Blog

14 jan / Homofobie in Oeganda: Verbod op de eerste keer

Monique Samuel trok op met homoseksuelen en transgenders in Oeganda. In de scene regeert de angst – ‘tegennatuurlijke seks’ is in Oeganda verboden, een wetsvoorstel beoogt de straffen nog strenger te maken. ‘Als deze plek bekend wordt, slaan ze ons allemaal in elkaar.’
Coverstory Vonk – zaterdageditie de Volkskrant 13-1-2013

Enigszins gespannen loopt Jay (26) het café binnen. Met haar dreadlocks en hiphopkleding trekt ze veel aandacht. Onrustig schuift ze aan tafel. ‘Het is druk.’ Ik weet niet of ik Jay hij of zij moet noemen. ‘Zeg wat je wil – gay, les-bian, transgender, queer. Mijn vriendin noemt me haar boyfriend.’

Afkomstig uit een sloppenwijk wist Jay al vroeg dat ze ‘anders’ was. Tot driemaal toe werd ze op de middelbare school geschorst vanwege geruchten over haar geaardheid. Haar jeugdliefde verkoos een gemakkelijker leven met een man. Met moeite wist ze haar opleiding af te maken en kreeg ze een studiebeurs voor de universiteit vanwege haar basketbalkwaliteiten. Twee jaar studeerde ze computerwetenschap, speelde dagelijks basketbal, coachte het universitaire vrouwenteam en floot wedstrijden.

Opnieuw waren er geruchten. Een tabloid publiceerde een grote foto van haar dansend met haar vriendin onder de kop ‘Prominent gay’, hoewel Jay weinig bekend was. Onmiddelijk werd haar studiebeurs ingetrokken en werd haar het coachen en leiden van wedstrijden ontzegd. Alleen de sport basketbal kon niemand haar afnemen. Haar woning in een achterstandswijk werd door boze buurtbewoners aangevallen en haar vriendin werd in elkaar geslagen. ‘God zij dank was ik niet thuis, anders hadden ze me vermoord.’

Voor de huisbaas was het incident reden genoeg om haar uit huis te zetten. Sindsdien logeert Jay telkens ergens anders.

Kwestie van overleven

Via Jay beland ik in een web van mensen die in Oeganda aan de rand van de samenleving staan: homo’s, lesbiennes, biseksuelen, transgenders en seksarbeiders. Zo ontmoet ik de bekende sekswerker ‘Bad Black’ (23), door vrienden vernoemd naar een lokale revue-artiest. Al sinds zijn zesde wil deze jongen niets liever dan een meisje zijn. Als kind lieten zijn ouders hem begaan, maar tijdens zijn tienerjaren liepen de spanningen op. Toen een medeleerling hem kussend met een jongen aantrof, barstte de bom. Hij werd geschorst en door zijn familie verstoten. Op 17-jarige leeftijd vertrok hij vanuit Masindi, in het noordwesten, naar Kampala. Dakloos en zonder een cent op zak eindigde hij in de prostitutie. Liefde heeft hij nooit gekend.

‘In Oeganda gaan mannen geen bindende relatie met elkaar aan. Iedereen is bang. Daarbij ben ik een sekswerker. Ze mishandelen me en kijken op me neer. Dit is een kwestie van overleven.’

Voor 20 duizend shelling (5,70 euro) mag je met Bad Black doen wat je wilt. ‘Of 15 duizend of minder’, zegt hij schoorvoetend. ‘Het hangt van het aantal klanten af. Soms moet ik het voor 10 duizend doen.’ Klanten bellen, of pikken hem op in de tippelzone rond het Speke Hotel. Hij heeft aids en wordt naar eigen zeggen drie tot vier keer per week in elkaar geslagen. ‘Soms kan ik vluchten, soms word ik geholpen. Ik kan niet terugvechten, daarvoor ben ik te zwak.’

Op hulp van de politie hoeft hij niet te rekenen. Die arresteerde hem twee maanden geleden voor ‘illegale seksarbeid’. Zijn handen werden zo vast gebonden dat hij elk gevoel in zijn linkerduim verloor.

Formeel heeft iedere Oegandees recht op aidsremmers, maar dit wordt LHBT’s (Lesbisch, Homo, Biseksueel en Transgender) bij de minste argwaan van artsen ontzegd, vertellen patiënten en belangenorganisaties. Twee jaar lang leefde Bad Black onbehandeld door, tot hij bijna overleed. Net op tijd konden zijn vrienden geld inzamelen. Sindsdien slikt hij elke dag goedkope aidsremmers. Dit kost hem 150 duizend shilling per maand (47 euro).

‘Ik wil dolgraag stoppen, maar moet juist meer werken om mijn medicijnen te kunnen betalen.

