Blog

23 jan / Hier kun je trouwen voor één nacht

De komende maand plaats ik iedere week een verhaal over mijn rondreis door Iran. Reis mee en krijg een uniek kijkje achter de vele gesloten deuren van deze beruchte doch dubbelzinnige Islamitische Republiek.

Het ruime appartement van de tante van mijn Iraans-Nederlandse vriendin heeft één kleine binnenplaats van een bij twee meter, dat volstaat met was, vrieskisten en voedselvoorraad. Het betegelde hok wordt ingesloten door de hoge kale muren van de appartementen van de buren. Als je omhoog kijkt zie je de ijle sneeuwlucht van de stad. Het is de enige natuurlijke lichtbron van het huis. De formele ontvangst- en woonkamer hebben geen ramen. De slaapkamers hebben die dan weer wel, maar meestal blijven de gordijnen dicht. Wanneer ik in een behoefte naar licht en ruimte de gordijnen en vitrage opentrek krijg ik een waarschuwing. “Pas op he, je hebt geen hoofddoek om, de buren mogen je haar niet zien.” En snel worden de vitrages weer dichtgeschoven.

De eerste dagen in Teheran roepen gevoelens van verwarring, verbazing, fascinatie en tegelijk afkeer op. In de uitgestrekte semi-modernistische  hoofdstad zonder centraal hart of vaste stadskern blijkt meer vrijheid te bestaan dan ik ooit had kunnen vermoeden. De gekleurde hoofddoeken van de vrouwen dragen ze tot ver op hun achterhoofd. De gezichten zijn gelijkvormig; bond uitgedost met dikke lagen make-up, de wenkbrauwen getatoeëerd, de karakteristieke Perzische neus vervangen voor eentonige plastische producties. De jassen worden steeds korter, de broeken en shirts steeds strakker. De Iraanse jeugd danst op een dungespannen evenwichtskoord van sociale conventies en staatsnormen.
Tegelijkertijd lijkt het ook een stad in ontkenning van zichzelf en het miljoenenleven. De ramen zijn dicht of simpelweg geblindeerd. De luiken gesloten. De gordijnen neergedaald.2.gesloten deuren
Ontvangst met rozen
Met verbazing loop ik door kale lege straten. Mooi nog lelijk. Rijk nog arm. Teheran lijkt nog het meest op een betonnen blokkendoos waar snelstromend smeltwater van de noordelijke bergen door de goten in de straten naar beneden stroomt om eenmaal in de arme zuidelijke delen van de stad traag als een vervuilde bruine modderstroom door de diepe geulen van de straat te stromen.
De verplichte afbeeldingen van wijlen opperayatollah Khomeini en huidige hoogste geestelijke leider Khamenei zijn in de meeste winkels en cafeetjes verschrompeld tot een ansichtkaart verstopt in de hoek van de zaak. Bij aankomst op Khomeini International Airport word ik niet ontvangen door overweldigde Iraanse vlaggen of afbeeldingen van de priemende blikken van bebaarde geestelijken, maar door kale muren, afbeeldingen van Iraanse steden en de ruïnes van het Perzische rijk. Zonder veel moeite krijg ik een stempel in mijn paspoort gedrukt en mogen mijn Iraans-Nederlandse vriendin en ik met de roltrap naar beneden waar we door een gehoofddoekte vrouw met een brede glimlach welkom worden geheten en een roos in onze hand krijgen gedrukt. Iran groet met liefde haar bezoekers die vervolgens uitgelaten op hun familieleden afstormen die zich achter de ontvangsthekken op het vliegveld verdringen om de miljoenen verloren kinderen van het land weer in de armen te sluiten: nazaten van de intelligentsia die direct na de Islamitische Revolutie in 1979 vertrokken, of de kapitalistische kinderen van nu die als het even kan een studie in buitenland ambiëren om op een enkel familiebezoek na, nooit meer naar hun geboorteland terug te keren.

