Blog

30 jan / De Hervormingsfundamentalisten #4: Karima el Fillali ‘Willen we ons gelijk, of ons geluk?’

Mounir Samuel blogt de komende tijd over kritische denkers, recalcitrante rebellen en gepassioneerde gelovigen die de islam van binnenuit proberen te hervormen. In deel vier: zangeres Karima el Fillali (30) over hoe voor haar christendom en islam in elkaar overvloeien. ‘Ik ben niet bezig met labels.’

‘Hoe kan ik God zo volledig mogelijk aanbidden los van één vaste richting?’ Dat is de vraag die Karima el Fillali (30) zichzelf stelt. ‘In leven, in gebed, in dienstbaarheid, in wezen.’ Ze gebruikt daarbij haar stem als een krachtig spiritueel instrument. El Fillali is een Arabische nachtegaal opgetrokken uit Nederlandse klei. Als zangeres van klassieke Arabische liederen en het oeuvre van grande dame Oum Kalthoum, oud-Moors-Andalusische zang, maar ook een fusion van hedendaagse wereldmuziek met Arabische en Afrikaanse invloeden in het akoestisch-elektronische trio Shakuar die ze samen met haar beste vriendin, de Namibisch-Nederlandse Shishani Vranckx maakt, is ze een reizende ster in Nederland en daarbuiten. Ze zong in het paleis voor onze koningin, treedt op in kleine theaters tot de grootste schouwburgen, danst, acteert, werd door de Saoedische zender Al-Arabiyya geportretteerd en werkte met tal van Afrikaanse en Arabische artiesten samen op de grote muziekfestivals in Marokko.

In de afgelopen jaren is er steeds meer te doen om muziek en de vrouwelijke stem. Langzaam groeit ook in de Nederlandse polder de beweging van jonge moslims die muziek volledig afzweren, met als prominente boegbeelden Abid Tounssi – beter bekend als Salah Eddin – die zijn carrière als rapper volledig afzwoer en nu mensen oproept niet langer naar zijn muziek te luisteren.

‘Ook ik heb een periode gehad waarin ik niet naar muziek luisterde’, vertelt El Fillali mij tot mijn grote verbazing. We zijn al jaren hecht bevriend en ik ken haar niet anders dan neuriënd en zingend, altijd enthousiast over een nieuwe muzikale ontdekking. Zittend op mijn bank luisterden we urenlang naar Oum Kalthoum, luid meezingend. Af en toe pauzerend. ‘Mesj’AllahMounir, hoor je dat! Prachtig! Zet terug!’

El Fillali beschrijft de tijdelijke muziekstop als een spirituele periode. ‘Het was een tijd dat ik de kracht van stilte wilde ervaren en zo met God wilde zijn, dat ik me niet wilde laten afleiden of wat gebeurde in mijn hart wilde laten overstemmen of vervormen door iets van buitenaf. Muziek, of wat ook. Vaak luister ik muziek als ik iets wil voelen, als ik zin heb om me af te leiden of in een bepaalde stemming te komen, maar ik wilde me daar toen van ontdoen om te kijken wat er echt in m’n hart zit. Kan ik zo berusten in de aanwezigheid van God? Die periode duurde drie maanden. Niemand is verplicht om muziek te luisteren, het is een medicijn. Welke bijwerkingen het heeft ligt aan de toediening. Het kan mensen beter maken, het kan mensen misselijk maken.

Muziek op zich is niet goed of slecht, het is krachtig, heel krachtig en die kracht erken ik ook en ik begrijp waarom mensen er daarom bang van kunnen zijn. Wat ik erg vind is dat mensen bang zijn voor de slechte kant ervan en daarom het goede verliezen. Ik vind het verhaal in de bijbel zo mooi over David. Hij bespeelde de harp en de boze geest van Saul vertrok. Muziek heeft ook een helende werking. Voor mij is daarom ook de vraag: wat doet de muziek? Kan ik er achter staan? Kan ik er niet achter staan? Werkt m’n stem helend?’

In die aanbidding van God beperkt El Fillali zich niet tot één methode of richting. Als dochter van een Hollandse moeder en een Marokkaanse vader die grootgebracht is in beide religies weet ze niet alleen hoe christendom en islam vreedzaam naast elkaar kunnen bestaan, maar ook hoe ze beide religies in zichzelf moet incorporeren. Haar ouders scheidden toen ze een kleuter was, in de weekenden was ze bij haar vader, doordeweeks bij haar moeder en haar grootouders.

‘Ben je als kind van een islamitische vader en christelijke moeder geboren als moslim, als christen of religie-vrij?’ vraag ik.

