Blog

04 jun / Hervormingsfundamentalisten Hervormingsfundamentalisten #11: Dina el Filali ‘Dat de systemen gaan kantelen. Daar heb ik echt zin in!’

Mounir Samuel blogt de komende tijd over kritische denkers, recalcitrante rebellen en gepassioneerde gelovigen die de islam van binnenuit proberen te hervormen. In aflevering 13: Dina el Filali (27), de ingenieur die zich inzet voor een duurzame en inclusieve stad.

De Marokkaans-Nederlandse Dina el Filali (27) is een ingenieur in opleiding die woorden laat zingen, gedichten schrijft aan de tekentafel en zaken als spiritualiteit een wezenlijk onderdeel vindt van de creatie van de duurzame stad. Als uitblinker in Amsterdam Nieuw-West begon ze – tot grote trots van haar omgeving – aan de studie civiele techniek aan de TU Delft om te ontdekken dat ze zich daar helemaal niet thuis voelde en haar levensmissie ergens anders lag.

‘Op mijn zestiende kreeg ik een beurs om naar een internationale zomerschool te gaan en leiderschapsvaardigheden te ontwikkelen. Daar ontdekte ik: “Wow, deze wereld! Ik moet daar echt iets mee en kan haar niet laten voor wat ze is”’, zegt El Filali luid lachend. En dat doet El Filali zeker. Ik ontmoette haar voor het eerst bij het geven van een schrijfworkshop voor jong schrijftalent in Nieuw-West. El Filali is gek op dichten, schrijven en het vertalen van ingewikkelde concepten naar poëtische taal. Maar dit is slechts een van haar passies. Ze vervolgt enthousiast: ‘Later raakte ik betrokken bij seculier-religieuze bijeenkomsten en kwam ik onder de aandacht van Ahmed Marcouch, destijds stadsdeelvoorzitter van Nieuw-West. Toen is mij gevraagd of ik in de jongerenadviesraad wilde zitten. Nu tien jaar later zit ik in de Nieuw Amsterdam Raad, een initiatief van Pakhuis de Zwijger. Het is echt of de geschiedenis zich herhaalt af en toe!’

Hoewel El Filali al de nodige bestuurlijke ervaringen heeft, ligt haar passie toch bij zeer praktische en concrete projecten. ‘Politiek was het niet helemaal omdat het voor mijn gevoel te langzaam ging. Ook had ik het gevoel dat ik het mijn vwo-profiel natuur en techniek het meeste resultaat zou boeken door in Delft te leren hoe ik duurzame steden kon bouwen omdat deze wereld steeds verder verstedelijkt en dat de grootste impact heeft op de aarde. Daar kwam ik erachter dat de problemen die ik wilde benaderen, zoals het toegang verstrekken aan minderbedeelden tot hulpbronnen als water en energie, een stuk complexer zijn dan ik dacht omdat het huidige systeem nog steeds voortkomt uit het modernisme. Daarin staat de didactische mens centraal die door het beantwoorden van empirische vraagstukken grip kan krijgen op de wereld. Dit denken resulteerde in kolonisaties, instituties en noem maar op. Toegang geven aan minderbedeelden betekent dus dat onze systemen en zienswijze fundamenteel zouden moeten veranderen. In mijn tweede jaar aan de TU Delft werkte ik mee aan een integraal waterproject – landdegradatie, erosie en watermanagement – in Marokko en kwam ik een student uit Wageningen tegen. Ik twijfelde al, maar toen ben ik van civiele techniek afgestapt.’

Waarom voelde je je in Delft zo niet thuis?
‘Dat had meerdere redenen. Allereerst omdat binnen mijn studie civiele techniek destijds de focus vooral lag op de natuurkundige wetten en het bouwen van gebouwen en constructies en minder op de systemen die de desbetreffende context beïnvloeden. Ik vroeg heel vaak: “Maar als we daar gaan bouwen, hoe zit het dan met de sociaal-economische context, hoe zit het met het milieu?” Dan kreeg ik het antwoord: “Ja, maar dat is niet voor ons. Dan kun je daar en daar terecht.” Ik voelde me daardoor enorm beperkt. Ik miste de interdisciplinariteit ontzettend. Op een gegeven moment had mijn studieadviseur ook de vraag wat ik nog in Delft deed. Ik had veel te veel vragen waarop ik geen antwoord kon vinden. “Als je deze visie van de duurzame nieuwe stad echt hebt zijn er ook andere wegen om daar te komen”, zei hij.’

