Blog

25 jul / Het echte Tahrir zit in het hoofd

Dit artikel verscheen maandag 25 juli 2011 in NRC Next.

Toen ik 17 juni in Egypte arriveerde en op het opgeruimde en gerenoveerde Tahrir-plein liep, zag ik amper iets dat aan de euforie en de chaos van de Egyptische revolutie herinnerde die ik direct na de val van President Hosni Mubarak gezien had. Afgezien van de verkopers met Arabische vlaggen, petjes en shirts, en een enkele demonstrant die een schadevergoeding eiste, was alles weer als vanouds en kolkte het verkeer door de drukke straten van downtown Cairo.
Sinds vrijdag 8 juli, ook wel ‘red de revolutie-dag’ genoemd is Tahrir echter weer een gigantisch tentenkamp. Tienduizenden demonstranten protesteren elke dag opnieuw tegen de interim-regering van Premier Sharaf en Opperst Bevelhebber van de Egyptische strijdkrachten Mohammed Hussein Tantawi. De Kentucky Fried Chicken op de kruising men de Talat-Harb straat is verwoorden tot een cartoon-galerie, op grote schermen worden revolutionaire films getoond en artiesten en bandjes beschimpen de regering en eren de helden van de revolutie in hiphopsongs. Er wordt gebeden en gezongen, gegeten en gedanst, gelachen en gerouwd.