‘Elke moslim zou zeggen: “Als je kind bent van een islamitische vader ben je sowieso geboren als moslim.” Moslims zeggen ook niet je hebt je “bekeerd” maar je bent “teruggekeerd”. Geen convert maar revert.’ Ze lacht. Dit denken komt voort uit de overtuiging dat ieder mens eigenlijk moslim is, maar van de weg is afgedwaald. Zo zou ook Adam al een moslim zijn geweest, of David, of zelfs Jezus zelf. Al bestaat er discussie of moslims hier in strikte zin als aanhangers van de islam moeten worden beschouwd of als degenen die zich echt volledig aan de wil van God onderwierpen.
El Fillali vervolgt: ‘Maar ik ben als baby wel ingezegend door m’n opa, al was het geen doop en niet in de kerk. Dat was de gulden middenweg. Zo werd ik niet naar buiten gebracht als christen, maar was er wel dat persoonlijke ritueel. Overigens blijven mijn grootouders hartstochtelijk voor mij bidden.’

El Fillali is niet bang om vrijuit te zoeken en klampt zich niet angstvallig aan een bepaald dogma of een doctrine vast zoals veel gelovigen wel geneigd zijn te doen. Dat levert soms spanningen op. Zo vertelde ze afgelopen zomer in de interviewreeks ‘Land van afkomst’ van Robert Vuijstje in de Volkskrant dat ze ‘niet voor de islam heeft gekozen’. Ze ziet de islam niet als vervanging van het christendom waarbij de ene religie plaats moet maken voor de andere, legt ze aan mij uit. ‘Het voelt eerder alsof beide religies in elkaar overvloeien en samenstromen.’ Maar dat is een ongemakkelijke zienswijze voor zowel moslims als christenen, die vaak niet beter weten dan te denken in termen van argwaan en verschil.

‘Ik ben niet bezig met labels. Wat is een moslim? Wanneer ben je een moslim? Als je de geloofsbelijdenis uitspreekt? Maar mijn niet-islamitische vrienden hebben dat ook gedaan om een moskee te kunnen betreden. Ik vind die vraag niet interessant. Mij gaat het om aanbidding. Hoe kan ik God zo compleet mogelijk aanbidden?’

Small dsc00713

El Fillali’s opa aan moeders kant was dominee. Haar grootouders hadden een actieve rol in haar opvoeding. Bidden voor het eten, bidden voor het slapen gaan. Ze onderwezen haar in de bijbel. ‘Ik ben voornamelijk in een christelijk milieu opgegroeid met de bijbelse verhalen. Prachtig. Zo’n rijkdom.’ Maar bovenal toonden haar grootouders haar de onvoorwaardelijke liefdevolle acceptatie van God. ‘Ik kan niet zeggen wat ik het mooiste vind aan het christendom. Omdat ik daar zoveel varianten en belevingen van heb gezien waarvan ik sommige echt verschrikkelijk vind. Maar wat ik binnen ons gezin heel mooi vond was dat de liefde voorop stond en de figuur van Jezus een centrale plaats innam. Hoe hij opkwam voor de minder bedeelden, hoe hij niet oordeelde en altijd in gevecht ging met de schriftgeleerden die een beperkte kijk hadden op dingen.

Het is die overstijgende liefde van volledige acceptatie die de rode draad vormde in ons leven. Toen mijn moeder zich steeds meer bezig ging houden met oosterse meditatie vond mijn oma dat vreselijk. Maar ze breide wel een oranje trui voor haar. Ze waarschuwden nooit met “o als je dat doet ga je naar de hel”. Als ik nadenk over wat mijn grootouders me het meest hebben geleerd, dan is het eerbied. Ze hebben me een diepe eerbied geleerd voor het goddelijke. Als ik bij hen ben voel ik zo’n grote zuiverheid. Hun intenties zijn zo puur.’

Wat leerde je van je vader?
‘Van mijn vader leerde ik acceptatie van alle dingen. Met je volledige hart kunnen zeggen al-hamdoelilah. God zij geprezen, ongeacht de omstandigheden. Hij leerde me in zijn woorden maar vooral door zijn levenswijze om het grotere verhaal te zien, het totale plaatje. En nooit wanhopig te worden.’