8.slotbeeld
Iran is als een lichaam met twee zielen, een land met twee gezichten, of wel meer gezichten nog. Wie over straat loopt en naar de winkels kijkt merkt tot zijn verbazing dat ze eigenlijk in twee categorieën te verdelen zijn: huishoudelijke zaken en schoonheidsartikelen. De straten wemelen van de (huishoudelijke) elektronicazaken en al dan niet hippe kitchen design. En verder: heel veel cosmeticazaken. Voedsel en schoonheid, binnen en buiten, dat zijn de obsessies en de tegenstellingen van het land waar overal al dan niet zichtbare muren staan.

Luchten in het vrouwenpark
De prominentste zijn de muren van gender en seksualiteit die ervoor zorgen dat vrouwen onder lange jassen en sluiers bedekt gaan terwijl de mannen in half-blote bast over straat gaan en trots hun borsthaar onder hun strakke shirts tonen (ook al vriest het nagenoeg). De vele muren in en om het vrouwenpark die de wandelende of hardlopende vrouwelijke bezoekers van de loerende blikken van de mannelijke buitenstaanders moet vrijwaren. Terwijl we door het bergachtige park lopen, erger ik me aan de vele hekken en groene stalen wanden en de vele mannelijke en vrouwelijke bewakers die ons overal in de gaten houden. Jaloers volg ik met mijn blik een bonte vogel die zonder moeite ver een van de hekken vliegt. Wat een vrijheid.

5.muren vrouwenpark
Er zijn fictieve muren zoals de segregatie in het openbaar vervoer: vrouwen achterin de bus en mannen voorin, vrouwen in de vrouwencoupé van de metro en mannen in de mannencoupé, vrouwen in de groene vrouwentaxi en mannen in de gemengde taxi. Bij dit laatste transportmiddel betreft het overigens een vrijwillige keuze, maar met 2000 vrouwentaxi’s kiezen steeds meer vrouwen om religieuze maar zeker ook om veiligheidsredenen voor deze taxi’s, bestuurd door in het groen gehulde chauffeuses. “En dan kunnen ze direct een praatje maken zonder dat ongepast te zijn,” aldus Naje (50), die acht jaar geleden als een van de eerste vrouwen in de stad de baan als vrouwelijke taxichauffeur op zich nam.
Ze is moeder van drie studerende kinderen en rijdt meer dan acht uur per dag, zeven dagen in de week, zelfs tijdens het vrijdagmiddaggebed. Haar man is nagenoeg blind en is werkloos en in het door hyperinflatie geteisterde land als gevolg van de vele internationale boycots kan ze iedere riyale en tuman (tien riyale is één tuman) meer dan goed gebruiken.

Virtuele muren
En dan zijn er de virtuele muren. Via het internet controleert de beruchte Iraanse geheime dienst alles en iedereen. De kersverse president Rohami mag een Twitteraccount hebben (aangevoerd als een van de bewijzen van zijn zogeheten moderniteit) voor de gewone Iraanse burger is Twitter nog steeds uit den boze. Evenals Facebook.
“Filter,” is het korte antwoord met een al even kort schouderophalen van de plaatselijke eigenaar van een benauwend klein en warm internetcafé. Veel meer wil hij niet zeggen. Op mijn vragen over Rohami’s Twitter account reageert hij niet. “Hij is de president,” zegt een vrouwelijke internetgebruiker naast mij. “Voor ons gelden andere regels.”
Na opnieuw een nieuwe arrestatieronde zit de angst er goed in. Ik krijg dan ook weinig reacties op mijn interviewverzoeken. Geen eigenlijk. Overal waar ik kom ontvangen mensen me een hartelijk en gastvrij, maar op associatie met een journalist zit niemand te wachten.
6.internetfiltercafe
In het kleine zaakje in een oerlelijk mini-winkelcentrum wordt Perzische popmuziek gedraaid en oude Duitse krakers. Het snel-opkomende Viber volgens een van de laatste religieuze fatwa’s haram (zondig voor God) omdat het aan zou zetten tot daten. In werkelijkheid is het natuurlijk vooral een politiek gevaar. Een bezoek aan een andere tante van mijn vriendin die wel over een oude computer met internet beschikt levert eveneens weinig op. Ook hier duikt het filter op bij de eerste beste zoekbeurt naar de Facebook of Twitter. Maar skype heeft deze tante wel zodat ze met haar kinderen in het buitenland kan praten. Drie van haar vier kinderen wonen in Nederland. De andere jongeren in de familie zijn grotendeels woonachtig in de VS. De familie is uitgewaaierd over staten en steden. De tientallen foto’s van stralende koppels in trouwjurken en nette pakken, zonder hoofddoeken, chadors en met witte jurken zonder mouwen, laten een leven zien van vrijheid en rijkdom dat een schril contrast vormt met de vele beperkingen op straat en gesloten ramen van ook dit appartement.

