Blog

07 dec / Huilen met verlaten moeders

Zo het is kwart voor vier en ik ben net terug in ons vijf-sterren hotel. Een groter contrast valt amper voor te stellen. Vandaag hebben we namelijk onze eerste projecten bezocht in een arm gedeelte van de stad.

De dag begon met een dagopening bij het zwembad. We zijn gisterenavond in het pikdonker aangekomen, dus vanochtend was het eerste moment dat ik de zon zag. De lucht was strakblauw en de zon scheen met zijn liefelijke stralen op mijn huid. Heerlijk, alle zorgen gleden van me af. Terwijl ik onder het genot van een heerlijk en zeer uitgebreid ontbijt van allerlei exotische vruchten naar een mooie binnenplaats met palmbomen en andere tropische planten keek, waren m’n papers, deadlines en dagelijkse dingetjes opeens ver weg in guur en koud Nederland.

Daarna werden we opgepikt in een busje en gingen we op weg naar een community center van Compassion. Hierin zit een school met piepkleine klasjes, een kerk, een psychologische kliniekje en een miniscule dokterspraktijk. Bovenop het gebouw wordt landbouw les en ecologie gegeven en worden er allerlei groenten en sla verbouwd. Dit klinkt heel officieel, maar je hebt het over een hoog gebouw, met allerlei kamertjes en smalle gangen, veel bedrijvigheid en het opgewonden geluid van de kinderen.

We ontmoetten de vrolijke staf en doolden wat met de vier tolken die ons begeleiden. Toen werden we naar verschillende klasjes geleid. Ik schoof aan bij de kleine tafeltjes van de 8-12 jarigen. De kinderen keken me met grote ogen aan. Elke vraag werd collectief beantwoord, zoals hoort. De kinderen worden getraind steeds klassikaal het antwoord te brullen. Ik ging met de kinderen knutselen wat tot nogal hilariteit leiden. Ik mocht van de kinderen niet in het papier knippen, maar deed dat toch. Al snel ontstond er een Kerstster met allerlei patronen, waarna opeens 20 kinderen wilden dat ik ook voor hen ging knippen. De schaar die eerst nog uit m’n handen werd getrokken, werd nu in m’n hand geduwd.

De meeste mensen spreken alleen Spaans, dus ik ben meteen flink met de taalgids aan de slag gaan. Gelukkig kwam er heel wat opborrelen dus ik kon me best redden. Hallo, hoe gaat het, waar kom je vandaan, hoe heet je, hoe oud ben je, mag ik …. Het Dominicaanse Spaans is echter wel heel anders dan dat van Spanje, dus aan de taalgids had ik weinig. Toen ik de gids aan m’n tolken liet zien lachten ze zich rot, trokken ze een gewichtig gezicht en imiteerden ze het slisserige Spaans zoals dat in Europa gesproken werd. Toen trokken ze me de gids uit de hand en zijn we met pen en papier zelf aan de slag gegaan.

Na het knutselen met de kinderen werden we door het gebouw rondgeleid. We werden naar de baby room gebracht waar 100 mother unit (1 unit is een moeder + baby) worden begeleid. Jonge moeders (ze zijn vaak 13 of 14) worden hier opgevangen, voorgelicht, tot het geloof gebracht, geholpen met de geboorte en de eerste drie jaar van de opvoeding. Daarna stromen de kinderen door naar de school. De baby room was nog geen 12 m2 en stond vol met bedjes, baby speelgoed, voorlichtingsplaten, een commode, weegschaal en ander babygerei. Het hele gebouw is hyper schoon, maar geavanceerde apparatuur ontbreekt.