Wat zouden moslims van christenen kunnen leren?
‘Dat vind ik opnieuw een moeilijke vraag omdat christenen het denk ik ook vaak niet begrijpen. Mijn grootouders lazen na het eten altijd uit de bijbel, maar ze lazen nooit alleen maar voor. We praatten over de symboliek en mystieke betekenis van bepaalde stukken. Daar zit zoveel wijsheid in. In elk heilig boek zit een schatkast die je nooit helemaal kunt openen en die je slechts door veel studie en meditatie kunt doorgronden. In de islam wordt de koran als de vervolmaking van en correctie op bepaalde bijbelstukken gezien. Tegelijk staat er in de koran: “Wij hebben jullie de thora gezonden, de Ingil (Evangeliën).” Deze boeken zijn dus ook onderdeel van de islam. Maar waar het in de praktijk bij veel moslims op neerkomt is dat de koran wordt beschouwd als de vervolmaking en meteen het enige boek, en dat er nauwelijks tot geen kennis over de andere teksten bestaat.’

El Fillali sprak de shahada of islamitische geloofsbelijdenis voor het eerst uit toen ze een moskee wilde betreden. Gedurende haar late tienerjaren won de belijdenis voor haar aan betekenis. In eerste instantie was ze een beetje bang voor de islam omdat de religie op haar overkwam als een godsdienst van regels en verordeningen. Maar op haar zestiende besefte ze dat de islam onderdeel van haar was en ervoer ze de intrinsieke zachtheid van Allah los van die externe beeldvorming. ‘Er kwam een moment dat ik erg met mijn geloof bezig was en ik besloot: ik probeer zo goed mogelijk tot God te bidden, waarom ook niet op de islamitische wijze als bijzondere aanvulling? Ik heb nooit besloten moslim te worden. De beide religies zijn langzaam in elkaar samengevloeid en in elkaar overgegaan. Voor mij is de islam niet een vervanging van het christendom, maar een aanvulling daarop.’

‘Ik vind de koran een pijnlijk boek’, merk ik op, refererend aan de 447 vaak harde en veroordelende passages over joden, christenen en andersgelovigen.

‘Dat begrijp ik. Als je de koran leest kan de tekst soms hard overkomen, koud misschien. Maar een woord, zeker in het Arabisch, heeft zoveel betekenissen. In de bijbel zit een hartstocht. Ik vind de koran heel kosmisch. Zo zie ik het christendom: het raakt aan het hart. De islam raakt de geest. Ze zijn prachtig in hun complementariteit. Het is zoals toen ik voor het eerst op de islamitische wijze bad. Op het moment dat ik mijn hoofd tegen de grond drukte, sidderde ik. Ik voelde… angst. Of nee, dat is niet het juiste woord.’

Bedoel je ontzag?
‘Ja, dat is het. Ik voelde opeens hoe ontzagwekkend groot God is en hoe nietig ik ben in Zijn aanwezigheid. De islam geeft mij een diep ontzag voor de Maker van het al.’

El Fillali is om vele redenen terughoudend om zichzelf ronduit moslim te noemen, al was het maar omdat mensen haar dan zouden kunnen verwijten niet ieder voorschrift op te volgen. ‘Ik ben geen perfect gelovige.’

Maar is iemand dat wel?
‘Ik ken wel vriendinnen die beter, of duidelijker, in de islam staan. Die echt a la lettre de religie volgen.’

Ben je dan een goede gelovige, of een goede moslim?
‘Ja, dat is de vraag. God mag zelf bepalen welke naam Hij mij geeft. I don’t care, echt niet. Geeft alleen maar hoofdpijn. Het geloof bestaat uit zoveel niveaus.’

Wat vind je mooi aan de islam?
‘Het allermooiste aan de islam vind ik het feit dat het heel erg gaat over het lichaam en de ziel. Dat beide één zijn. In de islam draait het om de vraag hoe je met je lichaam kunt bijdragen aan het welzijn van de ziel. Als we het hebben over het gebed, de bewegingen, dan is dat een energetische reiniging. De rituele wassing – wudu – gaat niet om het afwassen van de zweetgeur, ja, misschien ook wel, maar dat je energie goed is, dat je in een bepaalde staat komt. Sinds ik begonnen ben met het islamitische gebed heb ik nooit meer de nachtmerries die ik altijd had. De uitwerking is als een massage.’

Onze samenleving zou zeggen: het is goed voor je karma.
‘Nee, voor je chi’, corrigeert El Fillali lachend.

El Fillali praat bedachtzaam, droomt soms haast even weg, zo lijkt het. Ze is een spiritueel persoon. Wanneer ze de koran reciteert heeft dat een bijna betoverende uitwerking op het oor – zeker ook op het mijne. Tot ik weer stilsta bij de inhoud dan. Maar Karima leest de koran vanuit verbinding en aanvulling en vindt daarin niet alleen bruggen naar het christendom, maar misschien zelfs wel het verlengde van dezelfde weg. ‘In de koran wordt Jezus Roh Allah, de ziel van God genoemd’, vertelt ze. ‘Dat betekent ook deel van, voortkomend uit.’