‘Het was heel moeilijk om los te laten. Iedereen kende mij als dat meisje dat n&t had gedaan en naar de TU Delft zou gaan. De TU was toch wel een beetje mijn identiteit geworden. Ik ken nog één ander Marokkaans-Nederlands meisje dat uit Nieuw-West naar de TU is gegaan, maar echt niet meer dan dat. Het is nog echt heel ongebruikelijk voor Marokkaans-Nederlandse meiden om daar heen te gaan. Op mijn school was ik de enige samen met een groep van vier jongens die naar Delft gingen. Het was al vrij uitzonderlijk dat ik überhaupt natuur en techniek deed, niet voor mijzelf want ik had altijd een voorliefde voor de abstracte vakken, maar wel voor m’n omgeving.’

Evengoed vertrok El Filali naar het voor haar onbekende landelijke Wageningen en rondt ze momenteel als eerste Marokkaans-Nederlandse vrouw de master urban environmental system engineering af. Daar kwam alles samen: de liefde voor God, de mens, de vrije geest en duurzaamheid, o en vergeet vooral de term ‘circulaire economie’ niet.

Ik ben al lang niet meer verbaasd over een trits foto’s met het bericht ‘Mounir, de kuikentjes in de tuin zijn uit hun ei!’ Ook raak ik zo langzamerhand gewend aan de reeks uitnodigingen voor debatten, bijeenkomsten, duurzame festivals, brainstormsessies en mindfullness-cursussen. El Filali omarmt iedere kans met een even aanstekelijk enthousiasme. Het is moeilijk ‘nee’ zeggen tegen haar.

‘In mijn studie aanschouw ik de stad als een soort ecosysteem met een eigen metabolisme. Ik houd me bezig met de vraag hoe we de stad zodanig kunnen managen of engineeren dat het metabolisme van de stad verbeterd wordt. Dus dat datgene wat erin komt – energie, water, nutriënten, materialen – zo efficiënt mogelijk binnen de stad te gebruiken.’

Wat een rechtgeaarde calvinist het tegengaan van de spilzucht zou noemen?
‘Ja, het tegengaan van verspilling inderdaad, maar ook het letterlijk beter gebruik maken van wat er al is, inclusief afval in de vorm van warmteverlies bijvoorbeeld.’

Dina el Filali is bubbly. Lacht veel. Giechelt zelfs. Maar weet ook vlijmscherp de problematiek van deze tijd te ontleden. Complexiteit is een van haar favoriete termen. En chaos. Ze houdt ervan. Ziet er schoonheid in. Veroordeling is haar vreemd. ‘Ook dit mag je voelen, Mounir’, zegt ze als ik haar weer eens verhit opbel en mijn frustraties over samenleving en media deel. Zoveel jaar na de schrijfcursus leer ik El Filali als medelid van de Nieuw Amsterdam Raad snel kennen. Onze eerste afspraak is een bezoek aan een internationale kerk. Ze gaat als vanzelfsprekend mee naar een Goede Vrijdag-dienst in de Rai. Ontspannen beweegt ze zich tussen de duizenden jonge internationale gelovigen. Zo ontspannen zelfs dat ze me samen met het begroetingsteam welkom heet in mijn eigen kerk. Ik was wat later.

’Epic’ noemt ze de dienst vol audiovisueel materiaal, black gospel en projecties na afloop, om vervolgens te vragen of we lamsvlees kunnen eten. Zoals het een goede Wageningse student betaamt leeft ze vegetarisch, maar na al het praten over het ‘lam van God’ heeft ze trek gekregen. Enigszins gechoqueerd, maar toch ook in staat de humor hiervan in te zien, neem ik haar mee naar Bos en Lommer om rond elf uur ’s avonds kofta van halal-lamsvlees te eten.