Daarna werden we naar de kerkzaal gebracht. Hier komen zondag zo’n 300 leden samen, los van de lokale bevolking die onregelmatig komt. De kerk herbergt een Pinkstergemeente. Vroeger stond de kerk buiten de wijk en werd van de lokale wijkbewoners gescheiden door een snelweg, waardoor de lokale mensen niet konden komen. Een week geleden is echter de kerkzaal in het community center geopend. De pastor glom van trots, nu was hij eindelijk helemaal de dominee van de buurt. Vervolgens werden we nog een verdieping omhoog geleid, naar een aantal drukke kamertjes waar tig jonge mensen in de weer waren. Hier worden elektronicalessen, computerlessen en naailessen aan met name vrouwen gegeven. Mannen zijn ook van harte welkom, maar komen helaas vaak niet opdagen. Dit is sowieso het grote probleem van Caribische mannen; ze bezwangeren vrouwen (lees = jonge meisjes), gaan er van door, zijn alcoholverslaafd, werkloos en afwezig. Het is mooi om te zien dat Compassion wel veel mannelijke medewerkers heeft die heel bewust kiezen voor een andere leefstijl en echt een voorbeeldfunctie hebben in de wijk. Ook werd ik geraakt door het feit dat deze projecten zich helemaal zelf bedruipen. Afgezien van donaties uit het Westen, hebben de landen alles in eigen hand. Alle medewerkers zijn lokaal, tot aan de hoogste stafleden aan toe en er wordt niets vanuit de VS of Europa gestuurd. De landen beslissen zelf hoe ze het geld besteden en welke projecten ze nodig hebben. Ze verzinnen ook zelf projecten of bouwen bestaande projecten uit. Het Westen zorgt voor de nodige financiële steun, al zijn sommige donorlanden al zover dat ze hele projecten uit lokaal geld opbrengen. Dit is echt ontwikkelingshulp zoals het zou moeten zijn.

Na een korte rondleiding door de ‘werkvertrekken’ werden we naar een open ruimte op de vierde verdieping gebracht waar zo’n 60 uitzinnige kinderen op ons wachtten. Er werd gezongen en gedanst en een toneelstukje opgevoerd. Vervolgens werd ik met een paar anderen op het podium gevraagd om een Spaans kerstlied te zingen en mee te dansen. Het was bloedheet, maar toch mocht ik een mooie kerstmuts op. De kinderen gilden van het lachen en ook de leraren, tolken en stafmedewerkers gierden het uit. Er werd geschreeuwd en geroepen en ook al had (en heb) ik zware hoofdpijn: de uitzinnigheid gaf me genoeg energie om gek te springen en door te dansen.
De kinderen drongen zich na de show om me heen en wilden allemaal op de foto. Ze gleden met hun handen over me armen en wilden allem
aal dat ik nog eens zo gek danste. Veel te snel moest ik echter alweer door, naar het dakterras om de ‘tuin’ te bekijken. Hier werd rucola, groene paprika, groene kool, mosterd en aubergine verbouwd. De bakken stonden er prima bij en de rucola smaakte heerlijk. Alles werd organic verbouwd, zo vormt het dak dus niet alleen een goede landbouwles, maar ook een les voor het goed zorgen voor de schepping.