Wie er voor openstaat, vindt meer overeenkomsten tussen bijbel en koran als het om Jezus gaat. Zo is Jezus de beloofde Messias en wordt hij als enig individu in de koran tot driemaal toe het ‘woord’ van God genoemd (soera 3:39, 3:45, 4:171). Dit doet denken aan de befaamde openingspassage van het Evangelie van Johannes. ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.’ (Johannes 1:1)

El Fillali vertelt: ‘Als mijn grootouders het hadden over Jezus spraken ze over wat hij deed, wat hij meemaakte en noemden ze hem Heer. In mijn beleving heb je God als onzichtbare macht, oneindig groot waar geen namen genoeg voor zijn en dan heb je daar iemand die zo in contact staat, zo één is, zo voortkomt uit de bron dat hij de liefde van God weerspiegelt. Stierf Jezus aan het kruis, of niet? Kan God een kind hebben? En wat betekent dat dan? Het zijn discussies waar men al eeuwenlang op vastloopt.’

‘Bij ons was het altijd: “God helpt degene die zichzelf helpt.” Ik ben opgegroeid met die herinnering: wat zijn je intenties, wat doe je, die verantwoordelijkheid en eerlijkheid. In iedere soera staat bism’Alalh wa Rahman aw Rahim, “in de naam van God, de meest barmhartige en meest genadevolle”. Van al die namen die God rijk is, zoals Rechter, zijn het altijd deze twee. Ik geloof dat God mij benadert zoals ik ook Hem benader. Ik ervaar God vanuit mijn kader, een kader dat veel groter is dan de beperking van één religieuze zienswijze. De lessen van hoe Jezus leefde, wat zijn boodschap was, de onvoorwaardelijke liefde waarvoor hij staat en die ik bij mijn grootouders heb ervaren, die zuiverheid en puurheid vind ik duizend maal interessanter dan al het theologische geharrewar.’

‘Tenslotte is het ook een kwestie van het niet-weten accepteren. Je kunt je vastpinnen aan allerlei absolute waarheden. Maar laten we eerlijk zijn: wat weten we nu echt? God weet alles. God weet het het beste. In de koran staat zelfs “als alle wateren in de oceaan inkt zouden zijn, zou het niet genoeg zijn om Gods woorden te beschrijven”’, merkt El Fillali op in een verwijzing naar soera 8:109, waar geschreven staat: ‘Zeg (o Mohammed): “Als de zee als inkt diende voor (het opschrijven van) de Woorden van mijn Heer, dan zou de zee zeker opraken voordat de Woorden van mijn Heer zouden opraken. En (zelfs) als wij daarbovenop het gelijke daaraan (aan inkt) zouden brengen.’

‘En nog hebben gelovigen de neigingen om te zeggen: “Ja, het is zo, klaar, punt.” Ik kan daarin meegaan tot ik het punt bereik dat ik zelf wellicht niet eens meer iets van het geloof wil weten. Of ik doe het op een voor mij ontspannen manier, maar wel op een manier die levend is en in het dagelijks leven toepasbaar en wezenlijk blijft.’

 

11 mei verschijnt “God is groot – eten, bidden en beminnen met moslims” bij Uitgeverij Jurgen Maas.
IN GOD IS GROOT VERKENT MOUNIR SAMUEL DE ROL VAN DE ISLAM IN NEDERLAND EN DE DAGELIJKSE GELOOFSBELEVING VAN ISLAMITISCHE JONGEREN. HIJ DUIKT IN DE VELE DUBBELLEVENS VAN JONGE MOSLIMS, SPREEKT MET AFVALLIGEN EN BEKEERLINGEN EN ONTMOET POLDERJIHADISTEN EN FEMINISTEN. IN HOEVERRE KAN EEN BELIJDEND CHRISTEN DE ISLAMITISCHE GELOOFSCULTUUR OMARMEN? VRAAGT HIJ ZICH HARDOP AF, KAN DE NEDERLANDSE SAMENLEVING DE ISLAMITISCHE CULTUUR EEN PLEK GEVEN IN DE MAATSCHAPPIJ, EN HOE GAAT DE RELIGIEUZE GEMEENSCHAP IN NEDERLAND OM MET PRANGENDE MAATSCHAPPELIJKE THEMA’S, ZOALS GENDERROLLEN, TRANSFOBIE, HOMOSEKSUALITEIT, RELIGIEUS FANATISME EN INTERRELIGIEUZE RELATIES?
Heb het boek als eerste thuis! RESERVEER NU.

Geef een reactie

X