De vrijheid van de beschutting
Enigszins onwennig manoeuvreer ik mij tussen het vrije maar afgeschermde binnen en het beperkte maar openlijke buiten van de straat. In afgeschermde cafeetjes verscholen in de souterrains van de winkelstraten of juist met de trap omhoog naar de eerste verdieping boven door neonverlichte winkelpuien, drinken we mierzoete, slappe koffie van 10.000 tuman of meer (€2,50 +) terwijl we door de hongerige blikken van mannen ongegeneerd worden aangestaard. Alcohol bestellen is geen optie. Al in het vliegtuig naar Teheran merkten we hoe systematisch het alcoholverbod wordt toegepast. Zo wordt de menukaart van Turkish Airlines op de vlucht van Amsterdam naar Istanbul in de vlucht van Istanbul naar Teheran door een andere kaart vervangen. Het eten is lekkerder, maar alle drank is van de kaart. Konden we in het Europese luchtruim nog vodka, bier of wijn bestellen, nu behoren alleen sinaasappelsap, mint-limonade en cola tot de opties.
Alcohol wordt door de Iraniërs illegaal gestookt, bij de christelijke Armenen stiekem ingekocht, via Turkse handelaars het land in gesmokkeld en massaal door ambassadepersoneel geïmporteerd en weer doorverkocht. Ambassades zijn namelijk als enige instanties gevrijwaard van het algehele importverbod. Zo drink ik ‘s avonds originele Johny Walker whisky (let wel: Red label), door de meer dan ondeugende tante (die voortdurend suggestieve grapjes maakt over kabeltje en gaatjes, massages door mannen en zelfs mijn girlfriend) verkregen via een kennis van de Griekse ambassadeur terwijl we gedrieën enigszins opgelaten naar ongecensureerde Amerikaanse films kijken, illegale downloads die de tante van handelaren op straat heeft gekocht.
Ondertussen circuleren overal de wildste geruchten over wilde feesten, prostitutie (in de vorm van een huwelijk voor een paar uur of nacht gevolgd door een flitsscheiding, compleet halal dus) en het overmatige drugsgebruik van de Iraanse jeugd tot een van de verslaafden ter wereld behoort dat bij gebrek aan financiële middelen soms de ergste troep slikt en snuift. Maar zien doen we het nog niet. Naarstig zoeken mijn vriendin en ik naar een opening in ook deze muur die het zichtbare van de vele onzichtbare werelden scheidt.
In het ene café krijgen we “nee” op het rekest om een asbak of waterpijp.
“Vrouwen roken niet,” is het norse antwoord van een bediende die ons met iets van weerzin in z’n blik aankijkt. Maar in een ander café verscholen achter enkele winkels verderop, roken vrouwen wel en krijgen we met een glimlach een asbak aangereikt. Hier draaien ze een eigen variant van skyradio. Op jaren ’80 muziek van de Duitse popgroep Modern Talking, afgewisseld door “she’s an easy lover” van Phil Collins en “I just call to say I love you” van Stevie Wonder wordt er door de amoureuze stelletjes druk gelift en schurken vooral veel homo’s dicht tegen elkaar aan, die met geaffecteerde gebaren en veel te strakke kleding ons even een verveelde blik toewerpen om vervolgens het ene been over het andere te slaan en onder blauwe spotjes zacht verder te praten.
De hoofddoek mag echter nergens af. Ook niet in het peperdure noorden van de stad waar de goedkope huishoudwinkels zijn vervangen door een Versage Gallerij en marmeren shopping malls met merken die ik alleen van horen-zeggen ken. Terwijl vrouwen met hoog-geblondeerde haren op naaldhakken het doodstille strakke winkelcentrum betreden herinnert een klein bordje in de Illy koffiebar ons eraan dat we onze hoofddoek gewoon netjes op moeten houden en houden de vrouwen hun winterjassen ook binnen aan.