We zien elkaar vaker. El Filali is een hyperintelligente denker die de soms eenkennige ingenieurs niet alleen de kunst van interdisciplinariteit probeert te leren maar vooral ook de brug wil laten slaan naar burgers en hun belangen. Wandelend door een zonnig Westerpark legt ze met groot gemak de meest complexe technologische vraagstukken uit om die tegelijk te verbinden met zaken als hoger bewustzijn, de liefde en een eigenzinnige kijk op de islam. Haar liefde voor taal en techniek noemt ze ‘een ongelóóflijke tegenstelling’ die ‘tegelijk een heel mooi huwelijk vormen en prachtige synergie’.

‘In de wetenschap willen we zaken bewijzen en heb je een heel reductionistische manier van onderbouwing nodig’, legt ze uit. ‘Gelukkig ben ik door mijn nieuwsgierigheid terechtgekomen bij complexity science. Daarin probeer je zaken te begrijpen door naar de relaties te kijken binnen het grotere geheel. Dit geeft mij de vrijheid om out of the box te denken. Schrijven en dichten, of creatieve expressie in z’n geheel, geven mij de vrijheid om betekenis te geven aan dingen waar je op een reductionistische manier van benaderen gewoon niet terechtkomt helaas. Je hebt convergent en divergent denken. Normaal gesproken is de wetenschap en engineering heel erg convergent, omdat je naar een design of conclusie toewerkt. Maar je hebt eigenlijk beide nodig. Met divergentie kun je het geheel begrijpen. Tekenen, schrijven en dichten geeft je de vrijheid om het grote geheel te bevatten.’

Ze aarzelt even en begint te lachen: ‘Alleen is het wel vaak een heel langzaam proces helaas… Om vanaf dat punt weer naar een divergente slotsom toe te werken.’

Jij sluit dus geen benadering of zienswijze uit? Je gaat helemaal de free flow van thought en beelden in om vanaf daar systematisch weer te construeren?
‘Ja, precies, om zo ook te kijken naar: wat zijn de emergente thema’s, wat komt hier uit voort, hoe zijn die met elkaar verbonden? Er ontstaan wel emergences als het ware.’

Hoe was het voor jou om op te groeien in Nieuw-West als zo’n hoogbegaafd, technisch kind?
‘Hoogbegaafd?’ Ze begint te giechelen.

Dat ben je overduidelijk.
‘O ja? Als je m’n cijfers ziet! Alhoewel…’ Ze lacht. ‘Op mijn middelbare school in het begin haalde ik wel eens negens voor wiskunde en zo, maar na de vierde klas, ik weet niet wat er toen gebeurde, maar toen verloor ik alle aandacht en dat was wel zonde.’

Maar hoe was het om op te groeien in die setting? Want jij bent gewend alles te bevragen terwijl je nu niet bepaald uit een gemeenschap komt waar het de norm is alles hardop te bevragen als jonge vrouw.
Voor het eerst is El Filali even stil en denkt hardop na. ‘Ik zal heel eerlijk zijn: ik deed gewoon mijn ding. En soms liep ik gewoon tegen puzzelstukjes aan en daar werd ik heel erg enthousiast over, maar ik kon ze op dat moment geen plek geven in m’n leven – zoals quantummechanica of een design, of een idee, of een quote of een opdracht. Ik wist niet waar dat later in mijn leven zou passen maar ik vond dat gewoon iets van mij. Hier word ik warm van en dit houd ik vast en ik zie later wel waar het op mijn pad past… Ik ben bijvoorbeeld op mijn negentiende uit huis gegaan om op kamers te gaan. Dat was heel lastig voor heel veel mensen. Want niemand uit mijn buurt, tenzij je trouwt, gaat op kamers. Zelfs m’n Hollandse buurmeisjes zijn niet op kamers gegaan!’ Ze lacht weer. ‘En dan ga ik als Marokkaans meisje, huppa!’