Ik ging nog even terug naar m’n klasje en trakteerde de kinderen op snoepjes, tekenden een stuk of tien Donald Duck’s en zei de kinderen gedag. Toen gingen we op huisbezoek. Vanuit het community center liepen we met een klein groepje dwars door de wijk, door steeds nauwere en smallere straatjes, langs steeds kleinere en armere huisjes tot we bij kotjes met golfplatendaken aankwamen. Overal zag je kinderen, op straat, achter reclameborden, op balkonnetjes, achteren de ijzeren hekken, in de smalle steegjes, bij de waterput, achter een spleet, een stuk ijzer, een auto, een winkeltje. Ze zaten in alle hoeken en gaten. Ik wist niet waar ik was, dit was allemaal zo vreemd. Enerzijds leek het sprekend op Cairo (maar dan schoner) en tegelijkertijd was het anders dan alles wat ik ooit gezien had. Voor een oud krom hek bleven we staan waarna we in het kleine huisje naar binnen werden gelaten. De woonkamer was nog geen 8 m2. Toch zaten we er met zo’n twintig mensen in, waaronder alleen al 7 kinderen. Hier woont een sponsorkind van een van de vrouwen uit onze groep en het was erg emotioneel om zo de sponsormoeder en echte moeder samen te zien. De kinderen waren erg schuw en verlegen, maar de moeder sprak openhartig. Ze heeft vijf kinderen en woont samen met haar schoonzus in dit kleine huisje dat ze voor 4000 Dominicaanse Peseta (€80,-) huurt (per maand). Haar man, de vader van haar twee zoons, heeft haar voor een andere vrouw verlaten. Wie de man van de drie dochters was wisten we niet. Na het verlaten van haar man is ze christen geworden en heeft ze haar leven in Gods hand gelegd. Maar in het gezicht van haar (en de kinderen) zag je de pijn en het verdriet. Het is een gek idee dat ze nu samen met de zus van haar man (en de kinderen van die zus) in één klein huisje woont. Natuurlijk was de schoonzus ook haar man/mannen kwijt en dat terwijl er meerdere kinderen van 2, 3 jaar rondliepen en er op het bed van de moeder een baby lag. Trots liet de vrouw haar huisje zien, God aldoor dankend voor datgene wat ze wel had. Ze had haar best gedaan. Het huisje was brandschoon, er stond een opgetuigd kerstboompje en er hingen foto’s en tekeningen aan de muur. Naast de woonkamer had je drie kleine kamertjes van elk zo’n 4-5 m2 en een klein binnenplaatsje waaraan een klein keukentje en badkamertje grenseten in soort van schuurtjes. Ook hier overal kinderen. Ik heb er in en om het huis wel zo’n 35 geteld. Het zijn de kinderen van de buurt die de vrouwen samen opvoeden. De kinderen worden al vroeg aan het werk gezet en worden ook vroeg zelf weer zwanger, 13 en een baby is niets geks en dat terwijl 13jarigen er als 8 of 9jarigen uitzien.

Op een gegeven moment kwam de vriendelijke leider van Compassion langs, hij sprak met de vrouwen over hun afwezige mannen en vroeg de kinderen of ze hun vader misten. Het werd stil in de kamer, terwijl de man langzaam verder sprak. De moeder vertelde dat e haar man graag terug wilde, maar dan niet zoals hij was, maar zoals hij zou moeten zijn. Ze vertelde ook dat ze geloofde dat als God wilde dat haar man terug zou komen, Hij haar man zou veranderen en tot een echt christenen goed mens zou maken. De leider van Compassion gaf toen de kinderen de opdracht om elke avond voor het slapen samen te bidden voor hun vader en tegen de moeder zei hij: ‘Het is jouw man, jouw man, niemand anders heeft recht op hem. Bid tot God en eis jouw man op, dan zal Hij terugkomen.’ De kinderen en vrouwen knikten en mompelden ‘amen’ en ‘halleluja’. Toen gingen we bidden en huilden we allemaal. Het verdriet hing in de kamer als een zware deken. Na het gebed snoot de vrouw haar neus en dankte God. We herhaalden haar woorden en kusten haar. De kinderen werden over hun haar gestreken en ze bedankten ons voor de cadeautjes. Toen was het tijd om te gaan en wuifden de familie, vriendinnen en buren ons gedag. Allemaal vrouwen. Vrouwen en kinderen. Honderden. Ik hoop vurig dat God hen hun mannen teruggeeft.

Hierna gingen we eten bij een klein café, annex community center gebouw. De kip, gebakken banaan, rijs met zwarte bonen waren verrukkelijk. Ik zat aan de tafel met de tolken en we wisselden muziektips uit en maakten Spaanse grapjes. Maar ik was er met m’n hoofd niet helemaal bij. Ik dacht slechts aan die kinderen, kindermoeders en verlaten vrouwen. Gelukkig waren deze enthousiaste mannen met wie ik aan tafel zat stuk voor stuk gedreven om dit land te verbeteren en met Gods wil blijvend te veranderen. Dit land is prachtig en hoewel de armoede groot is, valt het te veranderen. Het eiland heeft genoeg rijkdom en de bevolking is niet zo groot dat er geen beginnen aan is. Het heeft echter alles te maken met een mentaliteitsverandering en die kan het evangelie brengen. Evangelische en Pinkstergemeenten rukken op en werken aan onderwijs, voorlichting en zorg. Het is niet moeilijk om in deze mensen Gods licht te zien.

Geef een reactie

X