Ik ben in Cairo de afgelopen vierenhalve week slechts drie agenten tegengekomen. Tahrir heeft z’n eigen veiligheidstroepen, enthousiaste jonge vrijwilligers die ijverig papieren controleren, de mannen fouilleren en de handtassen van vrouwen inspecteren. Elke andere stad van dezelfde omvang zou in totale chaos zijn vervallen. Maar ik voel me in deze metropool van 20 miljoen inwoners veiliger dan in Amsterdam.
Op vrijdagen stroomt Tahrir vol. Zoals vrijdag15 juli
ook wel ‘dag van de laatste waarschuwing’ genoemd. Af en toe laat de Moslimbroederschap zich zien. Aanhangers worden ’s contents vroeg met busjes aangevoerd, nemen een van de vele podia in beslag en brullen islamitische leuzen. ‘In de naam van Allah, de Barmhartige, de Erbarmer,’ begint een fanatieke Moslimbroeder gehuld in salafistische kledij – een lang wit gewaad, woelige baard en witte hoofddoek. ‘Het leger moet weten dat Egypte maar één vijand heeft. Israël en de Verenigde Staten. Israël en de Verenigde Staten zijn Egypte’s vijand.’ Zijn toespraak wordt door de enorme menigte met enthousiasme ontvangen. Met kromme tenen kijk ik toe, deze hatelijke taal is echt het laatste wat Egypte nodig heeft. Maar voor de rest staat Tahrir vooral vol met bezorgde burgers en jonge betogers, van vrouwen gehuld in de niqaab (gezicht bedekkende sluier) tot meisjes met grote zonnebrillen en fleurige hoofddoeken, van jongens in strakke T-shirts met Engelse slogans tot arme boertjes in galibiyya’s (lange hemdgewaden). De eisen zijn voor iedereen dezelfde; het leger moet plaatsmaken voor een civiele regering, er moeten snel verkiezingen worden uitgeschreven (er is nog steeds geen datum vastgesteld), de daders van de honderden moorden tijdens de Egyptische revolutie moeten worden berecht, de families van de martelaren moeten financieel worden gecompenseerd, de baltigiyya die af en toe de kop opsteken moeten voorgoed van de straat en Hosni Mubarak en zijn zoon Kamel moeten worden berecht.
Ik neem elke dag een kijkje op Tahrir, spreek met jonge activisten, lees de teksten po de spandoeken, koop wat eten van de vele verkopers en staar naar de politieke bedrijvigheid. Er worden enquêtes opgesteld, debatten gevoerd en petities ingediend. Het is geweldig om de activiteit, de gemoedelijkheid en de toewijding van de betogers te zien. Toch stemmen de beelden me ook troosteloos, want wie luistert naar hen? De regering kondigt nieuwe hervormingen aan, vervangt de totaal onbekende vicepresident en de premier laat zich filmen terwijl hij een broodje foul (bruine bonen) in een volkswijk koopt. Ondertussen wordt er van alles achter de schermen bekokstooft. Het leger lijkt het op een akkoordje met de Moslimbroederschap te gooien, maar ook dat is onzeker. Naar het schijnt is de interim-regering en het leger onderling sterk verdeeld over de te varen koers. Niemand die weet wie er nu echt aan de touwtjes trekt. De oppositie, de potentiële presidentskandidaten en de tientallen nieuwe politieke partijen die als paddenstoelen uit de grond schieten, laten evengoed weinig zien. Egypte is politiek stuurloos en was het niet dat het gewone volk het land braaf draaiende houdt, dan was zeker tot een tweede Libië verwoorden.
De energie van de revolutie is nog steeds overal voelbaar. Politiek is het gesprek van de dag. Het woord soura (revolutie) klinkt overal, in de stampvolle metro, de bloedhete minibusjes, de koffiehuizen en op straat. De televisie zendt dag en nacht verhitte debatten en educatieve programma’s uit over de werking van democratie.
Na een periode van demonstatiemoeheid, zijn de meeste Egyptenaren het erover eens dat het goed is dat de regering onder druk wordt gezet. De openlijke kritiek op het leger neemt toe nu steeds meer burgers beginnen te beseffen dat Mubarak’s kliek nog steeds aan de macht is. Het nieuwe activisme verbaast me. Ondanks de economische malaise die met de dag toeneemt, lijken veel Egyptenaren te beseffen dat het nu of nooit is. Terecht willen ze het momentum niet verliezen.
Tegelijkertijd stemt al dat gepraat, geschreeuw en gezang me ook moedeloos. Want het land mag dan verenigd zijn in z’n afkeer van Mubarak, de corruptie van de oude elite en de macht van het leger, over de toekomst zijn de meningen extreem verdeeld. Er wordt van alles geroepen, maar een duidelijke lange termijnvisie is bij velen afwezig. Op welke presidentskandidaat ze gaan stemmen? Geen idee.
‘Die zit nog in de koelkast,’ grapt Ahmed Mary een jonge medewerker bij de Arabische Liga. En of een van de partijen geschikt is? Nee. Belangrijker nog wordt de nieuwe constitutie waarin het karakter van de Egyptische staat (wel of niet islamitisch), het gewenste politieke systeem (presidentieel of parlementaire democratie) en de rechten van de bevolking (gelijke rechten man en vrouw, bescherming minderheden, persoonlijke vrijheden) moet worden gewaarborgd.