El Filali is een kind van gescheiden ouders en werd voornamelijk opgevoed door haar moeder die een duidelijke wil en een scherpe visie voor haar dochter had. ‘Mijn moeder had echt zoiets van: mijn dochter gaat studeren. Mijn tantes in Marokko hebben dat ook gedaan. Een van hen is een PhD in Spanje gaan doen, een andere van vaderskant deed hetzelfde in Nederland. Mijn ooms gingen ook uit huis. Dus voor mijn moeder was het heel normaal. Natuurlijk is het lastig. Opeens woon je zonder je moeder thuis. Je voelt je heel vaak alleen. Sommige jongens, die wel op en neer pendelden van Amsterdam naar Delft, vonden het heel raar. “Hoezo wil jij op kamers? Wil je vrijheid? Heb je vrijheid te kort of zo?” vroegen ze dan. Nee, dat is het niet, ik wilde gewoon het volledige studentenleven ervaren.’

Kreeg jij veel vrijheid thuis?
‘Ja, ik ben niet in mijn vrijheid beperkt. We hadden altijd heel open tafelgesprekken. Mijn moeder zei altijd “la h’ayaa fi dien” (er is geen schaamte in het geloof).’
Hoe open ze is kan ik als geen ander beamen. Zo woonde ze mijn boeklancering bij waar ze naar eigen zeggen enorm van genoot. Via El Filali hoor ik dat haar moeder niet begrijpt waarom mensen mij niet als man zouden zien – en nog een mooi mens ook. ‘Met mijn moeder praat ik echt over alles!’ roept El Filali lachend uit. En dan serieuzer: ‘Maar vrijheid kwam ook met veel verantwoordelijkheid. Dus het was gepast dat ik die vrijheid ook kreeg, omdat ze wist dat ik het aankon. Het was getoetst.’

De rol van El Filali’s moeder is onmiskenbaar in haar leven. ‘Toen ik dertien was scheidden mijn ouders. Mijn moeder en ik gingen toen het huis managen waar verder mijn zusje en mijn broertje woonden. Ze heeft toen ik heel jong was al in me geloofd. Ze was zelf ook jong.’

Waren jullie arm?
‘Mijn moeder heeft een uitkering, dus ja, ik heb sinds mijn vijftiende bijbaantjes gehad om te overleven.’

Is dit iets wat je ook meeneemt in je werk en denken? Veel studenten die bijvoorbeeld in Delft studeren komen immers uit (stabiele) hogere-middenklasse-gezinnen of provincieplaatsen als Amersfoort of Zwolle en weten daardoor niet echt hoe het is om in volkswijken op te groeien.
‘Mijn moeder zei altijd: “Iedereen is gelijk. Iedereen poept. We gaan allemaal één kant op. Mensen doen wel alsof het allemaal helemaal fenomenaal is het leven, maar uiteindelijk is het allemaal een reis in dezelfde richting.” Ik heb me hierdoor altijd, ongeacht de setting, of persoon, volstrekt gelijkwaardig gevoeld. Al was het een witte hoogopgeleide man, ambassadeur, directeur. Ik had altijd het gevoel: “Ik heb wat te zeggen, ik ben evenwaardig en ik deel mijn ding”, of het nu de collegezaal was of bij een presentatie aan bestuurders. Natuurlijk, mijn moeder begrijpt geen quantummechanica, maar ze wist me wel een diep gevoel van waardigheid te geven.’

‘Prachtig gezegd, maar wat ik bedoel is…’ probeer ik uit te leggen, ‘heeft je achtergrond ook impact op je zienswijze? Kijk, dan komt er een projectontwikkelaar die even voor Nieuw-West bepaalt wat de nieuwe koers wordt of wat er gebouwd moet worden. Maar komt hij uit zo’n buurt? Heeft hij enige feeling? Of gaat het over de hoofden van mensen mee?’
‘O ja!’ roept El Filali terwijl ze in haar handen klapt. ‘Maar dit is de hele tijd het geval! Kijk, in mijn bachelor internationaal land- en waterbeheer viel het nog wel mee. Daar leerde je echt “jouw ontwerp stelt weinig voor als je de condities van een context niet meeneemt”. Dus als westerse ingenieur die bijvoorbeeld in een Afrikaans land irrigatiesystemen aanlegt, dien je de social practises en lokale cultuur in je denken te incorporeren. In mijn master ligt de focus meer op resource flows dan op sociale context.’