‘Het is erg moeilijk om transgender te zijn in Oeganda. Om klanten te lokken verkleed ik me soms als meisje, maar tegelijkertijd moet ik laten zien dat ik een jongen ben. Mijn verschijning roept vragen op. Daarom kleed ik me steeds vaker als man.’

Tevergeefs, Bad Blacks manieren zijn veel te verwijfd. ‘Je zou me als vrouw moeten zien’, zegt hij met een glinstering in z’n ogen. Hij tuit zijn lippen. ‘En dan op hoge hakken…’ Heupwiegend loopt hij door het steegje. Zijn droom is om met een jongen te trouwen, op naaldhakken én in trouwjurk. ‘De meeste klanten willen dat ik een jongen ben. Soms wil een klant me wel als meisje. Kijk…’ Ontroerd laat hij mij een sms’je zien:

‘Come 1 day dressed like a woman, I’m gonna fuck you real good, hope you have a big nice ass.’

Ik vraag me af of de man op Bad Blacks transgender-vrouwelijkheid valt, of hem graag als meisje ziet om zijn eigen schuldgevoel te verzachten.

Jay heeft geen inkomsten of fondsen. Toch houdt ze al twee jaar haar eigen organisatie Fem Alliance Uganda (FAU) draaiende. Met Freedom and Roam Uganda (Farug) zijn dit de enige twee organisaties in Oeganda die zich specifiek inzetten voor lesbiennes, vrouwelijke biseksuelen en vrouw-naar-man-transgenders. Beide organisaties zijn klein en hebben geen financiële ondersteuning. Terwijl de internationale gemeenschap zich vooral op de rechten van homomannen richt, worden de problemen van lesbiennes grotendeels over het hoofd gezien als subgroep onder de toch al gemarginaliseerde vrouwen, zegt Frank Mugisha (30), directeur van de koepelorganisatie Sexual Minorities Uganda (SMUG).

De internationale media berichten ondertussen vooral over geweld tegen homomannen, terwijl vrouwen en transgenders juist de grootste slachtoffers zijn van homofobie in Afrika: ‘Ze worden mishandeld en verkracht’, vertelt Jay. ‘Er zijn twee vormen: corrective rape en currative rape, als straf of om je van je seksualiteit te ‘genezen’.’

Via een netwerk van lokale contacten benadert FAU jonge vrouwen op het platteland waarvan de organisatie vermoedt dat ze lesbisch zijn.

‘We geven voorlichting en voorzien hen van hiv-tests. De meesten hebben het enorm moeilijk en hebben geen idee dat ze er niet alleen voor staan.’

Dat laatste ontdek ik bij een bezoek aan een kleine privékliniek in het provinciestadje Jinja. Na een uur van opzichtig geflirt door een lab-technica besluit ik open kaart te spelen.

‘Eindelijk iemand die net zo is als ik!’, roept ze verrukt. Samantha werd op haar veertiende verliefd op haar beste vriendin en had haar eerste seksuele ervaring met een vrouw.

Nu heeft ze een vriendje. Sinds haar twintigste is ze niet meer met een vrouw geweest. ‘Ik ben zowel in Jinja als Kampala op zoek gegaan, maar kon ze niet vinden. Niemand weet dat ik op vrouwen val.’

Schaduwleven

Samantha’s angst om uit de kast te komen is niet ongegrond. ‘Wie voor z’n geaardheid uitkomt, verliest onmiddellijk z’n baan en komt nergens aan de bak’, weet Jo (28) die ik via Jay op de binnenplaats van een gesloten café ontmoet. Jo ziet zichzelf als lesbienne, maar op haar werk weet niemand dat.

‘Ik ben een butch lesbienne (de masculiene helft, MS), maar kleed me zo vrouwelijk mogelijk. Ik leid een schaduwleven. Ik zou graag willen samenwonen, maar de buren hebben al bedenkingen en zouden me zeker lastigvallen als ze me met een vrouw zouden zien.’

Anders dan Samantha heeft Jo wel de weg naar de LHBT-gemeenschap van Kampala gevonden. Die ontmoet elkaar elke zondag in de homovriendelijke RAM Bar, de enige ontmoetingsplek nu de laatste gaybars zijn gesloten. Maar ook in dit verscholen café in het commerciële centrum van de stad is men niet veilig.

‘Als deze plek bij het publiek bekend wordt, slaan ze ons allemaal in elkaar’, fluisteren bezoekers me toe. Eerder die week heeft de politie een voorstelling van LHBT-acteurs in het National Theater bruut verstoord en waren bezoekers door omstanders in elkaar geslagen.

