Blog

25 aug / Het Grunberg-effect

Sinds ik lid ben van de Volkskrant ken ook ik de voetnoot van Arnon Grunberg. Een luizig klein stukje, rechts of onder aan de voorpagina, een ereplaats die Grunberg de status geeft van meest prominente columnist in Nederland.


Ik lees de voetnoot elke dag.


Korte staccato zinnen, die meestal eindigen in een nietszeggende conclusie als ‘Mensen zijn nu eenmaal goed noch slecht, hooguit hardleers’ (de Volkskrant, 25-8-2010). Natuurlijk soms maakt Grunberg een terecht punt, maar in het algemeen is z’n voetnoot zo neutraal dat je na lezing nog niets weet. Vlees noch vis, zeg maar.
In de Quote van juli 2010 werd Grunberg genoemd als vijfde rijkste schrijver van Nederland. Zijn geschatte vermogen bedraagt €5 miljoen. Dit geld is echter niet toereikend. Grunberg, bekend om zijn extravagante leefstijl heeft regelmatig geld tekort. Vandaar dat hij ‘bijklust’ met een nietszeggende rubriek met vragen en antwoorden in Vrij Nederland. Gelukkig heb ik de verleiding om de holle antwoorden op prangende lezersvragen in VN te lezen kunnen weerstaan. Een voetnoot per dag is al meer genoeg. De rest is puur bladvulling en kostbaar tijdverlies.
De pennenvruchten die vanuit New York naar Nederland worden gestuurd leveren vast iets op, maar een penthouse in New York is kostbaar. ‘Om aan extra handgeld te komen, laat hij (=Grunberg) verhaaltjes in zeer kleine oplage drukken. Die kunnen liefhebbers kopen voor een paar honderd tot een paar duizend dollar. Zo heeft hij altijd cash bij de hand’ aldus Quote.


Tirza, de Asielzoeker, Onze Oom… Grunberg publiceert de een na de andere bestseller. Tirza wordt op dit moment zelfs verfilmd en Grunberg kennende verschijnt er in afzienbare tijd een nieuwe roman. Ik zal het lezen, zoals ik een groot deel van zijn werk gelezen heb. Maar waar gaan zijn verhalen eigenlijk over?

Psychotische zieligerds, verstoorde relaties, eenzaamheid, tunnelvisies, postmoderne traumaatjes daar waar de gemiddelde mens het veel te druk met overleven heeft. Er is niets nieuws onder de zon.

Er is iets vreemds met Grunberg. Zoals er iets vreemd is met de Nederlandse literatuur. Zijn boeken zijn een en al zwartgalligheid, er is niets moois, niets om voor te leven, niets dan leegte. De mens zit vast in z’n eigen lijf en leeft in een Hobessiaanse wereldorde. Er bestaat geen liefde, geluk of trouw. Spelingen van het lot en fatalisme kenmerkt een goed Grunbergverhaal. Meer niet.
Er breekt, kortom, visie. Van een Grunbergverhaal leer je niets, zijn personages roepen geen enkele empathie op, er komen gene grote vragen aan de orde, je leeft slechts voor een paar uur in het brein van een gemiddelde gek – dat is het.
Anders dan bijvoorbeeld bij de opkomende Italiaanse meesters als Niccolò Ammaniti, Paulo Giordano en de schrijfster Margaret Mazzantini blijft maatschappelijk engagement afwezig in de Nederlandse literatuur. Een echte kijk op het leven, behalve die van lege zwartgalligheid, is in het gemiddelde Nederlandse verhaal afwezig. Afgezien van nobele schrijvers als Arthur Japin die onderwerpen als racisme en machtsmisbruik (De Zwarte Man met het Witte Hart) of genade en vergeving (De Overgave) aanstipt, draagt de gemiddelde Nederlandse roman helemaal niets bij aan het maatschappelijk debat. Oh ja, er komen wel grote thema’s aan de orde zoals liefde, seks en nog meer liefde, maar of de lezer echt iets meekrijgt? Echt aan het denken wordt gezet?
Auteurs, uitgevers en literaire critici gelijk roepen al jaren dat er iets moet veranderen. Dat de literatuur weer dichter bij de maatschappij moet komen staan. Dat er weer een echt verhaal verteld moet worden en dat literatuur weer haar functie van spiegel voor de samenleving moet innemen. Tot nu toe lijkt er weinig te veranderen.

Om met de woorden van Grunberg te spreken: ‘Mensen zijn nu eenmaal goed noch slecht, hooguit hardleers.’

1 Comment
  • Paul

    Ik ben geen Grunberg-lezer en heb al jaren geleden de hijgerige Nederlandstalige literatuur-incrowd ‘losgelaten’. Deze zomervakantie las ik alleen het boek van Franka Treur, een mooie streekroman met literaire trekjes – als je het mij vraagt. Maar ook daar blijven we hangen in Hollandse poldergrond en rekenen we (voor de zoveelste keer) af met de spruitjesgeur. Nederland heeft een klein taalgebied, er is gelukkig ook een zee van literatuur van buiten de dijken. Maar ik ben het met je eens dat er op een paar uitzonderingen na weinig verheffends en meeslepends geproduceerd wordt de laatste jaren. Mensen als Grunberg en Kluun worden enorm gehypt, maar ik voel me niet aangetrokken. Ook moet ik bekennen dat ik om professionele redenen wel erg vakgericht aan het lezen ben. Ik moet veel boeken laten gaan omdat ik me de tijd niet gun om ze te lezen. Deze vakantie las ik een boek over Steve Jobs, het boek van Treur, een boek van Barna en Viola (Pagan Christianity), een boek van Brian McLaren (Finding Our Way Again) en het boek White Tiger van Aravind Adigawas (waar ik al eerder in begonnen was). Ik ben begonnen in een boek van J John over de zaligsprekingen, maar dat is ook weer werkgerelateerd.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X