‘Ik moet mijn medestudenten en docenten telkens zeggen: “Nee, we kunnen niet richting duurzaamheid als we de empowerment van de mensen niet meenemen.” Beter nog, het vergroten van zelfbewustzijn van burgers en andere actoren speelt een cruciale rol in de transitie naar een duurzame stad. Daarom heb ik me naast engineering in empowerment for sustainability verdiept en heb ik tijdens mijn afstudeeronderzoek een Complex Urban Systems Engineering Translation-tool ontwikkeld om een brug te slaan tussen de engineers en een stedelijke context.’

Dina el Filali leeft letterlijk naar haar woorden. Ze ging terug naar Nieuw-West om volledig in haar eentje bewustwordingscampagnes en trainingen op te zetten voor de lokale bewoners en hen te betrekken bij een duurzamer stadsdeel. Met succes. Er bleek groot enthousiasme onder de lokale stadsdeelbewoners om op een duurzamere manier te wonen en leven, mits ze over de juiste informatie en tools beschikken. Haar stijl en down to earth aanpak helpen bruggen te slaan, of ze nu eerste generatie moeders uitlegt wat circulaire economie betekent, of mbo-studenten retail bewust maakt van een duurzame supply chain. ‘We moeten ons bewust zijn wie de power heeft om hulpbronnen te geven aan wie minder power hebben.’

En wie hebben die power dan?
‘Nou de grote organisaties toch wel. Mensen in Nieuw-West gaan met hun loon echt geen zonnepanelen op hun dak leggen – voorzover ze een eigen dak hebben. Maar een woningbouwcorporatie zou daar wel naar kunnen kijken. Die zou kunnen zeggen: “We willen de huisvesting duurzaam aanbieden, wij kunnen haar duurzamer maken.” Maar dan krijg je opeens dat energieleveranciers zoals Nuon en Essent boos worden omdat woningbouwcorporaties eigen energie-opwekkers worden en er dus een rolverschuiving optreedt. Hier ging mijn laatste onderzoek ook over. Er bestaat veel angst bij deze organisaties en onvermogen en onwetenheid omdat het denken vast zit in de oude systemen. Zo heb je bijvoorbeeld Liander, de netwerkbeheerder die de energie van Nuon aan woningbouwcorporaties levert. Wie betaalt de enorme investering die nodig is in het vernieuwen van hun netwerken?’

‘Als ik met lokale stadsdeelbewoners praat kan ik hen zeggen: “Dit kun je doen om minder energie te verbruiken, dit zijn de dingen met betrekking tot isolatie waar je nog verder naar kunt kijken en dit zijn de organisaties waar je zou kunnen aankloppen.”’

Maar de belangen zijn dus heel groot om het huidige systeem te behouden?
‘Het kost een heel grote investering om het anders te doen.’

Maar niet alleen dat: energieleveranciers en netwerkbeheerders zijn eigenlijk uitgeschakeld als een huis zelfvoorzienend wordt in z’n energie?
‘Ja, dat sowieso. Ik denk dat de angst voor rolverschuiving en het loslaten van de organisatie-identiteit heel groot is. Ik durf geen uitspraken te doen over de energielobby omdat ik me daar niet afdoende in heb verdiept. Maar je ziet wel duidelijk dat er bepaalde systemen zijn. Zo vertelde men mij bij Ecostroom bijvoorbeeld hoeveel makkelijker het is om met woningeigenaren samen te werken dan met woningbouwcorporaties, terwijl die een groot deel van de woningen in Nieuw-West hebben. Ik heb nog niet met de woningbouwcorporaties gepraat, wel met veel andere partijen, maar ik ben echt benieuwd wat hen drijft. Ik denk de angst voor verantwoordelijkheid, grote investeringen maar ook echt voor die rolverschuivingen.’

