van toezichthouders, met Ayatollah Khamenei als hoofd. Hij is de Grootayatollah en de echte leider van Iran. Er is meer dan Twitter nodig om het systeem te veranderen en de decennialange politieke en sociale stagnatie te doorbreken.

De Groene Beweging vormde inspiratie voor interessante de half-geanimeerde docufilm The Green Wave. Hoewel er door sommigen kritiek wordt geuit op de historische betrouwbaarheid van de film, laat het op zeer aangrijpende en indringende manier zien welk gevoel de Groene Beweging losmaakte en hoe het regime de ruggengraat van de beweging hardhandig brak. Zie ook – http://www.thegreenwave-film.com/

1 Reactie

Geef een reactie

X