Iraanse coupe
Niet alleen de koffiebars in de drukkere straten van de stad zijn aan het zicht onttrokken. Ook de vele beauty en massage salons voor vrouwen en natuurlijk de kapper. Al op de tweede ochtend besluit ik mijn haar aan de Iraanse kapsters toe te vertrouwen. Enthousiast toogt de tweeënzeventigjarige tante van mijn vriendin met ons naar de vrouwenkapsalon. Even kloppen op de voordeur van een appartement op de begane grond en er gaat een ware wereld voor ons open. In het bloedhete vertrek is het een kippenhok. Tientallen vrouwen laten hun haren vrij wapperen, wisselen de laatste roddels uit en flirten in sommige gevallen ondeugend met elkaar. Een jonge vrouw met prachtige krullen epileert met een scherp touw razendsnel haar klanten, terwijl de vrouwelijke kappers in witte uniformen zich om hun klanten verdringen. In een krap hoekje van de stomend hete ruimte wordt razendsnel mijn haar gewassen waarna ik plompverloren op een kappersstoel wordt gezet. Niemand spreekt hier Engels, maar mijn haren worden evengoed geknipt en uitgebreid geföhned tot ik net zo’n gelikt kapsel heb als iedereen. De meeste vrouwen hebben geblondeerde haren, maar volgens de saloneigenaar is de nieuwste mode weer lang en donker – met highlights dat dan weer wel.
Eigenlijk heeft de tante het niet zo op deze salon.
“De klanten zijn erg islamitisch,” sist ze ons in de favoriete plek van haar huis toe (de keuken). Dat is te zien. Zodra de vrouwen zijn geknipt en gekapt, geföhnet en de blonde pieken zijn gezet, de wenkbrauwen zijn geëpileerd en de ondeugende roddels zijn uitgewisseld, gaan de hoofddoeken om en daarover heen de chador, de lange zwarte doek die met één hand onder het gezicht bijeen wordt gehouden. Ook ik moet na het kappersbezoek mijn hoofddoek weer op, al mag een flinke pluk in het zicht blijven en trek ik hem voorzichtig iets naar achter: op zoek naar de grenzen in deze stad van gesloten luiken en geheime openingen. Ik haal even kort adem en stap dan de deur uit die haastig door een vrouw wordt geopend (die zichzelf achter de deur verbergt). En zo breek ik door de beschermende muur van dit vrouwenparadijs, terug de harde werkelijkheid in van de straten van Teheran.

7.vrouwenkapperFoto’s: Shiva (C)

 

3 Comments
  • harry

    Zal met belangstelling je blog lezen over Iran, ik heb wel het idee dat er langzamerhand wel wat veranderd, zoals de hoofddoek. In vroeger dagen moest die helemaal strak om het hoofd en nu is het al een beetje half op het hoofd.
    De dingen veranderen, ook al gaat het langzaam.

    Beantwoorden
  • Elte de Vries

    Beste Monique,

    Interessant om te lezen. Zo komt de Iraanse cultuur enigszins huichelachtig over. Zijn dit echter geen voorbeelden, die je veel culturen tegenkomt. Een spanning tussen de ideaal cultuur en de werkelijke cultuur. Is dit ons christenen helemaal vreemd? Een spanning tussen leer en leven. Het meest spannende, wat ik bij mijzelf herken vind ik, de leer van “Gij zult niet begeren” en de kapitalistische begeerte, die ook calvinisten niet vreemd is: streven naar verhoging van bruto nationaal product per hoofd der bevolking. Kinderen inpeperen dat zij goed hun best moeten doen op school, om later een goede baan met een goed inkomen te krijgen. Zit in deze zaken bij ons niet dezelfde spanning?

    Beantwoorden
  • Gosse Akkerman

    Ik schat in dat binnen nu en 5 jaar de hoofddoekplicht is afgeschaft in Iran. Of ben ik nu te optimistisch? Ik verheug me op je volgende blog uit Iran.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X