‘We willen het heel graag systematisch hebben, in hokjes’, vertelt ze verder. ‘Dat faciliteert de economische groei door economic upscaling, waarin schijven op elkaar worden gestapeld. Maar de systemen zijn heel erg complex en constant in beweging, niet statisch en als we het hebben over duurzaamheid moeten we in staat zijn verder te evolueren. En daarin speelt empowerment zo’n grote rol. Door met de beperkte middelen die je hebt te handelen en op die handeling te reflecteren en weer verder te komen ontstaat een voortdurend lineair empowerment-proces. Dat is wat we in deze stad zouden moeten faciliteren. Dat iedereen in Amsterdam op zijn eigen rol wordt gewezen en daarin wordt erkend en gesteund. Burgers willen hartstikke graag mee! Ik heb twee workshops georganiseerd met alleen maar enthousiaste burgers en buurtorganisaties!’ roept ze enthousiast uit en ze vertelt uitgebreid over haar ervaringen met de lokale bewoners – tot ik haar onderbreek.

Staan we niet op een drie-voor-twaalf-moment? Is dit allemaal niet *too little, too late. Ben jij echt optimistisch?*
Opeens is El Filali stil en verdwijnt de voortdurende lach van haar gezicht. ‘Ik moet wel’, herhaalt ze drie keer op ernstige toon. ‘Ik zal eerlijk zijn, ik ben heel vaak wanhopig. Ik denk heel vaak: waar gaan we naartoe in deze wereld, letterlijk. Hoe lang moeten we landen in Afrika uitbuiten voor smartphones, jonge kinderen in rampzalige condities laten werken voor drie euro goedkopere H&M-shirtjes, watervervuiling, luchtvervuiling. Hoe ver moeten we het laten komen voor we realiseren dat we één geheel zijn? Als ik daar bij stilsta, word ik best wel wanhopig. Mensen zien niet hoe krachtig ze zijn in het compleet laten kantelen van de systemen. Wij mensen creëren de wereld samen, wij houden haar ook in stand. De kennis is er wel, de wil lijkt er soms ook te zijn, dat zijn de kleine vonkjes in die workshops bijvoorbeeld en de kleine niches die ik waarneem, maar het besef hoe belangrijk en waardevol we eigenlijk zijn ontbreekt. Dat kan ook niet met dit educatiesysteem waarin je vanaf je elfde al in een hokje wordt gestopt en gereduceerd wordt: “Jij bent vwo en jij bent laag als het ware.”’

‘Wie is God voor jou?’
‘Ik geloof persoonlijk – en ik hoop niet dat ik hier mensen mee kwets – geloof niet in een God als een man met touwtjes in Zijn handen die de wereld regeert als het ware. Ik zie God als een niet-oordelende energie die gewoon is en zich in verschillende vormen manifesteert. De mate waarin wij in staat zijn om die energie toe te laten merk je ook. In die zin of ik nu met jou naar de kerk ga, een tempel bezoek of in de moskee bid, voor mij zijn het allemaal plekken waar die niet-oordelende energie zich manifesteert.’

Noem jij jezelf moslim?
‘Ja.’

Maar hoe verhoudt zich dat dan tot dat je God ook buiten de islam vindt?
‘Voor mij betekent islam in essentie el-istislam, dus het hebben van vrede en overgeven. En voor mij is het echt overgave aan die goddelijke energie. En zoals onze profeet Mohammed, zoals vele anderen die voor hem kwamen, ook zei: “Jullie hebben jullie geloof en ik het mijne.” Dus zoals ik het zie: iedereen heeft een waarheid, een bril waardoor we naar deze wereld kijken en mijn waarheid is anders dan die van de ander, maar het is wel evenwaardig beide te laten bestaan. En ik kan ook niet de ervaring van iemand anders benaderen, dat is onmogelijk! Zolang ik hem of haar niet ben, is het gewoon onmogelijk daarover iets te zeggen. Mijn groen is niet jouw groen, ik heb niet jouw ogen!’