Twee agenten kijken vanaf een afstand minzaam toe. ‘Ze kennen ons allemaal’, zegt een jongen met opgemaakte ogen. Af en toe rijdt een ronkende SUV het terrein op. De bestuurder loopt het café in en wordt onmiddellijk omringd door een groepje sekswerkers. Binnen enkele minuten maakt hij zijn keuze en rijdt met hem – of hen – weg.

Onder het rieten dak van de open kroeg is het een gekkenhuis. Zo’n honderd Oegandese jongeren dansen en drinken. Tegenover de bar leunen vier blanke mannen ongemakkelijk tegen de muur. Twee spreken Nederlands. Mannen dansen met mannen. Vrouwen met vrouwen. Jongens zwieren op hoge hakken. Meiden in skaterskleding zijn nog slechts aan hun stem als vrouw te herkennen. Er is een strikte scheidslijn tussen top en bottom, butch en famme, transgenders en lipstick-girls. Gezoend of gekust wordt er niet – dat is een taboe.

De sfeer is uitgelaten. De doodstraf zou uit de anti-homowet zijn gehaald, zo gonst het.

‘We hebben nog een lange weg te gaan, maar we gaan deze strijd winnen!’, roept een brede vrouw die zich voorstelt als Clare. Ze is het hoofd van de Uganda Civil Society Coalition on Human Rights and Constitutional Law, de LHBT-groep die enkele jaren geleden in het leven werd geroepen om tegen de anti-homowet te lobbyen.

In 2009 introduceerde parlementariër David Bahati de beruchte anti-homoseksualiteitswet in het Oegandese parlement. De wet zou zijn geïnspireerd door drie Amerikaanse evangelische voorgangers – onder wie anti-fag pastor Scot Lively. Door de komst van honderden evangelisten is de invloed van radicale Amerikaanse predikanten in de afgelopen decennia flink gegroeid.

Naast de kerk wakkeren ook de tabloids homofobie aan. Regelmatig ‘outen’ zij homo’s en lesbiennes om hun verkoopcijfers een stimulans te geven. Oegandese kwaliteitskranten delven al jaren het onderspit tegenover sensatiebladen zoals The Red Pepper, dat van een ondergronds pornoblaadje is uitgegroeid tot de een na populairste krant van Oeganda.

In het kantoor hangen grote foto’s van de paus. De medewerkers van The Red Pepper zijn overwegend katholiek, vertelt Arinaitwe Rugyendo, ‘hoofd digitale media en marketing’, trots. Dat ze elke dag een krant vol blootfoto’s uitbrengen zien ze als een goddelijke taak. ‘Wij openbaren het morele verval van Oeganda en stellen misstanden aan de kaak.’

Aan zaken als privacy of hoor en wederhoor heeft Rugyendo geen boodschap. ‘Ons motto is: eerst onthullen, dan onderzoeken.’

Dat hierdoor levens van gewone burgers in gevaar worden gebracht, ontkent hij. ‘Onze krant laat zien dat homo’s en lesbiennes er altijd zijn geweest en er niets bijzonders aan hen is.’

Tegelijkertijd stelt de chef dat Afrikaanse waarden en gebruiken geen ruimte laten voor homoseksualiteit. ‘Daarom is het goed dat de anti-homowet in het parlement wordt besproken. Onze krant steunt dat. Laat er debat komen! Dan zal iedereen zien dat al die homo’s en lesbiennes liegen om zo westerse subsidie en visa te verkrijgen.’

Volgens Rugyendo is er in Oeganda nog nooit iemand aangevallen vanwege z’n seksuele geaardheid, ook David Kato niet, de bekende homo-activist en oprichter van SMUG, die in 2011 door een bende werd vermoord. ‘Het was een criminele afhandeling, hij had schulden. Simply a matter of bad business. Vraag maar na bij de politie.’

Stille diplomatie

Ver buiten het centrum van de hoofdstad staat het kantoor van SMUG. Frank Mugisha is voor zijn activisme gelauwerd met vele prijzen en is juist dit jaar genomineerd voor de Nederlandse Tulip Award. ‘Wat heb ik eraan?’, zegt hij. ‘Voor mij is er maar één hoofdprijs; de vrijheid om hier jezelf te kunnen zijn.’

De koepelorganisatie van ongeveer vijftien kleine en grote Oegandese LHBT-organisaties, opereert anoniem vanuit het slaperige voorstadje. Er hangt geen naambordje op de massief ijzeren poort. Binnen hangen de muren vol posters, foto’s van David Kato en grote regenboogvlaggen.

Mugisha maakt zich zorgen over de toenemende polarisatie. ‘Even leek de anti-homowet van tafel. Onder druk van de internationale gemeenschap had het parlement de plannen laten varen. Nu de meeste donorlanden hun financiële steun aan de Oegandese overheid hebben gestaakt, is dat pressiemiddel weg.’