In het referendum van afgelopen voorjaar heeft 70% van de kiezers aangegeven eerst verkiezingen en dan een nieuwe constitutie te willen. Ondertussen lag er wel een ontwerp, maar slechts op vier artikelen van het ontwerpvoorstel kon in het referendum worden gestemd en omdat die aan de verkiezingen waren gekoppeld werden burgers op het verkeerde been gezet. Onder druk van de demonstranten heeft de militaire raad nu aangekondigd toch een nieuw constitutioneel ontwerp uit te vaardigen. Maar ook hier is niet iedereen blij mee. De Moslimbroederschap wil eerst verkiezingen zodat zij meer in te brengen heeft in het definitieve voorstel, terwijl mensenrechtenactivisten waarschuwen voor de ultieme macht voor het leger.
‘Ik vrees dat er een artikel in komt te staan in de trant van “het leger beschermt of bewaakt de constitutie”,’ zegt Ahmed Salah, veldleider van de ElBaradei-campagne. ‘Ik weet niet of mensen door hebben hoe gevaarlijk dat is.’
Zijn afkeer tegen het alomvattende militaire apparaat dat 35% van de totale Egyptische economie in handen heeft, is realistisch en gegrond. Toch is Ahmed optimistischer over de politieke toekomst van Egypte dan ik. Hij verwacht dat ElBaradei president gaat worden en een megacoalitite van communisten en Kopten tot Moslimbroeders en salafisten kan creëren. Ik denk dat zo’n coalitie een totale utopie is dat – mocht het überhaupt van de grond komen – slechts tot eindeloos geharrewar en goedkope retoriek zal leiden.
Wanneer ik Bessam Kamel, een van de 15 architecten van de revolutie en campagneleider voor de net opgerichte Egyptisch Sociaaldemocratische Partij (het Egyptische zusje van de PvdA) naar het beste politieke systeem voor Egypte vraag, volgt er een onsamenhangend antwoord. In eerste instantie prijst hij het systeem van parlementaire democratie. Maar als ik vervolgens opmerk dat dit model slechts in kleine landen werkt en dan vaak ook nog tot grote politieke instabiliteit en ingewikkelde coalities leidt, zoals in België en Nederland het geval is, noemt hij snel het Franse duale-systeem. ‘Maar daarin staat het parlement bijna geheel buiten spel en kan de president het kabinet elk gewenst moment ontbinden!’ merk ik op. ‘Oh, maar dat is geen probleem,’ antwoordt Bessam vrolijk. ‘Dat lossen we wel op.’ Ik kijk hem verbijsterd aan en schud vermoeid m’n hoofd.
Egypte staat voor keuzes en vraagstukken waar tot voor kort niemand ook maar over na durfde te denken. Het land heeft nog een lange weg te gaan. Er zijn verschillende gevaarlijke machtsfactoren zoals het leger en de islamisten, terwijl de meeste politieke partijen praten zonder doel. Egypte kent geen parlementaire cultuur en zonder duidelijke leider zal het democratische experiment wel eens flink in de soep kunnen lopen. Het zou niet voor het eerst zijn, in de jaren dertig van de vorige eeuw kende Egypte ook een korte periode van semidemocratisch bestuur waarin parlementariërs elkaar voortdurend in de haren vlogen en de ene regering na de andere elkaar in razendsnel tempo opvolgde. Landen in transitie zijn vaak het instabielst. Civiel conflict en terugval naar dictatuur liggen op de loer.
Maar net zoals de meest cynische activist ben ook ik eindeloos hoopvol over de kracht van het Egyptische volk. ‘Als Mubarak weggejaagd kan worden, dan kan het Egyptische volk alles,’ zegt de Koptische activiste Marian Nagui Hanna.
‘Al de bouwstenen waarop een dictatuur gebouwd wordt, zijn verdwenen,’ zegt Ahmed Salah. ‘Ze zijn psychologisch…’
‘Zelfs kinderen maken op podia grapjes over Tantawi,’ zegt Bessam Kamel. ‘Dat is toch ongekend! Niemand is bang.’
En zo is het maar net, denk ik terwijl ik weer een ommetje over het stampvolle plein maak. Egypte zal de komende decennia op zoek moeten gaan naar een nieuwe sociaal-politieke identiteit. Maar het grootste succes is al geboekt. Het echte Tahrir zit in het hoofd. Dat kan niemand deze mensen meer afpakken.

1 Comment
  • verteller

    Wat ik vrees komt steeds dichterbij.
    Als ik tussen 2 kwaden moet kiezen dan kies ik Mubarak. De christenen worden enigszins beschermd. Straks met de komst van de islamisten, niet meer. Wat jammer.

    http://www.france24.com/en/20110729-islamists-voice-demand-sharia-law-during-mass-rally-cairo-egypt

    Islamists call for sharia law during mass rally in Cairo
    Ultraconservative Salafi Islamists used a mass rally in Cairo’s Tahrir Square Friday to call for the adoption of sharia law, giving popular protest chants an Islamic twist, shouting ‘Islamic, Islamic’ instead of ‘Peaceful, Peaceful’.
    LATEST UPDATE: 30/07/2011 – DEMONSTRATIONS – EGYPT

    Beantwoorden

Geef een reactie

X