Maar een conservatieve gelovige zou nu zeggen: “God is en Hij is zo of zo”. Hij heet Allah, of Braham, of Jezus. We hebben wellicht allemaal onze eigen waarheidsbeleving, maar er is één waarheid en de ene mens zit daar dichterbij en de ander is verder weg.
El Filali begint te lachen. ‘Ik moet daar om lachen! Ik ben opgegroeid met de islam, dus voor mij is dat het geloof waar ik me het makkelijkste mee kan identificeren. Ik vind het bidden en het vasten allemaal rituelen die je dicht bij God kunnen houden of bij je Heilige Geest of je ziel. Ik bid ook op andere manieren. Ik red het ook vaak niet om vijf keer per dag te bidden, dus ik verricht vaak twee gebeden per dag. Dus ik probeer ook vaak die momenten echt te gebruiken om tot stilstand te komen, maar vaak sluit ik het ook af met een meditatie en soms doe ik er in de ochtend yoga bij. En soms praat ik rechtstreeks tot God als een christen als het ware.’

Hoe vindt jouw omgeving dat?
‘Sommigen worden er wel ongemakkelijk van en zeggen dan dingen als: “Dina, niet te veel vragen stellen omdat ik anders ook ga twijfelen.” Hoewel ze stiekem met dezelfde vragen rondlopen kiezen ze er toch voor om niet te willen twijfelen.’

Is dat niet exemplarisch voor veel moslims? Het krampachtig willen vasthouden aan de eigen waarheid en geen vragen durven stellen?
‘Nee, dat vind ik niet, denk maar aan de stemmen in je boek of deze reeks. Er lopen heel veel mensen rond die twijfelen aan hun waarheden, alleen niet iedereen maakt dezelfde ontwikkelingsgroei mee en kiest er in hetzelfde tempo voor om andere waarheden toe te laten. Bovendien zijn overal mensen die willen vasthouden aan instituties, dus ook religieuze systemen, maar dit vasthouden aan veiligheid zie ik overal. Niet alleen bij moslims.’

En kritische vragen stellen over de koran dan?
‘Aan wie? Ik moet eerlijk zijn, ik heb helemaal niet zo veel moslimvrienden! Jij hebt er veel meer dan ik!’ lacht ze.

Ben je een rebel?
‘Mmmmm… een rebel… Hoe zal ik het zeggen? Een rebel in de zin dat het tijd wordt dat we die systemen echt gaan laten kantelen. En ik heb daar best wel zin in! Laat ze maar vallen! Ik ben niet bang.’

 

Net verschenen: God is groot: eten, bidden en beminnen met moslims (Uitgeverij Jurgen Maas) 
IN DIT BOEK VERKENT MOUNIR SAMUEL DE ROL VAN DE ISLAM IN NEDERLAND EN DE DAGELIJKSE GELOOFSBELEVING VAN ISLAMITISCHE JONGEREN. HIJ DUIKT IN DE VELE DUBBELLEVENS VAN JONGE MOSLIMS, SPREEKT MET AFVALLIGEN EN BEKEERLINGEN EN ONTMOET POLDERJIHADISTEN EN FEMINISTEN. IN HOEVERRE KAN EEN BELIJDEND CHRISTEN DE ISLAMITISCHE GELOOFSCULTUUR OMARMEN? VRAAGT HIJ ZICH HARDOP AF, KAN DE NEDERLANDSE SAMENLEVING DE ISLAMITISCHE CULTUUR EEN PLEK GEVEN IN DE MAATSCHAPPIJ, EN HOE GAAT DE RELIGIEUZE GEMEENSCHAP IN NEDERLAND OM MET PRANGENDE MAATSCHAPPELIJKE THEMA’S, ZOALS GENDERROLLEN, HOMOSEKSUALITEIT, RELIGIEUS FANATISME EN INTERRELIGIEUZE RELATIES? EEN AANTAL VAN DE HIER BOVENGENOEMDE VROUWEN KOMEN IN Dit BOEK UITGEBREID AAN HET WOORD.

 

Geef een reactie

X