Zoals de meeste activisten is Mugisha tegen de koppeling van financiële steun aan de bevordering van homorechten. ‘Nu worden wij verantwoordelijk gehouden voor de economische malaise. Door de grote pro-homorechtencampagnes van westerse ngo’s en donorlanden is het issue van LHBT-rechten opgeblazen. Wij werken achter de schermen en proberen via stille diplomatie onze doelen te bereiken. Dat zouden westerse overheden ook moeten doen.’

Aanleiding voor de felle heropleving van het debat waren de kritische vragen van de Canadese minister van Buitenlandse Zaken John Baird over de status van de anti-homowet aan het adres van Rebecca Kadaga, voorzitter van het Oegandese parlement, tijdens een grote donorconferentie in Canada eind oktober 2012.

Kadaga was woedend en kondigde eenmaal terug een versnelde doorvoering van de wet aan. Toen haar vervolgens een reisverbod naar de Amerikaanse staat Alabama werd opgelegd, was de maat vol. Diezelfde week werd de wet voor de second-reading voorgelegd.

Neemt het parlement bij third-reading de wet aan dan treedt die na drie maanden in werking.

Ondanks de aanvankelijke blijdschap van Clare en anderen blijft de wet grotendeels ongewijzigd.

‘Er staat levenslang op het propageren van en het aanzetten tot homoseksualiteit’, vertelt Mugisha. ‘Dus als je flirt of iemand een drankje aanbiedt, ga je levenslang de bak in. Alleen seksuele gemeenschap met wederzijdse instemming van twee volwassenen die al openlijk homoseksueel zijn, is niet strafbaar. Al het andere wordt verboden, ook de eerste keer dus.’

‘De internationale gemeenschap heeft echt alle fouten gemaakt die ze maar had kunnen maken’, stelt een medewerkster van de Belgische ambassade. ‘Of het nu om grote landelijke campagnes gaat waardoor iedere Oegandees inmiddels van homoseksualiteit afweet, of om rücksichtloze terugtrekking van ontwikkelingshulp.’

Nederland is een van de landen die hierin internationaal het voortouw neemt. Activist Mugisha: ‘Ik wil de Nederlandse overheid op het hart drukken de nadruk te leggen op mensenrechten in het algemeen, niet op homorechten in het bijzonder.’

‘Eigenlijk maakt het niet meer uit’, vreest de ambassademedewerkster. ‘Als het parlement de wet niet invoert, zal de Oegandese bevolking zich bedrogen voelen en het recht in eigen hand nemen.’

Op een avond loop ik met Jay over straat. En passant knijpt iemand in haar borst om te voelen of ze een meisje is. Een boda boda, een motortaxi, weigert ons mee te nemen. Overal worden we nagestaard, uitgescholden en geduwd.

Dat is de dagelijkse praktijk, maar een andere seksuele geaardheid of gender-identiteit heeft grotere repercussies. Zo bezoek ik samen met de vrouw-naar-man-transgender Williams (23) een medische kliniek om een hiv/aids-test af te leggen. Williams is een overtuigende jongen, maar de arts vist een bijbel uit zijn bureau en pas na een preek krijgt Williams de test.

De anti-homoseksualiteitwet van Bahati is vooral omstreden, omdat zij niet alleen homoseksualiteit strafbaar stelt (al dan niet met doodstraf), maar ook het niet aangeven daarvan.

‘Moet je je indenken’, fluistert Williams later op de gang, ‘als de wet wordt doorgevoerd, kan ik nooit meer een arts bezoeken. Zodra ik me uitkleed, zou hij me aangeven.’

Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur. Ze verbleef drie weken in Oeganda voor de masterclass buitenlandjournalistiek van CoolPolitics, met financiële ondersteuning van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Hivos. Om veiligheidsredenen zijn sommige namen gefingeerd of zijn achternamen weggelaten. De 38ste Globaliseringslezing, ‘Hun strijd, onze strijd’?, mede georganiseerd door de Volkskrant, gaat over homorechten wereldwijd. Felix Meritis, Amsterdam, zat. 26 januari. http://felix.meritis.nl.

2 Comments
  • Rhymin Simon

    Monique, ik ben blij dat je iemand quote die van mening is dat grootschalige en luidruchtige acties vanuit het buitenland de zaak alleen maar polariseren. Voor de rest verwijs ik naar mijn reactie op je stuk dat je als “bekende Leidde journalist” (of was het politicoloog?) een aantal weken geleden elders online hebt gezet. Een reactie die prompt werd verwijderd want blijkbaar mag men het alleen met jou eens zijn. Ik vind deze column een stuk realistischer.

    Beantwoorden
  • Algert Wentink

    Goed optreden gisteravond op de Belg! Heel overtuigend, in al je opgefoktheid. En wat een contrast met die aalgladde Reynders tegenover je.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X